interview

Met schrijver Jan van Mersbergen naar het kluizenaarsbos van zijn vader

Schrijver Jan van Mersbergen  met moeder Jenny en vader Jan senior.
 Beeld Martijn van de Griendt
Schrijver Jan van Mersbergen met moeder Jenny en vader Jan senior.Beeld Martijn van de Griendt

In zijn nieuwe boek Mijn pa is nooit alleen schrijft Jan van Mersbergen over zijn ouders die 45 jaar geleden een stuk land kochten waar ze sindsdien ­teruggetrokken leven. John Schoorl gaat met de schrijver naar de plek die hij ­ontvluchtte zodra hij de kans kreeg.

John Schoorl

Er brak een kleine revolutie uit in het populierenbos in Almkerk, maar het was alleen Jan van Mersbergen die het in de smiezen had.

In zijn zelfgebouwde schuurhuis op het Bos had namelijk zijn vader, Jan van Mersbergen senior, bij de koffie de koektrommel geopend en vier verschillende luxe koeken aan het bezoek gepresenteerd. Junior zag het gebeuren, net als zijn moeder Jenny, de houtkachel snorde – en buiten scharrelde een Blauwe Gaai.

Dit was niet zomaar een roze koek of carré, dit was volgens de 50-jarige schrijver het bewijs dat zijn ouders hun Bos (en zichzelf) openstelden door iets aparts te offreren. Ze willen uitdragen wat ze zijn, en wat ze zijn geworden, zei hij. Via de koeken mocht de buitenwereld weten dat ze hier een stuk land tot hun paradijs hebben omgevormd.

Van Mersbergen zat in de streekbus van Sleeuwijk naar Utrecht en zette na deze cultuur-filosofische ontleding een fles van De Magistraat, een blond bier uit Almkerk, aan zijn mond. De terugtocht naar Amsterdam was ingezet na een bezoek aan het dorp waar hij was opgegroeid en aan het nabijgelegen Bos van zijn pa en ma.

In Mijn pa is nooit alleen, zijn zojuist verschenen boek, schrijft Van Mersbergen over deze hectare grond die zijn ouders 45 jaar geleden kochten. Autofictie noemt hij dit boek, waarin hij op particulier-literaire wijze aan het begrip kluizenaarschap snuffelt. Hij legt dwarsverbanden tussen zijn vader, Robinson Crusoe, Marcus de Amsterdamse dakloze en de ex-poppenspeler Jozef van den Berg die zich heeft teruggetrokken uit de maatschappij, om uiteindelijk te concluderen dat zijn fascinatie vooral is ingegeven door zijn angst om zelf alleen te zijn.

Want Van Mersbergen houdt van het sociale, van de gezelligheid van de voetbalclub, de literaire borrels, de carnavalsvereniging, de kroeg en het gezin. Vroeger al in het dorp, nu in Amsterdam. Misschien wel als reactie op zijn ouders, die zich ophielden in het verscholene.

In de Almkerkse bierbrouwerij De Magistraat liet jeugdvriend Hans Anton Verschoor optekenen dat Van Mersbergen in de stad inmiddels een enclave heeft verwezenlijkt met Almkerk-achtige trekken. Hij ontsnapte dan wel van het eiland in het Land van Altena, meende de bierbrouwer, in zijn geest is hij in die polder gebleven, altijd happig op contact.

Mijn pa is nooit alleen is Van Mersbergens zestiende boek in twintig jaar, inclusief de drie thrillers die hij onder het pseudoniem Frederik Baas publiceerde. Zijn meest geroemde boek is Naar de overkant van de nacht (2011), over het carnaval in Venlo. Een half jaar geleden verscheen Een Goede Moeder, zijn echtscheidingsdrama. Ja, hij houdt de vaart erin. Dat harde werken dat zijn ouders in het Bos doen, dat begrijpt hij wel, hij is er ook van. Daar word je rustig van, van dat doortikken, beter dan maar een beetje om je heen koekeloeren. Al zaagt hij dan geen boom om, zoals zijn pa, het praktische houdt hem bezig. Schrijven is toch vooral gaan zitten, concentreren, en aan de slag. Het verschil is dat je met schrijven naar jezelf moet kijken: Wie ben je? Waar kom je vandaan? Hoe functioneer je? Zo breng je lagen aan in een boek, het is maar dat je het weet.

