Meloenschil

'Onder inmaken verstaat men het geschikt maken van levensmiddelen om ze voor langen tijd te kunnen bewaren.' Dat schreef C.J....

A. Simonsz geeft in haar Geillustreerd Kookboek (1903) aan wanneer je aan de slag moet: rabarber in mei (zuinige huisvrouwen hebben volgens Simonsz hopelijk het laatste van de vorige inmaak nog in huis) en juni, in juni ook sjalotten. In juli postelein, sla, wortelen, doperwten, peulen en 'groote' bonen, ook verschillende soorten gelei en zuren moeten worden ingemaakt; in augustus zijn komkommers en augurken voor inmaak geschikt, in september sla- en snijbonen, in oktober andijvie en zuurkool, die kan in november ook nog, maar dan zijn ook worst, pekelvlees, hoofdkaas en paté aan de beurt. En in december wordt de eerste inmaak aangesproken.

In de jongste 'Wannée' (25ste druk uit 1997) is nog altijd een hoofdstuk over het bewaren van groente en fruit. Maar het is allemaal minder arbeidsintensief en ook een beetje voor de lol (zelf jam maken, of boerenmeisjes). Er is maar weinig wat je niet het hele jaar kunt kopen. Ja, zoiets als rabarber, maar dan moet de compote nu toch wel als de bliksem gemaakt en ingevroren worden. Invriezen heeft heel wat bewaar-technieken overbodig gemaakt.

Onze overgrootmoeders waren zuinig, in ieder geval de kookleraressen. Zo geeft Simonsz een recept voor meloenschil in zoetzuur, waarvoor nodig zijn: '1 kilogram meloenschil, 1 flesch beste azijn, 300 gram suiker, 10 kruidnagelen, 20 gram pijpkaneel. Meloenschil in zoetzuur wordt bereid van de harde deelen van den meloen, dus uit het waardelooze gedeelte dezer vrucht. Wil men de schil er voor gebruiken, dan wordt alleen het eetbare gedeelte van de vrucht op tafel gebracht. De azijn met de suiker en de kruiderijen wordt gekookt. In deze stroop laat men de meloenschil, in stukken gesneden, tien minuten koken, om daarna in een pot of flesch te worden gelegd. De suikerstroop kookt men nog gedurende eenigen tijd in, om de flesschen met meloenschil mede bij te vullen.'

Ook Wannée verwerkt meloenschillen, maar zij schilt 'de overgebleven meloenschillen dun af', snijdt die dan in blokjes en steekt in ieder blokje een kruidnagel en een stukje pijpkaneel. De nodige suiker is in gewicht gelijk aan de meloen en bij het koken staan de blokjes helemaal onder de azijn.

Van Wannée mag ook een onrijpe meloen worden gebruikt en dat is in de 25ste druk nog net zo.

Meer over