'Macho-vakbondsmannen sterven vanzelf uit'

De doorbraak van de vrouw in de FNV leek medio jaren tachtig een feit. Met Greetje Lubbi als aanvoerder van de Voedingsbond FNV, Ella Vogelaar als voorzitter van de ABOP en Karin Adelmund als gedoodverfd opvolger van Johan Stekelenburg....

Van onze verslaggeefster

Margreet Vermeulen

AMSTERDAM

'Welnee', vindt Karin Adelmund, de huidig partijvoorzitter van de PvdA. 'Bij de werkgeversorganisatie VNO/NCW moet ik de eerste vrouw in de top nog tegenkomen. Wat dat betreft steekt de FNV met kop en schouders uit boven het bedrijfsleven en, niet te vergeten, de politiek.'

In de jaren tachtig groeide het aantal vrouwelijke FNV-bestuurders razendsnel. 'We hadden de wind mee. Zo gaat dat vaak met maatschappelijke ontwikkelingen als ze eenmaal doorbreken', herinnert Adelmund zich. 'Maar dan volgt de periode dat je je winst moet vasthouden. Zo'n proces van consolidatie is taai. Het is nooit een rechte weg vooruit. Maar er is ook geen weg terug.'

Bijna een kwart van de vakbondsbestuurders is nu vrouw. Dat is een substantieel deel, vinden de FNV-vrouwen zelf. 'Maar genoeg is het niet', zegt Jannie Mooren, lid van het hoofdbestuur van de Voedingsbond FNV. 'Genoeg is het pas als de verhouding man-vrouw in het bestuur fifty-fifty is. Maar ik wil wel de kanttekening maken dat ik aan de andere kant van de onderhandelingstafel nooit een vrouw zie. Ook bij de milieubeweging en de andere vakcentrales ontmoet ik geen vrouwen op mijn niveau.'

Alle FNV-vrouwen vinden dat er in de bond enorm veel is bereikt. 'Je had me moeten zien toen ik tien jaar geleden de kinderopvang op de agenda van de haven-cao zette', grinnikt Mooren. Nu zijn deeltijdarbeid, ouderschaps- en zorgverlof volstrekt geaccepteerde vakbondsthema's. 'Ook voor mannen zelf', benadrukt Adelmund nog eens. 'We hebben ook mannenlevens beïnvloed, al was het alleen maar omdat we massaal de arbeidsmarkt op zijn gegaan.'

Vrouwelijke FNV-bestuurders voelen zich doorgaans niet op zichzelf teruggeworpen, zoals Ella Vogelaar. 'Zoiets ligt aan jezelf', meent Marianne Ramak, bijna 25 jaar bestuurder bij de Dienstenbond FNV. 'Als je geïsoleerd raakt, moet je coalities sluiten met andere vrouwen of met gelijkgestemde, moderne mannen - en die zijn er genoeg.'

Volgens Ramak raken juist de ouderwetse, macho-vakbondsmannen steeds verder geïsoleerd. 'Ze sterven vanzelf uit.' Toch juichen alle vrouwelijke FNV-bestuurders het toe dat het congres afgelopen weekend een motie van de Vrouwenbond steunde om een cultuurverandering in de vakcentrale en de bonden op gang te brengen.

'Het is geen vrouwenvraagstuk, maar een cultuurvraagstuk', vindt Dorothé Brinkman, moeder van drie kinderen en hoofdbestuurslid van de Industriebond FNV. De bonden hebben een monocultuur van oudere, witte mannen. 'Nieuwe groepen vakbondsleden zoals jongeren, vrouwen en allochtonen herkennen zich daar niet in.'

Het moet maar eens afgelopen zijn met die flinkheidscultuur in de FNV. 'Onderhandelaars slepen hun cao altijd voor de poorten van de hel weg, liefst bij het krieken van de dag en na 36 uur onderhandelen. Als ik dat zie, moet ik altijd lachen om dat verbale geweld', zegt Ramak. 'Na 36 uur praten ben je heus niet meer bij je volle verstand.'

Onderhandelaars zijn bovendien eigenheimers, gewend om zaken te regelen in de wandelgangen en verzot op trucs om de tegenpartij onderuit te halen. 'Als je niet oppast, gebruik je die technieken ook intern en dat is funest voor de collegialiteit en teamgeeest', herinnert Mária van Veen, ex-voorzitter van de vrouwenbond FNV en ex-bestuurslid van de Voedingsbond FNV zich. De meeste zaken zijn volgens haar al onderhands geregeld voordat ze in de federatieraad (het hoogste orgaan van de FNV) komen. 'Daar hebben vrouwen moeite mee, meer dan mannen', meent van Veen. 'Maar die bestuurscultuur is honderd jaar oud. Dus die heb je niet één, twee, drie omgeturnd.'

Agnes Jongerius is een van de twee vrouwen in het nieuwe federatiebestuur. Ook zij is optimistisch gestemd; van een tweespalt tussen de seksen is volgens haar geen sprake. 'Nee, het is meer een generatie-conflict. Ook jonge mannen in de organisatie willen dat de club meer een afspiegeling van de samenleving vormt dan nu.' Al was het alleen om zelf korter te kunnen werken.

Meer over