Iran verandert werkelijk

Wat Iraanse vluchtelingen niet durven te geloven, lijkt werkelijkheid: onder Khatami liberaliseert Iran in snel tempo. Volgens Arthur van Amerongen is Iran niet meer te vergelijken met totalitaire staten als Syrië en Irak....

TWEE jaar geleden was een reportage in Iran, als je al een visum kreeg, geen sinecure. Het ministerie van Islamitische leiding, onder andere belast met het 'gidsen' van buitenlandse journalisten, zei bij voorbaat nee tegen elk ingediend voorstel. Het fotograferen van skieënde meisjes in de bergen ten noorden van Teheran leek onder de categorie 'pornografie' te vallen en zelfs een bezoek aan het mausoleum van imam Khomeini werd als verdacht beschouwd.

Het waren de nadagen van Abdallahi, een sombere, achterdochtige man die het presteerde om aan het einde van het bezoek ook nog eens smeergeld te vragen voor niet bewezen diensten.

Twee jaar later is het ministerie van Islamitische leiding veranderd in een uiterst vriendelijke en dienstverlenende instelling. De opvolger van Abdallahi is Reza Shiravi, een vloeiende Engels sprekende advocaat. Binnen een dag regelt hij ieder verzoek, inclusief een interview met Faizeh Hashemi, dochter van ex-president Rafsandjani en de belangrijkste Iraanse politica van het moment.

De vlotgeklede, jonge Shiravi is een typisch product van de culturele revolutie van president Khatami. Khatami haalde na zijn enorme verkiezingsoverwinning in 1997 meteen de bezem door het ministerie van islamitische leiding, dat tevens belast is met de binnenlandse media.

Openheid werd het nieuwe motto en in eem mum van tijd verschenen er tientallen nieuwe dag- en weekbladen. Iran is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Syrië en Irak, geen totalitaire staat. Telefoon, fax en internet worden vrijelijk gebruikt en kranten oefenen openlijk kritiek uit op de regering. Soms worden ze gesloten, om korte tijd later onder een andere naam weer door te gaan.

Time, Newsweek en Der Spiegel zijn overal verkrijgbaar, op het ministerie van Islamitische leiding wordt de hele dag naar de BBC en CNN gekeken. Alleen de Iraanse staatstelevisie ademt nog de geest van de revolutie: onafgebroken beelden van Khomeini, al dan niet op zijn sterfbed en en beelden van de oorlog met Irak. Maar daar kijkt niemand naar, liever huurt men een Amerikaanse actiefilm in de videotheek.

Khomeini wordt gerespecteerd - hij bracht immers de gehate sjah ten val - maar is geschiedenis. Driekwart van de Iraanse bevolking is onder de twintig en heeft de revolutie niet meegemaakt.

Khatami, op alle mogelijke manieren tegengewerkt door het religieuze establisment, hield zich aan zijn belofte: meer vrijheden voor het Iraanse volk. Teheran is in twee jaar volkomen veranderd. Vrouwen hebben de verplichte hoofddoek bijna achteloos om het hoofd gedrapeerd, jongeren flirten in winkelcentra zonder door de politie te worden lastig gevallen en onlangs vond er zelfs een door de staat goedgekeurd popconcert plaats in Teheran.

Het beleid van Khatami werpt vruchten af. Twee weken geleden was hij op audiëntie bij de paus en bezocht hij aansluitend de Franse premier Chirac. Langzaam maar zeker dringt het tot het westen door dat er in Iran een aardverschuiving heeft plaatsgevonden.

Voor Iraanse asielzoekers in Nederland is Mohammed Khatami echter een wolf in schaapskleren. De vriendelijk ogende president van Iran is volgens hen net zo radicaal als de rest van de heersende sji'itische clerus. Khatami's culturele revolutie stelt volgens diezelfde asielzoekers helemaal niets voor en is Iran nog net zo barbaars als ten tijde van Khomeini. Terwijl de meeste Westeuropese landen Iran 'veilig' hebben verklaard, blijft Nederland aarzelen asielzoekers terug te sturen.

Diplomatieke bronnen in Teheran bevestigen echter dat slechts een paar van hen gevaar lopen als ze terugkeren naar Iran. De Iraanse ballingen hameren er op dat er in het afgelopen half jaar een vijftal intellectuelen werd vermoord door de Iraanse geheime dienst. Maar Khatami heeft het verantwoordelijke hoofd van de geheime dienst ontslagen, tot grote woede van de religieuze scherpslijpers.

Sindsdien gaan de Iraanse intellectuelen, die eveneens op de dodenlijst stonden, weer zonder lijfwachten de straat op. De revolutie van Khatami is niet meer te stoppen, dat beseft iedereen in Iran. Niemand weet waar precies de grens ligt, maar stap voor stap worden taboes doorbroken.

Begin volgend jaar zijn er parlementsverkiezingen in Iran. Als de trend van de recente gemeenteraadsverkiezingen zich dan doorzet - ruim driekwart van de stemmen ging naar Khatami-aanhangers - vindt er dan werkelijk een revolutie plaats.

De ultra-orthodoxen hebben nu nog de meerderheid in de majlis, het Iraanse parlement. Hun dagen lijken geteld en daarom verzetten ze zich nu met hand en tand tegen de hervormingen. Ze hebben echter vrijwel geen steun meer onder het Iraanse volk en daarom verdient de moedige president Khatami alle steun van het westen.

Meer over