ColumnArnon Grunberg

In het Amerikaanse leven borrelt de barbaarse gewelddadigheid altijd onder de oppervlakte

null Beeld
Arnon Grunberg

Nog nooit was ik in Greenport geweest, een stadje in het noordoosten van Long Island, New York, maar nu ik er twee dagen heb doorgebracht weet ik dat het een goede plek is om per ongeluk te sterven en dat bedoel ik als een compliment.

Het zuiden van Long Island is ten dele overgenomen door rijken en superrijken. Zij hebben het ook niet makkelijk, daarom loop ik vol empathie langs hun landgoederen. Hoe groter het landgoed, hoe vuriger mijn empathie. Dat leven is in de jaren twintig van de vorige eeuw uitmuntend beschreven door F. Scott Fitzgerald in De grote Gatsby, waarin wij onder andere deze zin tegenkomen, een beschrijving van een portret dat in Gatsby’s slaapkamer hangt: ‘Een grijze, blozende man met een hard, leeg gezicht – de verliederlijkte pionier, die tijdens één stadium van het Amerikaanse leven de barbaarse gewelddadigheid van het bordeel en de saloon van het Wilde Westen naar de oostkust mee terugbracht.’

In het Amerikaanse leven, dat is de charme ervan, borrelt de barbaarse gewelddadigheid altijd onder de oppervlakte. Over Europa zwijgen we. En wie wil niet af en toe verliederlijkt zijn?

Op een kwartiertje lopen van het minuscule station van Greenport (één trein per dag) bevindt zich bistro Demarchelier, gerund door een Frans stel, van wie met name de man uit zijn thuisland een gezond dédain voor de klant heeft meegenomen.

Op deze maandavond in mei zat in de vrijwel lege bistro aan een tafeltje in een hoek een man alleen die in hoog tempo een glas rode wijn en twee martini’s wegwerkte. Toen de Fransman de rekening op tafel legde zei hij: ‘Ik ben nog niet klaar.’

De Fransman keek bedenkelijk, maar zette toch een derde martini op zijn tafel.

Dat bedoel ik, in Greenport kan men per ongeluk en toch uiterst voldaan sterven.

Meer over