'Je moet beseffen dat je een passant bent in de historie van het huis'

Fundaverslaafden moeten ook eens op Redres kijken, een makelaarssite voor kastelen, leegstaande scholen, fabrieken en ander erfgoed.

Margot Smolenaars
Uitzicht van de Hamtoren in Vleuten. Beeld Eddo Hartmann
Uitzicht van de Hamtoren in Vleuten.Beeld Eddo Hartmann

Zes verdiepingen, 27 meter hoog, bijna acht eeuwen oud. De Hamtoren in Vleuten is een bekende verschijning voor forenzen die per trein vanuit Rotterdam naar Utrecht reizen. Met de toren is iets bijzonders aan de hand: de middeleeuwse donjon staat te koop, al is dat er niet aan af te zien.

Jacintha Batenburg maakt een uitnodigend gebaar als ze de steenrode deur opendoet. 'Kom binnen', lacht ze. In de middeleeuwse hal steekt ze meteen van wal. 'Kijk, hier staat de maquette van hoe de Ridderhof er rond 1460 uit zag, in volle glorie. Hier staan we nu. Dit is de toren, het enige onderdeel dat nog overeind staat. Wil je je jas kwijt? Links, dat is de kelder uit 1250. Als je hier de trap op gaat, kom je in het nieuwe gedeelte. Ik laat je eerst de keuken zien.'

Batenburg mag zich kasteelvrouw noemen, al houdt ze niet van die term. 'Voor de omgeving ben ik de torenvrouw', zegt ze, 'maar dit gebouw voelt voor mij niet als een kasteel. Het is mijn huis, waar ik een tijd voor mocht zorgen.'

Acht maanden staat de Hamtoren nu te koop bij erfgoedmakelaar Redres van Jan-Willem Andriessen en Jim Reerink. De site van de erfgoedexperts is een soort Funda-plus vol gestolde geschiedenis. Kastelen, landgoederen, leegstaande fabrieken, patriciërswoningen, grachtenpanden, kerken, watertorens, molens en andere bijzondere historische panden door heel Nederland staan er te koop. De zaken gaan goed, de laatste maanden zelfs ronduit crescendo. 'Zeker in Amsterdam gaat het erg hard met de verkoop', zegt Andriessen. 'Daar verkochten we laatst binnen een paar maanden een prachtig fabriekspand.'

De middeleeuwse Hamtoren in Vleuten: te koop voor € 1.950.000. Beeld Eddo Hartmann
De middeleeuwse Hamtoren in Vleuten: te koop voor € 1.950.000.Beeld Eddo Hartmann

Slow food onder de makelaars

Dat is bijzonder, want de gemiddelde looptijd van een 'Redres'-huis is twee jaar. 'Wij zijn de slow food onder de makelaars', lacht Andriessen. 'Een historisch pand verkopen, kost nu eenmaal tijd. Het gaat er in ons vak niet zozeer om zomaar kopers te vinden. Mensen die met de handen in de zakken rondkijken en meteen over de prijs en de kosten beginnen, moeten we niet hebben. Kopers die alleen maar voor de status van zo'n pand gaan, houden het niet lang vol in een dergelijk huis. Wij kijken naar de vonk. Krijgt iemand een glinstering in de ogen? Voelt hij ook kippenvel bij een huis waarin vijftig jaar niets is veranderd?'

Dat kippenvelgevoel begint thuis, achter het beeldscherm. De pakweg 250 panden op de Redres-site, het grootste erfgoedaanbod van Nederland, is goed voor avondenlang scrollplezier. Bij gewone makelaars zijn termen als 'authentiek' en 'origineel' alarmsignalen die waarschuwen voor donkergroene badkamers, schrootjesplafonds en achterstallig onderhoud. In het geval van Redres zijn het juist aanbevelingen.

Neem Villa Kalff, in het Brabantse Waalre. Architect Louis Kalff, bekend van het Eindhovense Evoluon en het Philipslogo, ontwierp dit woonhuis in 1960 voor zichzelf en bouwde het op rondom zijn omvangrijke Japanse netsuke-verzameling. Hij stopte er alle gekkigheid in die hij in opdracht niet kon uitproberen - in het hele huis is bijvoorbeeld geen normale lichtschakelaar te vinden. In 1970 verkocht hij zijn villa aan een echtpaar, dat er tot hun overlijden in is blijven wonen en vrijwel niets veranderde.

