Jonge scholieren noemen vriendschap erg belangrijk Kindercongres: oorlog het grootste probleem

'Soms zijn er zóveel auto's in Warschau dat je niet eens kunt ademen als je over straat loopt', zegt Maria (11) met een vies gezicht....

ANNIEKE KRANENBERG

Van onze verslaggeefster

Annieke Kranenberg

PARIJS

Tijdens het opgroeien - het hoofdthema van dit Kindercongres - is vriendschap erg belangrijk, zeggen de kinderen, allen tussen zeven en veertien jaar. De sloganwedstrijd werd dan ook gewonnen door de Italiaanse delegatie met 'Vriendschap: een zon die nooit ondergaat'.

Onder dit motto zullen de kinderen het toekomstplan 'Kids call to action' morgen aanbieden aan de Unesco, de organisatie voor onderwijs, cultuur en wetenschappen van de Verenigde Naties.

Op het vierdaagse congres, georganiseerd door de Walt Disney Company en de Unesco, zijn schoolklassen aanwezig die door middel van een tekenwedstrijd zijn geselecteerd. Zoals de klas van de twaalfjarige Natsai uit Zimbabwe; zij is door het dolle heen. Dit is de eerste keer dat ze buiten Afrika verblijft, en nu heeft ze nog kennisgemaakt met Mickey Mouse ook.

In de overweldigende plastic omgeving van Fantasyland en Adventureland is Natsai ineens serieus. Ze wil tijdens het congres duidelijk maken dat mensen moeten stoppen met vechten. 'Daarom is goed onderwijs zo belangrijk, want als mensen studeren, zijn ze misschien niet meer zo dom om oorlog te voeren.'

Uit een enquête van Unesco die dinsdag gepresenteerd werd, blijkt dat de meeste kinderen (23 procent van de ondervraagden) oorlog het grootste probleem ter wereld noemen. Ook in Nederland wordt oorlog het meest genoemd, door 60 procent van de kinderen. Dat percentage komt uit de landelijke enquête die gisteren in de Volkskrant stond.

Van de tienduizend respondenten uit 38 landen - die van het Volkskrant-onderzoek horen tot de 5 procent die de Unesco tot dusver verwerkt heeft - komt 80 procent uit Europa en Noord-Amerika. In Latijns-Amerika en het Caribische gebied reageerde 15 procent. De overige 5 procent komt voor rekening van Afrika, het Midden-Oosten en Azië.

Er zijn ook verschillen tussen de resultaten van de Nederlandse en de internationale enquête. Nederlandse kinderen vinden dat er meer aandacht moet komen voor armoede (28 procent) en honger (22 procent). Wereldwijd beschouwt respectievelijk 11 en 5 procent van de kinderen deze problemen als belangrijk.

Op het congres wordt in de workshop over voeding dan ook met geen woord gerept over honger. Toch lijkt het thema 'Wat voor eten zullen we kiezen?' een merkwaardige vraag om voor te leggen aan kinderen uit India, Pakistan en de Filipijnen.

Niets blijkt minder waar. Hun dagelijks voedsel wijkt nauwelijks af van wat kinderen eten in Groot-Brittannië, het voormalige koloniale moederland. Misschien eten de Aziaten wat minder vet, maar het is net zo 'gebalanceerd en gezond' als het volgens de 10-jarige Matthew uit Wales hoort. ''s Ochtends moet je zoveel mogelijk eten, want dan heb je genoeg energie voor de rest van de dag.'

Het is duidelijk: kinderen uit sloppenwijken of armoedige plattelandsdorpen zijn niet van de partij. Bovendien genieten alle aanwezigen onderwijs.

Wat school betreft, is de jeugd eensgezind. Sport is zowel bij de Nederlandse kinderen (25 procent) als internationaal (33 procent) veruit het populairste vak. Daarna volgen creatieve vakken als tekenen en muziek (18 procent).

In deze lessen leeft Jeroen van twaalf zich helemaal uit. Dankzij hem werd groep 8B van Het Palet uit het Brabantse Hapert de Nederlandse afvaardiging op het congres. Want Jeroen maakte de winnende tekening over sport in Nederland met de slogan: 'Sport is. . . altijd gewonnen'

'Sport is ervoor om samen plezier te hebben', zegt Jeroen, die op voetbal en biljarten zit. Volgens hem zou de wereld er een stuk beter uitzien als iedereen aan teamsport zou doen. 'Zelfs arme kinderen weten dat. Die maken bijvoorbeeld zelf een bal of verzinnen spelletjes.'

Jeroen wordt het liefst cartoonist. 'Ons mam vindt dat niet altijd leuk, want iedere keer als ik klaar ben met schoolwerk, ga ik tekenen en zij vindt dat ik extra moet doorwerken.'

Wat kinderen wereldwijd na schooltijd doen, verschilt. Waar in Nederland de meeste kinderen met hun vriendjes en vriendinnetjes gaan spelen, doet in andere landen gemiddeld minder dan een kwart van de kinderen dat. Zij maken (verplicht) huiswerk, lezen een boek of kijken televisie.

Volgens Nicole van twaalf uit Oostenrijk hoeven kinderen in de toekomst nooit meer naar school. Samen met haar klasgenoten boog zij zich over het thema 'School in de toekomst'. 'Later kun je een driedimensionale bril opzetten waarin je alles ziet wat je moet leren. Geen leraren meer, alles gaat via de computer', schreeuwt ze later boven het discogedruis van het openingsfeest.

'Super', gilt ze bij het volgende liedje, springt op en trekt een vriendin mee naar de dansvloer. Leeftijdgenoten van Finland tot Venezuela blèren mee: 'Tell me what you want, what you really, really want'.

Meer over