De eenzame uitvaart vanMeneer van der H.

Meneer van der H. kon zo uitstekend verhalen verzinnen dat hij iedereen van zich vervreemdde

Beeld Merel Corduwener

Toen zijn vriendin hem leerde kennen, leek meneer Van der H. haar een aardige, stabiele man. Hij was zoon van een miljonair, had een kapitaal op de bank en zag er geweldig uit op de foto. 

Poule des Doods

Schrijver Joris van Casteren doet verslag van zijn wederwaardigheden als coördinator bij het begeleiden van eenzame uitvaarten in Amsterdam. Daarbij leest een dichter, aangesloten bij de zogenoemde Poule des Doods, een gedicht voor de gestorvene voor. Vandaag voor meneer Van der H.

De vriendin van meneer Van der H. is zijn vriendin niet meer, na alles wat ze over hem heeft ontdekt. Het doet haar zeer, maar ze komt niet naar zijn begrafenis. Zijn broer wil ook niet komen, een tante en een oom bedanken eveneens.

In de zomer van 2017 verscheen hij in haar leven, ervoor hadden ze al eens contact gehad via de sociale media: een praatgroep van de voetbalclub waarvan ze beiden fan waren.

Hij schreef haar in een privébericht dat hij haar foto’s leuk had gevonden, konden ze niet eens afspreken? Het leek haar wel wat, in zijn eerdere berichten was hij netjes en fatsoenlijk.

Op zijn foto’s zag hij er ook goed uit: lang zwart haar, kralenketting op de gebruinde borst. Met zijn mysterieuze blik en kalme uitstraling deed hij haar denken aan een wijze indiaan.

Ze schreef dat hij naar haar woning in Vijfhuizen moest komen, door de multiple sclerose die haar bij vlagen zwaar treft bewoog ze zich op dat moment maar moeizaam voort en bleef ze liever binnen.

***

Aan haar deur verscheen een miezerige gestalte, op slippers en in korte broek. Het was onmiskenbaar dezelfde man, maar hij leek wel gekrompen. Ze bestelden pizza, hij at er gretig van. Onderwijl vertelde hij over Bali, waar het noodlot voor hem had toegeslagen.

Terwijl hij in zee zwom hadden ze al zijn spullen gestolen, hij kon niet aantonen wie hij was en werd ruim een maand vastgezet. Het was belachelijk, hij was de zoon van een miljonair, op Bali had hij bovendien een succesvol reisbureau opgezet.

Met geleend geld van een vriend had hij Nederland weten te bereiken. Gelukkig kon hij weer beschikken over het maandelijkse dividend dat het kapitaal van zijn overleden vader hem opleverde. Zijn riante woning in Amsterdam had hij nog niet terug, daar zat een huurder in die er niet uit wilde.

***

Meneer Van der H. bleek in Beekbergen te zijn opgegroeid, zijn moeder was half-Javaans. Het beursgenoteerde miljoenenbedrijf van zijn vader heette Try Batteries, in zijn vrije tijd was pa imker geweest. Samen met ma, die in 2014 kort na hem overleed, had hij heerlijke honing geproduceerd.

Na voltooiing van zijn hbo-opleiding business management in Maastricht was meneer Van der H. bij de vestiging van Try Batteries in Hongkong stage gaan lopen. Vervolgens had hij een poos in Boston de zaken gerund en was hij de hele wereld over gevlogen, meer dan honderd landen had hij bezocht.

Honderduit vertelde meneer Van der H. over exotische bestemmingen en dure hotels, ze hing aan zijn lippen. Hij was 46, maar had al vreselijk veel meegemaakt. Ze vond hem charismatisch en mentaal heel erg sterk.

Sociaal bewogen was hij ook: met een deel van zijn geld had hij een organisatie opgericht die ex-drugsverslaafden hielp hun leven weer op orde te krijgen. Om ze voor afglijden te behoeden onderhield hij met sommige cliënten persoonlijk contact.

Er kwam een tweede afspraak, en een derde. Ze was eigenlijk nog niet toe aan een relatie, herstelde nog van de slepende affaires met twee gewelddadige exen die haar zo veel leed hadden berokkend dat ze er in een kliniek in Amstelveen voor was behandeld.

Maar meneer Van der H. was zo’n goed mens, hij was direct heel zorgzaam voor haar, knuffelde oneindig met haar kat, dus was ze vlug voor hem gezwicht. Ze stelde hem voor aan haar broer, die ook meteen bevriend met hem raakte.

