Interview

Leerlingen over de leraren die hun leven hebben veranderd: ‘Hij was een soort tweede vader’

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

Wat maakt een docent goed? De verhalen uit ‘Die ene leerling’ geven een voorzichtig antwoord. Nu de reeks stopt, draait de Volkskrant het voor één keer om. Oud-leerlingen vertellen over die ene docent die ze nooit zullen vergeten. ‘Zonder hem hadden die eerste maanden in het grote, onbekende Amsterdam er heel anders uitgezien.’

Nee, ik kan het me nauwelijks meer voorstellen. En toch is het zo. Ik twijfelde een jaar of twee geleden of het wat zou kunnen worden, zo’n serie waarin docenten vertellen over die ene leerling door wie ze anders naar hun vak gingen kijken.

Zouden die verhalen wel net zo interessant worden als de verhalen van artsen, die Ellen de Visser had opgetekend in haar serie over die ene patiënt? Die gingen over ethische dilemma’s, over hoop en vrees, over leven en dood. Daar zouden verhalen van docenten misschien flets tegen afsteken.

Toch probeerde ik het. Ik benaderde bevlogen docenten die ik eerder had geïnterviewd. Vrij snel kreeg ik de eerste reacties. ‘Ik denk dat iedere leerkracht ieder leerjaar een kind heeft dat hem een spiegel voorhoudt’, schreef een basisschoolleerkracht. ‘Ik kan zo vijf leerlingen noemen.’

En zo begon het. In anderhalf jaar tijd sprak ik tientallen docenten. Tijdens de gesprekken kreeg ik het gevoel dat ik stiekem mocht meeluisteren in de lerarenkamer, of dat ik door het sleutelgat in het klaslokaal mocht gluren. Langzaam groeide de serie (en de bundel die deze maand is verschenen) uit tot het begin van een antwoord op de vraag wat een docent een goede docent maakt.

Maar ja, dat is natuurlijk wel het antwoord vanuit het perspectief van de docent. Denken leerlingen er hetzelfde over? Om dat te onderzoeken, besloten we tot slot de boel eens om te draaien. Onlangs vroegen we lezers naar die ene docent die ze nooit zijn vergeten. Dat hebben we geweten. Er kwamen circa 150 verhalen binnen.

Maar waarom maakten juf Kathy, meester Watze en meneer Yntema van wiskunde zo’n indruk? Wie tussen de wimpers door kijkt, ontwaart een aantal archetypen van de onvergetelijke leraar. Sommigen worden geprezen omdat ze de leerlingen wisten te inspireren of te motiveren, anderen omdat ze écht luisterden of omdat ze er simpelweg waren toen er iemand moest zijn. En een paar omdat ze, nou ja, gewoon een fenomeen zijn.

We ontvingen ook verhalen over leraren op wie leerlingen met wrok terugkijken. Ze waren gemeen, gaven een trap na of maakten racistische opmerkingen. Zoals die docent aan de School voor de Journalistiek, die tegen een student met dyslexie zei: ‘Die fouten in je teksten komen zeker door je Marokkaanse achtergrond?’

Al met al bleken de verhalen van leerlingen goed aan te sluiten bij wat docenten me de afgelopen anderhalf jaar vertelden. Ook hun verhalen lieten zien dat het in het onderwijs om zoveel meer gaat dan ’t kofschip, de stelling van Pythagoras of de topografie van Zuidoost-Azië. Ze vertelden me vooral over de leerling die het thuis moeilijk had, de leerling die ontspoorde, de leerling die net een andere aanpak nodig had dan de rest.

Het ontroerde me dat sommige docenten echt alles uit de kast halen om een kind te helpen. Zoals die leraar op het praktijkonderwijs, die bereid was een jongen elke ochtend thuis op te halen, in de hoop dat hij dan weer naar school zou komen.

De verhalen van de docenten – en nu ook van de leerlingen – tonen aan hoe belangrijk het is dat de leraar de leerlingen kent. Alle leerlingen hebben hun eigen interesses, dromen en angsten. Een goede docent heeft daar oog voor. Daarom verwelkomen ze hun leerlingen elke les bij de deur. En daarom is het zo pijnlijk als een kind op een briefje schrijft: ‘Jij ziet mij te weinig’, zoals een van de geïnterviewde docenten overkwam.

Door de gesprekken voor deze serie zag ik dat leraren echt het verschil kunnen maken. Natuurlijk, dat is een cliché. Maar daarmee is het niet minder waar. Veel van deze verhalen bewijzen het.

Koester ze dus, die leraren.

De inspirator – ‘Vliegende vlamme, vlerke van het zonnewiel’

Nel Goudriaan (71) over juffrouw Van Vulpen van de Keuchenius Mulo in Hilversum.

