Inpakken

Bij elke vakantie denk ik: 'dit nooit meer'. De vakantie zelf is het probleem niet, we genieten er ontzettend van; zelfs een weekendje fietsen in de stromende regen voelen wij niet als mislukking: lachend fietsen we dwars door alle plassen, onze schoenen zijn toch al nat....

Vroeger, vóór mijn tijd, kwam zijn moeder naar zijn studentenkamer, een uur voor hij een trein of bus moest halen. Zij trof hem daar aan in wanhoop. Zijn kledingkast en rugzak waren leeg. Alle kleren en spullen die misschien wel handig zouden kunnen zijn in Frankrijk lagen verspreid over de vloer. Hij stond vertwijfeld met twee zaklampen in zijn hand: 'welke zal ik meenemen, of toch maar allebei?' Zijn moeder wist er altijd voor te zorgen dat hij de boot niet miste.

Toen wij elkaar pas kenden, vertelde hij me dit in geuren en kleuren, op berouwvolle toon, met zijn meest charmante lach. Sinds wij samen op vakantie gaan, komt zijn moeder hem niet meer redden. Ik maakte uiteraard meteen duidelijk dat ik niet van plan was om zijn moeders taak over te nemen. Stel je voor. . . Op een volgeladen fiets kwam ik hem in het eerste jaar veel te vroeg ophalen en werd geconfronteerd met paniek: zijn fietstassen waren te klein, hij kon zijn paspoort niet vinden en was de band van zijn fiets wel hard genoeg? En wie ging als een waanzinnige inpakken? Juist. De fietsbus zou ten slotte niet op ons wachten.

We bedachten dat het beter zou zijn als we elkaar pas op het station zouden treffen. Dat was natuurlijk ook geen oplossing: hij kwam een halve minuut voor tijd aan, ik was in alle staten en hij, zwetend en hijgend, was kwaad dat hij zich zo had moeten haasten. Sinds we samenwonen, spreken we steeds af dat we een week van tevoren beginnen met inpakken. Hij knikt dan afwezig en ik geloof maar al te graag dat hij deze keer echt zijn best zal doen.

Uiteindelijk komt het toch op mij neer, ik ben ten slotte degene die niet kan slapen als alles niet is ingepakt. Mijn gescheld laat hij gelaten over zich heen komen.

Vóór onze laatste vakantie spande hij de kroon: om 21.00 uur thuisgekomen uit zijn werk ('er moest nog van alles af') herinnerde hij zich dat een ex-vriendin die een wereldreis zou gaan maken, nog een paar boeken van hem wilde lenen. 'Nou, dan komt ze ze maar halen' was mijn venijnige commentaar. Hij dacht er echter anders over en bleef ook nog even gezellig wat drinken, want 'haar nieuwe vriend was er en dan kan ik toch niet meteen weer weggaan?'

En toch wil ik weer op vakantie, met hem. Als we eenmaal onderweg zijn, ben ik de frustratie en boosheid snel vergeten. Hoe het uitpakken en opruimen van de vakantiespullen bij ons gaat, laat zich raden.

Irene Poort, Wageningen

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 228. Bijdragen aan de reeks, tussen de 450 en 500 woorden lang, zijn welkom. Ze kunnen, mits voorzien van naam en woonplaats, worden gestuurd naar: Redactie de Voorkant, de Volkskrant, Postbus 1002, 1000 BA Amsterdam.

Meer over