***

Omdat hij voorlopig niet terecht kon in zijn eigen woning sliep hij eerst bij een vriend in Groningen op de bank, en toen bij een kennis uit Veenendaal, maar daar was hij ineens niet meer welkom.

Zodoende trok hij sneller dan verwacht bij haar in, meer dan een koffer met twee trainingspakken, die droeg hij het liefst, en wat ondergoed had meneer Van der H. niet bij zich.

Hij zorgde dat er een autootje kwam, het moest voorlopig op haar naam, als zijn zaken weer op orde waren, er speelde iets met de belasting, zouden ze een mooiere auto kopen.

Regelmatig reed hij haar naar het Haarlemse bos, de geitenboerderij in het Amsterdamse bos was ook een geliefde bestemming. Net als zij was hij dol op dieren, eigenlijk was hij enthousiast over alles waar zij van hield, zoiets had ze nog nooit meegemaakt.

Ze hield van een landelijke interieurstijl. Regelmatig trok hij er in hun autootje op uit en keerde terug met allerlei meubels, vaak tweedehands, waar ze dan samen een perfect plekje voor vonden. Hij verfde haar muren in precies de juiste kleuren.

Nooit was hij boos of ongeduldig, er ging een serene rust van hem uit. Ze meende een lieve, stabiele man te hebben gevonden, heel anders dan de gewelddadige exen die haar beeld van mannen tot dat moment hadden bepaald.

Toen haar broer een woning in Nieuw-Vennep kocht, zei meneer Van der H. dat hij hem zou helpen met de hypotheek. Omdat dat echt niet hoefde, stond hij erop in ieder geval de verhuizing te betalen.

De verhuiswagen verscheen niet, haar broer belde op in paniek. Het speet meneer Van der H. zeer, hij hoorde net van zijn boekhouder dat er in verband met een zakelijke transactie een fors bedrag van zijn rekening was afgeschreven.

***

Na een half jaar samenwonen vroeg meneer Van der H. haar ten huwelijk. Ze was in tranen, zei ja. Hij ging met haar naar huizen kijken. De woning in Amsterdam zou hij kunnen verkopen, op zijn Bank of America-rekening stond bovendien nog een flink kapitaal.

Een makelaar leidde hen rond door een villa aan de Kromme Spieringweg, niet ver bij haar vandaan. Er hoorde een zwembad bij en een flink stuk grond, waar ze varkentjes zouden kunnen houden.

De villa kostte negen ton, dat was geen probleem, meneer Van der H. plaatste subiet zijn handtekening onder het voorlopige koopcontract. Van een sleuteloverdracht kwam het niet. Na een paar maanden zou volgens hem zijn geconstateerd dat de aanbouw aan het verzakken was.

***

In de zomer van 2018 viel het haar op dat meneer Van der H. steeds magerder werd, bovendien zag hij geel, zijn urine had de kleur van koffie. Ze bracht hem naar haar huisarts, die stuurde hen door naar het ziekenhuis, waar alvleesklierkanker werd vastgesteld.

Na een succesvolle operatie diende meneer Van der H. een chemokuur te ondergaan, die hij na een week, vanwege de bijwerkingen, alweer afbrak: hij voelde zich naar eigen zeggen goed en genezen.

Thuis was hij zorgzamer dan ooit, verwende haar met cadeautjes. Ze begon te geloven dat hij inderdaad beter was, hij at weer als een paard en kwam behoorlijk aan. Haar conditie verslechterde juist, de ms tastte haar gezichtsvermogen aan.

Ze kon nog amper lezen van het scherm, dus hielp hij haar met bankzaken, hij was er goed in, ontfermde zich ook over binnenkomende post. In Nieuw-Vennep, waar haar broer was gaan wonen, had hij een schitterende woning te koop zien staan, de fundering was goed ditmaal.

Ze was haar spullen al aan het inpakken toen er helaas slecht nieuws kwam: de Belastingdienst lag dwars. Ze werd razend, dit kon hij niet maken. Hij beloofde met Bank of America te gaan praten, die zaten in de Rembrandttoren bij het Amstelstation.

Zijn contactpersoon bij die bank was Joshua van de Berg, hij belde regelmatig met deze man. Omdat ze bij het gesprek aanwezig wilde zijn, namen ze samen de trein. Op het Amstelstation werd hij gebeld: Joshua van de Berg, de afspraak kon helaas niet doorgaan.

Ze wilde hem het huis uitzetten, hij zei dat hij het snapte en zou uitzien naar een tijdelijke woning, via zijn contacten was dat te regelen. In plaats daarvan kocht hij een hondje voor haar, en nog een aantal prijzige geschenken.

