Je moeders zijn familie, maar we zijn niet één gezin

Geer Oskam schrijft aan zijn ruim 1,5 jaar oude dochter. Die is nu de helft van de tijd bij hem en de andere helft bij haar moeders.

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Het is zover. Je bent ruim 1,5 jaar en je woont de helft van de tijd bij mij en de andere helft bij je moeders. Dat is hoe we het ons ooit voorstelden, toen we hieraan begonnen. Ik had de verwachting dat we onze tijd met je na een jaar al zouden verdelen, je moeders dachten aan twee jaar. We hebben elkaar in het midden gevonden. Je bent nu drie om vier dagen bij ieder thuis, met ieder om de week een weekend.

In februari schreef ik voor het laatst aan je. In de afgelopen zeven maanden ging je ongeveer elke acht weken een nachtje meer bij mij slapen. Een gevoelige balans moesten we bewaren tussen mijn enthousiasme om voor je te zorgen en het proces van je moeders om de verantwoordelijkheid over je los te laten. Met emotionele gesprekken en geduld en begrip zijn we er. We moesten onszelf er voortdurend aan herinneren dat onze gevoelens een consequentie van onze gezinsvorm zijn. We moesten allemaal leren je soms los te laten, en allemaal leren elkaar de verantwoordelijkheid over je te gunnen.

We zijn voor het eerst een week met z'n drieën weggeweest. Mijn vriend en jij en ik. Voor jou is er geen verschil tussen mijn vriend en mij, jullie zijn dol op elkaar. Het is een nieuwe gewaarwording niet meer voor mezelf op vakantie te gaan, maar omdat het te gek is om met z'n drieën op pad te zijn. Elke dag jouw levensvreugde om me heen te hebben. Je bent zo vol met leven. Nu zeg ik denk ik de dingen die elke vader voelt, maar dat maakt ze niet minder waar.

Gezinssamenstelling

We waren naar het Dolfinarium, ik zie dat mensen kijken en zich afvragen: hoe zit dat nu precies? Meisjes kijken naar mij of mijn vriend, ze praten over ons. 'Wiens kind is het nu precies? Zijn het broers... Nee, ze zijn homo! Zou dat kindje van hen zijn?'

Ik worstelde de afgelopen maanden met waar mijn gezin begint en waar het ophoudt. Zijn wij drie het gezin, of behoren je moeders er ook toe? Er is geen woord voor de relatie die we met elkaar hebben, co-ouders voelt voor mij te kil. Maar wat dan wel?

Een halfjaar geleden waren we voor het eerst met z'n vijven op vakantie. Ik begon enigszins gespannen aan onze reis. Voor het eerst met je vliegen, maar ook: hoe zou het gaan met z'n vijven, zo dicht bij elkaar. We hadden met zijn allen een huis gehuurd. We spraken van tevoren af dat we om de buurt 24 uur de zorg voor je op ons zouden nemen. We konden zo om de beurt op pad gaan, of aan het zwembad liggen, met jou. Dat we met z'n vijven in een huis zaten, bleek vooral goed omdat we zo op een ontspannen manier zaken konden overleggen. In de tijd ervoor kwamen we vooral samen als er iets te bespreken was over jou. Nu hadden we het boven het bord eten over hoe we gingen sparen voor je studie en wat als je later zou zeggen dat je eens drugs wilde gebruiken.

Waarschijnlijk heel normaal voor ouders die samenwonend een kindje opvoeden. Ik was het niet gewend. Uit onzekerheid veroordeeld te worden door je moeders had ik dit soort gesprekken liever niet met ze. Ik was bang dat als ik bijvoorbeeld losser om zou gaan met hoe vaak je melk krijgt op een dag, ze me een slechte vader zouden vinden. We eindigden de week vol plezier en enorm verbroederd. Jij had een bos haar gekregen en flink wat tanden. Ik denk omdat je zo veel liefde om je heen had die week.

Op je eerste verjaardag zette je je eerste stapjes. We waren in Artis, weer met zijn vijven. Een mooie dag, jij was erg vrolijk door het feit dat we met elkaar waren. We vierden je verjaardag daarna thuis met jouw hele familie: al onze ouders, broers en zussen. Zo veel mensen van wie jij familie bent. Ik was bang dat het wellicht wat veel voor je zou zijn. Het tegendeel was waar, je had het prima naar je zin met al die mensen.

