interviewPeter Pannekoek

‘Ik word zenuwachtig van het idee dat ik in blessuretijd leef, qua geluk’

Peter Pannekoek Beeld Aisha Zeijpveld
Peter PannekoekBeeld Aisha Zeijpveld

Cabaretier Peter Pannekoek bereidt zich op zijn eerste oudejaarsconference voor als op een Champions League-finale: hij laat niets aan het toeval over, denkt alles minutieus uit. En privé is hij al net zo: ‘Ik ben nou eenmaal zo bedraad dat ik niks op z’n beloop laat.’

Antoinnette Scheulderman

In de nok van zijn Amsterdamse bovenhuis rommelt Peter Pannekoek (35) in de ruime, open en zelden gebruikte keuken aan een Nespresso-machine. ‘Geleend’, zegt-ie. ‘Jullie schrijven in die interviews altijd op hoe mensen hun koffie serveren, maar ik drink nooit koffie. Dus ik dacht: dan leen ik maar zo’n machine.’ Met een blik op de meegebrachte bonbons (inderdaad: voor bij de koffie) trekt hij een ruime la open. Triomfantelijke blik: ‘Dan gaan we elkaar meteen overtoepen: ik heb ministroopwafels, pindakoeken en kokosmakronen ingeslagen, je zegt het maar.’ Voor zichzelf zal hij het hele gesprek lang voortdurend cola light inschenken (‘dat is mijn cafeïne’) en bij elke sigaret vragen: ‘Heb je er bezwaar tegen dat ik rook?’

Het is halverwege november. Rond enen vannacht kwam hij thuis uit Maastricht, waar hij voor een uitverkochte zaal de try-out van zijn oudejaarsconference Nieuw bloed kon spelen. De avond na het gesprek wacht een uitverkochte Stadsschouwburg in Utrecht. ‘Dat hij ‘de oudejaars’ mag doen is voor hem alsof hij de Champions League-finale gaat spelen, en zo bereidt hij het ook voor, had zijn vaste regisseur Ruut Weissman aan de telefoon gezegd. En: ‘Ik heb zelden iemand gezien die zijn werk zo serieus neemt als Peter. Andere cabaretiers staan soms al drie minuten na de voorstelling aan een pilsje in de foyer, Peter wil eerst alle gemiste punten en komma’s tot in de haarvaten doorspreken.’

In Playboy zei je twee jaar geleden over de oudejaarsconference: ‘Dat is nou typisch iets waarbij er veel te verliezen valt, en weinig te winnen.’

‘Er is ook wel veel te winnen, maar de kans dat dat lukt is een stuk kleiner. Je hoofd ligt op het hakblok. De oudejaars is de culturele versie van het bondscoachschap, iedereen heeft er een mening over en je doet het niet snel goed. Tegelijkertijd vind ik het een geweldige traditie. Bijna nergens ter wereld wordt door middel van cabaret teruggekeken op het jaar.’

Toen Claudia de Breij het mocht doen, zei ze vooraf tegen NRC: ‘De gedachte dat ik op Oudejaarsavond op televisie ben, op de plek van Wim Kan, Youp van ’t Hek en Freek de Jonge, is goedbeschouwd totaal gekmakend.’

‘Ik voel wel een gigantische druk om te presteren, maar niet van de geschiedenis. Misschien ook omdat ik qua stijl verder van die mensen af sta. Ruut vertelde me over de eerste oudejaars van Freek, De openbaring. Dat die voor Ruut destijds ook een openbaring was. Zo nieuw en anders en goed.’

Freek de Jonge nam met die voorstelling in 1982 het stokje over van Wim Kan. De volgende dag werd er geschreven: ‘Wat Kan kan, kan Freek beter.’

‘Zie je hoe meedogenloos? En dat was nog het tijdperk vóór Twitter, kun je nagaan. Hoe dan ook: het is mijn ambitie om eenzelfde komeetachtige entree te maken als Freek dat deed. Ik zeg niet dat ik het kan, maar ik vind dat je het wel altijd moet nastreven.’

Het decor van je voorstelling is een verwijzing naar de bestorming van het Capitool op 6 januari dit jaar. Het is ‘de tijd van de teleurgestelden’, zeg je ergens.

‘Mijn belangrijkste boodschap is dat er altijd ruimte moet zijn voor mensen die zich bedenken. Ik hou niet van cabaret waarin de cabaretier zegt: ‘Dít doen jullie verkeerd.’ Ik heb het liever over wat wíj verkeerd doen.’

Je borduurt daarmee voort op de boodschap uit je eerdere voorstellingen Zacht van binnen en Later was alles beter, dat mensen nooit alleen maar goed of alleen maar fout zijn.

