Koelbloedige moord op Corsica schokt heel Frankrijk Nationalisten Corsica nemen afstand van moord

Frankrijk, in ieder geval de politiek-ambtelijke klasse, verkeerde dit weekeinde in shocktoestand. Vrijdagavond werd Claude Erignac, de prefect van Corsica, koelbloedig doodgeschoten....

MARTIN SOMMER

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

Onmiddellijk na de moord haastte minister Chevènement (Binnenlandse Zaken) zich naar het eiland. Zaterdag en zondag vlogen de politieke zwaargewichten, onder wie premier Lionel Jospin, af en aan op de luchthaven van de Corsicaanse hoofdstad Ajaccio. Wie geen tijd had, getuigde in Parijs van z'n treurnis en woede. De Assemblée Nationale, die vrijdagavond laat nog vergaderde over het staartje van de wet op de 35-urige werkweek, nam een minuut stilte in acht.

President Jacques Chirac bezwoer zaterdag 'plechtig' zijn 'vastbeslotenheid dat alles zal worden gedaan opdat de autoriteit van de Staat wordt gerespecteerd'. Vandaag vliegen Chirac en Jospin naar Corsica om eer te bewijzen aan de overleden prefect wiens lichaam vanmiddag wordt overgebracht naar zijn geboortedorp Montbrun bij de rivier de Tarn, waar hij zal worden begraven.

Vrijdagavond kwart over negen parkeerde Erignac zijn auto in het centrum van Ajaccio. Samen met zijn vrouw zou hij een concert bezoeken. Toen de prefect uitstapte werd hij door een kogelregen geveld.

Erignac was sinds twee jaar de hoogste vertegenwoordiger van de staat op Corsica. Ondanks het feit dat het eiland sinds jaar en dag onrustig is wegens nationalistische oprispingen en er zich met regelmaat aanslagen voordoen, weigerde de prefect consequent een escorte.

Op de plaats van de moord werd een pistool gevonden. Getuigen maakten gewag van twee jongeren die zich uit de voeten maakten. Onmiddellijk werd vrijwel het hele eiland afgegrendeld. Binnen een uur arresteerde de politie drie jonge mannen van Marokkaanse komaf.

Ze waren eerder met de justitie in aanraking geweest omdat ze met behulp van springstof aanslagen op gebouwen hadden gepleegd. De hoogste opsporingsambtenaren zijn voor de zaak uit Parijs gekomen.

Minister Chevènement liet zich voorzichtig uit over de arrestaties en zei dat 'een zo ernstig feit niet de daad kan zijn geweest van een of twee geïsoleerde individuen'. Vermoedelijk is sprake van een 'politieke' opdracht, zei de minister.

Gisteravond was de aanslag nog steeds niet opgeëist. Alle nationalistische bewegingen van Corsica, ook de ondergrondse, hebben de moord op de prefect afgekeurd. De eerste veroordeling kwam van A Conculta Nazionalista, de politieke arm van FLNC-Canal Historique (Front de Libération Nationale Corse).

Het achtervoegsel hangt samen met een van de vele scheuringen die zich binnen het Corsicaanse nationalisme hebben voorgedaan. De rivaliserende MPA (Mouvement Pour l'Autodétermination), die zich al jaren van het geweld heeft afgekeerd, sprak evenzeer haar afkeuring over het gebeurde uit.

Claude Erignac (60) stond bekend als een aimabele, aanspreekbare bestuurder. Hij begon zijn carrière als staatsdienaar met een studie politieke wetenchappen in Parijs. Zijn eerste prefectuur kreeg hij in 1981. Met Corsica had Erignac geen bijzondere banden. Hij werd in 1995 op het eiland benoemd tijdens een troebele periode, waarin Parijs ogenschijnlijk ferme taal uitsloeg, maar tegelijk geheime onderhandelingen voerde met de Conculta. Terwijl Erignac al in Ajaccio zat, maakte de toenmalige premier Juppé een einde aan de geheime gesprekken.

Twee weken geleden, op 25 januari, had de Conculta plechtig bekend gemaakt dat de gewapende strijd zou worden hervat. Op een geheime persconferentie, belegd door gewapende en gemaskerde mannen, werd een eind gemaakt aan de wapenstilstand die traditiegetrouw was ingesteld na de parlementsverkiezingen, ditmaal die van mei en juni vorig jaar. Volgens de Conculta had de 'koloniale staat' ook onder premier Jospin zich wederom tegenover Corsica van zijn slechte kant laten zien.

De moord komt vijf weken voor de regionale verkiezingen van 15 maart. Net als het eiland zelf is ook het politieke landschap van Corsica ruig en ondoordringbaar. Een kwart miljoen Corsicanen kan er kiezen uit vijftien lijsten, die allemaal in meer of mindere mate nationalistisch zijn.

Sinds de gebroeders Simeoni begin jaren zeventig met een reeks aanslagen de trend zetten voor het gewelddadige Corsicaanse nationalisme, is het onrustig geweest op het île de beauté. De laatste jaren waren de troebele beweginkjes ernstig verzwakt door onderlinge bloedige afrekeningen.

De voorman van de Conculta, François Santoni, zit sinds een dik jaar in voorarrest in verband met mafiose afpersingsactiviteiten. Zoals wel vaker gebeurt met gewapende onafhankelijkheidsbewegingen, is ook in Corsica de afbakening tussen het bevrijden en het afpersen van de plaatselijke bevolking niet altijd even helder.

In 1988 zei de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Joxe dat 'een van de mogelijke scenario's voor Corsica is dat het binnen dertig jaar Sicilië' zou zijn, waar 'de staat de strijd tegen de mafia schijnt te hebben opgegeven'. Het jaargemiddelde aan moorden bedraagt op het eiland dertig à veertig. De laatste 'nuit bleue' deed zich een jaar geleden voor, op 2 februari 1997, toen in één nacht 76 aanslagen op gebouwen werden gepleegd. Daarbij vielen overigens geen doden.

Het dagblad Libération verwijst in zijn weekend-editie naar een recent communiqué van de onbekende groepering Sampieru. De groep, in oktober 1997 opgericht met de 'plechtige belofte de strijd tegen de Franse staat voort te zetten', hield er half januari weer mee op. Verklaring voor de snelle overgave: 'De gevaarlijke megalomanie' van de collega-vrijheidsstrijders, die zou leiden tot 'een pervers spel dat bestaat uit het opstoken van de conflicten tussen Corsicanen onderling'. Sampieru veroordeelde 'bij voorbaat acties die zouden kunnen worden ondernomen tegen bepaalde eminente functionarissen van de koloniale staat'.

Meer over