ColumnArnon Grunberg

Met mijn baby op de arm denk ik aan de dingen in het leven die je niet moet doen en tóch doet

null Beeld

Morges is een stadje tussen Montreux en Genève, niet ver van Glion, waar ik wil sterven. Het is moeilijk om je dood te plannen, zeker als je niet fulltime voor God wilt spelen, maar sinds een vriendin in New York vertelde dat de belangrijkste vraag niet is waar je wilt leven maar waar je dood wilt gaan, is Glion dikwijls in mijn gedachten.

Op een nazomerse middag arriveerden we in Morges: baby, moeder en ik. Met jong leven in je armen dien je niet aan Glion en de dood te denken.

Er was een literair festival, iedereen die gevaccineerd was, was welkom. Een Franse uitgever vertelde dat het vóór covid druk was in de tente dédicace, een hete tent waar schrijvers achter boeken zaten om ze te signeren. In de tente dédicace kon het ego van de schrijver, misschien ook van de lezer, beschadigd worden; zij wachtten op elkaar en liepen elkaar net mis. Al kan het ego natuurlijk op elke straathoek beschadigd worden, zeker als het roofdier ijdelheid je te pakken heeft.

Bij het ontbijt kwam Anna Enquist naar ons toe. Sinds ik met haar in de herfst van 2018 garnalenkroketjes in Keyzer in Amsterdam heb gegeten voel ik milde liefde voor haar. Niet dat die milde liefde geresulteerd heeft in veel contact, maar dat hoeft niet. Soms als ik ’s avonds alleen op een hotelkamer ben, noem ik hardop de namen van de mensen voor wie ik milde liefde voel. Dat moet voldoende zijn.

Anna Enquist keek naar de baby en zei met enige ontroering: ‘Breng hem nog niet naar de kinderopvang. Dat is niet goed voor hem.’

Sindsdien denk ik met hem in de armen even aan al die dingen in het leven die je niet moet doen, die je tóch doet.

Het milde schuldgevoel is verslavend.

Meer over