‘Het gaat bij mij stiekem altijd over tweede kansen, ja. Ik kan niet tegen het fanatisme waarmee sommigen anderen de maat nemen, omdat ik niet geloof dat zijzelf moreel volledig zuiver zijn. Bovendien: als je mensen buitenspel zet, verwacht dan niet dat ze op welke manier dan ook ooit nog een bijdrage aan de samenleving gaan leveren. Dus tegen de niet-gevaccineerden zou ik willen zeggen: ‘Kijk de hele voorstelling af, zet niet al na twintig minuten woedend je televisie uit!’’

Een slok cola. ‘Als ik dit jaar ergens veel over heb nagedacht, is het complotdenken. Uiteindelijk is dat een vorm van controle creëren. Omdat het idee dat je erin wordt geluisd fijner is dan het gevoel dat dit ons allemaal zomaar overkomt, en we machteloos zijn. Als je denkt dat je erin wordt geluisd, kun je in elk geval nog iets dóén.’

Thierry Baudet komt niet in de conference voor.

‘Dat is een bewuste keuze. Hij doet zó met opzet aan het creëren van ophef, dat ik geen zin heb daaraan toe te geven.’

In College Tour zei je in mei 2019: ‘Degene die ik het allerliefst nog eens wil roasten, is Peter R. de Vries. In mijn hoofd is het al klaar. Hij moet nu alleen niet worden omgelegd.’

De handen voor zijn mond geslagen: ‘Heb ik dat gezégd? Dat was dan wel een grap, hè?’

Tijdens je try-out, begin november, zat De Vries nog niet in je voorstelling.

‘Ik worstel er erg mee. Ik heb er dingen over geschreven en uitgeprobeerd, maar tot nog toe is het nog niet origineel genoeg. Voor de duidelijkheid: ik vind die moord een van de belangrijkste dingen die dit jaar zijn gebeurd. Dus ik kan wel zeggen hoe schandalig en onterecht het is, maar eigenlijk is dat effectbejag. En ik vind het nog belangrijker om niet goedkoop te scoren. Iemand die zo origineel was als hij, verdient beter. Wie weet verandert het nog, dat zie je dan op 31 december.’

Alle mensen die ik sprak, vertelden hoe nieuwsgierig en eager jij bent om jezelf te ontwikkelen. Dat je zo ongeveer alles ziet wat er op cultureel gebied gebeurt, van modern ballet tot avant-gardetoneel, zowel in Nederland als in Londen en New York.

‘Ik heb geen theateropleiding genoten, hè, dus in het begin ging ik er ook heen om van anderen te leren. Bij moderne dans wordt heel goed nagedacht over licht, tijdens toneelvoorstellingen let ik vooral op de tekstbehandeling.

‘Ik werk zelf met grote decors, terwijl mijn collega’s uit de comedyhoek juist met steeds minder decor op pad gaan. Misschien is het omdat ik dat bij opera zo mooi vind: dat het doek opengaat en er iets staat waarvan je niet kunt begrijpen hoe dat het theater in is gebracht. Of dat het ineens begint te regenen en je als toeschouwer helemaal overrompeld raakt.’

Collega-cabaretier Richard Groenendijk zei: ‘Peter houdt van het grote gebaar. Je kunt met een houten kruk en een aangevreten plant het podium op stappen óf zoals Peter met de halve tegelhal op pad gaan. Hij hóéft het niet te doen, elke avond met zo’n enorme trailer. Voordat je begint ben je dan namelijk al anderhalve ton kwijt. Dus hij steekt zijn nek wel uit.’

Lachend, terwijl hij weer een glas cola volschenkt: ‘Nou, ik schrok er wel even van wat zo’n groot decor uiteindelijk kost, ja. Maar in alle beslissingen die ik neem is artisticiteit belangrijker dan geld. Zo’n groot decor draagt bij aan de magie van het theater – dan maar minder verdienen.’

Peter Pannekoek Beeld Aisha Zeijpveld
Peter PannekoekBeeld Aisha Zeijpveld

Waarom ga jij na afloop van een voorstelling niet graag de foyer in?

‘Ik vind het erbij horen om het wél te doen, maar ik vind ook dat je de magie ermee verbreekt. Na afloop ben ik echt niet zo leuk als die anderhalf uur ervoor op het podium. Daar heb ik namelijk ruim een jaar keihard over nagedacht. Dus het is toch zonde dat ik vervolgens ineens zomaar een beetje sta te blaten?’

Ruut Weissman zei: ‘Zonder hem tekort te doen, is Peter een enorme controlfreak. Dat is ook omdat hij zoveel nadenkt, dan is het lekker als sommige dingen elke avond exact hetzelfde gaan.’

