Liever verslaggevers dan 'echte' schrijvers

Dat het boek in Duitsland een zeker opzien baarde, laat zich wel verklaren. Het gaat over het proces van Neurenberg, maar meer speciaal over de paar honderd journalisten en schrijvers die tussen 20 november 1945 en 1 oktober 1946 het tribunaal voor korte of langere tijd hebben bijgewoond....

Duitsers die toen al een beetje volwassen waren (en die nu dus tegende tachtig lopen of dood zijn), leefden in hun Stunde Null: verslagen,berooid, beschaamd, verbitterd, vernederd, en voorzover ze stedelingenwaren omringd door ruïnes.

Geen tijden om 's avonds ontspannen een krant te pakken, die ertrouwens ook maar mondjesmaat was. De geallieerde gezaghebbers waren nietscheutig met het uitgeven van vergunningen. Van de 240 plaatsen op deNeurenbergse perstribune waren er maar 22 gereserveerd voor Duitsejournalisten, terwijl het bij wijze van spreken toch om hùnoorlogsmisdadigers ging. Bovendien konden ze met hun kopij niet erguitpakken, want hun krantjes waren vanwege de papierschaarste zelden dikkerdan vier pagina's, en verschenen in veel gevallen niet dagelijks, maar driekeer per week.

Uit die omstandigheden kun je het succes begrijpen van een boekwaarin dat treurige verleden als het ware 'live' gedocumenteerd is. Voorwie er eigen herinneringen aan bewaart - en voor wie later ook nog getroostwerd door een Wirtschaftswunder dat zich in het verpuinhoopte land zouvoltrekken - leveren de observaties van al die Amerikaanse, Engelse, Franseen Russische ooggetuigen evenveel schokjes van herkenning op: so war'seinmal.

Iedere niet-Duitser die in november 1945 langs soms allerlei moeizameomwegen Neurenberg had bereikt, stond eerst paf van de mate waarin de stadwas vernield. Geen reportage werd weggetelegrafeerd of ze begon met deknipselmapkennis over Neurenbergse bezienswaardigheden (Albrecht Dürer,Hans Sachs, de Meistersinger, de golem-achtige steegjes van de binnenstad,het speelgoed: eeuwen cultuur) waarvan alleen de ruïnes nog restten. Pasdaarna betrad de verslaggever de rechtszaal en zat oog in oog met deGörings, de Hessen, de Ribbentrops en de Streichers, aan wie al dievernietiging verweten mocht worden.

Hoe hadden de 'geallieerde' journalisten zich voorbereid op hetunieke proces waar gloednieuw volkenrecht zou worden geschreven?

Hun stukken geven geen antwoord op die vraag. Ze zullen wel in eensoort diepe zijn gesprongen, eigenlijk net als de rechters, de aanklagers,de verdedigers (en de beklaagden, niet te vergeten) voor wie aan zo'nreusachtig tribunaal - waar bovendien Amerikanen en Russen juridisch algoed op weg waren naar de Koude Oorlog - ook bijna alles nieuw was.

Houvast hadden ze aan de oude Baedeker van Neurenberg, aan de nietzelden door verrekijkers bekeken gezichten van Hitlers onderbazen in deverdachtenbank, en aan elkaar - half en half opgepakt als ze zaten in hetGrand Hotel waar in sommige kamers het plafond nog aan een zijden draadhing, of een eindje buiten de stad in het kasteel van de oude Neurenbergsepotloodmagnaten Faber-Castell.

Of het nou om een filmfestival, de Olympische Spelen, een Euro-topof de rechtszaak tegen 21 oorlogsmisdadigers gaat, onder desamengestroomde journalisten ontstaat altijd als vanzelf een half melige,half wantrouwige camaraderie. In Neurenberg - oorlog voorbij, tijd vooriets heel anders - moet de oudejongensambiance rijkelijk zijn aangelengdmet Franse bourgognes en Schotse whisky's, en aangeblazen doorastronomische hoeveelheden Amerikaanse sigaretten.

