MAARTEN 'T HART

Vroeger sloeg de travestiedrang toe als het niet goed met hem ging, tegenwoordig is het bijna andersom. Schrijver Maarten 't Hart kruipt steeds vaker in de huid van zijn feminiene alter ego....

tekst Ben Haveman fotografie Wim van de Hulst

Als de koeien van buurman Bertus in de stal roepen om verlossing van hun melk, brengt Maarten 't Hart een laag pancake aan op zijn gezicht. Even na vijven 's ochtends is hij voor de spiegel al in de weer. Met wenkbrauwpotlood. Met lippenstift. Met de handen van een bootwerker. Zijn behaarde tors verdwijnt in een truitje uit de dorpswinkel voor tweedehands kleren. Het wordt opgebold door siliconenprotheses van vierhonderd gulden per stuk. Geen tennisballen. Die bewegen niet fijn met je mee.

Terwijl half Nederland zich nog eens lekker omdraait, is de van God los geraakte auteur vrouw geworden. We mogen gewoon Maarten blijven zeggen.

Vanochtend begon de dag al om 03.24 uur - en nu eens niet door de aanvliegroute van Schiphol. Blijven woelen is dan tijdverspilling. Er moet zo snel mogelijk geschreven worden: vanuit het perspectief van een vrouwelijke hoofdpersoon. Leonie heet ze. Trouwe Hartianen volgden Leonie al in de roman De kroongetuige. Om in haar huid te kruipen, haalt de schrijver een antracietkleurig leren rokje uit de kast; de Maartje-kast.

Er hoort op deze stormachtige februaridag een sandalette met verhoogde hak bij. De aanplaknagels zitten nog oké, dus dat scheelt. Kauwend op een ontzwaveld reform abrikoosje (tegen verhoogde bloeddruk) concentreert het alter ego van Maarten 't Hart zich op zijn feminiene belevingswereld, geholpen door de absentie van echtgenote Hanneke, die vijf weken in India zit om Tamil te leren. Want Hanneke moet van die Maartje-poespas niks hebben.

'In het begin heeft ze van mij in vrouwenkleren nog wel eens foto's gemaakt. Maar nu is het helemaal niet meer bespreekbaar. Dus zijn er ook geen spanningen. Ook al is het een gekte van mij. Een hele erge gekte.'

Sloeg de travestiedrang vroeger toe als het niet goed met hem ging, tegenwoordig is dat bijna andersom. Maarten is meer en meer Maartje. Niemand in Warmond kijkt er nog van op als hij met pumps, asblonde pruik en Roef de hond door het dorp stiefelt. 'Als ik een zonnebril draag, geloof ik dat niemand mij herkent. Het eigenaardige is wel dat ze me de weg beginnen te vragen zodra ik me in deze kleren vertoon. Dat overkomt me nou nooit als ik een corduroy broek draag. Het is of de duvel d'r mee speelt. Ik begrijp dat niet. Dan lijk ik wel een wandelende plattegrond.

'Zaterdagmiddag zag ik een man belangstelling voor me krijgen. Hij stak de straat over en begon iets over de franje van mijn hondje te zeggen. Dat zou ik zelf nooit durven. We liepen alletwee verder, maar omdat het hier erg klein is, kom je elkaar weer tegen. "De derde keer trakteer ik, hoor", zei hij.' Oneerbare voorstellen bleven Maartje bespaard, of het zou die keer moeten zijn dat ze door een fietser uitgenodigd werd op de bagagedrager plaats te nemen, ten einde samen ergens koffie te gaan drinken.

'Het is absoluut niet de bedoeling om mannen te behagen. Ik moet er niet aan denken. Het is ook geen subtiele versiertruc, al kicken veel vrouwen erop. Het is om jezelf te behagen, dat narcistische kantje zit er erg aan. Je wilt zijn wat je begeert, zal ik maar zeggen. Je schept zelf de vrouw die je graag zou willen hebben. Hanneke zegt ook altijd tegen mij: "Je hebt mij helemaal niet nodig". Dat is haar grote bezwaar. In het begin reageerde ze nog mild en begrijpend. Ze begreep uit Other voices, other rooms van Truman Capote, een van mijn lievelingsboeken, hoe obsessief mijn neiging was. Later is ze moeilijker gaan doen.'