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

‘Als juffrouw Van Vulpen het lokaal binnenkwam, liep ze direct naar de ramen, die ze wijd opensloeg. Met gespreide armen declameerde ze dan een dichtregel van Guido Gezelle: ‘Vliegende vlamme, vlerke van ’t zonnewiel.’ Ik begreep niet wat ze daarmee bedoelde, maar vond het wel mooi. De magie van de woorden is me altijd bijgebleven.

‘Begin jaren zestig was het, we waren 13, 14 jaar oud. En juffrouw Van Vulpen, haar voornaam kan ik me niet herinneren, las ons tijdens haar lessen Nederlands gedichten voor. Geen kindergedichten, maar échte gedichten. ‘Vrome vuur breng in mij over, uwen duur en tover’, las ze dan. Van Gerrit Achterberg, die ze enorm bewonderde. Ik ken die woorden nog altijd uit mijn hoofd.

‘Ik vind het mooi dat ze deed alsof het normaal was om met pubers poëzie te lezen. En door haar enthousiasme accepteerde de groep dat ook. Nooit was er hoongelach. Zelfs de leerlingen die bij andere docenten uit de band sprongen, hielden zich koest. Omdat ze ons serieus nam. Omdat ze niet door de knieën ging.

‘Door juffrouw Van Vulpen begreep ik dat taal meer is dan spelling en ontleden. Ik leerde dat je met taal andere werelden kunt scheppen. Later begonnen we met een paar leerlingen zelfs een dichtclubje. We speelden de Tachtigers, ik was Jacques Perk, een vriendin Willem Kloos. In de stijl van deze dichters schreven we parodieën. Die schoven we tijdens de andere lessen naar elkaar toe. Ja, bij juffrouw Van Vulpen is mijn liefde voor poëzie begonnen.’

Het baken – ‘Hij was een soort tweede vader voor ons’

Sami Shamoun (42) over meester Lucas van basisschool Het Vogelnest in Amsterdam.

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

‘Meester Lucas was een grote, stoere vent met een baard en een Harley-Davidson. Zelf heb ik nooit les van hem gehad, maar toch heeft hij een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Hij is echt een icoon in mijn leven.

‘Toen ik hem leerde kennen, waren we net in Nederland. Ik ben geboren in een klein dorp in Syrië, waar we eigen koeien en kippen hadden. In 1989 vroegen we hier asiel aan. Eerst zaten we een paar maanden in een asielzoekerscentrum, daarna kregen we een woning in Amsterdam-Noord. Mijn broertje, zusje en ik gingen naar basisschool het Vogelnest. We spraken nog nauwelijks Nederlands.

‘Het was een moeilijke tijd. Ik voelde me niet gezien. Toen ik een keer de uitleg van mijn leerkracht niet begreep, trok ik uit baldadigheid gekke bekken. Ik werd eruit gestuurd. Nu denk ik: hij had moeten vragen of ik hulp nodig had.

‘Gelukkig was meester Lucas er, de leerkracht van mijn zus. Hij ontfermde zich over ons tijdens de middagpauze, wanneer de meeste andere kinderen thuis gingen eten. Voor ons was dat een probleem. We woonden ver van school en mijn ouders hadden geen geld voor de overblijf. Daarom zaten we bij hem. We mochten helpen nakijken, hij maakte grappen en we schaterden als hij ‘de varkenspoot’ bij ons deed, waarbij hij onze polsen omklapte tot het pijn deed. Ik zie nog voor me hoe hij altijd zijn appel doormidden brak, met zijn blote handen. Soms bracht hij ons na schooltijd ook naar huis, in zijn oranje Opel Tigra. We hebben een paar keer met het hele gezin bij hem en zijn vrouw gegeten.

‘Ik vraag me af of dat nu nog zou kunnen. Zelf werk ik in de hulpverlening, waar ze tegenwoordig enorm hameren op professioneel gedrag. Als hulpverlener moet je voldoende afstand houden. Een knuffel geven kan eigenlijk niet, want dat zou iemand verkeerd kunnen opvatten. Daar wordt heel hysterisch over gedaan.

‘En dat terwijl ik zelf juist de menselijkheid van meester Lucas op prijs stelde. We voelden ons veilig bij hem, hij was een soort tweede vader. Zonder hem hadden die eerste maanden in het grote, onbekende Amsterdam er heel anders uitgezien.’

De motivator – ‘Het is goed om ook eens ergens je best voor te moeten doen’

Siska Barth (30) over meneer Van Ginkel van het Griftland College in Soest.

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

‘Of ik het meneer Van Ginkel zelf heb verteld of dat hij het van mijn mentor hoorde, weet ik niet meer. In ieder geval was hem ter ore gekomen dat ik twijfelde of ik moest doorgaan met economie. Ik haalde met moeite zevens voor dat vak, en zulke lage cijfers was ik niet gewend. Daarom overwoog ik het in te wisselen voor Frans, omdat ik verwachtte dat dat me beter af zou gaan.

