Leven als Japanner in Nederland

Japanners vormen de grootste buitenlandse gemeenschap in Amstelveen. Zoals de supermarkten aparte vakken hebben voor de wasabi en de Kikkoman soyasaus, zo hebben de Japanners hier hun eigen wereld....

AKIHIRO en Noriko Sakurai missen Japan niet. Waarom zouden ze? In Amstelveen hebben ze alles wat ze nodig hebben. In Amstelveen hebben ze hun eigen klein Japan.

Twee jaar geleden zond zijn werkgever Akihiro uit naar Nederland. Het echtpaar wist meteen waar het wilde wonen. Daar waar de meeste anderen woonden. Daar waar al een Japanse bedding was. Nu leven ze in een Amstelveense nieuwbouwwijk.

Ze openen samen de deur en wijzen tegelijkertijd naar de pantoffels die klaarstaan op de deurmat. Noriko loopt met de pasjes van een ballerina naar de woonkamer. Ze heeft vier schalen koekjes klaargezet op het roze tafelkleed. Rijstkoekjes, koekjes met en zonder amandelen, en hartvormige koekjes verpakt in goudkleurig papier. Haar man lacht bedeesd als ze meteen doordanst naar de keuken om cake te halen. 'Zelf gebakken', lacht ook zij.

Hij zegt: 'Het is niet zo gewoon dat Japanners contact hebben met Nederlanders.'

Zij zegt: 'Wij zijn erg, erg verlegen.'

Japanners vormen de grootste buitenlandse gemeenschap in Amstelveen. De gemeente heeft een karaokebar, een Japans eetcafé annex stamkroeg, een vereniging voor Japanse vrouwen, een Japanse videoshop, Japanse voedingswinkels en zelfs een soort SRV-wagen met Japanse producten. Op de markt in Amstelveen worden de moten zalm, tonijn en heilbot ook aangeprijsd in het Japans en de chiquere slagers hebben een speciale lijst waarin ze het vlees aanduiden met tekens.

Zoals de supermarkten aparte vakken hebben voor de wasabi (mierikswortel) en de Kikkoman soyasaus, zo hebben de Japanners hun eigen wereld in de Amstelveense samenleving. Bijna 60 procent van de 5500 Japanners in Nederland leeft in Amstelveen en de aangrenzende Amsterdamse deelgemeente Buitenveldert. Ze werken voor Japanse bedrijven in en rond Amsterdam, voor Nissan, Canon, NEC, Yakult, Hoya.

Hun kinderen krijgen onderwijs op de internationale school in Amstelveen of op de Japanse school in Amsterdam. Japanners golfen, tennissen, honkballen, softballen, voetballen in Amstelveen en omgeving met en tegen elkaar.

De meesten blijven niet langer dan drie tot vijf jaar. Los daarvan heeft een Japanner weinig belang bij integratie. 'De grote droom van Japanners is dat hun kinderen later naar de universiteit van Tokyo kunnen', zegt econoom prof. Peter Nijkamp van de Vrije Universiteit in Amsterdam. 'Die geeft toegang tot de topposities in het bedrijfsleven. Een van de voorwaarden om toegelaten te worden tot deze universiteit is dat je een zuiver Japanse opvoeding hebt genoten. Je mag er in het buitenland wel dingen naast doen, maar nooit in ruil voor. Niet-integreren is een kwestie van zelfbescherming.'

Nijkamp is een van de hoofdsamenstellers van The Impact of International Companies on the Amstelveen Society, een rapport gemaakt in opdracht van de gemeente. De Japanners zitten overal in Amstelveen, constateert hij, maar een Nederlander merkt er nauwelijks iets van. 'Ze gaan vroeg naar hun werk en komen laat thuis.'

Domo arigato gozaimasu, heel hartelijk dank, domo arigato gozaimasu. . . Vanachter haar tafel buigt en lacht receptioniste Misako Ishikawa naar bijna iedereen die voorbij wandelt, op de jaarlijkse Japanse bazaar in Amstelveen. Elke vraag beantwoordt ze met het afgemeten hai! - ja.

