PostuumPaul Blanca (1958-2021)

Kunstenaar met een verwoestende scheppingsdrang, die altijd bleef fotograferen – als bewijs van zijn bestaan

Corto Blommaert
Paul Blanca in 2020 op de fotobeurs Buy My Darlings.  Beeld Martijn van de Griendt / ANP
Paul Blanca in 2020 op de fotobeurs Buy My Darlings.Beeld Martijn van de Griendt / ANP

Als Paul Blanca café de Pels in Amsterdam binnenkwam, dook iedereen onder de tafel. ‘Niemand was zo wispelturig als Paul, het was telkens weer afwachten in welke huid hij was gekropen’, zegt fotograaf en goede vriend Koos Breukel. ‘Dus liep ik op een keer achter hem aan en verkocht hem een klap. We werden goede vrienden, eigenlijk als broers.’

Op vrijdag 15 oktober overleed fotograaf Paul Vlaswinkel, alias Paul Blanca – niet oud (62), wel op – in zijn woning in Amsterdam. Begin jaren tachtig behoorde hij tot een nieuwe generatie fotografen die met verstilde studioportretten de internationale kunstwereld veroverde.

Zijn carrière begon met een baksteen. Daarmee verbrijzelde hij het raam van Foto Solleveld op de Amstelveenseweg, om vervolgens drie camera’s uit de fotowinkel te ontvreemden. Twee gaf hij er weg, één besloot hij te houden. Volgens Breukel jatte hij eigenlijk al zijn camera’s, tot peperdure Hasselblads aan toe.

Vanaf circa 1982 ontstak er een verwoestende scheppingsdrang in Blanca. Hij was een van de eersten die op een nietsontziende wijze de focus legden op huid. Voor zelfportretten mutileerde hij zichzelf; hij doorboorde zijn wang met een pijl, kerfde een Mickey Mouse-figuur in zijn rug en verstikte zichzelf bijna met een levende rat. Breukel: ‘Op zijn sterfbed zag ik nog het boter-kaas-en-eierenspel op zijn buik staan.’

Zijn werk trok de aandacht van onder anderen fotograaf Robert Mapplethorpe, die hem zijn ‘enige concurrent’ noemde, en choreograaf en fotograaf Hans van Manen. ‘Zij maakten een nieuw soort salonfotografie, op middenformaat’, zegt curator Wim van Sinderen van het Fotomuseum Den Haag. Blanca exposeerde in het buitenland en niets leek een grootse carrière nog in de weg te staan.

Dat was alleen buiten hemzelf gerekend, want het succes begon Blanca op te vreten. ‘Paul had een diepgewortelde eenzaamheid. Hij had al snel door dat hij alleen maar eenzamer zou worden’, zegt Breukel. Zijn kunst werd stilaan een ruilmiddel voor verdovende middelen. ‘Op een gegeven moment zaten dealers met pakken foto’s van hem, met het idee dat het nog veel waard was’, zegt Van Sinderen.

Zijn aftocht uit de mainstreamkunstwereld werd versneld toen Blanca er in 1994 door schilder Rob Scholte van werd beschuldigd dat hij een bomaanslag op hem had gepleegd. Scholte verloor bij de aanslag zijn benen, zijn vriendin hun ongeboren kind. Blanca werd nooit in staat van beschuldiging gesteld, toch was hij ‘voor velen voorlopig de dader’, zei hij tegen Trouw.

‘Dat heeft hem behoorlijk lamgelegd’, zegt Breukel. ‘Hij nam afstand van een wereld die hij nep vond.’ Die wereld nam ook afstand van hem: galeriehouders en verzamelaars lieten hem vallen. ‘Het is heel sneu dat dit gerucht aan hem is blijven kleven. Maar hij is altijd blijven fotograferen, als bewijs van zijn bestaan – ook als zijn leven niet zo kleurrijk was’, zegt Breukel.

Blanca had zin in de overzichtstentoonstelling in Fotomuseum Den Haag die hij met Breukel en Van Sinderen aan het voorbereiden was. Dat wordt nu een hommage. ‘We willen ons focussen op zijn beste werken’, zegt Van Sinderen.

‘Paul was als een grottekenaar die grip probeert te krijgen op zijn angsten’, zegt Breukel. Dat zie je bij zijn foto’s van stationsjunkies en inwoners van Beiroet, tot die van zijn bejaarde moeder en stierenvechters. Tegen Vice zei hij ooit: ‘Als die matador die stier doodt, is dat onsterfelijkheid. En dat is iets wat iedereen eigenlijk wel wil.’

Meer over