Erotiserend werkt de gedaanteverwisseling geenszins, o nee. Op geen enkele manier. De libido blijft buitenspel. Uit de mond van een gewezen bioloog klinkt dat bijna wetenschappelijk. Starend naar de transformatie van zijn eigen spiegelbeeld, bespeurt de schrijver, om het maar eens plat te zeggen, nooit een plotselinge opleving onder zijn glitterjurk. 'In veel boeken staat dat travestieten opgewonden raken, zichzelf aftrekken en dan hun kleren weer uitdoen. Nou, dan ben je meer een transseksueel. De euforie die ik voel moet te vergelijken zijn met een bepaald soort drugs, al heb ik die nog nooit geslikt.

'Damesstoffen voelen gewoon prettiger op je huid. Net het verschil tussen de Sunlight-zeep van vroeger en die overheerlijke zeepsoorten van nu. Een fysieke sensatie.'

Op de thee bij een dame, terwijl de wind op modderige klei het laatste restje snijbiet ranselt. De dame gooit een blokje in de haard. De dame vervolgt het aaien van de hondenkop die zich tegen haar zwartgekousde bovenbeen schurkt. De dame spreekt over meedogenloosheid van haar nieuwe seksegenoten, zoals: 'Dit kan toch helemaal niet wat je daar draagt, dit is van twee modes geleden!' Of: 'Je ziet er echt niet uit als je onder de droogkap vandaan komt.' Ze accepteren dat de beroemde schijver als vrouw rondloopt, maar ze willen wel van alles aan hem/haar veranderen. 'Vals terugdoen zit niet in mijn karakter, ik moet er wel om lachen.'

Een dikke dertig jaar geleden, Leids studentje nog, ging de eerste pruik op. Lichtrood. Van zes hoog de flat afgedaald, in rode schoenen, dito truitje en zwarte overgooier de straat op. Met hartkloppingen rondgefietst. En nagefloten. 'Nagefloten! Heerlijk gevoel was dat!' Met glans de lakmoesproef voor zijn latere boek Ik had een wapenbroeder afgelegd, kun je zeggen. Als puber al gek van verlangen naar lang haar, mooie borsten, mooie kleren; naar alles wat hem een vrouw zou kunnen maken.

Sterker: er woedde toen nog wel een hunker naar geslachtsverandering bij de zoon van een vrijgemaakt gereformeerde grafdelver. Zeker toen hij de koningin een rijtoer door Maassluis zag maken. Meisjes krijgen aandacht, dat had hij al vroeg in de smiezen: na de geboorte van zijn zusje. 'Alle liefde van mijn moeder voor mij was opeens verdwenen.' Is de publieke jurkerij van een 55-jarige bekende Nederlander dan niet één schreeuw om aandacht?

'Nee, want ik vind al die aandacht juist enigszins benauwend', antwoordt de gastvrouw, een lokje van haar pruik schikkend. 'Die aandacht lok ik weliswaar zelf uit met schrijven, maar het is niet prettig als onophoudelijk uit Duitsland mensen je willen interviewen.' En je voor heel veel Marken een stuk over Lienda deen Mool ('Wer mag das wohl sein?') willen laten schrijven. Maar aandacht van vriendinnen is onontbeerlijk. Ook qua winkelen.

'Laatst heb ik een jasje van tweeduizend gulden gekocht dat was afgeprijsd naar veertienhonderd gulden en dat is eigenlijk idioot. Te mooi. Het is een dure hobby, maar gelukkig heb ik nu een vriendin bij de ncrv gevonden die mijn maat heeft. Zo kunnen we wat uitwisselen.' Want: de travestiesector an sich gaat niet gebukt onder goede smaak, zo bleek hem op bijeenkomsten van de nvsh-werkgroep voor gelijkgestemden.

'Daar ben ik me doodgeschrokken. Wanstaltig hoe die mensen er uitzagen. Onder hen zijn ook homo's. Die doen het in het geheim en hebben geen feedback van een vriendin.' Sowieso valt er met een verklede loodgieter weinig over Bach, Proust of Kierkegaard te filoseren. 'Maar het ergste was nog de smerige geur van zware shag.'