Jan van Mersbergen en zijn vader Jan senior
 Beeld Martijn van de Griendt
Jan van Mersbergen en zijn vader Jan seniorBeeld Martijn van de Griendt

Als hij het over zijn vertrek uit het Land van Altena heeft, mag Van Mersbergen graag het gedicht Herinnering aan Holland van Hendrik Marsman aanhalen – én aanvullen. Marsman schreef: Denkend aan Holland/ zie ik breede rivieren/ traag door oneindig/ laagland gaan. Maar hij zag in het rivierengebied niet het water of het laagland; hij had vooral oog voor de overkant van de rivier, daar waar de lichtjes waren. Staande op de dijk van Uppel naar Almkerk hoopte Mersbergen dat er meer moest zijn dan een rijtjeshuis, op zaterdag en zondag met zijn tweelingbroer op de fiets naar het Bos van zijn ouders, om daar mee te hobbyen in de moestuin, en de schapen en de kippen te voeren.

Waar is het leven?, vroeg hij zich af, er moet meer zijn.

Uiteindelijk vertrok hij op zijn 19de naar Amsterdam om er te gaan studeren, te gaan werken, om in 2001 te debuteren als romanschrijver.

Pa gaf hem de kans om weg te gaan, zei hij, zodat hij steeds weer kon terugkeren.

Zijn pa heeft geen auto, hij fietst of gaat met het openbaar vervoer. Hij geeft er niets om, en je ziet nog eens wat, zo onderweg. Je moet je niet verschuilen achter luxe, vindt senior, je moet doorzettingsvermogen hebben. Jan junior heeft ook geen auto, en geen rijbewijs, omdat het zo is gelopen, een onbedoelde erfenis. Als vanzelf heeft hij daarom zijn eigen 18-jarige zoon het halen van een rijbewijs cadeau gedaan, de autoloze keten in de Van Mersbergen-dynastie moet worden doorbroken.

Maar je snapt natuurlijk wel dat als we elkaar vanwege Mijn pa is nooit alleen spreken, de reis van Amsterdam naar het Bos in de lijn van zijn vader dient te worden gemaakt. Geen gemakkelijk ritje in een verwarmde auto, luisterend naar zijn favoriete Bruce Springsteen-cd’s, maar een meer dan twee uur durende estafette van 85 kilometer lang met de fiets, trein, streekbus en ov-fiets, voor het laatste stuk over de dijk. Door de kou en mistflarden de polder in, rondneuzen in het Bos en het dorp, hier en daar ouwehoeren en weer terug.

Er was sprake van een uitje, met zelfgesmeerd brood mee, naar de Brabantse kant van de rivier de Boven-Merwede, een eiland, feitelijk. Aan het westen begrensd door de Biesbosch, het oosten de Afgedamde Maas en in het zuiden door de Bergsche Maas. Je moest erheen, je moest het Bos gezien hebben, om hem, zijn boek – én oeuvre – te snappen.

Voor iemand die per se het Land van Altena wilde ontvluchten, viel nu een sterke aanwas van goede zin waar te nemen, naarmate Almkerk zichtbaarder werd. Jan van Mersbergen leek met de meter dichter bij de polderversie van zichzelf te komen, door lijziger te praten, de motoriek wat grover. Hij genoot ervan om elke passerende automobilist te groeten, omdat dat nou eenmaal zo hoort hier, en om herinneringen te delen aan elke sloot, weide en boerderij. En of we wel wisten dat hier het leven waarachtiger is dan in Amsterdam, waar hij nu al wat jaren woont. Met al die grootstedelijke, kleinburgerlijke luxeproblemen. Waar iedereen meent recht te hebben op van alles. Waar op het ego de fietspomp wordt gezet. Dat gedoe in de grote stad over hout stoken? Zijn ouders hebben een heel bos opgestookt. Hier in de polder los je eigen problemen op, val je de mensen niet lastig. Het zijn de elementen waar je tegen beschermt, op het eiland, je moet dealen met de wind en het water.

