Koffietentjes rukken op in het land van de high tea

Op zonnige ochtenden drink ik soms koffie met geschiedenis bij de Old Cottage Coffee Shop in Charlton Park, waar de gevel is versierd met schilderingen van Hendrik VIII, Anne Boleyn, Thomas Cromwell, koning James I, oud-premier Spencer Percival en koningin Elizabeth. Typerend is dat de geportretteerden fraai beschilderde kopjes thee vasthouden, terwijl de hondenuitlaters, laptopwerkers en jonge moeders op het terras doorgaans koffie of cappuccino bestellen bij de hoffelijke Japanse dames die het sprookjesachtige huisje beheren.

Patrick van IJzendoorn
De Old Cottage Coffee Shop in Charlton Park. Beeld
De Old Cottage Coffee Shop in Charlton Park.Beeld

De koffietent is een van de vele. Op loopafstand liggen Buenos Aires, Heap's. Plumtree, Jamie, Cafe Rouge (twee stuks), Montpelier, Boulangerie Jade, Peter de Wit, Al Pancino, Mara, Moca, the Scullery, Costa (drie stuks) en Baba's. De helft van deze tenten was er niet toen we hier tien jaar geleden kwamen wonen en zo is het ook in de rest van Londen. T.S. Eliots constatering 'I have measured out my life with coffee spoons' is het motto geworden in het land van high teas.

Terwijl het aantal koffietenten sinds 2011 met dertig procent is gestegen, gaat het met de kroegen - de plekken waar de Britten elkaar van oudsher ontmoeten - minder. De Rode Leeuwen, Prinsen van Wales of de Wapenschilden van de Koning moeten goed eten bieden, op een goede locatie liggen of ambachtelijk bier schenken om te kunnen overleven. Wekelijks sluiten er gemiddeld dertig buurtkroegen, de watering holes van weleer, ook al hebben ze tegenwoordig ook koffiezetautomaten. Steeds vaker krijgen ze een tweede leven als woonhuis of appartementencomplex.

Koffietenten passen bij een tijd waar de grenzen zijn vervaagd tussen werken en ontspannen, tussen kantoor, buurtcentrum en huiskamer. Je kunt er tegelijkertijd online zijn en in de echte wereld. Cafeïne is de brandstof van het liquide tijdperk, waarover de pas overleden filosoof Zygmunt Bauman schreef. Koffie is gezellig en houdt je scherp. Bier, daarentegen past bij een cultuur van werkdagen die tot een abrupt einde kwamen bij een 'vloeibare lunch'. En thee, dat rustgevende symbool van Englishness? Een cuppa drinkt een 'millennial' thuis, bij je ouders bijvoorbeeld - niet in het openbaar.

Waar een pint associaties opwekt met Nigel Farages partij, die het manifest schreef op een bierviltje, is koffie de drank van de grootstedelingen, van de Tony Blairs die droomden van een continentale cafécultuur. Dat is aardig gelukt, in Londen althans. Geen treinreis, supermarktbezoek of wandeling naar kantoor is meer compleet zonder draagbare latte, frappe of mocha. In Hackney, de hipsterhemel, zijn cafés met antieke koffiemolens. Het is hier allang niet meer raar om rond middernacht een koffie te drinken.

Nieuw is de koffierevolutie allerminst. In de 17de en 18de eeuw stond Londen vol met koffiehuizen, waarvan de eerste was geopend door een Griek. Dit waren de plekken om gezamenlijk het nieuws van de dag door te nemen en waar mannen nuchter konden converseren over gewichtige zaken. In Lloyds Coffee House werd het verzekeringsconcern opgericht. Onder de geur van vers gemalen koffiebonen zag ook The Spectator het daglicht, 's werelds oudste nog bestaande weekblad dat tegenwoordig een populair blog heeft net een passende naam: Coffeehouse.

Meer over