Alles bleef bij het oude. Hoe kon ze ook boos op hem zijn? Ze moest een voorbeeld nemen aan zijn optimisme, was hij niet oneindig genereus? Zijn dividendgeld ging op aan haar, voor zichzelf kocht hij nooit wat. Waarom ook trouwen en een woning, hadden ze soms niet genoeg aan elkaar?

***

In het voorjaar zag hij er opnieuw slecht uit, in mei stuurde ze hem naar de dokter. Die zou hebben gezegd dat er niets aan de hand was, hij moest rustig aan doen, dat was alles. Ze belde de dokter. Meneer Van der H. was niet langs geweest.

Ze zei dat hij voortaan elders kon overnachten, dit was te veel voor haar. Hij vertrok, ze vernam dat hij in een hotel in Duivendrecht verbleef. Vanuit dit hotel, dat zich niet in Duivendrecht maar in Hoofddorp bleek te bevinden, werd hij een week later per ambulance naar het VU-ziekenhuis vervoerd.

De kanker was terug, zat overal. Volgens hem viel het wel mee, met wat Iberogast, een kruidengeneesmiddel, zou het snel verholpen zijn. Hij zei vanuit het ziekenhuis te bellen. Bij navraag bleek hij daar alweer te zijn vertrokken.

Ze vond een zak naast haar deur, de post van maanden, ongeopend: aanmaningen, herinneringen. Met haar broer nam ze haar rekeningafschriften door. Meneer Van der H. bleek genereus te zijn geweest met haar eigen geld, inkomsten uit de Wajong-uitkering die ze geniet, bestemd voor de vaste lasten.

Na lang zoeken vond ze zijn oom en tante, die net als zijn broer het contact met hem lang geleden al hadden verbroken, vanwege zijn dwangmatige gelieg, ‘pseudologia fantastica’, dat ook zijn ouders tot wanhoop had gedreven.

Er was geen studie in Maastricht, in Boston of Hongkong was hij nog nooit geweest. Try Batteries bestond niet, zijn vader had geen miljoenenonderneming. Het huis in Amsterdam was van een ex.

Ze belde met een man die aan zijn drugsverslaafdenorganisatie verbonden zou zijn. Er was geen organisatie. De man was een gebruiker, net als meneer Van der H. zelf, die inderdaad op Bali was geweest, waar de heroïne goedkoop was. Nu hij haar toch sprak: hij en vele anderen hadden geld van hem tegoed.

Een woedend bericht liet ze voor hem achter: het doek is gevallen, ik weet nu alles. Op 17 juni werd meneer Van der H. met een ambulance afgeleverd bij hospice Hof van Sloten, zes dagen later was hij dood.

Op Sint Barbara laat ik een week later Let love rule van Lenny Kravitz voor hem spelen, dat nummer wilde hij volgens haar horen op zijn begrafenis. Meneer Van der H. was geen slecht mens, dat weet ze zeker. Hij wilde altijd iemand anders zijn, kon zichzelf niet accepteren.

Voorstel

Iemand schreef: geloof maar niets van wat hij zegt.
Dit zijn de feiten. Je kuste een dolfijn, een kind, een geit.
Je knuffelde verschillende honden en minstens één varken.

Je wandelde door koude parken en stond in de branding
op Bali. Je betaalde met je Rabo Wereldpas. Op een dag
spoelt alles aan: de plaatsen waar je was, muziek

waarvan je hield, de voetbalclub die bij je paste, beeld
waarop je nog een tijdje door de wereld zal geraken.
De waarheid is ongeneeslijk, de dood te saai

voor dichters en fantasten. Wat is eigenlijk zieker,
alles zien zoals het is of je leugens dwangmatig herhalen
tot ze op een haar na waar zijn? Wie verklaart je neergang

van hotel naar hotel, alsof je op de valreep onderzocht
hoe men zijn zieke zelf verlaat, of je tóch ontsnappen kon
aan je vergeelde spiegelbeeld, of je je nog één keer

uit een huid kon praten die verschoot onder de letters
op je borst: verdroom je leven niet, maar leef je droom.
Ik heb een voorstel. Voor de duur van deze woorden

ging het allemaal zoals jij zei. Ik laat het deksel
op een kier, jij ligt niet voor me, dit kwartier bestaat
alleen in het verhaal dat jij op dit moment

zit te vertellen op het strand, die scheve grijns
op je gezicht, je sigaret in de gebruinde hand,
aan iemand die het bijna niet geloven kan.

Ingmar Heytze

Meer over