Het eeuwige levenJet Katgert-Merkelijn

Jet Katgert-Merkelijn (1943-2020), sterrenkundige in de schaduw van haar man

Ze hielp mannelijke collega’s, onder wie haar man, aan de bouwstenen voor hun ontdekkingen. Maar ze was ook zelf een briljant astronoom.

Ze was een begenadigd ­sterrenkundige die niet uit was op eigen roem. Jet Katgert-Merkelijn leverde de bouwstenen waardoor de ­Nederlandse astronomie in de ­afgelopen decennia kon floreren. Dat ze daardoor in de schaduw stond van anderen, onder wie haar eigen echtgenoot Peter Katgert, deerde haar niet. ‘Ze trad zelf niet graag op de voorgrond. Maar haar resultaten kwamen wel op de voorgrond’, zegt sterrenkundige en familievriend Rudolf Le Poole.

Jet Katgert-Merkelijn was jarenlang onderzoeker bij de Sterrewacht in Leiden, maar werkte ook als secretaris voor Astron en redacteur van het vakblad Astronomy and Astrophysics. ‘En dat werk kun je niet doen als je zelf geen briljant sterrenkundige bent’, aldus Huub Rottgering, de huidige directeur van de Sterrewacht in Leiden. Ze was bij uitstek een kenner van Jan Hendrik Oort, de grootste Nederlandse astronoom na Christiaan Huygens. Ze promoveerde bij hem, schreef twee boeken over hem en bracht zijn omvangrijke archief in kaart.

In 2000 organiseerde ze in ­Leiden een tentoonstelling over Oort. Toen professor Piet van der Kruit vorig jaar zijn 750 pagina’s tellende biografie over Oort publiceerde, zei hij dat hij die niet zonder Katgerts voorwerk had kunnen schrijven. Volkomen onverwacht overleed ze 10 juni na een ongeval in huis.

Jet Merkelijn groeide op in een gereformeerd nest. Ze was de dochter van een huisarts die ondergedoken zat toen ze in 1943 bij haar grootouders in Den Haag werd geboren. Na de oorlog spe­cialiseerde haar vader zich in ­gynaecologie, waarna het gezin naar Vlissingen verhuisde. Na een gymnasiumopleiding ging ze astronomie studeren in Leiden. In 1966 kon ze in Australië onderzoek gaan doen bij John ­Bolton, een gerenommeerd ­pionier van de radioastronomie. Ze deed actief mee aan de baan­brekende onderzoeken van de ­zuidelijke hemel met behulp van de Parkes-radiotelescoop, een van de grootste ter ­wereld. Ze identificeerde honderden radiobronnen met optische objecten. Het project was een groot ­succes.

Na terugkeer in Leiden schreef ze hierover haar proefschrift. Daarna kreeg ze een baan bij de Sterrewacht in Leiden. Hier bood ze een helpende hand aan ­Peter Katgert, die zich bezighield met de reparatie van kabellekkages bij de bouw van de nieuwe radiotelescoop in Westerbork. Het werd een liefdesrelatie. In 1973 vergezelde ze haar man naar Cambridge voor een twee jaar durend onderzoek. Daarna werden de rollen om­gedraaid en volgde hij haar naar ­Bologna voor een onderzoek bij het Istituto di Radioastronomia.

Rudolf Le Poole: ‘Terug in Nederland was er niet voor allebei een baan bij sterrenkunde. En zoals dat toen wel vaker ging, werd de ­voorkeur gegeven aan de man. Jet klaagde echter nooit.’ Ze ging ‘dan maar’ Engels geven op een middelbare school. Maar in 1980 kon ze als secretaris van professor ­Adriaan Blaauw gaan werken voor de zojuist opgerichte NWO-instelling Astron in Dwingeloo.

Vijf jaar later verhuisde ze met het gezin – er waren inmiddels twee kinderen – naar het Canarische eiland La Palma, waar de nieuwe William Herschel-telescoop werd geïnstalleerd, die een diameter heeft van 4,2 meter. Dat werd voor haar een wat mindere tijd, afgezonderd met twee kinderen en haar echtgenoot veel boven op de berg in de sterrenwacht.

Terug in Nederland ging ze het archief van Oort catalogiseren ten behoeve van toekomstige wetenschapshistorici. Een grote klap voor het echtpaar was het over­lijden van hun oudste zoon aan kanker bijna negen jaar geleden.

Meer over