'In het begin zaten mijn vader en moeder afwisselend in een caravan in Zeeland'

Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders. Die van Tijs van Kan (21), student maatschappijleer aan de lerarenopleiding, gingen uit elkaar toen hij 12 was....

‘Lang was ik een thuiskindje, zo’n jongen die op zijn kamertje muziek zat te luisteren en dingetjes zat te schrijven. Tot mijn 12de heb ik zelfs met lego gespeeld. Een brave jongen was ik, een puber ben ik nooit geweest. Mijn stiefvader zegt altijd dat ik later in een midlifecrisis zal belanden omdat ik niet gepuberd heb. Toen mijn ouders uit elkaar gingen, was ik dan ook niet opstandig. Wel was ik verdrietig, en dat liet ik ook blijken. Ik ben, anders dan mijn jongere zusje, altijd vrij open en emotioneel geweest.

Ik weet het nog goed, het moment dat mijn ouders vertelden dat ze zouden gaan scheiden. Ik was 12. Mijn zusje en ik werden naar beneden geroepen en mijn vader en moeder probeerden het samen te vertellen, maar dat lukte niet omdat mijn moeder halverwege in huilen uitbarstte. Het was vooral mijn vader die had aangestuurd op de scheiding. Waarom ze precies uit elkaar zijn gegaan, is altijd een mysterie gebleven, en ik hoef het ook niet te weten. Feit is dat ze niet meer bij elkaar zijn, en dat ik daarmee moet zien te leven.

Onbewust wist ik, denk ik, al een tijd dat ze vroeg of laat zouden gaan scheiden. Het zijn twee nogal verschillende personen die allebei iets anders verwachtten van het huwelijk. Dat blijkt ook uit hun huidige relaties. Mijn moeder heeft met haar vriend een maatjesrelatie: ze trekken erop uit, ze wandelen en ze fietsen. Mijn vader heeft met zijn nieuwe vrouw een liefdeshuwelijk. Hij is meer dan mijn moeder uit op het passionele.

Mijn ouders regelden co-ouderschap, en hoezeer ze ook in staat waren elkaar de ogen uit te krabben, dat regelden ze goed, ondanks de complexe situatie. In het begin zaten mijn vader en moeder afwisselend in een caravan in Zeeland, en zochten wij hen daar op. Op mijn netvlies staat nog het beeld van de olieraffinaderijen langs de Maasvlakte waar we op de heenweg langskwamen: kil, levenloos en desolaat. Dat stond voor mij symbool voor hoe ik me voelde.

Mijn moeder kreeg uiteindelijk via de gemeente een sociaal flatje en hoe klein het ook was, ik had het er naar mijn zin. Het was er gezellig, ook al stond het vol kringloopspullen. Mijn moeder is minder geordend dan mijn vader. We deden vaak waar we zin in hadden, gingen wandelen of kochten roze koeken die we voor de tv opaten. En als er in huis iets kapot ging, was dat niet erg. Mijn vader bleef in het ouderlijk huis wonen in Nieuwerkerk aan de IJssel, dat kille, grote huis in die nieuwbouwwijk vol mensen die met de neus omhoog liepen omdat ze meer dan modaal verdienden en daardoor dachten dat ze iets voorstelden, met hun twee auto’s en drie vakanties per jaar. Pas toen mijn vader naar Gouda verhuisde kreeg hij een gezelliger huis, en niet meer versie 2.0 van de oude situatie.

In de eerste periode na de scheiding gaf mijn moeder mijn vader van alles de schuld. Ze was niet happy, zelfs bijna depressief, en ze liet dat ook merken. Als we bij mijn vader waren geweest vroeg ze eerst wat we hadden gedaan, om vervolgens op te merken dat hij, anders dan zij, over het geld beschikte om dingen met ons te ondernemen. Pas toen ik daarover een keer heel boos ben geworden is ze opgehouden mijn vader zwart te maken, en vertelde ze meer hoe zij zich voelde. Mijn vader was wat nuchterder: hij kan goed redeneren en velde geen oordelen over mijn moeder in mijn bijzijn.

Regelmatig voelde ik me verscheurd. Mijn ouders konden elkaar niet luchten, en daardoor kon ik lang niet altijd mijn ei kwijt. Er was gedoe over schoolgeld en andere praktische zaken en daar werden wij, als kinderen, dan toch mee geconfronteerd, terwijl ik vind dat je daar je kinderen niet mee moet lastigvallen. Als ik later zelf kinderen krijg zal ik er, bij een eventuele scheiding, op toezien dat overleg altijd mogelijk moet zijn. Maar eerst maar eens een relatie. Tot nu toe is het me nog niet gelukt om langere tijd een vriendin te hebben. Ik ben sowieso niet opgegroeid met het idee dat een levenslange relatie of een huwelijk vanzelfsprekend is.

Mensen vragen weleens aan me: ‘Ben je nou nog steeds verdrietig vanwege de scheiding?’ En dan zeg ik: ‘Nee, eerder gelukkig.’ Liever heb ik dat mijn ouders innig tevreden zijn met hun nieuwe levenspartners, dan dat ze, met alle spanningen van dien, bij elkaar zouden zijn gebleven. En bovendien denk ik dat mijn stiefvader en stiefmoeder – verschrikkelijke woorden, trouwens – beter dan zij in staat zijn geweest om ervoor te zorgen dat wij, de kinderen, af en toe ook gehoord werden. Ze hebben net iets meer afstand. Maar toch blijft het soms ingewikkeld. Laatst, op de verjaardag van de vriend van mijn zusje, waren mijn ouders er allebei. Dat ging redelijk goed, maar de beste maatjes zullen ze nooit worden. Ik ben drummer in een band die rock speelt met dansbare beats, en een tijdje terug hadden we een optreden. Ik had mijn vader uitgenodigd en voelde me verplicht ook mijn moeder uit te nodigen. Gelukkig bleek ze op skivakantie te zijn. Want ze zeggen wel allebei: ‘Dit is jouw probleem niet, dit moeten wij zien op te lossen’, toch voel ik het anders. Als er binnenkort weer een optreden is, of een andere festiviteit, nodig ik mijn vader óf mijn moeder uit, niet allebei. Want ik kan niet met de spanning omgaan. Die zit er toch ingebakken, na al die jaren.’

Meer over