'Elegant en gedistingeerd, dat wil ik zijn. Dat heeft natuurlijk met mijn afkomst te maken. Mijn vader was doodgraver, lager kon niet. Mijn gekte lijkt voor mij misschien een manier om hogerop te komen. Het hoeft niet per se Wassenaars te zijn. Zo'n Smit-Kroes ligt me niet. Dusty Springfield, die vond ik leuk. Net zo grof en groot als ik. Ik heb haar wel eens geplaybackt op een gala voor gehandicapte kinderen, dat zag er heel aanvaardbaar uit. Zingen kan ik niet, dat lijkt nergens op. Maar het liefst zou ik Kiri te Kanawa willen imiteren.' Zuchtend: 'Jammer, die Maori-ogen kan ik noooooit namaken.'

'Het leukste wat je kan meemaken is dat ze echt denken dat je een vrouw bent. In mijn nieuwe boek Een deerne van lokkend postuur staat dat in een cadeau-winkel in Leiden een bouwsel van glaswerk instort omdat een jongetje zijn vingers niet kan thuishouden. Komt de de vrouw achter de kassa boos op mij af en vraagt: "Mevrouw, is dat £w zoontje?". Dat vind ik een geweldige triomf.'

Maartje wil nog wel eens benadrukken dat hij Maarten maar een belazerde minnaar vindt. 'Te haastig, zoals in alles.' Evengoed schreef Maarten eens dat de vrouw met een beetje liefdeservaring de kaalkop - als hijzelf - prevaleert. 'Dat zijn de beste minnaars.' Hoe zit dat nou, mevrouw/meneer?

'Nou ja, ik bedoel dat ik nooit erectieproblemen heb, zelfs niet na het slikken van middelen tegen hoge bloeddruk waarvan de dokter zegt: pas op, daar word je impotent van.' Op gezondheidsgebied 'een halve gare', ook dat nog. 'Ik slik co-enzymen tegen bloedend tandvlees. En ik heb magnesiumpillen ontdekt, die zijn fantastisch rustgevend.'

Er resteren genoeg hypochondrische angsten voor fibrillaties van de hartboezem. Angsten voor tumoren, voor prostaatkanker. Dus je mijdt alcohol en oude kaas om je zenuwstelsel te sparen. Je neemt eens een handjevol pompoenpitten voor de rumtumtum. Je zweert bij Nieuw-Zeelandse bladspinazie, bij het biologisch geteelde supersnaperwtje, bij het Lekkerlander-kleiaardappeltje. Wordt een mens daar gelukkiger van? Het is waar, afgelopen zomer had hij de neiging om van het balkon te springen, op de flat bij zus Lenie. 'Het gras in die diepte zag er zo mooi uit, ik dacht: als ik over de rand stap, ben ik van alle narigheid af. Geen telefoontjes uit Duitsland meer.'

'Ze willen alsmaar dat ik op Lesereise ga. Maar zo'n lezing, met natuurlijk Bratwurst na afloop, begint om half negen 's avonds, en dan is het bijna bedtijd voor mij. Ik ben een uitgesproken ochtendmens. Dus als zo'n lezing aan het ontbijt kon... Je kunt zeggen: Deine Sorgen mochte ich haben, en dat is zo. Minder succesvolle schrijvers zouden maar wat graag hun werk in het buitenland promoten. Maar ik hoef niet zo nodig twee keer zoveel boeken te verkopen. Ik heb genoeg geld om het nog jaaaaaren vol te houden.'

En dan de kop in de wind, een psalm op de tong. Zo gij in het recht wilt treden, o Heer en gadeslaan onz'ongerechtigheden, ach wie zal dat bestaan? Een lezeres van nrcHandelsblad uit Deventer dreigde hem te vermoorden wanneer 't Hart in zijn columns niet ophield te zemelen over het Klein Hoefblad. 'Die dame moet ik natuurlijk blijven jennen.' Maar in Leiden wil de clientèle van een damesmodezaak dolgraag op koopzondag door verkoopster Maartje geholpen worden. 'Ik weet precies wat hen staat. Zij weten dat ik ze niet voor de gek hou, niks aansmeer.'

Dat zijn geen dames die boeken lezen. Laat staan om verliefd op te worden, zoals de dierenarts uit Onder de korenmaat, aan wie hij zijn 'Schiedamse jeneverhondje' dankt. Voor haar was de schrijver slechts een speelbal. Hanneke heeft de overspelige 's nachts in bed horen snikken, toen de dierenarts het had uitgemaakt. 'Meisjes vinden mij niet leuk' - dat wist Maarten 't Hart al vroeg. De 'fatale' opmerking kwam op zijn zeventiende: 'Je hebt zo'n rare hoge stem. Je bent eigenwijs en toch zo onzeker.' En toen was er genade. De genade van Bach.