‘Daarmee doet hij me niet tekort, hoor. Bovendien: je kunt toch nooit te veel nadenken? Hoe meer denkwerk je ergens in stopt, hoe beter het wordt. Improviseren gaat het beste als er volledige controle is. En ik ben nou eenmaal zo bedraad dat ik niks op z’n beloop laat. Daarom bemoei ik me overal mee. Ik weet zeker dat ze me bij de televisie soms een enorme idioot vinden. Achter de schermen bij Dit was het nieuws check ik of de geluidsman de lach van het publiek wel goed opneemt, welk camerastandpunt er wordt gekozen: allemaal dingen waar ik helemaal niet over ga, maar als een van de gezichten van het programma wél op word afgerekend. Dus eigenlijk wil ik alleen werken met mensen die dat met eenzelfde intensiteit doen als ikzelf. Het idee: wat wij nu aan het doen zijn, is op dit moment het allerbelangrijkste óóit.’

Voor aanvang van een voorstelling is alles minutieus ingepland.

‘Op de klok, ja. Een zo leeg mogelijke kleedkamer; spullen leiden af. Op vaste tijden eten, soundchecken. En nog acht keer plassen voordat ik opga.’

Jouw vriend en collega Alex Ploeg vertelde dat je ook zo bent als je op strandvakantie gaat. Dat je dan al precies weet: zo laat naar het ligbed, dan daar lunchen, ’s avonds hier eten.

Grijnzend: ‘Ik ben goed in chillen, maar wel met een regime. Zomaar iets op de bonnefooi doen is niks voor mij. Ik vind het inderdaad prettig als alles van tevoren is geregeld. Zo vind ik rust. Ik ben ook niet iemand die een avondje doelloos gaat liggen zappen. Als ik op zondagavond vrij ben, bepaal ik ’s middags al wélke series ik die avond ga kijken en welk eten ik erbij bestel.

‘Daarbij geloof ik erg in voorpret. Niks lekkerder dan tot diep in de nacht werken aan mijn voorstelling om daarna een kwartiertje te nemen om een vakantie te plannen. Ik bezoek elk jaar een staat in Amerika en dat ga ik dan al van dag tot dag uitzoeken. Wat is daar op die datum te doen, welke restaurants zijn goed? Daar verheug ik me vervolgens een jaar lang op. Soms valt het uiteindelijk tegen, omdat je het in je hoofd veel te groot hebt gemaakt, maar dan heb je er in elk geval heel lang plezier van gehad.

‘Daarom wil ik graag een pleidooi voor verlangen houden. Aan nostalgie heb je niks, want naar vroeger kun je niet terug. Dus: plán dingen, verheug je. Binnenkort ga ik met een vriendin eten bij De Juwelier, een restaurant dat allemaal goede recensies heeft gekregen. Ik ben me al een maand aan het verkneukelen. Zoals ik nu al uitkijk naar de voorstelling Judas van Robert Icke bij ITA in april, naar Lowlands en het tweede deel van Peter Buwalda’s trilogie Otmars Zonen. En hopelijk ga ik volgend jaar ook de Appalachian Trail in Amerika lopen.’

Jouw beste vriend Eric van Breemen, die je kent vanaf de eerste klas van het gymnasium, vertelde dat je extreem competitief bent. Anderen hadden het juist over jouw onzekere aard. Dat lijkt met elkaar in tegenspraak.

‘Ik vind dat je tijdens het schrijven van een voorstelling altijd moet twijfelen. Is dit nieuw, origineel, is het echt goed? Twijfel werkt voor mij niet verlammend, ik gebruik het als vuur.

‘En verder voer ik de hele dag door allerlei wedstrijdjes met mensen die zich daar totaal niet van bewust zijn. Bijvoorbeeld bij de zelfscankassa: dan wil ik de beste caissière ooit zijn. Op de fiets kan ik er ook niet tegen als een ander sneller gaat. Dus dan trap ik me helemaal de pleuris om er vervolgens achter te komen dat ik een elektrische fiets probeer in te halen.’

Kun je zelf duiden waar dat vandaan komt?

‘Het is een beetje amateurpsychologie, maar het valt me op dat kleine mensen luidruchtiger zijn. Ze schreeuwen harder, springen meer. Dat zie je lange mensen nooit doen. Dus natuurlijk heeft het feit dat ik zo grenzeloos ambitieus ben te maken met een vorm van gezien willen worden. Dat je wilt dat mensen vier keer per week in zo groot mogelijke aantallen naar jou toekomen, heeft te maken met een zucht naar aandacht. Op een podium staan is uiteindelijk een megalomane bezigheid.’

In het tijdschrift Linda zei je laatst: ‘In wezen ben ik een pleaser. Ik wil dat iedereen van me houdt.’ Heb je dan wel het juiste beroep gekozen?

