Islamofoob? Hoe komt u erbij?

Onlangs weigerde de producer van een radioprogramma waarin schrijvers worden geïnterviewd, aandacht te besteden aan mijn laatste boek Radical State....

Op mijn column (Forbes.com, 7 juli) tegen de bouw van een moskee in de buurt van Ground Zero reageerde een lezer door mij ‘nazi’ te noemen. Ook ben ik uitgemaakt voor islamofoob en erger.

De ironie hiervan amuseert en intrigeert me. Want als de verwerping van de radicale islam een ‘anti-moslim’-standpunt is, dan zouden alle moslims radicaal zijn. Zo geredeneerd, is ook het veroordelen van de sharia, het afkeuren van haat tegen homo’s en de strijd tegen het misbruiken en vermoorden van vrouwen blijkbaar (althans volgens de mensen die mij attaqueren) een algehele veroordeling van de islam zelf.

Dat zou betekenen dat de vele duizenden Iraanse (moslim)demonstranten die hun leven riskeren door de Islamitische Staat te kritiseren, ook islamofoob zijn.

Zou het?

Natuurlijk weten mijn critici heel goed dat zijzelf de praktijken die worden gepropageerd door de radicale islam onmenselijk vinden. Maar als je dat duidelijk zegt, zien zij dat toch, in hun nogal verwarde kijk op de wereld, als een suggestie dat alle moslims die radicale opvattingen aanhangen. Natuurlijk zullen mijn aanklagers en lasteraars dit nooit zeggen en ook niet (hoop ik) stiekem denken. Maar waarom denken zij dan dat ik dat wel doe?

Onder mijn critici bevinden zich zogenaamde moreel-relativisten. Dat zijn mensen die vinden dat als het moslimpraktijk is om homo’s in het openbaar op te hangen of je dochter te doden omdat ze haar hoofddoekje voor een vreemde heeft afgedaan of weigert te trouwen met de man die haar ouders voor haar hebben uitgezocht, wij, christenen of joden, als niet-moslims niet het recht hebben in te grijpen of dat te veroordelen.

Deze mensen maken mij echt bang. Noem me maar ‘moreel-relativistfoob’ als u wilt.

Afgezien van deze kleine groep heb ik serieus geprobeerd degenen die om de haverklap ‘islamofoob’ roepen te begrijpen. Maar ik blijf verbijsterd. Hoe bestaat het dat iemand als ik, die zich het lot van onderdrukte moslimvrouwen aantrekt, die aandacht vraagt voor 4 miljoen Iraakse vluchtelingen die verdreven zijn uit hun land, omdat ze hulp hebben verleend aan Amerikaanse journalisten en strijdkrachten, en die reclame maakt voor hedendaagse kunstenaars uit het Midden-Oosten, nog steeds als islamofoob wordt beschouwd?

Daarom hoop ik dat als mijn critici dit toevallig onder ogen krijgen, zij zo vriendelijk willen zijn enkele vragen te beantwoorden die mij misschien kunnen helpen:

Staat het afkeuren van praktijken die door een specifieke religieuze groep worden bepleit gelijk aan het veroordelen van die religie zelf en van iedereen die haar praktiseert?

Als iemand de ideeën van de Ku Klux Klan niet deelt, noemen we hem dan anti-blank?

Als wij christelijke radicalen veroordelen die aanslagen plegen op abortusklinieken en abortusartsen vermoorden, maakt ons dat dan anti-christelijk (christofoob)?

Zijn kunstenaars die in geschrifte en door middel van kunstwerken en acties protesteren tegen de politieke moorden, het religieus gerechtvaardigde misbruik en de sharia die hun familie, hun kunst en vaak ook hun leven hebben verwoest, ook islamofoob?

Woorden doen ertoe. Woorden bepalen hoe we de wereld zien en hoe we onszelf in de wereld zien. Als wij het probleem van het islamitisch extremisme niet bij de naam willen noemen, zullen we het niet begrijpen en niet weten waar het vandaan komt.

Bovendien lopen we het risico onschuldigen te belasteren en te veroordelen, en vervreemden we die vele moslims van ons die niet alleen onze bondgenoten zijn in de strijd, maar ook onze belangrijkste hoop. En als deze aantijgingen, deze pijnlijke pogingen tot censuur, een aanwijzing vormen, dan zijn we allang op die verkeerde weg.

Meer over