Interieur van de Hamtoren in Vleuten. Beeld Eddo Hartmann
Interieur van de Hamtoren in Vleuten.Beeld Eddo Hartmann

Bijzonder

Zo heeft Redres ook de privéwoning van Piet Hein Eek in de verkoop en wisselt deze maand een Rietveld-huis in Utrecht van eigenaar. 'De eigenares moest naar een verzorgingshuis', zegt Andriessen. 'Ik zie dan de oorspronkelijkheid die dankzij deze vrouw bewaard is gebleven.'

In de Hamtoren gaat Batenburg voor op de steile, houten trap naar de eerste verdieping. Alle potentiële kopers krijgen van haar persoonlijk een rondleiding. Onderdeel van de filosofie van Redres, want de eigenaren kunnen vaak bezield vertellen over hun eigen pand.

Batenburg wijst op de dikte van de muren, de eeuwenoude balken die het plafond dragen, de immense schouw die de huiskamer domineert. Van de vijfentwintig jaar die ze er woont, heeft ze er vijftien gebruikt om te verbouwen. Nu is de toren gemodernideerd zonder de geschiedenis geweld aan te doen. De brede vensterbanken in de woonkamer zijn nog steeds bedoeld om te zitten. 'Vroeger kwam daar het enige licht binnen', zegt ze. 'Honderden jaren geleden zaten er ook al families te praten over de dingen van alledag. Dat besef maakt het zo bijzonder om hier te wonen.'

Batenburgs gezin is het eerste dat de Hamtoren bewoont sinds de donjon in verval raakte in de 19de eeuw. Dat de toren überhaupt nog overeind staat, is te danken aan de vorige eigenaren, die een monsterrestauratie van 35 jaar tot een goed einde wisten te brengen.

'Constructief is het nu in orde', besluit Batenburg, 'dus aan onderhoud hoef je nu niet meer of minder te doen dan in een gewoon oud pand. Tenminste, als je alle verdiepingen gebruikt. Ik let er speciaal op dat ik op alle verdiepingen kom. Anders raakt het weer in verval.'

Het 17de-eeuwse stadspaleis in Den Haag van Van Stockum's Veilingen. Beeld Eddo Hartmann
Het 17de-eeuwse stadspaleis in Den Haag van Van Stockum's Veilingen.Beeld Eddo Hartmann

Oerplek

Batenburg geniet van de rondleidingen. 'Het past bij hoe ik hier gewoond heb', zegt ze in de logeerkamer op de vierde verdieping, 'want ik voel wel een verantwoordelijkheid zo veel mogelijk mensen van de toren te laten meegenieten. Altijd al gehad. In deze kamer hebben ook altijd veel mensen gelogeerd. Heerlijk vond ik dat, om mijn huis te delen.' Een oerplek, noemt ze de Hamtoren. 'Het is natuurlijk een idioot gebouw', lacht ze, 'en al houd ik niet van zweverigheid, de energie hier is speciaal.'

Ook Marina Strumphler is op zoek naar een nieuwe eigenaar voor haar fabriekspand van 458 vierkante meter, op een industrieterrein in Amsterdam-Noord. Het is een jarendertigpand met brede deuren, originele vloer- en wandtegels en hoge ramen in de stijl van de Amsterdamse School. Zowel de bouwstijl als de hele buurt zijn tegenwoordig uitermate gewild. Toen ze er in 1989 kwam wonen, was dat wel anders. 'Het leek hier wel het Wilde Westen', lacht ze. 'Ik woonde hier als enige, tussen de louche bedrijfjes.'

'Suf geklust', heeft ze zich. 'Waar nu kantoorruimte is, stond het water enkelhoog. De ruiten lagen eruit, het dak lag eraf, alle koper en messing was eruit gejat.' Ze wijst naar de leidingen, die in haar keuken uit de muur steken. 'Nu vinden mensen het zo lekker industrieel, destijds was het pure noodzaak. Het moest snel en degelijk.'

Nog iedere dag geniet ze van het stoere, no-nonsensekarakter van haar woonwerkplek.

