Kloof tussen Nederlandse laksheid en Franse hypocrisie

De Franse visie op de Nederlandse drugspolitiek is bekend. Maar hun eigen strijd tegen de drugs blijkt omstreden, met taboes omgeven en gepolitiseerd....

Van onze correspondent Martin Sommer

Zal Jacques Chirac de hand over zijn hart strijken en eindelijk de noordgrens van Frankrijk openstellen? Wie de Frans-Belgische grens wel eens oversteekt, weet dat de douanehokjes er afgebladderd en leeg bijstaan. Maar symbolen wegen in Frankrijk en officieel zijn de Fransen nog altijd ontevreden over het Nederlandse drugsbeleid - zij het niet meer in de mate waarin een van Chiracs paladijnen Nederland in 1995 een 'narcostaat' mocht noemen.

De open grens staat niet echt op de agenda van Chiracs staatsbezoek van vandaag en morgen. 'We gaan er niet om bedelen', zegt een Nederlandse diplomaat in Parijs. Er zijn geen indicaties dat Chirac een gebaar gaat maken, ondanks het feit dat dit bezoek in het teken staat van het veroveren van de Nederlandse harten. Over dik twee jaar wachten de presidentsverkiezingen, en in Frankrijk gaan de handen voor een liberale drugspolitiek niet op elkaar. 'Maar je weet nooit', zegt de diplomaat. 'Chirac is een impulsieve man. En in Frankrijk maakt het woord van de president indruk. Ook in tijden van cohabitation.'

Al blijven de drugs wrijvingspunt nummer één, Frankrijk heeft zijn kritiek op Nederland gematigd. Sinds mei 1997 zit er een socialistische regering, en premier Jospin heeft zijn president gewaarschuwd: kom niet aan mijn partijgenoot Oeim Kok. Waaruit niet volgt dat het Nederlandse gedoogbeleid in het Elysée gunstiger wordt beoordeeld. De opvattingen van Chirac zijn geïnspireerd door Gabriel Nahas, een ultraconservatieve arts die in januari in Le Figaro opriep tot een 'nieuwe kruistocht' tegen verdovende middelen 'om de mensheid te redden'. Zijn ideeën over cannabis zijn volgens experts volkomen achterhaald.

Invloedrijk is ook de Franse ambassadeur in Nederland, De Montferrand. Een tweede diplomaat: 'Onderschat het belang van de ambassadeur voor de beeldvorming niet. De Montferrand knipt elke krantensnipper uit over elke ongecontroleerde container in Rotterdam. Dat ligt een half uur later op het bureau van de president. De Montferrand is een gaullist, en je hebt wel eens de indruk dat hij meer de ambassadeur van Chirac persoonlijk is dan van Frankrijk.'

Verdovende middelen zijn ook in Frankrijk zelf een zeer omstreden, gepolitiseerd en met taboes omgeven onderwerp. Binnen de linkse coalitie van Jospin kan er nauwelijks over gesproken worden. De minister van Onderwijs en zijn collega van Binnenlandse Zaken zijn geharnaste tegenstanders van elke vorm van liberalisering, terwijl bijvoorbeeld de onlangs vertrokken onderminister Kouchner jarenlang pleitte voor legalisering van softdrugs.

De moeilijkheden tussen Frankrijk en Nederland zijn dan ook in hoge mate een spiegel van de spanningen in Frankrijk zelf. Toen de Groene minister Dominique Voynet bekende wel eens een joint te hebben gerookt, ging ter rechterzijde een geloei van verontwaardiging op. Of we na kaviaar-links (gauche caviar) van de generatie Mitterrand nu hasjiesj-links (gauche pétard) konden verwachten, luidde het commentaar. De grap was onthullend voor het niveau waarop het drugsdebat zich voltrekt.

