mode

In de Recovery Studio van Sjaak Hullekes worden kleren én mensen opgelapt

Het interieur van Sjaak Hullekes’ Recovery Studio, met aan het rek kledingstukken van zijn merk Hul le Kes. Beeld Valentina Vos
Het interieur van Sjaak Hullekes’ Recovery Studio, met aan het rek kledingstukken van zijn merk Hul le Kes.Beeld Valentina Vos

In Arnhem is een sociale werkplaats waar beschadigde mensen beschadigde kleren repareren en zelf ook, al bordurende, opknappen: de Recovery Studio van modeontwerper Sjaak Hullekes. ‘Ik wil dat mensen hier mooier uitkomen.’

Cécile Narinx

Het is nog allemaal heel pril hoor, haast Sjaak Hullekes zich te melden. Het plan was er al langer en ligt klaar om uitgevoerd en misschien ooit over de rest van het land uitgerold te worden, daar ligt het niet aan. En het ligt ook niet aan de huidige omstandigheden, waardoor ze niet schouder aan schouder vol op het orgel kunnen in zijn studio. Het is meer dat je dit soort dingen niet moet wíllen haasten. Omdat het precair is, en dus zorgvuldige voorbereiding vereist. Omdat het van Sjaak, van zijn partner Sebastiaan Kramer en eigenlijk van alle betrokkenen niet mag mislukken. ‘Ik wil,’ zegt Hullekes, ‘dat mensen hier mooier uitkomen.’

Dat ‘hier’ is zijn vers opgestarte Recovery Studio in Arnhem. Dat is simpel gezegd een plek waar beschadigde mensen en beschadigde kleding samenkomen. Een atelier waar werknemers die om wat voor reden dan ook niet (meer) mee kunnen doen in een standaardbaan versleten kleding leren herstellen, stoppen en oplappen – en ook zichzelf, omdat de rust en herhaling van het handwerken therapeutisch werkt en kans biedt om sociale contacten en arbeidsvaardigheden op te doen.

Modeontwerper Sjaak Hullekes. Beeld Valentina Vos
Modeontwerper Sjaak Hullekes.Beeld Valentina Vos

Sjaak Hullekes (40), geboren Zierikzeeënaar en import-Arnhemmer, is modeontwerper. Een ontwerper met een goed verhaal bovendien. Allereerst omdat hij bevlogen praat en zorgvuldig formuleert. Maar ook omdat zijn carrière een wonderlijk verloop heeft, met een onverwachte tussenstop en een nog onverwachtere nieuwe wending.

Om bij het begin te beginnen: toen Sjaak als jonge jongen besloot dat hij naar de kunstacademie wilde om modeontwerper te worden, vonden zijn ouders dat een beetje eng. Banen in de mode liggen niet voor het oprapen immers, het is een harde wereld, dus een zekere toekomst beloofde dat allemaal niet. Vandaar dat toen Sjaak de havo ging doen hij er een opleiding sociaal pedagogisch werk naast deed, om een basis te hebben. Toen hij in Arnhem aan de academie begon, bleef hij daarnaast werken in de thuiszorg. En na zijn afstuderen in 2005 werkte hij een tijdje fulltime in de zorg. Hij deed ervaring op bij projecten voor begeleid zelfstandig wonen en zorgde voor mensen met autisme.

Mooi werk, en het bloed kroop toch waar het gaan moest: richting mode. Met zijn partner en studiegenoot Sebastiaan Kramer richtte hij het mannenmerk Sjaak Hullekes op. In 2007 debuteerde het merk op de Amsterdam Fashion Week, in 2008 presenteerden ze het op internationale modebeurzen en in 2009 won Hullekes de Mercedes-Benz Dutch Fashion Award. De vaart zat er goed in: in 2011 werd de eerste winkel geopend in Arnhem en een jaar later volgde een filiaal in Den Haag. Het merk had daarbij nog verkooppunten in de Bijenkorf en werd internationaal tot in Japan verkocht.

