JE MOET ECHT VERLIEFD ZIJN

Een kwart eeuw de vervangers van koningin Beatrix en bijna veertig jaar bij elkaar. Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven over hun werk, hun zoons en hun huwelijk....

Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven vierden dit jaar hun eigen feestje. Al 25 jaar zijn de twee de officiële vervangers van de in 2005 jubilerende koningin Beatrix, en bovenal is het echtpaar bijna veertig jaar bij elkaar. In Huis het Loo, schuin achter het paleis in Apeldoorn, blikken de twee terug op het afgelopen oogstjaar.

Pieter van Vollenhoven (66) - 'Ik ben een vechter' - werd praktijkhoogleraar risk management aan de Universiteit Twente en voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Prinses Margriet (62) - 'Ik ben een laatbloeier' - kreeg na acht jaar als voorzitter van het hoogste bestuursorgaan van het Internationale Rode Kruis een nieuwe internationale functie. En hun twee jongste zonen, prins Pieter-Christiaan en prins Floris, traden in het huwelijk - 'we zijn uitverkocht', zei Van Vollenhoven. Net als hun oudere broers en de neven in Den Haag kozen de prinsen voor burgermeisjes.

Daarmee gaan de gedachten terug naar de entree van de eerste burger aan het hof, in 1967. Dat bleek een kleine revolutie. Van Vollenhoven: 'Ik heb het mezelf niet gemakkelijk gemaakt. Ik heb me ook niet gerealiseerd dat het zo ingewikkeld zou worden.'

Waar hun zonen tamelijk normaal hun liefdes ontmoetten en exploreerden, werd de vriendschap tussen Pieter en Margriet op z'n best gedoogd. Twee jaar lang, zondagmiddag tussen vier en zes uur, dronken ze op een goedgekeurd adres een kopje thee.

Pieter: 'U moet zich voorstellen, de chaperonne zat beneden. Wij spraken twee uur lang. Als we dat theedrinken niet hadden gedaan, weet ik niet of we het in ons huwelijk hadden gered. Ik was thuis niet opgevoed met intensief praten. Ik heb er door leren communiceren. Onze omgeving wilde tijd winnen en dacht: het gaat vanzelf wel over. Maar achteraf heeft dat toch anders uitgepakt.

Margriet: 'Onder het Engelse gezegde: Absence makes the heart grow fonder. Als je iets verbiedt, ben je het in feite aan het stimuleren. De boel uit elkaar houden, achtte men niet wijs. Leer elkaar nou maar beter kennen. Want als je het dan per se wilt, moet je wel goed weten waaraan je begint.'

Pieter: 'Toestemming voor een eventueel huwelijk was zeer onzeker. Gelet op de historische ontwikkelingen lag het niet voor de hand dat er ja zou worden gezegd. Het werd als een kabinetsprobleem voor ons uit geschoven.'

Margriet: 'Het stond al vast dat mijn jongste zuster vanwege haar visuele handicap een ander pad zou kiezen en geen parlementaire toestemming zou vragen voor een huwelijk. Toen waren er nog drie. Irene trouwde zonder toestemmingswet. Ik dacht: dat wil ik mijn ouders niet aandoen. Dat vond jij ook wel, hè?'

Pieter: 'Absoluut. Er was in die tijd iemand die tegen me zei: als je werkelijk van die vrouw houdt, dan zet je alles op één kaart, ongeacht hoe het afloopt.'

Margriet: 'Toch wel de harten-aas, hoop ik?'

Pieter: 'Ja! Je moet risico's nemen in het leven. Ik had ongetrouwd uit de strijd kunnen komen. Mijn ouders dachten sowieso: dit gaat voorbij.'

Margriet: 'Ik heb altijd intuïtief gedacht dat mijn moeder wist dat het menens was. Mijn vader was in die tijd veel weg. Hij heeft zich er niet ernstig over uitgesproken. Ik had toch ook het idee dat jouw moeder het heel goed aanvoelde.'

Pieter: 'Ik heb het mijzelf niet alleen moeilijk gemaakt door van jou te houden, maar ook door later een functie te willen die niet strijdig was met jouw functioneren. Een lid van het Koninklijk Huis met een baan. Dat was in de praktijk toen niet zo gemakkelijk te realiseren. Ook later, bij mijn strijd voor het onafhankelijk onderzoek naar de waarheidsvinding, lag dat gevoelig omdat de overheid deze onderzoeken zelf uitvoerde. Als je het niet eens bent met ministers kan dat gevoelig liggen, gelet op de bestaande ministeriële verantwoordelijkheid.