'Er kan niet over gepraat worden, met als gevolg dat we in Frankrijk met een enorme informatie-achterstand kampen', zegt Nicole Maestracci. Deze voormalige kinderrechter presideert sinds voorjaar 1998 de Mildt, het hoogste beleidsorgaan van de regering dat de drugspolitiek moet coördineren tussen alle zeventien betrokken ministeries.

Op het gebied van de gezondheidszorg heeft Frankrijk de laatste jaren flink ingehaald. Tegenwoordig zijn er methadonprogramma's, worden er spuiten geruild, bestaat er zelfs onderdak voor verslaafden. 'Onder invloed van de aids-golf werd verslaving voor het eerst als een gezondheidsprobleem beschouwd, en niet meer louter als repressieprobleem', zegt Didier Jayle, directeur van het Crips, onderzoeks- en informatiecentrum over aids. 'Er gaapt een kloof tussen de repressieve officiële verklaringen en wat er in de praktijk gebeurt aan risicovermindering. De budgetten in de verslaafdenzorg gaan constant omhoog. Maar discreet, iedereen houdt zijn mond erover.'

Mevrouw Maestracci, die direct onder premier Jospin ressorteert, dwingt in kringen van medische begeleiders respect af vanwege de standvastigheid waarmee ze drugs als een gezondheidsprobleem definieert. Eind vorige zomer presenteerde de Mildt een driejarenplan, dat daarna tot regeringspolitiek werd verheven. In dat plan werden tabak en alcohol voor het eerst op één lijn geplaatst met 'harddrugs' als cocaïne of heroïne.

Bertrand Lebeau, drugsexpert van Médecins du Monde: 'Het plan was een sprong voorwaarts. Vanwege de pragmatische aanpak, de nadruk op preventie, en de erkenning dat een wereld zonder drugs niet bestaat, de praktische risicovermindering.'

Daar staat tegenover dat op gebied van politie en justitie nauwelijks voortgang is geboekt, zegt Lebeau. 'De regering erkende in de herfst van 1998, tijdens een belangrijk colloquium, dat veiligheid ook een links thema is. Veelzeggend was dat het woord drugs daar niet is gevallen.'

Maestracci erkent dat sprake is van een 'schizofrene situatie', van een totaal langs elkaar heen werkende gezondheids- en repressieve politiek. Het Franse bestuur, legt ze uit, is de erfenis van een verkokerd napoleontisch stelsel. Daarnaast is haar manoeuvreerruimte beperkt. De gewapende vrede tussen president en premier die cohabitation heet, maakt dat discussie over de wet uitgesloten is. Maestracci is zover gegaan als ze kon. Uitgangspunt van haar benoeming was dat de regering de wet niet wilde veranderen.

De Franse wet op de verdovende middelen is extreem repressief - niet alleen naar Nederlandse maar ook algemener Europese maatstaven. De wet, die dateert uit 1970, maakt geen verschil tussen softdrugs en harddrugs. Wel worden gebruik en bezit onderscheiden. Onduidelijk is bij welke hoeveelheid gebruik ophoudt en bezit begint. De bezitter wordt beschouwd als handelaar, en er staan straffen tot tien jaar op. De privégebruiker kan volgens de wet een paar maanden tot een jaar in de cel tegemoet zien.

'La loi c'est la loi', zeggen de Fransen. Aan de wet valt niet te tornen. Wat niet betekent dat de uitwerking altijd en overal dezelfde is - voilà de Franse variant op het fameuze gedoogbeleid. In Frankrijk kan men uitstekend leven met een kloof tussen theorie en werkelijkheid. 'Als de façade maar mooi is', verzucht een Nederlandse diplomaat daarover.

Maestracci: 'Er is inderdaad een groot verschil tussen het repressieve discours en de dagelijkse praktijk.' Hierin schuilt een van de wortels van het structurele onbegrip tussen Fransen en Nederlanders, waarover ambassadeur De Montferrand vorig jaar zei: 'Nederlanders hebben de neiging ons als hypocriet te beschouwen, terwijl wij hun laksheid verwijten. Het is een dovendialoog.'

