Leve de moddervette oma's, luidkeels zingend achter de pannen

Het nieuwe geloof is gezond leven, een lege cultus die voorbij gaat aan de waardevolle kanten van oud worden, zoals wijsheid en levenservaring, meent Aleid Truijens....

'Er zijn is beter dan er niet te zijn', sprak een van de forumleden,losjes naar Shakespeare, en het publiek zweeg geïmponeerd. Het klonk diep,en er leek weinig tegenin te brengen. Twee weken geleden debatteerde eenbomvol zaaltje in de Amsterdamse Rode Hoed met vijf deskundigen - vijfmannen, vier vijftigers en één zestiger - over de vraag 'Verbeterde mens,verbeterde samenleving?'. Veroudering was het thema. En vooral: hoe die tevoorkomen.

De gerontoloog, Rudi Westendorp, had ons uitgelegd dat veroudering nietonvermijdelijk is. Uit evolutionair oogpunt leven we na ons veertigste tochal in reservertijd, want na de voortplanting zijn we overbodig. Dienutteloze nasleep kan dus ook worden opgerekt. Orthomoleculair apothekerGert Schuitemaker wist zeker dat we de man met de zeis veel langer kunnenontlopen. Een uitgebalanceerd dieet, goede voedingssupplementen, voldoendebeweging, regelmatige check-ups en kijk, je hebt er zó twintig jaar bij.

Twintig? Rob van Hattum, directeur van NEMO, liet zich daarmee nietafschepen. En het gemanipuleerde fruitvliegje dan, zei hij verontwaardigd,dat vijf keer zo lang leeft? De uitgehongerde muizen, die twee keer zo oudworden als de dikkerds? Honderdvijftig, dat was alvast een begin. Maartegen vijfhonderd had hij ook geen enkel bezwaar. 'Waarom wilt u dat toch?'vroeg een mevrouw. Van Hattum vond het een vreemde vraag. Er zíjn, zo langmogelijk, daar ging het toch om?

Bedremmeld verlieten we het zaaltje. Het was een onderhoudende, maarweinig leerzame avond geweest. Of misschien toch wel. Over veroudering waslouter gesproken in negatieve termen: verval, degeneratie, aftakeling. Defilosoof Klukhuhn en de cosmetisch chirurg Koopmann, die de voorkeur gavenaan een prettig leven, zonder fixatie op de dood, kwamen nauwelijks aan hetwoord. De woorden wijsheid, voorbeeld en levenservaring waren nietgevallen. Een aangename oude dag, was dat niet wat iedereen wilde? Nee, eenlange neus maken naar de dood, daar ging het deze vijftigers om. 'Nietsmaakt zo oud als de ijver om jong te lijken', schreef de oude Seneca, endeze avond kreeg hij gelijk.

Vijfhonderd jaar oud worden, stel het je toch eens voor. Op jedriehonderdste beginnen aan je zesde huwelijk, aan je vijfde leg, aan jezevende carrière. Zouden we ons niet te pletter vervelen en elkaar te lijfgaan? Zouden we, door de schijn van onsterfelijkheid, nog enige drivehebben? Zou er, zonder deadline, nog passie bestaan, of kunst? Om nog maarte zwijgen van de praktische bezwaren: een immense overbevolking en eenleeg gegraasde, uitgeputte planeet.

Voorlopig loopt het zo'n vaart nog niet. We mogen blij zijn als we detachtig halen, en dat doen we niet zonder lek of gebrek. Onzelevensverwachting stijgt maar mondjesmaat. De Française Jeanne Calment,die, rokend en wel, 122 werd en onze eigen Hendrikje van Andel (115) zijngrote uitzonderingen: 100-plussers maken maar 0,009 procent van debevolking uit. Zeker, de levensverwachting nam tussen 1900 en 2000 enormtoe: voor mannen van 47 naar 75,5 jaar, voor vrouwen van 50 naar 80,5. Maardat is vooral te danken aan toegenomen hygiëne en de vrijwel uitgebannenkinder- en kraamvrouwensterfte.