‘Meneer van Ginkel was een kleine man met dunne krullen en een rond brilletje. Hij begon in vwo-4 altijd met het ophalen van de rekenvaardigheden, en dan vooral breuken en percentages. Veel leerlingen konden niet rekenen, vond hij. Zelf worstelde ik daar ook mee. Ik was altijd onzeker over cijfers. Ze gaven me kortsluiting in mijn hoofd.

‘Na een van zijn lessen liep meneer Van Ginkel een stukje mee. Op weg naar de aula zei hij: ‘Ik vind dat je economie in je pakket moet houden. Het is goed voor je om eens ergens je best voor te moeten doen.’ Dat zinnetje was voldoende om me over te halen. Hij stelde me voor een uitdaging; hij had een spel bedacht dat ik wilde winnen.

‘Ik leed toen aan ‘hoogbegaafde onzekerheid’. Veel vakken gingen me makkelijk af en ik had hoge verwachtingen van mezelf. Als ik iets niet direct kon, raakte ik gefrustreerd. Daarom maakte ik veel dingen niet helemaal af. Want: wat niet af is, kan ook niet mislukken. Meneer Van Ginkel confronteerde me daarmee.

‘Het bleek uiteindelijk de goede keuze om door te gaan met economie. Ik heb veel van de lessen geleerd. Wat ik fijn vond, was dat meneer Van Ginkel altijd probeerde de lesstof te verweven met de actualiteit. Dan nam hij de krant mee naar school en liet ons uitleggen waarom de rente of de huizenprijzen waren gestegen. Uiteraard haalde ik een goed cijfer op het eindexamen.

‘Ook daarna heb ik nog geregeld teruggedacht aan de woorden van meneer Van Ginkel, als ik weer eens wilde stoppen met iets wat ik niet meteen kon. En na de kunstacademie ben ik zelfs nog een master bedrijfskunde gaan doen.’

De feeks (m/v) – ‘Wederom een 1, mevrouwtje’

Carlijn Willemstijn (41) over juffrouw Kleins van de Interconfessionele Scholengemeenschap Westland in Naaldwijk.

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

‘Juffrouw Kleins liep door de klas en deelde de gemaakte proefwerken uit. Met samengeknepen billen wachtte ik tot ze mijn kant op kwam. Ik was 13 jaar oud, zat in havo-1 en was baggerslecht in Engels, hoewel ik wel mijn best deed. Ze stopte bij mijn tafeltje, keek me streng aan en liet toen het blaadje ongeïnteresseerd voor mijn neus vallen. ‘Wederom een 1, mevrouwtje’, zei ze. Toen liep ze verder, haar kin in de hoogte.

‘Juffrouw Kleins met de heksengrijns, noemde ik haar in gedachten. Ze nam plaats achter haar bureau, verhief haar stem en kondigde aan het proefwerk te gaan bespreken. ‘Carlijn’, zei ze tegen mij, ‘wat heb jij geantwoord bij de eerste opdracht?’ Ik zei haar dat ik niets had geantwoord, omdat ik het niet wist. ‘En bij de tweede opdracht?’ Ik zakte door de grond. Toen vroeg ze de klas om hulp. Om me heen schoten vingers de lucht in. Met tranen in mijn ogen rende ik de klas uit. Ik begreep niet waarom ze me keer op keer voor schut zette. De rest van de les heb ik me op het toilet verscholen.

‘Achteraf vermoed ik dat juffrouw Kleins dacht dat ik er met de pet naar gooide. Mijn twee oudere zussen zaten op dezelfde school. Zij waren serieuze leerlingen die altijd hun werk op orde hadden. Misschien verwachtte ze hetzelfde van mij, en dacht ze me te kunnen stimuleren met haar opmerkingen. Maar ik was een heel ander kind. Meer een flierefluiter, die moeite had het werk goed te plannen. Dat zag ze niet. Ze vroeg nooit waarom ik slecht presteerde en hoe ze me kon helpen.

‘Ik bleef dat jaar zitten. Daarna ben ik naar een andere school gegaan. Voor Engels ben ik mijn hele leven bang gebleven. Toen ik een aantal jaar geleden een presentatie in het buitenland moest geven, wilde ik die het liefst afzeggen. Uiteindelijk heb ik voor die drie minuten een half jaar op Engelse les gezeten. Zo veel impact kan een docent dus hebben.’

Juffrouw Kleins heet in werkelijkheid anders.

Het fenomeen – ‘Wie de meeste boterhammen mee heeft, krijgt de overhoring’

Martine Brander Dorgelo (45) over meneer Hibbel van Het Nieuwe Lyceum in Bilthoven.