Natuurlijk stopten we onderweg bij zijn beste vriend, de tuinder Herbert van der Zalm die achter het dijkhuis met hout in de weer was. Als in de literatuur een prijs voor de beste bijrol zou bestaan, ging die linea recta naar Herbert, zei Jan. Hij duikt stelselmatig als personage op in zijn werk, zoals in De onverwachte rijkdom van Altena (2019).

Jan van Mersbergen 
 Beeld Martijn van de Griendt
Jan van MersbergenBeeld Martijn van de Griendt

Herbert kent hij al veertig jaar, en net als hij smeerde de tuinder ’m uit de polder om te gaan studeren – om echter per ommegaande weer terug te keren. Het ging niet zonder zijn geboortegrond, en nu stond hij deze middag in de tuin bij te komen van een avond bieren en blèren met de boerenkinkels, waar hij zich vroeger zo tegen afzette.

Dat Jan weg zou blijven, dat kon niet anders, zei Herbert. Jan was de filosoof, de vrije geest. Die wilde het andere zien, een leven zonder de polder. En nu maakt hij lekkere zinnen, zei Herbert over het schrijverschap van zijn vriend.

Hij fietste Almkerk binnen, langs de voetbalclub, en vertelde over hoe hij vroeger naar de middelbare school in Gorinchem moest fietsen, een uur lang. Doorgaans had hij dan eerst zijn krantenwijk gedaan, de polder door naar vijftig ver uit elkaar gelegen huishoudens, op de fiets. Ook tijdens vakanties in Nederland werd er gefietst door de familie Van Mersbergen.

Er was de diepgewortelde angst voor de lekke band, als tiener. De stress dat je niet verder kon, en je niet thuis kon komen. Vanaf school fietsten alle leerlingen die aan zijn kant van de rivier woonden in een grote groep terug naar huis, over de Merwedebrug. Die groep wilde hij niet missen. In de pauze controleerde hij de spanning van zijn banden.

Want een lekke band betekende eenzaamheid, een uur lang alleen fietsen, van huis naar school, dan leek de polder leger dan-ie al was. Hij heeft het nog steeds, de angst voor de lekke band. Poppenspeler Jozef van den Berg kreeg een lekke band, en ging daarna nooit meer naar zijn gezin. Hij bleef in een fietsenstalling, en woont nu al dertig jaar in het dorp Neerijnen. Zijn pa was nooit bang de groep te missen, of voor een lekke band. Hij had zijn Bos. Er was niks mis met alleen fietsen.

Daar, daar verongelukte Kees, zei Van Mersbergen, terwijl we door Almkerk gingen. Hij doelde daarmee op het auto-ongeluk van een dorpsgenoot waarop zijn roman De macht over het stuur is gebaseerd. Daar werd niet gesproken over dat drama. Zo gaat dat hier in de omgeving. Ja, daar heeft hij het weleens met Booker Prize-winaar Marieke Lucas Rijneveld over gehad, dat je daar dan niet over praat, dat was zo. Rijneveld groeide eveneens op in het Land van Altena, in het verderop gelegen dorp Nieuwendijk. In Rijnevelds boek De avond is ongemak verongelukt een 12-jarige jongen uit een zwaar gereformeerd gezin.

Iedereen wist ervan, maar je moet niet te veel zenden, van zielig doen enzo. Dat doe je niet hier, hou maar je mond.

Met de ov-fiets aan de hand werd het Bos bereikt, even buiten Almkerk. Hij zag zijn ouders buiten het voormalige varkenshok staan, twee opgewekte senioren, blakend van de buitenlucht. Bij de koffie vertelde Jan senior (1943) hoe hij altijd had gedroomd van een eigen paradijs, net als Jenny (1946). Hij noemde zich een product van de jaren zeventig, met een hang naar zelfvoorzienendheid, zoals het er in De Kleine Aarde, een ecologisch en kleinschalig experiment in Boxtel, aan toeging. Hij is er nooit mee opgehouden: zorgen voor je eigen grond, je eigen groente, fruit, aardappelen. Weinig energie verbruiken, niks verspillen. Duurzaam, voordat duurzaamheid bestond. Niet voor niks noemde hij het boek Walden van de Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau zijn Bijbel. In Walden, uit 1854, trekt een man zich terug in een zelfgebouwde hut in het bos, om een eenvoudig leven te leiden zonder veel bezit, in een natuurlijke omgeving.

