Liefdesverdriet? Praten helpt, meneer!

Kapotte liefde is meer dan zomaar verdriet. Vrouwen praten, bellen en e-mailen, net zo lang totdat ze eroverheen zijn. Mannen niet....

Marjon Bolwijn en Mirjam Schöttelndreier

Luddevudu, zo heet het in de volksmond, en deze verbastering van het woord liefdesverdriet geeft al aan hoe we ermee omgaan: een beetje lacherig, ietwat gegeneerd. Ach liefdesverdriet, wie kent het niet, maar ja, de tijd heelt alle wonden.

Zo klinken vervolgens de dooddoeners. Maar is het misschien geen tijd om liefdesverdriet te zien zoals het is: als een heftige, ontregelende aandoening waarbij een mens wel wat hulp en serieuze aandacht kan gebruiken?

Ook de 64-jarige Roel van Duijn, bij oudere generaties bekend als boegbeeld van `provo`, 'kabouter' en de latere oprichter van de Groenen-partij, raakte volledig van de kaart toen hij een paar jaar geleden zijn vriendin de deur wees. Want al snel kwam de spijt en wilde hij haar dolgraag terug. Alleen: zij wilde niet meer. Een martelende periode van hoop en wanhoop volgde. Van Duijn belde naar en beklaagde zich bij andere vriendinnen, vroeg om raad, verdiepte zich in het thema, reisde rond om zich verder te informeren en schreef uiteindelijk een boek: Liefdesverdriet.

Van Duijn: `De maatschappij doet er nog altijd meesmuilend over, maar liefdesverdriet kun je vergelijken met een echte depressie.`

Alle emancipatie en de mannenbeweging ten spijt durven nog steeds niet veel mensen, en zeker mannen, bijvoorbeeld een vergadering af te zeggen met als verklaring hun grote liefdesverdriet. Griep, druk, hoofdpijn, alles wordt verzonnen, maar ziek en uitgeput van liefdespijn, dat zeggen ze niet. Terwijl mensen zelden meer lijden, zieker en somberder zijn - tot aan het suïcidale toe - dan als ze liefdesverdriet hebben.

Van Duijn vond en vindt dat dat moet veranderen. Liefdesverdriet moet maatschappelijk erkend worden als een serieuze kwaal. Ook besloot hij, samen met enkele academici - onder wie de psychologe Susanne Piët - en ervaringsdeskundigen, tot een onderzoek.

Via de website www.liefdesverdriet.info meldden 90 personen - 62 vrouwen en 28 mannen - zich aan die bereid waren vragen te beantwoordden over hun actuele of voorbije liefdesverdriet. Dat leidde tot verrassende resultaten. Mannen en vrouwen blijken bepaald anders om te gaan met liefdesverdriet.

`Mannen koesteren langer valse hoop dat hun geliefde terugkeert, terwijl vrouwen de hoop eerder laten varen`, concludeerde de onderzoeksgroep.

Van Duijn: `Juist die hoop maakt het liefdesverdriet voor veel mannen zo martelend, dat bemoeilijkt het onder ogen zien dat het echt voorbij is. Hoop laat de pijn langer duren.`

Om de bevindingen een uitgebreidere basis te geven, gaat dit najaar de programmagroep Psychologische Methodenleer van de Universiteit van Amsterdam verder met het onderzoek.

Inmiddels is Van Duijn alweer jaren gelukkig in de liefde en actief als `liefdesverdrietconsulent`. Hij merkte steun te hebben gehad aan de vriendinnen die hij destijds zijn intense verdriet en wanhoop voorlegde. `Mannen praten minder, vrouwen meer, en dat laatste is beter.` Toen hij zelf mensen ging helpen, merkte hij daarvan zelf ook `reuze op te knappen`.

De politicus van ooit, gericht op de buitenwereld, is blij nu als consulent liefdesverdriet zelf personen, onder wie juist ook mannen, te helpen met de verbetering van hun zieleleven.

`Ik kom mensen tegen die na drie jaar nog de tafel voor hun geliefde dekken, in de hoop dat hij of zij vanavond terugkomt. Of ze hopen dat hun ex terugkeert, terwijl iedereen weet dat die allang een ander heeft. Het kan schelen als ik dat dan vertel. Niet dat ik iedereen z`n hoop afneem, ik geef hen liever echte hoop op een nieuw leven voor zichzelf dan valse hoop op herstel van een vergane liefde.`

Meer over