Mascara en lipgloss

De diefstal van mascara bij een drogist zet de vriendschap van vijf vriendinnen onder druk. Want hoe loyaal ben je als je voor de kinderrechter moet getuigen tegen je beste vriendin?...

Mooie meiden in de rechtbank. Ze zitten alle vier apart, maar ze horen overduidelijk bij elkaar. De lippen zijn gestift, de nagels gelakt, de oogschaduw opgedaan, de oorbellen in, de armbanden om. De meesten hebben een handtasje bij zich, bij sommigen is die trendy klein. Velen worden vergezeld door een oudere man, de vader.

Ze zijn opgeroepen als getuigen in de zaak tegen Jennifer.

Jennifer is net 16 geworden, ze heeft haar moeder meegenomen en een overijverige advocate, die de vorige keer tijdens de zitting de kinderrechter ervan wist te overtuigen dat vier getuigen het minimale vereiste was om de rechtspraak in Nederland naar behoren te laten functioneren.

Waarvan wordt Jennifer verdacht? Dat weet Simone. Zij (15) en Jennifer waren beste vriendinnen tot die dag in juni 2006. Simone vertelt: ‘We waren bij het Kruidvat. We waren niet van plan om te stelen, het ging allemaal heel snel. We hebben dingen in mijn tas gedaan en zijn naar buiten gelopen. Toen ging het alarm. Jennifer en ik hadden de spullen gepakt.’

De kinderrechter: ‘Wat hadden jullie gepakt?’

Simone: ‘Mascara, foundation, lipgloss, een kleine deodorant en een oogpotlood.’ Een prachtige buit voor giebelmeiden. Maar Simone werd opgepakt en moest mee naar het politiebureau. Daar biechtte ze alles op. Ook de rol van Jennifer. Die kreeg een paar weken later een oproep om voor de kinderrechter te verschijnen. De vriendschap tussen Jennifer en Simone was meteen bekoeld.

‘Jij bent een gemenerik’, schreef Jennifer Simone via een chatbox .

‘Hoezo?’

‘Omdat jij bullshit hebt gezegd en ik nu naar de kinderrechter moet.’

‘Ik heb niks tegen de politie gezegd.’

‘Dit komt allemaal door jou. Jij vertelt bullshit.’

En dan op heel andere toon: ‘Hé mag ik je wat vragen, waarom heb je alles gelogen over het Kruidvat?’

Simone schrijft dat ze niet begrijpt dat Jennifer naar de kinderrechter moet. Zelf heeft Simone inmiddels een taakstraf van zeven uur gedaan. ‘Vier uur afval prikken en drie uur werken op de kinderboerderij. Dat laatste was eng, ik ben bang voor kippen.’

Jennifers lieflijke toon aan het einde van de chatsessie had een reden, ze was reeds bezig haar verdediging te organiseren. De chatsessie met Simone werd uitgeprint, en de andere vriendinnen werden benaderd om vooral haar onschuld te bewijzen. Zo weet Jennifer precies wat de meeste meiden vandaag gaan zeggen.

Angelique (14), getuige 2: ‘Nee, ik heb niet gezien dat Jennifer iets pakte. Maar we stonden bij de make-up en Simone stond zich op te maken. Later liet Jennifer wel twee mascararollers zien.’

Anouchka (15), getuige 3: ‘Ik kwam heel laat aan. Ze waren in het Kruidvat bij de make-up aan het kijken. Ze zaten aan de streepjescodes te peuteren. Ik dacht: wat is nu het beste? Blijven bij mijn vriendinnen of weggaan? Ik ben gebleven, maar ik heb niet gezien dat ze iets in de Simones tas stopten.’

Carlijne (14), getuige 4: ‘Jennifer heeft twee mascara’s laten zien. Maar die waren van Angelique, die had ze in Simones tas gedaan. Het klopt dat Jennifer me heeft gevraagd om dingen die in haar dossier staan en die niet waar zijn, op te schrijven.’

Simone, getuige 1: ‘We zijn niet de beste vriendinnen meer, maar we hebben geen ruzie of zo.’

Op gezette tijden laat Jennifer een ‘tsss’ horen of een ‘pfffii’, of een ‘nou jaaa’, of ‘dat is niet waar’. Een keer barst ze in snikken uit. Verder is ze de onschuld in persoon, verbijsterd over zo veel onrecht dat haar wordt aangedaan.

De kinderrechter: ‘De signalen, jongedame, zijn in het negatieve. Het lijkt of je manipulatief wilt zijn, of je de wereld naar je hand wilt zetten. Het verhaal over de diefstal geloof ik eerder dan dat ik het kan bewijzen. Ik zal je daarom vrijspreken. Maar moeder, haar uitstraling vind ik niet goed. Daaraan moet echt worden gewerkt.’

Peter de Greef

Meer over