'Vroeger zat hier de Stadsreiniging. In de was- en droogruimte, waar ik nu mijn studio heb, liepen dagelijks blote mannen rond. Het was de plek waar de vuilnismannen zich wasten na het werk.' Af en toe komt er nog wel eens een vuilnisman een kijkje nemen. 'Ik heb hier nog gewerkt', zeggen ze dan. Ze pauzeert even en glimlacht: 'Ik snap dat wel. Dit is een dame om verliefd op te worden.'

In 2004 opende Andriessen zijn makelaarskantoor, in 2011 voegde Jim Reerink zich bij hem. De twee erfgoedexperts vonden elkaar in een gezamenlijk doel. 'Oude gebouwen maken een stad. Ze zeggen iets over de maatschappij en over de technieken van toen', zegt Andriessen. 'Die te helpen bewaren voor de toekomst is wat we voor ogen hebben.'

Naast bouwtechnische en architectonische knowhow vereist het bereiken van dat doel een hoop mensenkennis. 'Soms ben je sociaal werker en sta je iemand moed in te spreken omdat hij zijn huis moet verkopen van de bank. Soms sta je te onderhandelen met een baron die niet wil geloven dat zijn kasteel te duur geprijsd is. En soms sta je met je mond vol tanden, omdat een eigenaar boos belt omdat zijn tuin vol staat met belangstellenden', zegt Andriessen. 'Dat gebeurt ja, afgelopen Kerst nog. Een oud schooltje was ontdekt op onze site en veel mensen besloten in hun vakantie spontaan even een kijkje te gaan nemen.'

Stucwerk in de hal van het Haagse patriciërshuis. Beeld Eddo Hartmann
Stucwerk in de hal van het Haagse patriciërshuis.Beeld Eddo Hartmann

Boktorrapport

Alleen potentiële kopers met serieuze interesse komen bij Redres in aanmerking voor een bezoek aan hun potentiële droomkasteel. Om de dromers van de kopers te kunnen scheiden, hebben de makelaars een eenvoudig lijstje. 'Als we aan de telefoon termen als 'boktorrapport' en 'zwam in de kap' laten vallen en de belangstellende schrikt daar niet van, praten we verder', grijnst Jim Reerink.

Dan nog kan het gebeuren dat de doelstellingen van de kopers niet overeenkomen met de mogelijkheden van het gebouw. Op de vijfde verdieping van de Hamtoren, ingericht als schildersatelier, zegt Batenburg dat niet alle kopers even realistische plannen hebben. 'Binnen mag je in principe je gang gaan, maar een lift in een middeleeuwse donjon, tja, dat past nou eenmaal niet echt bij het gebouw', zegt ze. Een bed & breakfast zou prima kunnen, maar een pannekoekenrestaurant dan weer niet. Want zes verdiepingen omhoog met drie warme borden in je armen, 'nee, dat is niet praktisch', zegt Batenburg.

Ze hoopt dat de nieuwe eigenaren jong en energiek zijn en dat ze een beetje lief zijn voor de geschiedenis van de toren. Wat ze niet moeten zijn, is statusgevoelig. 'De kern is dat ik de toren niet aan mij als persoon koppel. Had ik dat wel gedaan, dan had ik het ook niet te koop kunnen zetten', zegt Batenburg. 'Ik voel me verbonden met deze plek, natuurlijk, want ik woon hier al zo lang. Nu woon ik hier alleen. Mijn kinderen zijn het huis uit en kunnen de toren niet overnemen. Het is tijd om de Hamtoren door te geven. Al vind ik het niet erg als dat even duurt, hoor.'

Bij de voorselectie van potentiële kopers zijn de financiën niet eens zozeer een criterium, althans niet in het begin. 'Dat komt later pas, als we een potentiële koper gaan bijstaan in het vinden van restauratiepotjes en subsidies, want dat doen we ook', zegt Jim Reerink. 'Je moet beseffen dat je slechts een passant bent in de historie van dat huis. En dat het aan jou is die historie te waarborgen voor de toekomst. We zijn er goed in geworden het type mens te herkennen dat zich lekker voelt bij de last van een paar eeuwen geschiedenis op de schouders.'