'Er gaat bijna geen dag voorbij of ik speel wel iets uit Das wohltemperierte Klavier. Vandaag alleen niet, dat gaat niet met die lange nagels.' Sinds hij de God zijner vaad'ren afzwoer - de schepper van de lintworm en de aarsmade moest wel een vreselijke sadist wezen - heeft de Heilige Drievuldigheid van Vader, Zoon & Heilige Geest bij de schrijver van een omvangrijk schuld- en boetegenre (ruim veertig titels in dertig jaar tijd) plaatsgemaakt voor Bach, Mozart en Schubert. Drogisterijketen 't Kruidvat popelt om Maarten 't Harts inmiddels voltooide boek Bach en ik temidden van tampons, gebitsreinigers en ontharingscrème uit te venten.

'Er is weinig over Bachs leven bekend, behalve dat het een onbehouwen kerel was. Maar er heeft nog nooit iemand geschreven dat een crisis in Bachs leven is veroorzaakt doordat veel van zijn kindertjes achtermekaar overleden.' Regelmatig laat de schrijver fuga's en toccata's van Bach donderen uit de orgelregisters van de Immanuëlkerk in Maassluis. Vertroosting, dat staat vast.

Maar nooit, nooit meer was hij zo 'ontroofd aan mijzelf' als in zijn kindertijd: verzonken in een boek. En ook al staan er wel vier, vijf bibliotheekboeken tegelijkertijd tegen een stoelpoot opengeslagen te wachten ('ik koop boeken liever niet, want in de bibliotheek kun je leuk praten met zo'n bibliothecaresse'), de 'aan het orgasme grenzende verrukking van het lezen' als kind komt nooit weerom. Hij zegt het dichter William Wordsworth na: 'Nothing can bring back the hour of splendour in the grass, of glory in the flower.'

Zou het helpen als uit toekomstige romans niet meer de geur van de Statenbijbel opsteeg? Dat boekbesprekers niet meer zouden roepen: daar hebbie 't Hart weer met z'n eeuwige schuldgevoel? De ademsappel van de schrijver verspringt uit de damesjumper. 'Van de week lag er weer zo'n evangelisatieblaadje in discokleuren in de bus. En ik las dat ze bij het ek voetbal het evangelie van Marcus tussen voetbaltips door willen gaan uitdragen. Komt er nou nooit een eind aan die waanzin? Het wil maar niet verdwijnen, dat misdadige geloof. Dus ik zal op het aambeeld blijven hameren. Je moet je blijven verzetten.'

Mocht de toorn van de Allerhoogste ooit op hem neerdalen, dan zal die zich ongetwijfeld in de vorm van een vakantiereis aandienen. 'Reizen is voor mij het ergste dat er bestaat.' Nooit heeft hij zo staan juichen als op het vliegveld van Madeira, toen het Transavia-toestel landde waarmee hij weer terug mocht naar huis. Eindelijk!

'Ik geloof er niks van dat reizen de blik verruimt. Bach is nooit op reis geweest. Mozart wel, maar die had dat maar beter niet kunnen doen, vooral als kind niet. Dan zou het met zijn gezondheid wat beter zijn gegaan, al heeft zijn productie er niet onder geleden, dat moet ik toegeven.'

Voor zijn vakgenoten, of die nou reizen of niet, was en is 't Hart minder vleiend. Binnen 'het verstikkende kerkgenootschap der Nederlandse letterkunde' verschaft alleen al een tv-optreden van Hugo Claus 'met zijn opgeblazen blubberponem' hem een beroerte. 'Ik verafschuw dat werk, allemaal gejat, heb ik het gevoel. Als ik De Metsiers lees, moet ik te veel aan Faulkner denken. Bah.'

En waarom is Connie Palmen voor de ex-bioloog 'een slijmerige, glibberige naaktslak'? Precieus mondje: 'Ik heb Connie vorig jaar geïnterviewd in de Gemeentebibliotheek van Rotterdam en daar was gewoon geen vat op te krijgen. Er kwam niets, maar dan ook niets, verstandigs uit. Terwijl we nog op dezelfde dag jarig bleken te zijn ook!'