Een succesverhaal, kortom. Maar geen verhaal met een lang en gelukkig vervolg. Met het succes kwamen immers ook stress, commercie, verwachtingen, haast. ‘Ik had het gevoel deel uit te maken van een harde machine die egocentrisch opereert’, zegt Hullekes daar nu over. ‘Ik was in de mode gegaan omwille van het teamwork en het maakplezier, en dat ontbrak in deze constructie nogal.’

Tjeerd Massalt (links), een van de werknemers, en Sjaak Hullekes, met voor hen kussens en daaronder een Monet-jasje, gemaakt van afgedankte wollen dekens. Beeld Valentina Vos
Tjeerd Massalt (links), een van de werknemers, en Sjaak Hullekes, met voor hen kussens en daaronder een Monet-jasje, gemaakt van afgedankte wollen dekens.Beeld Valentina Vos

Hullekes en Kramer, gedesillusioneerd en bijna opgebrand, besloten in 2013 uit de modemolen te stappen en te stoppen met hun kledinglijn. Om toch in hun onderhoud te kunnen voorzien, openden ze – in samenwerking met MBO Rijn IJssel en de Arnhemse modevakopleiding HJS – productie-atelier Studio Ryn, in een oude Arnhemse houtzagerij. Daar worden in opdracht van ontwerpers, particulieren en bedrijven unieke stuks, samples en kleinschalige collecties gemaakt. Dat kleinschalig, ambachtelijk en langzaam werken in een team beviel Hullekes en Kramer goed. Zó goed dat het in 2018 weer begon te kriebelen om zelf iets te maken. Maar: geen grote aantallen, geen commerciële, tijd- of seksegebonden kleding. Niet eens kleding van nieuwe stoffen, maar broeken en bloezen van handgeverfd oud Frans (tafel)linnen en andere afgedankte stoffen die een tweede ronde verdienden. De nieuwe merknaam werd Hul le Kes: de manier waarop Sjaak zijn achternaam altijd moet uitspreken als een buitenlander vraagt hoe hij heet. ‘Want als ze Sjaak Hullekes hardop van een papier of een label lazen, klonk het als Sjakoellekas. En dat lijkt natuurlijk nergens op.’

Sjaak Hullekes toont een Monet-jas van zijn merk Hul le Kes, gemaakt van overgebleven wollen stoffen. Beeld Valentina Vos
Sjaak Hullekes toont een Monet-jas van zijn merk Hul le Kes, gemaakt van overgebleven wollen stoffen.Beeld Valentina Vos

Hul le Kes werd bijzonder goed ontvangen, zeker nu duurzaamheid en upcycling urgent en hip zijn. Ook Studio Ryn bleek onbewust perfect getimed. Dankzij de importbeperkingen door corona steeg de vraag naar lokale productie. Hul le Kes ging ondertussen ook nog samenwerkingen aan met het Leger des Heils en gevestigde merken als het Duitse kasjmiermerk Allude en het Nederlandse kindermerk Gray Label. Genoeg om zijn tanden in te zetten, maar toch wilde Hullekes nog iets erbij doen, met een sociaal aspect.

Hullekes: ‘We hebben zitten brainstormen: wat zouden we doen als geld geen enkele rol speelde? Een studio openen waar mensen zonder deadline kunnen naaien en borduren, waardoor ze steek voor steek niet alleen de kleding zouden herstellen, maar ook zichzelf. Dat plan hebben we ingeschreven voor de Ignite Award, bedoeld om startende sociaal ondernemers op weg te helpen. De actieve begeleiding die we kregen als finalisten en alle kennis en ervaring die we opdeden, waren heel nuttig.’

Garens, scharen, maasklos en andere gereedschappen voor het hergebruiken en upcyclen van oude stoffen en kleren. Beeld Valentina Vos
Garens, scharen, maasklos en andere gereedschappen voor het hergebruiken en upcyclen van oude stoffen en kleren.Beeld Valentina Vos

Hul le Kes won de award niet, maar werd wel opgemerkt en benaderd door de Rabobank Foundation en de Stichting Doen. Inmiddels werken ze samen met organisaties voor mensen die hulp nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen of werken, zoals Driestroom, Scalabor en Activerend Werk. Samen met die organisaties worden er gegadigden gekozen, en er wordt zorgvuldig gekeken welke diagnoses niet met elkaar conflicteren.