Voor wie met pensioen gaat, is het einde nog altijd snel in zicht. Rond1960, berekende het CBS, had een 65-jarige man een resterendelevensverwachting van 13,87 jaar, in 2003 was dat 15,43 jaar. Verschil: eenpover anderhalf jaar, voor vrouwen 3,6 jaar. Mannen van 70 kunnen nugemiddeld rekenen op één jaar meer dan in 1960. Hoezo kunnen we'makkelijk' langer werken, zoals montere economen ons voorhouden?

Toch kan het niemand ontgaan dat de straten steeds voller raken metbroze, achter hun rollator voortschuifelende bejaarden. Ook daar heeft destatistiek een verklaring voor. We worden niet veel ouder, maar we wordenhet wel met z'n allen. Toen in 1956 de AOW werd ingesteld, haalde meer dande helft van de Nederlanders de 65 niet; de AOW was dus nog betaalbaar. Nusterft maar 1 op de 10 voor het pensioen. Tegenover elke 65-plusser stondenin de jaren '50 acht werkenden, in 2030 zullen dat er twee zijn. Er dreigtdus echt een verstikkend vergrijzingsprobleem.

Zou dat de reden zijn dat de 55-plussers van nu er, volgens eenalarmerend bericht dat onlangs de voorpagina's haalde, er vrolijk op losleven? De huidige 55- tot 65-jarigen leven ongezonder dan die van tien jaarterug, schreven onderzoekers van de Vrije Universiteit in het NederlandsTijdschrift voor Geneeskunde. Ze roken nog steeds (1 op de 3), drinken teveel en zijn vooral veel dikker geworden: één op de vier vrouwen in dieleeftijd lijdt aan vetzucht, één op de vijf mannen.

Eeuwig gebronsde senioren in korte broek, die het op de camping, zakchips, kratje bier en pakje zware shag binnen handbereik, er eens goed vannemen. Hén krijg je niet meer uit die stoel, zij hebben het verdiend -nee, dat is geen prettig beeld. Het is ook in vreemde tegenspraak met dieandere hobby van ouderen, die zich vooral manifesteert op internet: deanti-aging beweging. Tik het woord in bij Google en je krijgt 28.400.000hits - het lijkt wel seks.

Talloze deskundigen, zelf oud en stralend gezond, vertellen ons dat weer decennia bij krijgen als we groene thee drinken, vis eten enanti-oxidanten slikken - we hoeven maar op een link te klikken om de durepotjes te bestellen. Zelfs de kreet 'War on Aging' valt. Gezond leven ishet nieuwe geloof geworden, een agressief geloof. Deze ouderen pikken hetniet dat Magere Hein de pret komt vergallen. Ze hebben simpelweg recht op120 jaar. Hoe betaalbaar blijft de ouderdom als we dat, tegen dedemografische verwachting in, massaal gaan halen?

'Ongezonde mensen zijn duurder,' zei Floris Sanders, scheidendvoorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg vorige week in hetBetoog. De fitste mensen, 'in welke levensfase dan ook', doen een relatiefklein beroep doen op de gezondheidszorg. Hij stelde daarom voor dat mensendie te veel eten, roken, alcohol drinken en weinig bewegen een hogereziektekostenpremie gaan betalen.

Waarmee de solidariteit tussen de burgers, grondslag voor onzeverzorgingsstaat, dreigt te verdwijnen. Het zal dan niet lang meer durenof iedereen gaat zich 'op maat' verzekeren. Kinderlozen weigeren mee tebetalen aan kraamzorg en IVF. Sporthaters willen niet opdraaien voorsportblessures, condoomgebruikers niet voor aidspatiënten, vegetariërsniet voor zieke vleeseters. Mensen met een zwak gestel en een laag inkomenzijn de pineut.

Welke zedenmeester bepaalt wat 'redelijk' is? Misschien is alles op denduur wel te meten. Gaat de verzekeraar straks controleren of we genoegspinazie opscheppen of niet stiekem ons vijfde glas inschenken? Of in hetgeniep er eentje opsteken? Belangrijker is de vraag of we zo'n samenleving,waarin zo lang mogelijk gezond leven het hoogste doel is, wel willen.

