Klem tussen verjuffing en de genderbrigade: de strijd der seksen laait weer op

Vrouwenvoetbal, vaderschapsverlof, de Sire-reclame: zodra het over mannen en vrouwen gaat, ontstaan al gauw verhitte gesprekken. Waar komt die felheid vandaan? 'Breng het als een hypothese, niet als feit.'

Sander van Walsum
Jongens en meisjes timmeren samen hutten Beeld Harry Cock
Jongens en meisjes timmeren samen huttenBeeld Harry Cock

'Van mij mogen ze voetballen', zegt voetbalanalyticus Aad de Mos over de vrouwen die zich in deze typische mannensport willen bekwamen. 'Maar vrouwenvoetbal en mannenvoetbal zullen twee takken van dezelfde sport blijven.'

Dat is niet onvriendelijk bedoeld. Ook Aad de Mos was positief over de prestaties van het Nederlands vrouwenelftal in de openingswedstrijd van het EK tegen Noorwegen. 'Maar daarna werd het elke wedstrijd minder.' De Mos doet, kortom, niet mee 'aan het hosanna rondom het vrouwenvoetbal'. En dat heeft hij geweten. In de sociale media werd hij weggezet als alfaman die het niet kan verdragen dat opnieuw een mannenbolwerk aan feminiene invloeden wordt blootgesteld.

De Mos is niet de eerste die heeft ondervonden dat een opmerking over mannen of vrouwen al gauw aanleiding geeft tot verhitte genderdiscussies. Waar komt die felheid vandaan? Waarom leiden ogenschijnlijk nuchtere opmerkingen soms tot zulke woedende reacties?

Behalve De Mos moest ook Sire het deze week ontgelden vanwege haar campagne over jongens die te veel ontmoedigd zouden worden om typische jongensdingen te doen. Andere recente genderdiscussies: die over het vaderschapsverlof en de vraag of de man daardoor zou feminiseren of het gezin juist zou masculiniseren. En het feit dat jongens het op school per saldo slechter doen, wat de Sire-campagne in verband brengt met de 'verjuffing' van het basisonderwijs.

Als het om jongens en meisjes, mannen en vrouwen gaat, ontvlamt bijna onvermijdelijk het immer sluimerende nature-nurture-debat: in hoeverre is menselijk gedrag het gevolg van sociale invloeden en in hoeverre van 'natuurlijke aanleg', waarvan sekse een component is. Volgens critici van de Sire-campagne, onder wie de Leidse hoogleraar diversiteit in opvoeding en ontwikkeling Judi Mesman, is Sire veel te stellig geweest in de associatie van sekse met een bepaald gedrag. 'Breng het als een hypothese', zegt ze. 'Niet als een feit.'

Mesman heeft vooral problemen met het woord feminisering, waarmee uiteenlopende ontwikkelingen worden gekarakteriseerd die met vrouwelijkheid in verband worden gebracht - van vrouwenvoetbal tot de 'verjuffing' van het onderwijs en het feit dat we steeds voorzichtiger zouden worden. 'Het begrip feminisering is zo diffuus dat het in het gebruik niet praktisch is. Het heeft vooral een nare bijsmaak. Er ligt de suggestie in besloten dat mannelijkheid stelselmatig wordt onderdrukt. Dat de juffen bezig zijn de mannen uit het onderwijs te werken. Onzin natuurlijk. Niemand betwist dat het onderwijs baat heeft bij meer mannen.'

Waar de attractie van het woord feminisering in schuilt? 'Het is een simpel verklaringsmodel voor ontwikkelingen waar sommige mensen zich onbehaaglijk bij voelen. We klampen ons vast aan de duidelijke categorieën man en vrouw. We zien meer juffen voor de klas en we stellen vast dat jongens het op de basisschool iets minder goed doen dan meisjes. Die twee parallelle ontwikkelingen moeten dan wel iets met elkaar te maken hebben. Het ligt echter meer in de rede om de schoolprestaties van jongens in verband te brengen met het feit dat hun vrijheid in de klas de laatste decennia gigantisch is toegenomen. Misschien worden jongens niet te veel, maar juist te weinig beteugeld. Het is maar een hypothese.'

Feit is dat de veronderstelde feminisering tot een masculiene reactie leidt. Getuige de behoefte waarin Maxim Hartman voorziet met alle variaties op het thema: mannen zijn nu eenmaal mannen. De televisiereclames waarin de bonkigheid van echte mannen zwaar wordt aangezet. Of de voorstelling De Man is Lam van theatermaker Lucas De Man over een 'vleugellamme man die zijn mannelijkheid opnieuw moet definiëren'. 'De emancipatie van de vrouw betekende een objectieve achteruitgang van de positie van de man, zoals het einde van de slavernij een achteruitgang inluidde voor de slavenhouder', zei de Antwerpse historicus Henk de Smaele in een artikel van Lode Delputte in de Vlaamse krant De Morgen. En in tijden van snelle verandering worden onlangs geëmancipeerde groepen als onderdeel van gevoelde problemen gezien. Mannen die zichzelf bekneld voelen, zijn aan een 'herbronning' begonnen 'waarbij intellect en raffinement verruild worden voor een bon ton, complexloos en breedvoerig machismo', schreef Delputte.

Aanhangers van de stroming die als neomachismo, retro-masculinisme of neovirilisme wordt aangeduid, roepen op hun beurt weerstand op bij wat onderzoeker en adviseur Lauk Woltring 'de genderbrigade' noemt. 'Die reageert furieus op de veronderstelde poging van mannen om verloren terrein te heroveren. Vanuit feministisch perspectief komt er eindelijk schot in de zaak en verdorie: daar heb je die kerels weer. Bij die reactie kan ik mij best iets voorstellen. Maar ze slaat vaak door in een ontkenning van neurowetenschappelijke inzichten over het verschil tussen mannen en vrouwen. We weten dat jongens onregelmatiger en later rijpen dan meisjes. Ontken dat niet, maar maak gebruik van die kennis opdat de verschillen tussen jongens en meisjes minder groot worden.'

Een jongetje in zijn hut. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Een jongetje in zijn hut.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Hoe de Sire-campagne over de opvoeding van jongens tot stand kwam

Het maakt niet uit hoe ze over je praten, als ze maar over je praten, dachten ze bij Sire. Bij de totstandkoming van de campagne over de opvoeding van jongens werden kritische geluiden terzijde geschoven.

Meer over