Bij de gemeente Werkendam werkte Van Mersbergen senior als technisch tekenaar. Hij begon vroeg, om in de middag weer naar het Bos te kunnen. Hij ging op zijn 59ste met vervroegd pensioen om meer tijd te hebben voor het Bos. Voor hem was het geen manier om het gezin te ontvluchten, of zich af te keren van de maatschappij, of van zijn drukke baan – zoals in Walden gebeurde. Hij voelde vooral op zijn landje de volledige vrijheid, zonder het alledaagse onaangename gedoe. In het rijtjeshuis in Almkerk hadden ze alle voorzieningen. Op het Bos was er sprake van een oase van rust en geborgenheid.

Jan van Mersbergen 
 Beeld Martijn van de Griendt
Jan van MersbergenBeeld Martijn van de Griendt

Jan senior keek even naar buiten en zag dat de Blauwe Gaai zich had verplaatst naar een van de vitrinehuisjes op het Bos, volgestouwd met zijn diverse verzamelingen. Hij vertelde het nieuwe boek van zijn zoon te hebben gelezen, en is vervuld van trots. Hij herkende zichzelf, zoals in dat obsessieve karakter dat hem wordt toegedicht. En hij is blij dat zijn zoon hem nu beter begrijpt. Maar een kluizenaar? Iemand zoals Jozef van den Berg die zich opeens afkeert van alles? Nee, hoor dat zeker niet, zei Senior droogjes. Het was een roeping, zo zou je het wel kunnen zien, en het is goed om aan de gang te blijven. Het Bos is nooit af.

Senior: En als dat boek van Jan een succes wordt, dan gaat het hek weer dicht.

Junior: Bij dezen een waarschuwing: laat mijn ouders met rust.

Zij was alles wat het Bos niet was, had Van Mersbergen gezegd, toen hij door Almkerk terugfietste. Zijn ex kon moeilijk aarden bij haar schoonfamilie, haar vrijgevochten inborst paste niet bij het Bos. Ze vond het te benauwd, ze wilde niet op een witte tuinstoel in een kring zitten, maar op haar blote voeten dansen op het gras.

Haar vrijgevochten karakter was bij lange niet het enige wat hem ertoe bracht zijn gezin te verlaten. Van Mersbergen ging dan wel niet op een eiland zitten, of met een lekke band in een fietsenstalling, maar op Nieuwjaarsdag 2012 fietste hij weg van haar en hun twee kinderen en trok bij een vriend in.

Over deze echtscheiding publiceerde hij vorig jaar zijn meest persoonlijke boek, Een Goede Moeder. Je gebruikt je ex als verhaal, als stuff voor je boek, was de kritiek. Hallo, reageerde hij dan, het is toch ook mijn verhaal. Daarom noemde hij de roman geen afrekening maar een liefdesverhaal, dat wel slecht afliep. Een zoektocht naar hoe een gezin uit elkaar donderde, ondanks alle bemoeizuchtige instanties, waarbij hij zichzelf allesbehalve spaarde.

Zestien jaar was hij met haar, en zag hij dat ze steeds meer wegdreef van de mooie en sprankelende vrouw die ze ooit was. Als hij op de dijk had gestaan, kijkend wat voor opwinding de overkant van de rivier te bieden had, dan was zij de uitkomst daarvan geweest, de personificatie van een ander universum. In Amsterdam kwam hij na zijn studie in de theaterwereld terecht, en genoot van de pure magie. In die omgeving ontmoette hij zijn ex, een actrice, een kunstenaar, vrijzinnig, uitbundig, zeg maar: de anti-Almkerk. Dat ze zo haar eigenaardigheden had, dat leek hem lange tijd normaal. Alle acteurs en actrices verdienden een handleiding, en hij had met eigen waarneming vastgesteld dat in die beroepsgroep de nodige patiënten huisden.

