Literaire kwaliteit en politiek bepalen winnaar

De Nobelprijs voor de Literatuur wordt morgen uitgereikt. De Koninklijke Zweedse Academie betrekt in de beoordeling van het literaire werk traditioneel een morele component....

Van onze medewerker Michaël Zeeman

Het is onwaarschijnlijk dat in de keus voor de winnaar van de Nobelprijs Literatuur 2006, die morgen om één uur ’s middags wereldkundig wordt gemaakt, niet iets zal meeklinken van wat te boek staat als ‘de affaire-Grass’.

Want de Nobelprijs voor de Literatuur wordt weliswaar toegekend aan een schrijver voor diens oeuvre of voor delen daarvan omwille van de kwaliteit van dat werk, in de waardering van die kwaliteit spelen wel degelijk morele overwegingen een rol. De Koninklijke Zweedse Academie, die de selectie van de kandidaat verzorgt, betrekt in haar beoordeling van het literaire werk traditioneel een morele en dus ook een politieke component. Het werk moet een ‘idealistische kant’ hebben.

Had zij, toen zij in 1999 Günter Grass onderscheidde, geweten van diens avonturen binnen het nazistische elitecorps van de SS en vooral van diens zwijgen daarover gedurende vele decennia, het zou haar bijzonder moeilijk gevallen zijn Grass louter om diens eminente literaire verbeeldingskracht te bekronen. De werkelijk voortreffelijke schrijver is ook een voorbeeld, in de opvatting van de Academie. En dus spelen de politieke omstandigheden mee in de lijstjes die nu worden opgesteld.

Daarom is de Turkse schrijver Orhan Pamuk op de lijstjes van de bookmakers de gedoodverfde winnaar. In de strubbelingen tussen traditie en moderniteit in Turkije neemt hij immers een subtiele en achtenswaardige positie in en schroomt hij niet die positie desnoods ten overstaan van de rechter te verantwoorden. Tijdens de Frankfurter Buchmesse, verleden week, nam Pamuks agent, de geduchte Andrew Wylie, alvast een voorschot op diens mogelijke bekroning door de rechten op Pamuks boeken in vertaling niet automatisch te gunnen aan zijn vaste uitgevers in verscheidene landen, maar aan de hoogst biedende.

Maar rechtenhandel is windhandel, ook in de literatuur. Want juist nu de politieke positie van Turkije zo in het nieuws is, zou het wel eens zo kunnen zijn dat de Academie zich niet wil branden aan wat nog al te brisant is. Bekronen is een ding, partij kiezen in lopende affaires iets anders.

De tweede gedoodverfde kandidaat is de Syrische dichter Adonis. Die leeft in ballingschap in Parijs en is in zijn essays pleitbezorger van de verlichte stromingen binnen de islamitische wereld. De kwaliteit van zijn lyrische werk is boven alle twijfel verheven en bovendien heeft tot dusverre slechts één vertegenwoordiger van de Arabische literatuur de Nobelprijs toegekend gekregen, de eerder dit jaar gestorven Egyptische romancier Naguib Mahfoez, die in 1988 bekroond werd. De bekroning van Adonis zou ineens het licht werpen op de verdiensten van de Arabische cultuur.

Tijdens een vraaggesprek met de Portugese schrijver José Saramago, twee weken terug, verklaarde deze Nobelprijswinnaar van 1998 dat hij Hugo Claus door middel van een speciaal schrijven onder de aandacht van het Nobelprijscomité had gebracht. Gevoegd bij de belangstelling die J.M. Coetzee, winnaar in 2003, voor het werk van Claus heeft gedemonstreerd, door een inleiding te schrijven bij een Engelse editie van diens poëzie, zou dat de kansen van Claus geducht vergroten. Ze worden in elk geval hoger aangeslagen dan die van Harry Mulisch en Cees Nooteboom.

Blijven over de namen van auteurs wier werk van onomstreden kwaliteit is, zoals Amos Oz en Philip Roth, maar tegen wie tijdgebonden bezwaren zouden kunnen worden ingebracht: Oz zou wel eens te Israëlisch kunnen zijn in de ogen van de Academie, Roth te seksistisch.

Meer over