'Ik zei tegen het testbureau: zo dom kan ik toch niet zijn?'

'Alsjeblieft geen krantenkop die suggereert dat allochtonen dommer zijn', zegt de psycholoog dr. J. te Nijenhuis. Maar hij houdt vast aan de omstreden conclusies van zijn promotieonderzoek over de waarde van psychologische tests voor allochtonen....

Van onze verslaggever

Jeroen Trommelen

AMSTERDAM

'Dat lijkt me wel wat', dacht Fahra toen het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) drie maanden geleden een oproep deed voor 35 'ambitieuze starters'. Na een stage van anderhalf jaar zouden veelbelovende jonge academici kunnen opklimmen tot beleidsmedewerker op het departement. 'Ruimte voor een nieuwe generatie' stond er boven de advertentie. Eronder de mededeling dat met name gehandicapten en allochtonen werden uitgenodigd te solliciteren.

Fahra - niet gehandicapt, wel vluchtelinge uit Iran - had in slechts drie jaar tijd haar economiestudie afgerond. Ze dacht wel een kansje te maken. Maar al bij de psychologische test ging het grondig mis: veel raadselachtige opdrachten in vaak ingewikkelde, Nederlandse taal, vond ze.

'Het was de eerste keer dat ik zoiets meemaakte. Honderden mensen tegelijk; iedereen een computer voor zijn neus en hup, beginnen. Na afloop geen gesprek.' Volgens de uitslag bleek Fahra ook veel minder snugger te zijn dan haar snelle universitaire carrière en haar in één jaar behaalde diploma 'Nederlands als tweede taal' suggereren. Op het gebied van 'cognitieve' (kennis) en 'verbale' (taal) capaciteiten scoorde ze zelfs beneden havo-niveau.

Dat kon ze nauwelijks geloven. 'Ik belde het testbureau en zei: ''Zo dom kan ik toch niet zijn?'' Maar men hield vast aan de conclusie. Taalvaardigheid speelt volgens hen geen rol in de test. Dat ik de universiteit in drie jaar heb afgemaakt, zegt volgens hen ook niets.'

In die ervaring staat de jonge Iraanse niet alleen. Volgens de stichting voor vluchtelingenstudenten UAF, die jaarlijks zo'n 150 academici begeleidt naar een baan, wordt in psychologische tests nauwelijks rekening gehouden met de specifieke problemen van allochtone kandidaten - in elk geval niet met academische vluchtelingen die nog maar kort in Nederland zijn.

Steeds vaker maken dergelijke tests 'deel uit van de selectieprocedure', zoals in veel advertenties staat. En hoewel vluchtelingenacademici vrijwel allemaal na korte of lange tijd een baan vinden, leiden de testmethoden volgens coédinator W. Kalsbeek van UAF tot veel onbegrip en frustratie.

Vooral de ervaring met de overheid vindt ze teleurstellend. 'Wanneer allochtonen nadrukkelijk wordt gevraagd te solliciteren, verwacht je dat daar ook rekening mee wordt gehouden. Bijvoorbeeld met hun gemiddeld slechtere beheersing van de Nederlandse taal.' Intellectueel vindt ze haar UAF-studenten niet slechter dan gemiddeld. Eerder het tegendeel: 'Ze slagen in korte tijd in een vreemd land met een vreemde taal.'

Maar zelfs afgestudeerde informaticastudenten ziet Kalsbeek tijdens psychologische onderzoeken sneuvelen op het onderdeel taal. 'Er zijn testbureaus waar nog niet een van onze informatici geschikt is bevonden, terwijl zij ondertussen toch allemaal goeie banen hebben.'

Bardia Emami-Fard, die onlangs zijn opleiding tot docent informatica aan de Hogeschool van Amsterdam voltooide, kan dat onderschrijven. 'Taal is 90 procent van het probleem bij die tests. Ik begrijp bijna alles wat er staat, en kan het ook opschrijven. Maar niet in de snelheid die wordt verlangd.'

De vorm van de test vond hij ook vreemd. 'De eerste keer was ik totaal verbaasd. Opdrachten met figuren die je moet draaien en dergelijke had ik in Iran nog nooit gezien.' Hij heeft er een oplossing voor gevonden: veel oefenen. 'Ik heb nu vijf keer zo'n test gedaan. De eerste keer scoorde ik een 4,5 en de laatste keer een 9,5.'

Op basis van dat laatste resultaat kreeg hij een baan aangeboden bij een groot automatiseringsbesdrijf, maar die heeft hij niet genomen. 'Ik kreeg tegelijk een kans bij een Amerikaans computerbedrijf. Dat wilde me hebben na een gewoon, uitgebreid gesprek.'

De vraag of intelligentie- en geschiktheidstests nadelig zijn voor allochtonen, is onder wetenschappers al jaren een fel omstreden kwestie. Vooral in Amerika, waar in 1994 het boek The Bell Curve van de als conservatief bekend staande wetenschappers Herrnstein en Murray veel stof deed opwaaien. Volgens hun onderzoek zijn zwarte Amerikanen gemiddeld minder intelligent en is dat een van de oorzaken van hun gemiddeld slechtere prestaties in de samenleving.

De arbeids- en organisatiepsycholoog dr. J. te Nijenhuis, die onlangs promoveerde aan de VU in Amsterdam, zoekt aansluiting bij die conclusies. Want ook in Nederland zijn de gemiddelde scores van allochtonen bij intelligentie- en geschiktheidstests slechter.

Hoewel collega-onderzoekers zijn conclusies bestrijden, veroorzaakte het onderzoek van Te Nijenhuis nauwelijks maatschappelijk rumoer. De Amsterdamse psycholoog is zich de gevoeligheden van zijn bevindingen scherp bewust. 'Zet alsjeblieft het woord gemiddeld erbij. En alsjeblieft geen krantenkop die suggereert dat allochtonen dommer zouden zijn.' Maar aan zijn conclusies houdt hij vast, en daarin staat in wetenschappelijk taal hetzelfde.

Dat allochtonen door onbekendheid met intelligentietests en door taalproblemen slechter zouden scoren, gelooft Te Nijenhuis niet. Alleen testopdrachten met erg veel taal werken licht in hun nadeel, maar dat effect is te klein om de einduitslag in doorslaggevende mate te beïnvloeden. Bovendien bleken kandidaten die de test met een 'zesje' hadden afgesloten, later in hun baan ook op 'zesjesniveau' te functioneren. 'Dat is eigenlijk mijn sterkste bewijs.'

Amerikaans onderzoek liet al zien dat zwarte Amerikanen het gemiddeld slechter doen op de arbeidsmarkt door groepsverschillen in algemene intelligentie, stelt hij. 'Toch wordt dit in de Nederlandse literatuur vrijwel nooit genoemd als een van de mogelijke oorzaken van de hoge werkloosheid onder allochtonen.'

Meer over