De praktijk in de omgeving van Lille, groot-Parijs en oost-Frankrijk, waar men kampt met drugsproblemen, laat zien dat beneden de dertig gram het bezit van hasj niet wordt vervolgd. Een Nederlandse diplomaat: 'Dat is wel ironisch, wij hebben sinds minister Sorgdrager een maximum van vijf gram, terwijl hier tegenwoordig dertig gram bezit wordt gedoogd.'

Dat klopt niet helemaal, zegt Tim Boekhout van Solinge, een Amsterdamse onderzoeker die een boek schreef over cannabisgebruik in Frankrijk. 'Je wordt niet vervolgd, dat is waar. Maar de politie pakt wel gebruikers op en kan ze twintig uur vasthouden zonder dat er een haan naar kraait. De volgende dag worden ze weer losgelaten, net iets te laat om nog op tijd op school of op je werk te komen. Om te pesten.'

De kloof tussen de Franse wet en de praktijk leidt ertoe dat de Franse officier van justitie die in Den Haag is gedetacheerd, kan uitroepen dat 'wij in feite óók onderscheid maken tussen softdrugs en harddrugs'. Terwijl in een kleine stad in de Corrèze of de Creuse, diep in Frankrijk, degene die met een flinter hasj op zak wordt gepakt waarschijnlijk in het gevang verdwijnt. De landelijke verschillen zijn dermate groot, dat in een rapport uit 1995 werd gewaarschuwd dat de gelijkheid van de burger voor de wet gevaar loopt.

Volgens de jongste cijfers zitten er nog altijd 450 mensen vast die zijn veroordeeld wegens drugsgebruik. Het aantal ondervragingen van cannabisgebruikers door de politie is in vijf jaar verdubbeld tot de huidige 70 duizend per jaar. En dat terwijl de minister van Justitie de afgelopen zomer een 'directief' deed uitgaan waarin stond dat niet het cannabisgebruik, maar de handel moet worden aangepakt. Gebruikers horen volgens de minister niet in de cel thuis.

Maar Franse officieren van justitie zijn vrij om directieven van het ministerie naast zich neer te leggen. En de Franse politie valt niet, zoals in Nederland, onder Justitie maar onder Binnenlandse Zaken. Het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken staat niet bekend om zijn liberale opvattingen. Minister Chevènement zei over de drugswet van 1970: 'Het is nooit goed als een wet niet wordt toegepast...' Zijn ministerie heeft het driejarenplan van Maestracci getekend. 'Sedertdien', zegt ze met een glimlach, 'hult de minister zich in stilzwijgen. Hij denkt na.'

Nederlandse functionarissen in Parijs die zich inspannen om verbetering te brengen in het wederzijdse onbegrip op het gebied van drugspolitiek, wijzen het liefst op de mooie samenwerking van de laatste jaren. De lijst van uitwisselingen, ronde-tafelgesprekken, onderzoeksrapporten telt inmiddels verscheidene bladzijden. Nederland lijkt benauwd voor nieuwe Franse boosheid. Andersom geven de Franse beleidsmakers toe dat ze - soms - wat van Nederland kunnen leren. Ook hier is het ongerief taai.

Een Nederlandse diplomaat: 'Er gebeurt wel wat, maar veel opschieten doet het niet. Er is nu een directeur van de nationale politie, Bourgougnoux, die veel ziet in de nieuwe wijkpolitie. Misschien dat we dan van praktijken af zijn zoals je ze in het achttiende arrondissement in Parijs tegenkomt. Daar doen ze tegenwoordig aan spuitenomruil. Maar het komt voor dat een verslaafde om de hoek agenten tegen het lijf loopt. Die schudden hem uit en gaan dan even op die naalden staan. Het gaat allemaal tergend langzaam.'

Meer over