Misako is getrouwd met een Nederlander, woont al twintig jaar in Nederland, en spreekt ook redelijk Nederlands. Amstelveen is heel vriendelijk, lacht ze weer, en veilig en mooi groen, maar na al deze omstandige beleefdheid vertelt ze dat ze nog steeds communicatie-problemen heeft met Nederlanders. 'Wij lachen wel veel, en zeggen nooit nee, maar dat wekt misverstanden tussen Nederlanders en Japanners', zegt Misako. 'Jullie begrijpen niet wat wij denken. Dat is logisch. Wij zijn geen volk dat alles uitlegt. Wij verwachten dat jullie automatisch snappen wat we bedoelen.'

Als ze vertelt dat ze die vanzelfsprekende verstandhouding het meest mist in Nederland, stopt haar vriendin Setsuko Shinoe even bij de tafel. Zij woont al negen jaar in Nederland, en ja, vertelt Setsuko, natuurlijk houdt ze van Amstelveen, want de mensen zijn zo vriendelijk en ze kan hier tenminste een hond houden. Maar ze spreekt geen Nederlands en heeft geen Nederlandse vrienden. Ze tennist, jogt en schildert met haar Japanse vriendinnen. Haar man werkt hard, zoals alle andere Japanse mannen. Hoewel die in Nederland in het weekeinde wel meer tijd kunnen vrijmaken voor familyservice: hun verplichting om aandacht te besteden aan vrouw en kinderen.

Als de man van Setsuko niet in het buitenland is, gaat hij vaak na het werk nog naar Tanuki - de bar in Amstelveen die veel Japanse mannen frequenteren. Dat vindt ze niet erg. 'Als hij zich amuseert is hij gelukkig en dat vind ik fijn.'

De Nederlandse vishandelaar groet de vrouwen in het Japans; hij heeft rode ogen van vermoeidheid. De avond daarvoor moest hij tot twaalf uur wachten totdat de blauwvintonijn die hij had besteld arriveerde. Hij heeft in de zenuwen gezeten of het beest wel kwam. Een groot deel van zijn klanten op de markt is Japans; die mocht hij niet teleurstellen op de bazaar.

Maar het was een mooie vette tonijn van 280 kilo waar tussen de middag honderden en honderden Japanners van hebben gegeten. Om daarna spoorslags te verdwijnen, tot ontsteltenis van de weinige Nederlanders onder de 2000 bezoekers van de bazaar. Eten op; Japanners weg. Domo arigato gozaimasu.

'Het Japanse eten in Nederland wordt steeds beter hè?', vraagt Misako aan haar vriendin. O ja, zegt Setsuko. 'Beter en beter.'

Bedrijfsleider Jos Neefjes van de Tanuki-bar in Amstelveen weet precies hoe belangrijk eten voor Japanners is. Hij is tien jaar geleden getrouwd met een Japanse. De enige reden dat ze niet in Nederland zijn blijven wonen is dat zijn vrouw niet kon wennen aan het eten hier. Sinds vier maanden zijn ze terug; nu heeft hij zelf een Izakaya, een eetcafé.

0 A het werk gaan Japanse mannen naar Tanuki voor de nommunication. Een samensmelting van het Japanse nomu (drank) en het Engelse communication. De gesprekken beginnen over het werk, vaak worden dan juist de belangrijke zakelijke beslissingen genomen, maar naarmate de avond vordert en de alcohol vloeit verschuift dat accent geleidelijk naar het privéleven. Omdat het onbestaanbaar is dat een Japanner alleen maar drinkt ('dan wordt ie ziek', zegt Neefjes), heeft een Izakaya ook een compleet menu. Dat is bij Tanuki nog aan de karige kant, vindt Neefjes, met rond de honderd gerechten.