In Neurenberg wemelde het bovendien nog van literaire beroemdheden.Het was de eerste keer in de persgeschiedenis dat kranten en periodiekenniet alleen naar de allerbeste journalisten, maar vooral ook naar deAllerbekendste Schrijvers zochten - zoals ze dat vijftien jaar lateropnieuw zouden doen voor het proces tegen Eichmann.

De Pravda stuurde Ilja Ehrenburg op pad. Life had John Dos Passosingehuurd. Les lettres françaises ging prat op Louis Aragon en ElsaTriolet. Het door de Amerikanen in hun bezettingszone net opgerichtedagblad Neue Zeitung kwam met Erich Kästner als topverslaggever, deEngelse Evening Standard met Erika Mann. Er waren überhaupt nogal wat voorde nazi's gevluchte, en nu teruggekeerde Duitse emigranten. Alfred Döblinbijvoorbeeld, Robert Jungk, Peter de Mendelssohn, Gregor von Rezzori.

Als lid van een internationale côterie moest je er bij zijn, zoalsje in 1989 bij de val van de Muur moest zijn, ook als je er eigenlijk nikste zoeken had. Dus streken Hemingway en Steinbeck voor een weekje inNeurenberg neer, en is ook Marlene Dietrich nog even langs geweest. Deside-show van het tribunaal moet dikwijls levendiger zijn geweest dan watzich in het (miraculeus door alle Amerikaanse bombardementen gespaarde)Paleis van Justitie afspeelde.

Was dat gedurende al die weken en maanden met eindeloos veelprocedure-uren niet vaak 'een bolwerk van verveling', zoals Rebecca Westhet een keer durfde op te schrijven?

Bij Rebecca West komt de vraag op of zij een literaire of eenjournalistieke beroemdheid moet heten. Strikt genomen was ze allebei - alleest niemand haar romans meer, en zien haar wat 'sociologisch' getintereportages (o.a. van het proces van Neurenberg) er nog altijd uit alsof zegisteren geschreven zijn. Ze had het soort Engelse talent dat we ook vanGeorge Orwell kennen: een hang naar fictie, maar in het (journalistieke)verslag waren ze pas werkelijk meesters.

Als 1984 drama mag heten, is het toch docudrama?

Als je uit de bloemlezing de 'echte' schrijvers selecteert en hunstukken met die van de 'gewone' verslaggevers vergelijkt, is er geentwijfel mogelijk: de laatsten waren beter. Alfred Döblin, John dos Passos(die haast omkwam in z'n verliteratuurde metaforen), Ilja Ehrenburg enErich Kästner legden het af tegen journalistieke routiniers als WilliamL. Shirer die zich van allerlei anoniem geworden collega's onderscheiddeomdat hij als 'star-reporter' van CBS heel lang zijn naamsbekendheid mochtbehouden.

Maar onverbiddelijke kampioenen van de procesverslaggeving waren devrouwen. Niet alleen Rebecca West (die voor de Daily Telegraph en The NewYorker schreef), ook Janet Flanner (New Yorker), Martha Gelhorn(Collier'sWeekly), Erika Mann (Evening Standard), Elsa Triolet (Lettresfrançaises) en Nora Waln (Atlantic Monthly) schreven stukken dietegelijkertijd de (Duitse) wereld van zestig jaar geleden opriepen, en instijl volstrekt van vandaag lijken.

Toeval? Ik zou het niet durven zeggen. Feit is dat ze in 1945 allezes al een rijk verslaggeversleven achter de rug hadden, dus niet meerpiepjong waren (Gelhorn was met haar 37 jaren de benjamin, Flanner en Westwaren de vijftig al gepasseerd), en een brede nieuwsgierigheid verenigdenmet een even scherpzinnige als muzikale schriftuur.

Als ik probeer me te verplaatsen in een Duitser van toen die nu omzo te zeggen nog de krant van 1945 onder ogen krijgt, begrijp ik het succesvan deze bloemlezing.

Steffen Radlmaier (red.): Het proces van Neurenberg -Oorlogsmisdadigers, sterreporters en het eerste internationalegerechtshofVertaald uit het Duits door Wil HansenCossee360 pagina's24,90ISBN 90 5936 093 1

Meer over