Meer humor, homo's!

Loes Faber (22) kon haar missie vormgeven in haar afstudeerproject op de kunstacademie. En die missie is: homoseksualiteit met meer humor benaderen....

Tekst Karolien Knols

Loes Faber valt op meisjes. In Groningen, waar ze woont, liep ze een keer hand in hand met haar toenmalige vriendin. ‘Zijn jullie lesbisch? Geil!’, riep een stel jongens vanuit een auto. Nou ja, ze kan het hebben. Deze zomer is ze afgestudeerd aan de kunstacademie met wat ze zelf ‘een soort van homocanon’ noemt: tien vrolijk geschilderde posters en een Eerste Hulp Bij Homoseksualiteit-kit met evenzo vrolijke homo’s en lesbo’s die het gaykwartet spelen, dansen op een gay-cd, of een geschaafde arm beplakken met een regenboogpleister.

Haar missie is duidelijk: homoseksualiteit moet met meer humor worden benaderd. ‘Ik ben ervan overtuigd dat je het voor jezelf en voor je omgeving minder zwaar maakt als je de draak met je seksualiteit durft te steken.’

Niet dat ze dat zelf meteen kon. Vroeger was Loes Faber een stoer heteromeisje. Nooit eens spelen met poppen, altijd meedoen met de jongens. Toen ze ging puberen, kreeg ze nog niet nader gedefinieerde gevoelens voor meisjes: ‘Wat ik voelde, lag tegen adoratie aan. Het was een mengeling van tegen iemand opkijken én heel erg leuk vinden.’

Op haar 16de werd ze voor het eerst door een vrouw versierd, en vielen al die gevoelens op hun plaats. Ze hield ze alleen nog even geheim voor haar ouders en haar vriendinnen. ‘Ik was er nog niet zo mee op mijn gemak, namelijk. Al mijn vriendinnen waren hetero. Als we uitgingen, waren we altijd met jongens bezig. Ik ook. Ik kon daar makkelijk in meegaan, want ik voelde er toch niks bij. Misschien hoopte ik ook wel een tijdje dat ik gewoon hetero zou zijn. Dat ik hetzelfde was als mijn vriendinnen. Niet afwijkend was. Er speelden in die tijd wel doemscenario’s door mijn hoofd: straks vinden ze me vies, zijn ze bang dat ik ze ga versieren, val ik buiten de groep.’

Een jaar later kreeg ze voor het eerst echt verkering met een meisje. Haar ouders en haar zussen zeiden: ‘Wisten we al.’ Haar vriendinnen waren ‘totaal relaxed’. ‘Het enige wat ze zeiden was: ‘We moeten even aan het beeld wennen van jou met een meisje.’’

En toen was het: de gayscene ontdekken. Een scene met opvallend veel mensen uit de mode- en de kunstwereld, met veel feesten, rariteiten, verkleedpartijen, vrolijkheid, hier en daar een verdwaald heteromeisje dat het wel spannend vond om te kussen met een meisje. Kortom, zegt Loes: ‘Dat is dan de leuke kant.’

De minder leuke kanten kreeg ze ook al snel te zien. ‘Ik word een beetje kriebelig van dat overdreven nichterige gedrag van homo’s. Dan denk ik: je bent een man, waarom ga je je nou zo vrouwelijk gedragen? Bij veel lesbo’s heb ik hetzelfde. Waarom moet je al je vrouwelijkheid verliezen als je op vrouwen valt? Ik wil niet negatief klinken, maar die neiging om je als groep zo duidelijk te definiëren, soms op het militante af – ik heb er niet zoveel mee.’

Waar ze wel wat mee heeft: ‘De oude afleveringen van Theo en Thea in de Gloria. Ik was nog maar net geboren toen die werden gemaakt, maar de humor van toen staat nog steeds overeind. Ze hebben een keer een aflevering gemaakt over homoseksualiteit. ‘Hallo flikkertjes uit Rotterdam en pottelientjes uit Amsterdam’, zo begonnen ze. En ze maakten grappen over hoe je als kind kon zien of je moeder lesbisch was. Thea: ‘Als ze haar op haar benen heeft.’ Theo: ‘Of als ze een baard heeft.’ Kijk, dat bedoel ik met een beetje de draak steken met jezelf.’

Haar ‘homocanon’ heeft eenzelfde sfeer. Vrolijk, humoristisch, maar met een serieuze ondertoon. ‘Ik wil laten zien dat het niet vreselijk hoeft te zijn om uit de kast te komen. De Eerste Hulp Bij Homoseksualiteit-kit – hij bestaat nog niet, maar dit moet er in zitten: een adressenlijst, een coming-out-instructie-dvd, buttons, een boekje met vragen en antwoorden over homoseksualiteit, een gaykwartet – is niet alleen maar grappig. Het is mijn bijdrage aan de emancipatie.’

Een half jaar geleden zag ze de film Milk – over Harvey Milk, de eerste openlijk homoseksuele stadsbestuurder in de Verenigde Staten, icoon voor de Amerikaanse homobeweging. ‘Door die film ben ik op het idee gekomen voor mijn canon. Ik voelde ineens een grote dankbaarheid voor de generatie die voor homorechten gevochten heeft. Ik dacht: ik kan wel alleen een beetje dom lesbisch zijn, maar ik kan ook nog iets goeds doen. Ja, we mogen trouwen in Nederland, en kinderen krijgen. Maar je moet toch nog steeds je plek bevechten. Alleen: van mij mag die strijd wat vrolijker.’

Meer over