Het kantoor van het veilinghuis. Beeld Eddo Hartmann
Het kantoor van het veilinghuis.Beeld Eddo Hartmann

Ambachtelijk

Zo iemand is Peter Pruimers, directeur van Van Stockum's Veilingen. Zijn bedrijf huist in een patriciërshuis in Den Haag uit de 17de eeuw, ooit de ambtswoning van burgemeester Johan Dedel, wiens familie halverwege de 18de eeuw een fortuin vergaarde. Vandaar dat het interieur de kwaliteit van een bovengemiddeld museum heeft: alleen de beste vaklui kwamen er binnen. Het gebouw heeft een flink 'wauw'-gehalte, beaamt Pruimers. 'Toen ik hier in 1969 als student binnenstapte en die waterval aan stucwerk in de hal zag, was ik overweldigd. Nog dagelijks voel ik dat ik in een stuk Haagse geschiedenis verblijf, ook na 46 jaar. Ik vind het een fantastisch gevoel. Niet te vergelijken met een zakenpand op een industrieterrein.'

Toch staat het patriciërshuis te koop, al was dat een beslissing die Pruimers niet licht heeft genomen. Het veilinghuis zat er immers al honderdvijftig jaar. Maar onlineveilingen zijn steeds normaler, ook bij Van Stockum, en daarbij komt dat de locatie anno 2015 niet heel praktisch is. 'De tijden zijn veranderd', vat Pruimers het samen. 'Het is beter voor mijn bedrijf om makkelijker toegankelijk te zijn.'

De directeur hoopt dat een museum of stichting zich aandient als nieuwe eigenaar. 'Dit huis verdient het toegankelijk te zijn voor het publiek. Net als het Mauritshuis is dit een pand met museale kwaliteit. Ik heb er altijd goed voor gezorgd, soms zelfs tot op mijn laatste cent, maar dat had ik ervoor over. Onderhoud is duur, want de bouwtechnieken die in dit huis zijn gebruikt, zijn nauwelijks meer usance. Toen de lambrisering gedeeltelijk verrot bleek, heb ik een vakman van ver in de 80 gevraagd, omdat er verder niemand in Nederland was die dat ambacht nog beheerste.'

Bovenin de Hamtoren wijst Batenburg op zo'n staaltje ambachtelijkheid: de balken die de kap stutten. 'Nieuw hout, maar wel met de technieken van toen gemaakt.' Het uitzicht over het landschap is weids. In een van de schutsgaten nestelt een vogel. De wind fluit om de toren. Ze zegt dat er laatst geïnteresseerden zijn wezen kijken. Ze hoopt dat het tot een bod komt. 'Echt leuke mensen. Ik kreeg er wel een goed gevoel bij.'

Batenburg vertelt net over de restauratie van de kap als beneden een bestelautootje de toegangspoort uit 1642 passeert. De claxon klinkt. Batenburg kijkt door de vensters. 'O, helemaal vergeten', zegt ze, 'een pakketje.' Ze lacht verontschuldigend. 'Sorry, ik ga even rennen. Je ziet het hè, ik hoef niet naar de sportschool. De toren houdt me fit. Schrijf maar op: nóg een voordeel!'

Zolder van het patriciërshuis van Van Stockum. Beeld Eddo Hartmann
Zolder van het patriciërshuis van Van Stockum.Beeld Eddo Hartmann
Opgeslagen spullen in het Haagse patriciërshuis waarin Van Stockum's Veilingen is gehuisvest. Het pand staat te koop (prijs op aanvraag) bij erfgoedmakelaar Redres. Beeld Eddo Hartmann
Opgeslagen spullen in het Haagse patriciërshuis waarin Van Stockum's Veilingen is gehuisvest. Het pand staat te koop (prijs op aanvraag) bij erfgoedmakelaar Redres.Beeld Eddo Hartmann
De Eloutschool in Rotterdam. Beeld Eddo Hartmann
De Eloutschool in Rotterdam.Beeld Eddo Hartmann
Gevel van de Eloutschool in Rotterdam. De school staat te koop voor € 845.000. Beeld Eddo Hartmann
Gevel van de Eloutschool in Rotterdam. De school staat te koop voor € 845.000.Beeld Eddo Hartmann
Meer over