Als Japanners Tanuki binnenkomen, zijn ze voor hun gevoel weer terug in Japan. Neefjes praat dan ook nauwelijks met ze over hun leven in Nederland. Bovendien vertellen Japanners niet makkelijk wat ze echt denken. 'Ze vinden het bijzonder storend om alle aandacht te krijgen. Ze zijn erin gespecialiseerd ongemerkt door het leven te gaan. Hun doel in het leven is niemand tot last te zijn.'

Ook al heeft Neefjes acht jaar in het land gewoond en gewerkt, in de ogen van Japanners blijft hij een gajin, iemand die erbuiten staat. Neefjes had het geluk dat zijn vrouw 'al' dertig jaar was toen hij haar ontmoette en haar familie bang was dat ze overschoot. Anders had hij nooit toestemming gekregen haar te trouwen.

Een goede kennis van Neefjes en zijn vrouw is wiskundelerares in Japan. Zij geeft les op een school voor kinderen van Japanners die terugkomen uit het buitenland. 'Want als die meteen weer naar een gewone school gaan, horen ze er niet bij', zegt Neefjes. 'Ze moeten opnieuw worden begeleid, terug in het systeem.'

Hetzelfde, hetzelfde, hetzelfde. In Japan moet iedereen hetzelfde zijn, zegt Noriko Sakurai, en voor het eerst wisselt haar stem van toonhoogte. 'Volg je de mode niet dan zeggen ze: zij is anders.' Haar man: 'Als wij ons niet aanpassen in Japan worden we verstoten uit de maatschappij. Het is moeilijk te overleven in de conventionele Japanse gemeenschap.'

Ze verwachten over twee jaar terug te gaan, maar voorlopig hebben ze het naar hun zin in Nederland. In Japan gaat het leven zo snel, vertelt Akihiro, de veranderingen gaan zo hard. De make up, kleding, auto's en de inrichting van je huis zijn sterk aan mode onderhevig en je moet telkens weer meedoen. In Nederland verloopt het leven geleidelijker.

Toch heeft hij soms hoofdpijn hier, van het Japans denken en tegelijkertijd Engels spreken. Een oud Japans gezegde luidt: alle problemen worden veroorzaakt door de mond. Van een Japanner wordt verwacht dat hij perfect Japans spreekt. De uitspraak van een woord, de intonatie van de stem en de expressie op het gezicht van een Japanner zijn afhankelijk van de status van de persoon met wie hij praat. Hij moet precies de juiste hoeveelheid respect laten doorklinken in een gesprek. Daarin mag hij absoluut geen fouten maken.

Maar het is moeilijk de correcte aanspreekwijze te vinden in een taal die zich daarvoor minder leent en die hij niet volledig beheerst. Als Akihiro een gemengde vergadering heeft waarbij de voertaal Engels is, moet hij diep nadenken hoe hij het woord richt tot een hoger geplaatste Japanner. 'Tegen een Nederlander kun je gewoon zeggen wat je wil zeggen. Bij een Japanner bepaal je vantevoren wat zijn reactie zal zijn op wat jij zegt.'

De angst niet genoeg respect te kunnen uitdrukken is volgens Noriko de reden dat veel Japanners zich niet wagen aan een vreemde taal. Andere Japanse vrouwen zeggen dat ze haar benijden, omdat zij wel durft te communiceren met Nederlanders. Noriko heeft zelfs geleerd no te zeggen, terwijl in Japan het equivalent iie zelden wordt gebruikt. Uit angst onbeleefd over te komen. 'Soms moet je je eigen gevoel daarvoor doden', zegt Akihiro.

Hij masseert zijn nek. Zijn gezicht is bleek. Het is tien uur 's avonds en hij is pas anderhalf uur geleden teruggekomen van zijn werk. Nee, ze hebben nog niet gegeten, stralen ze beiden. Dat is nu niet belangrijk. 'Don't worry', lacht Akihiro. 'Maar hebben wij de goede antwoorden gegeven?'

Meer over