Meldpunten vinden het geven van advies het belangrijkst; Nieuwe opzet vergemakkelijkt melden kindermishandeling

Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling krijgt steeds vaker dit soort telefoontjes: 'Naast me woont een moeder die het niet aankan....

Van onze verslaggeefster

AMSTERDAM

Nog steeds wordt naar schatting de helft van het aantal gevallen van kindermishandeling wel opgemerkt, maar nooit doorgespeeld. Omstanders denken vaak dat ze het zeker moeten weten, voordat ze aan de bel kunnen trekken. Een jaar lang is op drie plekken in het land geëxperimenteerd met het Advies- en Meldpunt voor Kindermishandeling (AMK), dat de Vertrouwensarts moet gaan vervangen. Binnenkort worden in het hele land meldpunten ingericht.

De AMK's hebben nadrukkelijk het woord advies in hun naam verwerkt, want daar moet het zwaartepunt van het werk komen te liggen. Bij de drie proefprojecten bleek dat al het geval: 30 procent van de telefoontjes leidde tot een melding van mishandeling waarvoor het meldpunt zelf in actie komt. Het bureau zoekt uit of de melding reëel is, neemt contact op met de ouders en zorgt dat er hulp komt. Een kwart van de meldingen wordt overgedragen aan de politie of de Raad voor de Kinderbescherming.

Het grootste deel van het werk bestaat uit adviseren. De maatschappelijk werker gaat eerst samen met de beller na wat die kan doen. Dat geldt niet alleen voor hulpverleners die bellen, of huisartsen, leerkrachten en leidsters van crèches, maar ook voor familie, buren en kennissen.

A. van Gend, maatschappelijk werkster bij het AMK in Amsterdam: 'De buurvrouw die belt over een moeder die het niet aankan, adviseren wij eerst zelf eens met die moeder te praten. Wij vertellen haar hoe ze dat het beste kan aanpakken. Dat ze niet zegt: ''Wat jij doet met je kind kan echt niet'', want dan klapt die moeder meteen dicht. Maar als ze zegt: ''Je hebt een leuk joch, maar ik hoor dat hij nogal druk is'', komt er meestal wel een gesprek op gang.'

'Coachen op afstand' is wat het meldpunt doet. De buurvrouw kan altijd terugbellen als ze de situatie toch niet vertrouwt, maar meestal zijn een of twee telefoontjes genoeg om steun of hulp voor de ouders te organiseren. In 10 procent van de gevallen is het AMK er langer druk mee.

Veel huisartsen en leerkrachten durven een telefoontje naar een meldpunt niet aan, omdat ze denken dat hun naam dan bekend wordt bij het gezin. Of ze zijn bang dat de deur naar het gezin helemaal dichtslaat als ze tegen de ouders uitspreken dat ze denken aan kindermishandeling.

Een ongegronde angst, vindt M. ter Meulen, hoofd van het Amsterdamse meldpunt: 'Een arts of leraar kan met het meldpunt per gezin overleggen wat de beste aanpak is. Het is bijna altijd beter als de huisarts of de leerkracht zelf zijn vermoeden met de ouders bespreekt en als zij samen zoeken naar verlichting van de taak van de ouders. Als ze maar geen beschuldigingen uiten.

'Vaak zijn de ouders enorm opgelucht als iemand opmerkt hoe zwaar ze het hebben en willen ze graag geholpen worden. Klinkt wat de beller vertelt echt alarmerend, dan neemt het meldpunt de zaak over.' De naam van de beller wordt dan wel bekend aan het gezin, tenzij hij goede reden heeft voor hen anoniem te blijven. Voor de ouders is dat vaak heel naar, ze gaan iedereen in hun omgeving wantrouwen.

De nieuwe meldpunten werken veel opener dan de bureaus Vertrouwensarts. Vier weken nadat een melding binnen is, worden de ouders daarvan op de hoogte gebracht. Bovendien hebben zij en hun kinderen boven de twaalf jaar recht op inzage in het dossier.

De maatschappelijk werkers en artsen afkomstig van de bureaus Vertrouwensarts zagen aanvankelijk nogal op tegen deze werkwijze. Nu merken ze dat openheid een voordeel is. Als ouders een oproep krijgen en het woord kindermishandeling lezen, roept dat veel spanningen op, maar na het eerste gesprek zijn ze meestal erg opgelucht.

Als er over het hele land meldpunten komen, leidt dat zeker tot meer meldingen. De proefprojecten kregen 30 procent meer bellers dan voorheen. Dat vraagt meer maatschappelijk werkers en meer hulpverleners.

Nu konden veel dossiers niet op tijd worden gesloten omdat de verwijzing naar de hulpverlening stagneert. Vrijwel overal zijn enorme wachtlijsten, vooral in de grote steden. Er zal zeker geld bij moeten. Staatssecretaris Terpstra van VWS heeft al aangekondigd dat ze 'niet op een dubbeltje zal zitten'.

Meer over