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

‘De eerste les aardrijkskunde. Ik was piepjong, mijn brugklas zat klaar in het lokaal, maar er was geen docent te bekennen. De tweede bel ging, het geroezemoes verstomde. En toen hoorden we plotseling een mannenstem. ‘Also!’, zei die. We keken omhoog en zagen in een hoge vensterbank een man op zijn zij liggen, met één arm onder zijn hoofd. Hij at een boterham.

‘Het was mijn eerste kennismaking met Meneer Hibbel. We waren diep onder de indruk van hem. Hibbel hield ervan de klas te verwarren. Zo haalde hij ’s ochtends een keer een heel ontbijt uit zijn tas, inclusief tafelkleedje en gekookt ei. Terwijl hij zat te eten, overspoelde hij ons met verhalen. En hij liet ons heel hard een Duits lied zingen, in canon: ‘Der Hahn ist tot, der Hahn ist tot!’ Het galmde door de gangen.

‘Soms hield hij een mondelinge overhoring voor slechts één leerling. Maar voor wie? Daar ging altijd een bizarre rekensom aan vooraf. ‘Alle kinderen met een 3 in het huisnummer: sta maar op’, zei hij dan bijvoorbeeld. ‘Wie van jullie heeft er vanochtend melk gedronken? Irene, ga maar zitten. Wie heeft er een kat?’ Nu stonden alleen Caroline en Oscar nog. ‘Wie de meeste boterhammen mee heeft, krijgt de overhoring.’

‘Meneer Hibbel was een van de leukste leraren die ik ooit heb gehad. Zijn vak kon me niet echt bekoren, maar ik deed wel mijn best, al was het alleen maar omdat ik niet voor de hele klas voor schut wilde staan als hij me na zo’n wonderlijke selectieprocedure een keer de beurt zou geven. Je moest alert zijn bij meneer Hibbel, want je wist nooit wat er zou gebeuren.

‘Ik zal ook nooit vergeten hoe Raoul stiekem een hapje van een roze koek nam. Hibbel liep op hem af en zei: ‘Lekker hè, roze koeken?’ Daarna pakte hij de koek, legde hem op het hoofd van Raoul en begon er zachtjes op te drukken. ‘Maar wat kruimelen ze altijd, hè?’

De luisteraar – ‘Hij had geen oordeel. Ik mocht er zijn’

Natasja (35) over meneer Koeman, die Engels gaf op een middelbare school in IJmuiden.

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

‘Omdat het Dierendag was, besloten mijn beste vriend en ik meneer Koeman te bellen. We waren 14, dit vonden we grappig. En hij ook. Hij snapte direct waarom we hem feliciteerden en nodigde ons uit om een kopje Engelse thee te komen drinken bij hem en zijn vrouw in Alkmaar. Daar is ons contact begonnen.

‘Meneer Koeman was een leraar met geitenwollen sokken in jezusslippers. Zo op het eerste gezicht een supersaaie man, maar in zijn vrije tijd was hij drummer en bassist. Hij hield van zijn vak, in zijn lessen was hij scherp en geestig.

‘Met mij ging het niet goed in die tijd. Ik verklootte mijn schoolwerk, maakte stampij, beschadigde mezelf, liep bij Jeugdzorg. En bij meneer Koeman kon ik mijn verhaal kwijt. Uren en uren heeft hij naar me geluisterd. Alleen maar geluisterd. Dat vond ik fijn. Hij had geen oordeel. Ik mocht er zijn.

‘Na mijn eindexamen liep ik nog af en toe zijn lokaal binnen. Leerlingen dachten dan dat ik zijn dochter was, omdat we allebei een vrij prominente neus hebben. We lieten hen in de waan.

‘Met mij ging het daarna bergafwaarts. Op mijn 19de was ik zwaar depressief. Wie kon ik bellen? Ik dacht aan meneer Koeman en draaide zijn nummer. Anderhalf uur later stond hij bij me voor de deur. Zonder woorden trok hij me een jas aan. Op het station bestelde hij een chocomel voor me. Samen namen we de trein, waarna hij met mij achterop door de polder naar zijn huis fietste. Daar zette zijn vrouw een kop Engelse thee voor me. Na een huilbui legden ze me op een luchtbed en stopten me in. Nu, vijftien jaar later, denk ik daar nog vaak aan terug. Het was hartverwarmend.’

Bundel

De verhalen uit de serie ‘Die ene leerling’ zijn nu gebundeld. Exclusief voor het boek vertellen ook bekende (oud-)docenten als minister Arie Slob, zangeres Aafke Romeijn, cabaretier Johan Goossens en oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet over die ene leerling die hun kijk op het vak voor altijd veranderde.

Rik Kuiper: Die ene leerling. Ambo Anthos; 208 pagina’s; € 20,99.

Meer over