Enerzijds is 'het slecht afgelopen' met de meeste boekbesprekers die allerlei lelijks over 't Hart hebben geroepen. Anderszijds wil de schrijver niet ontkennen dat de meppen die hij op zijn beurt in geschrifte uitdeelt ('het lijkt trouwens wel of het feminisme is uitgestorven' sinds zijn boekje De vrouw bestaat niet) misschien wel terugvoeren naar zijn jeugd! Vader schopte, juffrouw sloeg, buurmeisje Toos Koek mishandelde hem. 'Het zou best kunnen dat ik op een of andere manier iets in te halen heb.'

Overigens mocht de auteur zelf een kaakslag toucheren van de wat in de war zijnde postcalvinistische vakbroeder Maarten Biesheuvel. 'Hij dacht dat hij mijn vader was, dat hij mij moest straffen. Hij is manisch depressief.'

'Zelf ben je een monument van treurigheid en verstardheid', kreeg 't Hart van zijn huwelijkspartner te horen. Hoe komt ze d'r bij! 'Het zal wel weer te maken hebben gehad met ons eeuwige conflict dat zij op reis wou en ik thuisblijven. Ik krijg ook liever geen bezoek. Vreselijk.' En kinderen? Die zullen in Huize 't Hart niet wonen. Zeker, het lijkt Maartje gewèldig spectaculair om een kind uit je eigen lichaam tevoorschijn te zien komen, o, als dat eens zou kunnen! 'Maar de beperkte blijdschap op deze wereld weegt niet op tegen de onbeperkte hoeveelheid ongeluk. Daar mag je volgens mij niemand aan blootstellen.'

'Aan mijn eigen persoonlijkheid zitten veel bedenkelijke kanten die ik graag kwijt wil. De zuinigheid, dat schrieperige. Dat schrale, dat kille van vroeger. Ik heb nog steeds de grootste moeite om geld uit te geven. Behalve in mijn act als Maartje. Maartje is mijn camouflage.'

Het Frans Molenaarpakje van korenblauw suède blijft in de kast. De laktas met Bijbel ('anders is de tas niet zwaar genoeg') gaat om, de nertsjas aan. 'Schrijf vooral dat ik die geleast heb, anders krijg ik last met de anti-bont-lobby.' We rijden langs het r.k. bejaardentehuis met een hoog missiepatergehalte in 'mijn fijne paapse dorp' dat tijdens carnaval Het Rijk der Billenprikkers heet. Een dame van stand gaat dan niet over straat, stel je voor!

'Martin Ros zei op de tros-radio dat ik miljoenen heb verdiend waarvan ik niet wist wat ik er mee aan moest. Prompt kreeg ik de meest wonderlijke bedelbrieven. De een smeekte om een betere rolstoel. Een ander sommeerde mij twee miljoen gulden over te maken voor de bouw van een ziekenhuis in Afrika. Miljoenen, hoe verzint zo'n Ros het. Omdat zijn huis dreigde te verzakken, staan er boeken van hem bij mij op zolder. Als ik die nou verkoop, kan ik misschien zo'n bedelbrief honoreren met tweehonderd gulden.'

Bij de Chinees in Oegstgeest is de bediening discreet. Een verklede man? 'Mijn moeder heeft al de pest aan vrouwen met lippenstift. Dat ik niet in de hemel kom is een onverdraaglijke gedachte voor haar. Op stations word ik vaak aangesproken door mensen die me agressief verwijten dat ik van het geloof ben afgevallen. Maar als Maartje heb ik weinig last. Ik heb wel eens een klap gehad. In Leiden hebben dronken studenten me van een brugleuning gegooid met de mededeling: dan heb je iets om over te schrijven. En toen was ik niet eens als vrouw, maar gewoon als Maarten.'

Op de aangeplakte wimpers klontert mascara. Vork en mes zijn half begraven in grote handen. Hier wordt in razend tempo gebuffeld. Het tempo van een trucker, met bijbehorend geslurp. De schrijver gniffelt. 'Soms vergeet ik totaal dat ik een vrouwenrol speel. Dan loop ik op straat ondanks pruik en rok gewoon weer Maarten te zijn.'

Meer over