Ondergeschikt

In de zomer kon je nog niet met me mee op vakantie. Geduld, geduld, dacht ik bij mezelf. Lastig, want ik ben soms bang dat ik de verloren tijd met je niet meer kan inhalen. Ik kan deze tijd niet over doen. Zal dat onze band in de weg staan?

Terug van vakantie omschreef een van je moeders een situatie waarin een speelkameraad op vakantie vroeg om de namen van je ouders. Die wilde ze opschrijven in haar dagboek. De moeder van het speelkameraadje zei, goed bedoeld: 'Daar heb je nog nooit van gehoord hè, het is heel normaal hoor.' Het kindje zelf interesseerde het niet zoveel, maar door de reactie van de moeder werd onze gezinsvorm ineens abnormaal. Het is mooi om te zien dat het een kind totaal niet opvalt. Ik denk dat je dit soort situaties nog vaker gaat meemaken. We horen deze reacties vaker, ik interpreteer ze als positief, ook al maken ze ons 'anders'.

Een maand later, en je bent 1,5 jaar. Je moeders zeggen dat ze klaar zijn voor de laatste stap, zodat we naar écht co-ouderschap kunnen gaan. Als je van hen naar mij komt, of andersom, zwaai je vrolijk naar de afscheid nemende partij en loop je naar huis alsof je er net nog was. Ik vind het vanzelfsprekend dat je je thuis voelt bij me, maar ik krijg daar weleens vragen over: 'Mist ze haar moeders niet als ze bij je is? Geen gekke vraag, ik geloof alleen niet dat je moeders die vraag andersom ook krijgen.

Als ik een bekende tegenkom met jou bij me, kan ik ook nog steeds een vraag krijgen als: 'O, je ziet haar dus altijd op deze dag?' Het komt op mij over alsof mannen ondergeschikt zijn in de opvoeding van kinderen. Grappig genoeg was mijn vader vroeger altijd thuis voor ons en werkte mijn moeder buiten de deur. Misschien dat ik hierdoor oprecht verbaasd ben als mensen de moeder een grotere rol toebedelen. We zijn ervan overtuigd dat het het allerbelangrijkste is dat je een goede band met al je ouders opbouwt en voldoende tijd met iedereen kunt doorbrengen. We hebben het er ook over gehad wanneer, op welke leeftijd en met welke reden jouw eventuele voorkeur om bij één ouder te zijn bepalend moet worden. Niet aan je trekken, goed met je praten en vooral dicht bij elkaar in de buurt wonen, is ons plan.

Twee gezinnen

Omdat ik in het begin minder tijd met je had, moest ik varen op de ervaringen van je moeders. Het was voor mij het lastigst je volledig door mijn eigen ogen te leren kennen. Ik heb er een tijd over gedaan voordat ik de stemmen van je moeders uit m'n hoofd kon houden als je bij me was. 'Het moet zo en zo volgens de moeders. Op deze tijd doet ze altijd dit, volgens de moeders.'

Een maandlang heb je me ook steevast 'mama' genoemd. Toen we een keer met z'n vijven aan tafel zaten voor een gezamenlijk etentje, lichtte je helemaal op en leek het kwartje te zijn gevallen. 'Papa, papa, mama, mama', bleef je al wijzend roepen. Ik ben niet los van het oordeel wat ik zelf vrees. Ik denk regelmatig na over hoe onze gezinsvorm je eventueel beïnvloedt.

De relatie met je moeders is veranderd over de tijd. Het is niet enkel de vriendschap die ons verbindt, maar iets wat overheersender is: familie zijn we van elkaar. Met irritatie die je kan hebben voor familieleden, maar ook met het besef dat we nooit meer weg gaan uit elkaars leven. Ik ben trots op je moeders. Ik geloof oprecht dat ze de beste moeders zijn die je je kunt wensen. We zijn er wel over uit dat we twee gezinnen zijn. Via jou zijn je moeders familie van me, maar we zijn niet één gezin.

Deelkind Ouderschap anders

Geer Oskam en zijn beste vriendin zijn beiden homoseksueel. Toen de vriendin ruim twee jaar geleden trouwde, werd besloten tot een ouderschap met z'n drieën. Oskam (30) schreef eerder in Vonk over wat er allemaal komt kijken bij het realiseren van een drie-oudergezin. Zie ook zijn weblog: twogirlsaboyandacup.tumblr.com

Meer over