Aan aanmeldingen geen gebrek, bleek als snel, toen het project ruchtbaarheid kreeg. Zodra er een stukje in de lokale krant stond kwamen er al brieven. ‘Er meldde zich bijvoorbeeld een jonge jongen aan die ziek was van de stress en faalangst voor zijn examens, en een oudere dame die een psychose heeft gehad. We richten ons in eerste instantie op mensen met psychische klachten. Dat zijn mensen aan wie je aan de buitenkant niks ziet, maar die in onze prestatiegerichte cultuur worden veroordeeld omdat ze niet mee kunnen komen. Wij helpen bij het opladen van de accu door ze, gesteund door een coach, huisartsen en de deelnemende organisaties, te leren borduren, naaien en verven. Maar let wel: het is geen dagbesteding, dat vind ik zo’n vies woord. Ik heb het ook niet over cliënten, maar over werknemers. Ze maken wel degelijk iets – ze borduren, ze werken onze producten af, ze naaien labels in – er zit alleen geen druk achter.’

Tjeerd Massalt oefent steken en technieken op zijn proeflap. Beeld Valentina Vos
Tjeerd Massalt oefent steken en technieken op zijn proeflap.Beeld Valentina Vos

Een van de werknemers van de Recovery Studio is Tjeerd Massalt (50). Hij was degene die zich meteen aanmeldde nadat hij een interviewtje met Hullekes in de Arnhemse Koerier had gelezen. Zijn verhaal in het kort: als grafisch ontwerper kreeg hij na de dood van zijn baas onverwacht de zorg voor de hele zaak. Dat bleek veel te zwaar, zeker in combinatie met de chronische depressie waar hij mee kampte. Hij klapte dicht, kwam langdurig thuis te zitten en ontdekte toen hij zoetjesaan weer begon met solliciteren dat het hem zwart voor de ogen werd zodra hij op zijn computer ontwerpprogramma Indesign opstartte. Terwijl: hij wilde dolgraag weer iets doen, structuur krijgen. De deur uit, andere stemmen horen dan alleen zijn eigen.

‘Het hele verhaal sprak me aan: het recyclen, iets máken’, zegt Massalt gebogen over de proeflap waarop hij alle technieken oefent die voorkomen in de collectie van Hul le Kes. ‘Ik kom hier nu drie dagdelen van drie uur in de week, en ik vind het geweldig. Juist het gepruts en gepriegel. In het begin was het onhandig en slordig, terwijl ik een enorme perfectionist ben. Mijn baas noemde me altijd ‘pixelneuker’. Dit borduren komt op hetzelfde neer: het vergt concentratie, oefening en precisie. Het is leuk, de tijd vliegt en de studio is een fijne plek om te zijn. Ik zie het zo: ik heb ooit van mijn hobby mijn werk gemaakt, waarmee ik dus mijn hobby kwijtraakte. Toen ik daarna mijn werk verloor had ik niks meer. Maar nu heb ik dit.’

Handgeverfd en -bestempeld stoffen naambord van de Recovery Studio. Beeld Valentina Vos
Handgeverfd en -bestempeld stoffen naambord van de Recovery Studio.Beeld Valentina Vos

De Recovery Studio is nog klein, zegt Hullekes, maar de ambities zijn groot. Als het coronamaatregelentechnisch weer kan en mag, wil hij graag zes werkplekken per dag creëren en zijn plan met beleid uitrollen naar andere gemeenten die erin geïnteresseerd zijn. Voor de studio in Arnhem is de afspraak met de sponsoren vooralsnog om over twee jaar dertig mensen aan het werk te hebben gezet. ‘Maar of het dan gelukt is, wil ik liever niet afmeten aan aantallen. Het project slaagt als mensen hier kunnen landen.’

Douze points

Eén outfit van Hul le Kes is wereldberoemd. Voor wie het nog niet wist: Duncan Laurence won het Eurovisie Songfestival gekleed in een jasje van de hand van Sjaak Hullekes, gemaakt van geverfd antiek Frans linnen. Ook de broek en het overhemd waren gemaakt van overgebleven stof.

Meer over