Jachtstoofschotel


Ingrediënten


Voor 8 personen
ui,
knoflook,
zonnebloemolie
6 ons varkensvlees (of hertenvlees)
bloem,
scherpe paprikapoeder
enkele bouillonblokjes
1 rookworst
2 ons gerookte ham
1 witte kool (of spruitjes)
2 worteltjes
2 of 3 zure appelen
12 gedroogde pruimen
selderij,
tijm,
majoraan
1 pepertje
3 tomaten
rode wijn,
suiker
2 stokbroden (of aardappelpuree)


Met de toetreding van Polen tot de Europese Unie wordt het hoog tijd om zich voor te bereiden op de Poolse veeleters die zich straks in de bloembollen en asperges verdienstelijk komen maken. Voor zover de seizoenwerkers niet hun eigen potje koken, bestaat er een recept waarmee elke Nederlander op zijn gasten zich thuis kan laten voelen: de Poolse jachtstoofschotel. Voor acht personen, want Polen houden van gezelligheid die niet duur is.

Het recept stamt nog uit de tijd van het oostblok. En dat is te merken ook, want het gerecht kenmerkt zich door een grote vrijblijvendheid. Indien een ingrediënt niet bschikbaar is, hoeft geen kok in paniek te geraken. Dan doet hij het er gewoon niet in. De lettergreep 'jacht' in het woord jachtstoofschotel is dan ook puur facultatief en staat er alleen, omdat er hertenvlees in plaats van varkensvlees kan worden gebruikt. Uiteraard is hertenvlees veel duurder dan varkensvlees en ook moeilijker te verkrijgen. Maar in een planeconomie ligt dat soms verrassend anders.

Wie het recept rustig doorleest, zal merken dat het gerecht ook zeer geschikt is voor een gezamenlijkemaaltijd in een studentenflat. Zelfs als de kok tijdens het koken een biertje drinkt, kan er weinig misgaan. Ook dat noemen ervaringsdeskundigen typisch Pools.


Bereidingswijze

Bewerk één ui tot halve ringen en gooi die met twee gekneusde tenen knoflook in vier eetlepels hete zonnenbloemolie. Fruit de uienringen, haal ze uit de pan en leg ze even opzij.

Bak in de braadpan circa zes ons varkensvlees (of hertenvlees) goudbruin op een hoog vuur.

Doe de ui en de knoflook er weer bij.

Doe vervolgens acht afgestreken eetlepels bloem en twee eetlepels paprikapoeder van de pikantste soort erbij en bak het mengsel al roerend gedurende twee minuten.

Voeg vier deciliter slappe (twee kleine blokjes) bouillon toe en blijf roeren. Wie het mengsel te dik vindt, kan er wat bouillon bij doen (wat, indien nodig of gewenst, gedurende het hele kookproces kan doorgaan).

Vervolgens: een rookworst, twee ons gerookte ham in blokjes, een pond spruitjes (of een fijngesneden witte kool), twee worteltjes in kleine stukjes, twee of drie zure appelen in stukken, twaalf gedroogde pruimen, een half bosje selderij, een theelepeltje tijm, een theelepeltje marojaan en een rood pepertje.

Dit allemaal twintig minuten zachtjes laten pruttelen.

Ten slotte nog twee of drie glazen rode wijn, drie tomaten, en naar behoefte wat suiker. Vervolgens de pot nog eens tien minuten zachtjes doen puffen.

Serveren met stokbrood of aardappelpuree.


Meer over