ColumnAaf Brandt Corstius

Ik zie mezelf nu als de ambassadeur van de stichting ter bevordering van het zorgvuldig omgaan met kaassoufflés

null Beeld
Aaf Brandt Corstius

Er komt een moment in je leven dat je je kinderen moet loslaten, en ik voelde dat moment zich bijna fysiek aan me opdringen toen mijn dochter (10 jaar, zwemt een beetje als een hondje) aankondigde dat ze met een vriendin naar het zwembad wilde. Zonder mij.

Het is absoluut niet mijn diepe wens om op woensdagmiddag naar het zwembad te gaan, met golfslag, harde muziek, zigzagglijbaan en prutjes rondom alle putjes, maar ik wilde toch mee. Want ze zwemt dus een beetje als een hondje en – nou ja, dat.

Ze wilde écht zonder mij. En ik wist dat het stom was om dat tegen te houden.

Ze vertrokken en kwamen uren later terug, rode wangen, chloorhaar, al die dingen die je wilt als je tien jaar oud bent. En ze leefden nog, dat was ook erg goed nieuws.

‘Ik heb alleen wel een stuk hete kaassoufflé op mijn been gekregen, en dat deed verschrikkelijk veel pijn’, zei mijn dochter.

Zie je wel. Ik had erbij moeten zijn om die hete kaassoufflé mid-val te ondervangen terwijl hij zijn weg naar het blote beentje van mijn kind maakte.

Lang verhaal iets minder lang: de wond was vrij ernstig en werd steeds roder, hij doet nog steeds pijn, dit is inmiddels tien dagen gaande, en waar ik al hysterisch bij elkaar had gegoogeld dat het een tweedegraads brandwond was, liet de huisarts weten dat het een tweedegraads à derdegraads brandwond was. Dat ‘à derdegraads’ deed het hem.

Nu roep ik te pas en te onpas, meestal te onpas, want hoe vaak hebben mensen het in een alledaags gesprek over kaassoufflés: ‘KAASSOUFFLÉ IS LAVA.’ Echt. Het is lava.

Eigenlijk wist je het al toen je er een keer een iets te enthousiaste hap van had genomen bij de snackbar, of zelfs als je er een onenthousiaste hap van had genomen: kaassoufflé is lava. Maar ik zie mezelf nu toch als de ambassadeur van de bond tegen kaassoufflé’s, of anders van de stichting ter bevordering van het zorgvuldig omgaan met kaassoufflés, vooral als je ze in een zwembad eet, met blote benen.

Het is een heel specifieke stichting.

Het rare is, ik heb geen spijt dat ik niet meegegaan ben die middag. Na een korte huilbui, vertelde mijn dochter me, was ze nog veertig keer met haar vriendin van de glijbaan gegaan, en ze hadden de tijd van hun leven gehad. Als ik erbij was geweest, waren er vier ambulances gekomen, of in ieder geval een trits badmeesters die er ook niks aan konden doen, en waren we onmiddellijk naar huis gegaan, en had ze nu een trauma.

Meer over