Laat het stoppenJulien Althuisius

Ja, muziek hoort misschien bij sporten, maar niemand zit op die Yabba Dabba Dancemix van je te wachten

null Beeld

Luister eens: niet alle moderne verschijnselen hoeven we goed te keuren. Er zijn zaken waar we ons tegen ­kunnen, nee móéten verzetten. Deze week keert Julien Althuisius zich tegen personal trainers met een voorliefde voor draagbare luidsprekers.

We zoeken tijdens deze pandemie allemaal manieren om ons leven op een zo normaal mogelijke manier voort te blijven zetten. De terrassen zijn gesloten, dus we drinken in het park of lopen eindeloos rondjes met een vriend. We wandelen, springen op de racefiets, kopen nieuwe skeelers, proberen dat twee keer en verkopen ze dan weer. Zij die gevaccineerd zijn sluiten eindelijk hun kleinkinderen weer in de armen. Zij met een testfetisj laten hun hersenen tweemaal per week kietelen met een wattenstaafje. Zij met wanhoop melden zich aan voor Fieldlabs en staan met 4.999 anderen naar Nederland-Letland te kijken. Zij met knaldrang bezoeken illegale feestjes. Zij met kleine piemels rijden op zonnige dagen rond op luidruchtige motoren. En zij die fit willen blijven, sporten bij een gebrek aan geopende sportscholen buiten.

Vaak gaat dat laatste gepaard met een personal trainers. Nu heb ik niets tegen personal trainers. Sommige van mijn goede vrienden zijn personal trainer. Ik bewonder hun eeuwige onverzettelijkheid en optimisme. Ooit een mistroostige personal trainer gezien? Precies.

Personal trainers hebben het, nu de sportscholen dicht zijn, bijzonder lastig. Ik gun iedereen een goede gezondheid en een fit lijf. Ik gun iedereen een personal trainer. En ik gun personal trainers hun omzet. Ik gun ze ook andere personal trainers, die ze kunnen ontmoeten en waarmee ze kinderen kunnen krijgen. Hele fitte kinderen, die ooit onze kinderen ook heel uitbundig en hands-on tegemoet zullen treden, ze burpees laten doen en na afloop van de workout even een praatje maken over een verbouwing.

Eén ding gun ik personal trainers niet. Een draagbare luidspreker. Ik snap dat muziek voor veel mensen nu eenmaal bij sporten hoort, dat het opzwepend kan werken, waardoor je net iets beter kan presteren. Dat snap ik. En als dat binnen de vier muren van een sportschool gebeurt, soit. Daar stem je, als abonnee van die sportschool, in zekere zin ook stilzwijgend mee in. (Dat gezegd hebbende: het zou fijn zijn als de Goldberg-variaties ook eens wat airtime kunnen krijgen in de gym).

Maar nu moeten jullie, lieve draagbare luidspreker-minnende health coaches, ook even iets snappen. Het park, de stoep, de kade, het strookje zand waar mensen hun hond uitlaten, plantsoentjes, speeltuinen, de afwerkplek onder het viaduct; ze zijn onderdeel van de openbare ruimte. Het idee van openbare ruimte is dat iedereen er gebruik van kan maken en dat je andere gebruikers van die openbare ruimte daarbij niet tot last bent. Keihard muziek draaien op plekken waar mensen komen om te wandelen, met elkaar te praten, om hun kinderen te laten spelen, om te ontspannen of gewoon om naar andere mensen te kijken, is niet zo sociaal. Je wil tenslotte toch ook niet dat iemand voor jouw deur een mini-Dance Valley organiseert, toch?

(Soms, tijdens het schrijven van deze rubriek, kan ik plots overvallen worden door een bedompte moedeloosheid die doorgaans is voorbehouden aan docenten maatschappijleer).

Ja, sporten is heel goed en gezond. Fantastisch. We zien het hoor. Ja, wie zien het. Oh wow, drie keer optrekken. Heel goed. Applaus. Kom, nu tien burpees. Yes! Je bent een lichtend voorbeeld. Ga zo door. We kijken allemaal. En we zijn allemaal onder de indruk.

Maar niemand – echt niemand – zit op die Yabba Dabba Dancemix van je te wachten.

Meer over