Kwaliteitsstelsel bezorgt goede crèche 'Kemakeur'

Is de deur breed genoeg voor een kinderwagen? Zit er een dranger op? Gaat ie naar buiten open? Directeuren van peuterspeelzalen, crèches, naschoolse opvang en gastouderbureaus kunnen binnenkort worden gezien met lijsten in de hand....

Van onze verslaggeefster

Maria Hendriks

AMSTERDAM

Het eerste deel van dit kwaliteitsstelsel wordt vandaag gepresenteerd in Utrecht. Het moet over drie jaar van kracht worden. Het werd opgesteld door de werkgeversorganisatie VOG, met geld van het ministerie van VWS. Het omvat normen op veertig terreinen binnen de kinderopvang. De gebieden lopen uiteen van de tevredenheid van de kinderen en het inwerken van nieuwe leidsters, tot budgetbewaking, hygiëne en de hoogte van de aankleedtafels.

De normen moeten nog worden goedgekeurd door de uit leden van de VOG samengestelde sectorraad. De VOG omvat driekwart van alle instellingen in de kinderopvang. Grote tegenstand wordt niet verwacht. Bij onderzoek bleek 90 procent van de kinderopvangplaatsen en 70 procent van de peuterspeelzalen de normen te willen hanteren.

Niet alle normen zijn nieuw. Het idee om systematisch te bekijken of de zaken in de kinderopvang goed zijn geregeld, en de manier waarop dat gebeurt, is dat echter wel. Elke instelling moet per 'norm' beleid op papier zetten en bespreken met werknemers en ouders. Veel VOG-normen zijn slechts 'omhulsel': de inhoud moet van de instellingen zelf komen.

Norm wordt bijvoorbeeld dat leidsters regelmatig worden bijgeschoold. Maar welke cursussen ze volgen, bepalen management, leidsters en ouders zelf. Een andere norm is het klachtrecht voor ouders. Het moet er zijn, maar hoe de instellingen het vorm geven, wordt niet voorgeschreven.

De meeste instellingen zullen met het doornemen van de veertig onderdelen snel klaar zijn. Veel opvangplaatsen hebben immers al een personeelsbeleid, een informatiefolder voor ouders, en een vluchtplan. Bovendien hoeft niet op elk gebied het wiel te worden uitgevonden.

De VOG komt met voorbeelden zoals een model-protocol kindermishandeling. Het pedagogische beleidsplan vraagt wel discussie, maar veel crèches zijn daar al mee begonnen.

In het najaar begint fase twee van het kwaliteitsstelsel: het ontwikkelen van een toetsingsmethode met, voor instellingen die zich aan de normen houden, een certificaat. Zo weten overheid, ouders en bedrijven die meebetalen aan kinderopvang dat ze waar krijgen voor hun geld. Gedacht wordt aan een systeem als de Bovag of het Kemakeur.

Aly van Beek en Tossy Pollmann, die het kwaliteitsstelsel ontwikkelden, hopen voor het ontwikkelen van de toetsingsmethode nog twee jaar de tijd te krijgen.

De toetsing moet bestaan uit twee componenten: de instellingen bekijken eerst zelf of hun zaken in orde zijn. Daarna geeft een onafhankelijke instantie een oordeel. Valt dat gunstig uit, dan volgt het certificaat.

Het kwaliteitsstelsel maakt volgens Pollmann uiterlijk geen verschil voor de kinderopvang, innerlijk wel. 'Ik merk het nu al bij crèches waar wordt proefgedraaid. Als ouders en leidsters de uitgangspunten op papier zien, is er direct discussie. Groot verschil is ook dat ze invloed kunnen uitoefenen, dat het management zich niet meer kan verschuilen achter ''druk, druk, druk''. Ouders kunnen zich zelfbewust opstellen, want de organisatie is op alle punten verplicht hen serieus te nemen.'

Misstanden als het te lang leiden van een grote groep kinderen door één leidster, of het onbetaald naar huis sturen van een leidster omdat er een waterpokkenepidemie is uitgebroken, kunnen door het hanteren van dit stelsel niet voorkomen. Pollmann: 'Als een instelling te weinig personeel inzet, kan dat uit de loonstaten worden afgelezen en valt er geen certificaat te vergeven.'

Zover is het nog niet. Tot 2000 moet de kinderopvang zich houden aan de Algemene Maatregel van Bestuur, te controleren door de gemeente. In de praktijk komt van die controle niet altijd wat terecht, maar dat is de kinderopvang niet aan te rekenen. Door het kwaliteitsstelsel kunnen ouders hun peuterspeelzaal of naschoolse opvang straks rechtstreeks aanspreken op te weinig leidsters of saai speelgoed.

Meer over