'Bovendien pakte ik een oude hobby op, het pianospel. Daar heeft men verschrikkelijk aan moeten wennen. ''Hij moet zo nodig.'' Voor mij lag dat niet zo, voor anderen wel. Wij zijn soms een land waar je jezelf buitenspel zet als je lacht. Iedere vorm van lachen of relativeren betekent dat je niet meer goed begrijpt waarover het gaat in het leven. Ik heb geen spijt van mijn publieke pianospel voor Slachtofferhulp. Maar daarmee heb ik het voor anderen extra ingewikkeld gemaakt mij serieus te nemen. Pas op den duur is men eraan gewend geraakt.'

Kon u als prinses een maatschappelijke loopbaan bewust uitstippelen?

Margriet: 'De vrouwen van mijn generatie planden hun leven niet zo. We waren niet bijzonder carrièregericht. Dat kwam pas later. Vriendinnen zeiden op een gegeven moment: wat ga jij nou doen als de kinderen het huis uit zijn? Voor ik het wist had ik veel meer te doen dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.

'Ik ben eigenlijk in mijn internationale functie gerold. Ik was altijd al actief in het Rode Kruis, nationaal en internationaal. Men vroeg in 1995 of ik mij voor de Standing Commission kandidaat wilde stellen. Een verkiezing op persoonlijke titel door ruim 180 staten en nationale verenigingen. Dat houdt een risico in, want de Standing Commission stond niet goed bekend. Het was niet duidelijk wat hun werk eigenlijk inhield. Na mijn verkiezing hebben we ons met het nieuwe bestuur twee dagen opgesloten: wat willen we veranderen, wat zijn onze prioriteiten en hoe gaan wij dat organiseren? Want van mijn man heb ik geleerd: je moet duidelijk zijn in wat je wilt, transparant zijn en helder communiceren.

'Ik ben een toevallige laatbloeier. Die acht jaar heb ik echt heel hard gewerkt. Mijn secretariaat zat in Genève, maar ik kon veel vanuit hier doen. Zo heb ik leren tikken, e-mailen, van alles. Daarvoor had ik nooit een computer aangeraakt.

'Nu vertegenwoordig ik het Nederlandse Rode Kruis in het Federatiebestuur, de overkoepelende organisatie van de Rode Kruis- en de Rode Halve Maan-verenigingen (de islamitische tegenhanger van het Rode Kruis, red.).'

Wat heeft u met het Rode Kruis bereikt?

Margriet: 'Het nieuwe embleem, de Rode Kristal, is er eindelijk door. Daar hebben wij acht jaar hard aan gewerkt. Stelt u zich voor dat er bijvoorbeeld een oorlog zou zijn op Cyprus, dan hebben de geneeskundige troepen van de ene partij het Rode Kruis en van de andere partij de Rode Halve Maan. Als beide partijen de Rode Kristal zouden voeren, wordt de hulpverlening weer neutraal, zoals het bedoeld is. Een nieuw embleem blijkt in toenemende mate nodig te zijn, omdat er steeds vaker conflicten zijn met een etnische of religieuze achtergrond.'

Ziet u kwesties waarvoor het Rode Kruis zich sterk zou moeten maken?

Margriet: 'Heel hoog op onze internationale Federatie-agenda staat de aids-bestrijding. Verder willen we een steeds betere voorbereiding op rampen. Noodhulp heeft te maken met het voorbereid-zijn op voorspelbare rampen. Er zijn landen genoeg die daar onder te lijden hebben.

'Het is onze taak daar met de lokale autoriteiten op in te spelen. In Pakistan, zoals overal, zijn het onmiddellijk na een ramp altijd weer de mensen ter plekke die de eerste hulp moeten geven. Zij moeten dus voorbereid zijn op deze taak. Bangladesh is in dat opzicht een successtory. Mozambique eveneens, in beide landen vallen beduidend minder slachtoffers bij terugkerende natuurrampen.'

Meneer Van Vollenhoven, u houdt zich bezig met rampen en ongevallen in een georganiseerd land. Begin dit jaar is onder uw voorzitterschap de Onderzoeksraad voor Veiligheid geïnstalleerd.

Pieter: 'De Raad is inderdaad - voor mij na 22 jaar strijd - met vreugde geïnstalleerd in aanwezigheid van de koningin en de minister-president. Het onafhankelijk onderzoek is nu wettelijk verankerd. Wij zijn niet meer afhankelijk van incidentele onderzoekscommissies. Wat mij wel stoort in het overheidsdenken is dat je in februari 2005 wordt geïnstalleerd en verantwoordelijk wordt voor het onderzoek naar alle ernstige ongevallen, maar de advertenties voor de medewerkers dan nog geplaatst moeten worden. Tevens is het hoogst merkwaardig dat bij de voorloper, de Raad voor de Transportveiligheid, ons budget voor de vijf transportsectoren 5,4 miljoen euro bedroeg; voor de vijf nieuwe werkterreinen defensie, natuur- en milieu, industrie en handel, gezondheidszorg en crisisbeheersing krijgen we maar de helft - 2,8 miljoen euro - extra! De helft meer voor vijf nieuwe omvangrijkere werkterreinen. Met dit soort denken en handelen heb ik moeite.'