In een onlangs verschenen roman, De achtste hoofdzonde, schetst eenschrijver die zich Jakob van Riel noemt, zo'n toekomstige maatschappij. Wezijn zo'n dertig jaar verder. Nederland verkeert in recessie, ouderen zijnstraatarm. De solidariteit tussen ziek en gezond, jong en oud is verdwenen,alcohol en tabak zijn taboe. Ouderen worden naar een 'hotel' gestuurd vooreen check-up; soms gaat een van de 'gasten' zomaar dood. Hethuiveringwekkends aan deze geestig geschreven roman is de haat jegensouderen die Van Riel voorspelt. Militante jongeren slepen met boekenomringde grijsaards uit hun huizen. Het is provocerend boek. Maaronvoorstelbaar is zo'n toekomst niet.

De twee huidige, tegengestelde reacties op de naderende ouderdom -onbekommerd eten, zuipen en roken, en wel zien waar het schip strandt, ófeen hysterische fixatie op levensverlenging - komen voort uit dezelfdeangst. De 'welverdiende' oude dag is bepaald niet iets om naar uit te zien.We zien onze ouders en grootouders, ook de gezonden onder hen, verpieterenin tehuizen in buitenwijken waar niks te beleven valt. Velen overleven hunpartners en vrienden. Hun kinderen - werkende ouders - hebben het te druk.Bijna een op de vier ouderen is depressief, van de thuiszorggebruikers 33procent.

Dit is ons schrikbeeld: na een rijkgevuld, zelfstandig leven met eenluier om voor de tv te worden gepoot. Niemand die je nog vraagt om raad,niemand die je aanspreekt op verworven kennis. Je mag al blij zijn als jeéén keer per week mee uit wandelen wordt genomen. Dat voorland moedigteen gezonde levensstijl niet aan. We willen dood voordat we een plaagworden. Of we willen die gehate fase overslaan door de veroudering domwegte ontkennen.

Het blijft altijd nuttig om mensen te wijzen op destrastreuze effectenvan een ongezonde leefstijl. Maar het is zinloos als artsen en verzekeraarsbejaarden met verwoeste vaten - opgegroeid in een tijd dat roken en veteten gewoon waren - gaan berispen om hun levensstijl. Laat die mensen hunkleine genoegens, hun bonbons, borreltje of sigaar!

En laten we die ijver mobiliseren voor iets anders: een wereld waarinouderen zich gewaardeerd voelen. Ouderen zouden we een opwekkende omgevingmoeten gunnen, waar zij zonder schuldgevoel kunnen genieten van hun laatstedagen. Niet in de eeuwig zingende bossen, maar gewoon middenin degemeenschappen waarin zij actief waren. Dat mag best iets kosten; weinvesteren daarmee ook in onszelf.

Ooit gaf Annie M.G.Schmidt, de bejaarde kinderkoningin van Nederland,in een tv-interview met Theo van Gogh, de kijkertjes haar recept prijs vooreen onbezorgde oude dag: 'Blijven roken en vreemdgaan!' De strekking vanhaar recalcitrante advies was diepgemeend: laat je niet betuttelen door dedominees! Levenslust is verre te verkiezen boven een angstig, beknotbestaan.

Iedereen heeft zo zijn overlevingsstrategie. We gaan eraan, allemaal.Mocht het hiernamaals niet bestaan - het zóu kunnen - dan moeten we de onstoegemeten tijd goed gebruiken. Ongezonde mensen kunnen, voor zevroegtijdig sterven, een zegen voor hun omgeving zijn. Kettingrokersschreven boeken waar het nageslacht eeuwenlang plezier van had. Mensen metlongkanker of hartkwalen schrijven zulke boeken nog steeds. Moddervetteoma's, zingend achter de pannen, deden hun dierbaren groot genoegen met hunheerlijke maaltijden en opbeurende gezelschap, misschien meer dansikkeneurige calorieëntellers. Wie oordeelt welk leven 'zinvoller' was?

Je hebt natuurlijk ook mensen die sober leven, hun conditie op peilhouden, hun familie overleven én het zonnetje in huis zijn. Dat ishelemaal prachtig. Maar het is de kwaliteit van leven die telt, niet delengte.

Meer over