Zijn ex bleek allerlei stoornissen en aandoeningen te hebben, die vooral na de geboorte van hun twee kinderen zichtbaar werden. Binnen haar vermogen deed ze haar best, maar als het haar te druk werd, viel ze om, in letterlijke zin. Talloze instanties werden erbij gesleept in de loop der jaren. Zijn ex had het opgegeven een goede moeder te zijn, zei hij, ook uit verzet tegen hem. Hij wist het toch zo goed, hij had zo’n grote mond, dan moest hij het zelf maar regelen met al die zorg.

Uiteindelijk was er een andere vrouw voor nodig om hem te laten vertrekken, maar eerlijk gezegd was hij er al een tijd naar op zoek. Hij had zichzelf overschat als huisvader, hij dacht dat als je doorzet, het vanzelf goed zou komen.

Nu wonen zijn twee oudste kinderen permanent bij hem, samen met zijn vriendin en zijn jongste zoon. Hij wist niet dat dat bestond, in harmonie samenleven met je gezin, alle zorg netjes verdeeld. Maar dat boek over de narigheid thuis had van zijn oudste zoon niet gehoeven. Die heeft het er moeilijk mee, loyaal als hij is aan zijn moeder.

Zijn nieuwe vriendin voelt zich trouwens helemaal thuis in het Bos, ze gaat er graag naartoe. Haar was hij tegen het lijf gelopen in Venlo, hoe kon het anders. Dat was de plek waar hij sinds 2007 carnaval viert. Als hij praat over vastelaovend, dan zijn er volzinnen van in spiritualiën gedoopte spiritualiteit. Hij noemt die periode een retraite zonder stilte, waarin je gelijk jezelf bent, je jezelf tegenkomt en weer weet hoe je ervoor staat in het leven. Terwijl de blaaskapel onophoudelijk speelt, verkeer je in een constante roes, zonder kapot te gaan.

In de streekbus van Sleeuwijk naar Utrecht druppelden de passagiers binnen, en Van Mersbergen leegde zijn bierfles. Hij zei weer verheugd te zijn terug te gaan naar Amsterdam, de uitnodigingen voor een buurtborrel stroomden binnen. Over de stekelige zaken in het boek was niet gesproken bij de luxe koeken in het verbouwde varkenshok. Want het Bos was in zijn optiek ook een zelfgekozen gevangenis voor zijn ouders, waaruit ze niet konden ontsnappen. Hij zag het aan zijn moeder, hoe ze gebogen liep als gevolg van de slijtage aan haar nek. Altijd maar dat geploeter op het land.

Nooit kwam zijn vader vroeger eens kijken bij een voetbalwedstrijd, want hij moest naar het Bos, naar die vermaledijde aardbeienplantjes. En nu hij als opa bij de sportwedstrijden van zijn kleinkinderen kan kijken, laat hij het weer afweten. Hij wil dat niet, dat opaschap, hij wil op het Bos zijn.

Van Mersbergen keek naar buiten en wist het zeker: als hij het Bos zou hebben, zou hij alles eraf mieteren. Al die bouwsels, die zelfgegraven sloten, de moestuin. Hij zou ruimte creëren, het leefbaar maken, iets creëren wat op het sociale is gericht. Je denkt toch niet dat hij in z’n eentje in de polder gaat zitten.

Jan van Mersbergen, Mijn pa is nooit alleen, uitgeverij Lebowski, 22,99 euro.


CV Jan van Mersbergen

10 april 1971 Geboren in Gorinchem.

1990 Hbo opleiding HBO Cultuur en Beleid, en Cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Hij werkte onder meer als stratenmaker, als opperman in de bouw, als proefdierverzorger, als postbode, maar voornamelijk in het theater: als producent, productieleider, decorbouwer, fondsenwerver en administrateur. Sinds 2000 voornamelijk werkzaam als auteur. Onder meer:

2001 Romandebuut De Grasbijter.

2010 Redacteur De Revisor.

2011 BNG Literatuurprijs voor Naar de overkant van de nacht.

2014 F. Borderwijk Prijs voor De laatste ontsnapping.

2017 Thrillerdebuut als Frederik Baas, Dagboek uit de rivier.

2021 Tiende roman, Een Goede Moeder.

Jan van Mersbergen woont in Amsterdam samen met zijn vriendin en drie kinderen.

Meer over