Stuurt u de volgende kabinetsformateur een brief voor meer geld?

Pieter: 'Een brief naar de minister gaat er dezer dagen nog uit. De Onderzoeksraad heeft een grote verantwoordelijkheid. Vergeleken met de bestaande overheidsinspecties zijn wij minimaal van omvang. De Inspectie van Verkeer en Waterstaat heeft zo'n 1100 personen en de oude Raad voor de Transportveiligheid had maar dertig personen, terwijl wij in twee sectoren, lucht- en binnenvaart, verplicht waren alle ongevallen te onderzoeken. Ook in de huidige Raad merk je bij het onderzoek naar de brand op Schiphol-Oost dat onze organisatie oververhit raakt. Zo'n onderzoek gaat vertragingen opleveren bij de andere lopende onderzoeken. Die 2,8 miljoen extra moet ook minstens 5,4 miljoen worden. Anders wordt de reactie: ''Leuk zo'n Raad, maar het duurt drie jaar voor ze klaar zijn met een onderzoek.'' Je moet keuzes maken: je wilt kwalitatief goed onafhankelijk onderzoek, of je wilt het niet!'

U hebt altijd meer steun gehad van Kamerleden dan van bewindslieden. Hoe komt dat?

Pieter: 'Het parlement is altijd meer geïnteresseerd geweest in het onderwerp veiligheid, in het onafhankelijk onderzoek en in waarheidsvinding. Overheid en veiligheid waren lang synoniem. Kritiek op het onderwerp veiligheid werd gezien als kritiek op de minister en het functioneren van de ambtenaren. Dat lag heel gevoelig en het parlement had van die gevoeligheid niet zo veel last.

'Mijn gehele veiligheidsleven heb ik kortom te danken aan vele moties van Kamerleden Zij realiseerden zich dat als de overheid zelf het onderzoek uitvoerde - hoe goed dat ook mocht zijn - zij de schijn tegen had. De belangen bij een ongeval kunnen zo tegenstrijdig zijn, dat geen van de betrokken partijen op de onthulling van de werkelijke toedracht zit te wachten. In de landen waar men het onafhankelijk onderzoek kent, is het altijd afgedwongen door de parlementen. In geen land ter wereld heeft een minister hiervoor zelf het initiatief genomen. Dat werd immers gezien als een motie van wantrouwen ten opzichte van het functioneren van de eigen ambtenaren. U begrijpt dat de minister en de ambtenaren niet op mijn boodschap zaten te wachten en dat was - gecombineerd met de ministeriële verantwoordelijkheid - absoluut lastig. Het is dan ook uitermate sportief te noemen dat de kabinetten mij toch benoemd hebben tot voorzitter van zowel de Raad voor de Transportveiligheid als van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

'Ik denk dat in deze complexe maatschappij een steeds grotere behoefte is ontstaan aan waarheidsvinding. Wat dat betreft heb ik de tijd mee gehad. Was die onafhankelijke Raad er niet gekomen, dan zou ik zijn geëindigd op een manier waarvan je zegt: hij is niet uit de verf gekomen.'

Als uw man thuiskwam na een ruzie met een minister, ging u dan op de rem staan, of zei u: doorzetten!

Margriet: 'Ha, ha! We hebben het er wel over gehad. Het was voor mij altijd heel duidelijk waarmee hij bezig was.'

Pieter: 'Ik had niet de neiging iedere ruzie thuis breed uit te gaan meten. Die conflicten waren voor mijn vrouw natuurlijk ingewikkeld. De vraag is: wat verwacht ik van mijn vrouw als ik wel alles vertel?'

Margriet: 'Ik moet zeggen dat de tegenspelers altijd goed onderscheid hebben weten te maken tussen mijn mans werk en ons privé-leven. Het is altijd zakelijk gebleven.'

Pieter: 'De strijd is sportief gevoerd, want er waren echte ruzies. Bij de Bijlmerramp was het onafhankelijk onderzoek niet goed geregeld. Ik herinner me nog de beroemde zinsnede, die niet in goede aarde viel: de slager keurt zijn eigen vlees.'

Koningin Beatrix heeft u beiden op Koninginnedag in Scheveningen bedankt voor uw beschikbaarheid, de afgelopen kwarteeuw.

Margriet: 'We zijn vooral bijgesprongen vanaf het moment dat mijn zwager, prins Claus, ziek werd. Dat is toen vaker gebeurd dan we van tevoren hadden ingeschat. Hoewel, toen mijn moeder nog koningin was, is er ook al regelmatig een beroep op ons gedaan. Ons werk is tweeledig. In de eerste plaats zijn er de dingen die we namens de koningin doen, of waarvoor wij worden gevraagd. Daarnaast zijn er de dingen die we doen uit hoofde van onze belangstelling.'

