Justitie begaat blunder op blunder bij procedures voor eis tot schadevergoeding Slachtoffer van mishandeling staat in de kou

Hij klapt zijn bovenlip omhoog en wijst op een bobbeltje aan de binnenkant. 'Dit is het enige dat ik eraan heb overgehouden', zegt Richard van Houwelingen....

Van onze verslaggever

TILBURG

Van Houwelingen vierde op 18 februari 1996 carnaval in Oosterhout. Tegen half twee 's nachts vertrok hij uit swingcafé De Macx. In het gedrang voor de uitgang ging er opeens iemand van zijn stokje. Van Houwelingen kon hem nog net opvangen door een arm om zijn hals te slaan. 'Het eerste wat ik dacht was: ik moet die jongen naar buiten slepen; zuurstof.'

Op dat moment kwam de uitsmijter van buiten naar binnen gelopen. Van Houwelingen: 'Die meende dat er gevochten werd. De portier trok me los en smeet me op straat. Ik viel languit. Hij pakte me op, greep me bij de strot en sloeg me in mijn gezicht. Ik bloedde als een rund; tanden door mijn lippen.' In het ziekenhuis werden de wonden gehecht.

Van Houwelingen is een van de duizenden slachtoffers van een strafbaar feit die een beroep kunnen doen op de Wet Terwee. In deze, op 1 april 1995 van kracht geworden wet staat het welzijn van slachtoffers voorop. De wet biedt slachtoffers de mogelijkheid zich als 'benadeelde partij' te voegen in het strafproces en schadevergoeding te vorderen van de dader. Voor de uitvoering van de wet staat in een richtlijn over slachtofferzorg de werkwijze van politie en Openbaar Ministerie beschreven. Daarin zijn correcte bejegening van en informatieverstrekking aan het slachtoffer hoofdpunten.

In de zaak-Van Houwelingen is van uitvoering van de wet noch van naleving van de richtlijn iets terecht gekomen. Justitie heeft de verzuimen toegegeven, waardoor Van Houwelingen de kans heeft gemist zich in het strafgeding te voegen. De staat heeft hem 150 gulden overgemaakt als 'tegemoetkoming voor het ontstane ongemak'. Hij had 200 gulden immateriële schadevergoeding willen vragen van de dader.

In september 1996 kreeg Van Houwelingen bericht dat de verdachte zou worden vervolgd. Bij de brief werd een formulier meegezonden, waarop Van Houwelingen kon aangeven dat hij zich als slachtoffer in de strafzaak wilde mengen. Over plaats, datum en tijdstip van de zitting zou nader bericht volgen.

Van Houwelingen stuurde het formulier op, en daarna bleef het lange tijd stil. Zijn herhaalde verzoeken om informatie over de voortgang van de zaak werden niet beantwoord. Op de laatste dag van 1996 ontving Van Houwelingen een brief die hem verbijsterde.

De verdachte bleek op 25 november te zijn veroordeeld tot 500 gulden boete zonder dat Van Houwelingen als benadeelde partij was ingelicht over de zittingsdatum. Bovendien bleek zowel de officier van justitie als de rechter over het hoofd te hebben gezien dat Van Houwelingen zich in het strafproces had gevoegd, hoewel dit feit wel op de dagvaarding vermeld stond.

Het Bredase parket deed alsof er niets aan de hand was en voegde opnieuw een formulier bij waarmee het slachtoffer nogmaals kon proberen zich te voegen, nu in het door de verdachte aangetekende hoger beroep bij het gerechtshof in Den Bosch. En weer werd hem verzekerd: 'U krijgt bericht over de behandeling van de zaak.'

Van Houwelingen: 'Mijn eerste voegingsformulier is zoekgeraakt op het parket in Breda. Het tweede heb ik naar Den Bosch gestuurd. Een maand daarna hoorde ik op het Buro voor Rechtshulp dat voeging in hoger beroep niet meer mogelijk is.' Nadat ik de hoofdofficier in Breda daarop twee keer had geattendeerd, gaf justitie toe dat ik verkeerd was voorgelicht en bood haar verontschuldiging aan.'

Justitie wees Van Houwelingen erop dat hij aan het parket-generaal een bedrag kon vragen om de kosten te dekken. De student maakte van die mogelijkheid gebruik, maar zijn brief raakte zoek 'door een verhuizing' op het Haagse hoofdkwartier van procureur-generaal A. Docters van Leeuwen. Een herhaald verzoek leverde hem een uiterst bescheiden bedrag op.

De klap op de vuurpijl kwam voor Van Houwelingen vorige maand, op 13 oktober. De afdeling Slachtofferhulp van het parket bij het Bossche hof berichtte hem dat de verdachte uitsmijter op 11 september was vrijgesproken. Opnieuw was verzuimd het slachtoffer te informeren over de zittingsdatum.

Meer over