Pieter: 'Bij jou zat dat van meet af aan in de gezondheidszorg.'

Margriet: 'Daar heb ik niet zo bewust voor gekozen. Ik deed ook dingen die ik van mijn zuster Irene had overgenomen. Zij had al de nodige functies aanvaard, voordat ze het lidmaatschap van het Koninklijk Huis verloor. Ik kreeg die functies plotseling op mijn bordje. Vooral met de meer culturele functies had ik het tamelijk druk.'

Praat u wel eens met prins Constantijn en prinses Laurentien over uw beider positie, die vergelijkbaar is?

Margriet: 'Ja, wij zijn beschikbaar als klankbord.'

Pieter: 'Maar we stellen ons op het standpunt dat we ons niet opdringen. U weet, ik houd van het woord onafhankelijkheid. Zijn er vragen, dan staan we daar voor open.'

Margriet: 'Maar we wisselen wel uit.'

Pieter: 'Absoluut, er zijn geen geheimen.'

Margriet: 'En de jeugd onderling wisselt ook veel uit.'

Hebt u uw zonen goed kunnen informeren over de consequenties van het toetreden tot de koninklijke familie?

Margriet: 'Wat voor ons erg belangrijk is geweest, is dat zij bij hun keuze echt overtuigd waren dat het de juiste persoon in hun leven was. Maar we hebben ze wel voorgehouden dat het niet alleen maar een romantische roze wolk is. Daaraan moesten we ze wel eens helpen herinneren.

'Als ze thuiskwamen met vriendinnen zeiden we: weet waaraan je begint. Weet wat je de ander aandoet. Ook als voor jullie het lidmaatschap van het Koninklijk Huis vervalt (nu al voor de twee jongsten; voor de twee oudsten als prins Willem-Alexander koning wordt, red.), blijf je lid van de familie en daarmee toch in de picture.

Pieter: 'Je moet echt verliefd op elkaar zijn. Niet dat die verliefdheid eeuwig blijft, maar er moet toch een heel stevige basis zijn.'

Margriet: 'Je moet elkaars beste vriendje zijn. Dat gevoel heb ik bij onze kinderen wel.'

Pieter: 'We zijn er zelf bewuster mee bezig geweest, door dat theedrinken. Voor ons legde dat een enorme basis om later stormen en hindernissen te doorstaan en, hoop ik, samen de eindstreep te halen.'

Margriet: 'We gaan nu intensiever met de kinderen om, maar met minder regelmaat. Het gaat meer in de diepte, je hebt andere gesprekken met elkaar. Nu ze zelf een carrière opbouwen, zijn het voor ons sparring partners.'

Is Nederland een aangenamer land geworden in de tijd dat u samen bent?

Margriet: 'Van de jaren zeventig weet ik nog wel dat mensen zeiden: als ik geen jij en jou tegen je kan zeggen, dan kan ik niet met je praten. Nou, zei ik dan, dat is niet mijn probleem, want ik heb er geen moeite mee u te zeggen. Toen werd je bijna gedwongen populair te doen. Nu gaan we wat makkelijker met elkaar om. Ik vind wel dat iedereen heel gauw een mening over alles heeft. Men is veel kritischer.'

Pieter: 'In het algemeen kun je stellen dat in Nederland sprake is van een zekere overdruk. We zijn sneller geïrriteerd. Het is zeer duidelijk dat we met veel mensen op een klein gebied zitten.'

Margriet: 'Kijk alleen al als je in de auto zit. Je kunt er niet om heen, het is gewoon zo.'

Pieter: 'Kom je in de Scandinavische landen, dan zie je meteen dat die druk van de ketel is. Hier zijn eerder irritaties. Dat was vroeger anders.'

Is de monarchie meer vermaatschappelijkt in de afgelopen 25 jaar?

Margriet: 'Dat kunt u beter zeggen dan wij. We zijn wel met onze tijd meegegaan, denk ik, door de jeugd, onze kinderen en hun vrienden, maar ook de neven en nichten. We zijn niet blijven steken in onze eigen interessegebieden.'

Pieter: 'Je kunt praten over de monarchie als glazen huis, maar dan moet je toch vaststellen dat er stevige verankeringen zijn in de maatschappij. Dat je daarmee ook de hele maatschappij kent, durf ik niet te beweren, want die is te complex. En als je binnen de samenleving functioneert, moet je oppassen dat je niet uitglijdt. Want dat gevaar is groot.

'Maar u hebt gelijk: wij hebben onze informatie niet van horen zeggen uit de eeuwig zingende bossen.'

Meer over