‘Zeker niet. En ik heb al helemaal niet de juiste humor en stijl om te kunnen pleasen. Toch zou ik het liefst willen dat iedereen me leuk vindt. Alleen doe ik daar geen concessies aan. Ik maak vaak grappen over kanker en ik weet dat dat mensen afschrikt. Maar ik vind het nou eenmaal fijn om te kunnen lachen om iets wat in wezen heel verdrietig is. Toch baal ik diep vanbinnen als ik na afloop een boos berichtje via Facebook krijg. Het liefst had ik diegene namelijk óók binnenboord gehouden.’

Peter Pannekoek groeit op in omroepstad Hilversum, in een volgens zijn moeder ‘enorm huis annex kantoor met dertien kamers’, waarvan de inboedel (onder meer een enorme flipperkast en veel schilderijen) het grootste deel van zijn huidige appartement beslaat. Hij is het enig kind van twee bekende medianamen: Jop Pannekoek en Kathleen Warners, die elkaar leren kennen achter de schermen bij Jan Lenferinks talkshow RUR.

Jop Pannekoek is een bekend regisseur, van programma’s als Toppop, Koot en Bie, de shows van Sonja Barend en tal van cabaretiers (van Seth Gaaikema, Freek de Jonge en Youp van ’t Hek tot Theo Maassen).

Al als baby wordt Peter door zijn vader gebruikt in een sketch van Kees van Kooten en Wim de Bie – wat hem gedoe met de arbeidsinspectie scheelde. Welke sketch precies, dat weet Pannekoek junior niet. Schouderophalend: ‘Ik ben niet zo geïnteresseerd in mijn vroegere werk.’

Kathleen Warners is tot eind 2020 hoofd amusement bij omroep Vara en geldt als de ontdekker van Matthijs van Nieuwkerk als televisiegezicht. Ook beslist ze vanaf 1989 (de eerste van Youp van ’t Hek) tot aan haar pensioen eind 2020 (de laatste Youp) wie dat jaar de oudejaarsconference op zich mag nemen.

Jop Pannekoek overlijdt in 2003 op 60-jarige leeftijd aan slokdarmkanker.Hij en Warners leven dan al vier jaar gescheiden. Dat zijn zoon cabaretier wil worden, heeft Jop nooit geweten. Krap drie jaar na zijn dood wint Peter Pannekoek het Amsterdams Kleinkunst Festival, wordt vervolgens lid van de Comedytrain en krijgt in 2019 de prestigieuze cabaretprijs Neerlands Hoop (‘voor de meest veelbelovende theatermaker met het grootste toekomstperspectief’).

Bij het grote publiek breekt hij vanaf september 2014 door als huiscabaretier van talkshow De Wereld Draait Door en dankzij de ‘roasts’ die hij voor Comedy Central doet van Gordon, Giel Beelen en Johnny de Mol. Ook is hij sinds 2017 teamcaptain van het satirische Dit was het nieuws.

Jouw moeder zei, over het feit dat je cabaretier bent geworden: ‘Als kind was hij al een ontzettende ouwehoer. Zat-ie in zijn stoeltje voorop mijn fiets eindeloos te kwebbelen. Toch was ik in het begin eigenlijk alleen maar stomverbaasd dat hij de moed had om het te gaan doen.’

‘Waarschijnlijk omdat ik nooit met mijn ouders heb besproken dat ik dit wilde. Toch speelde het voor mij al vanaf mijn 13de. Mijn vader had me meegenomen naar de voorstelling Ruwe Pit van Theo Maassen en ik vond het helemaal geweldig. Dat je op zo’n podium een verhaal staat te vertellen en de zaal nog betaalt om ernaar te luisteren ook.’

‘Ik denk wel dat Peter harder heeft moeten knokken dan wie ook’, zegt je moeder. Toen ik jou vooraf vroeg of ik haar kon bellen, antwoordde je: ‘Mijn moeder, móét dat per se?’

‘Omdat ik me tot nog toe in elk interview heb moeten verantwoorden vanwege haar positie. Alsof ik mijn werk aan haar te danken heb. Terwijl ik erg mijn best heb gedaan om haar heen te werken. Ik schreef voor Koefnoen en Dit was het nieuws, destijds van de Avro en de Tros, en heb zelfs overwogen mijn eerste voorstelling door de commerciëlen te laten uitzenden. Totdat ik inzag dat ik er zo panisch mee omging dat ik mijn eigen carrière ermee aan het saboteren was.’

Spottend: ‘In dat opzicht is het wel een voordeel dat mijn vader zo vroeg is overleden – hoefde ik in elk geval niet óók nog tegen zijn naam op te boksen.’

Je ouders zijn wel goed materiaal voor je geweest. Alleen al je achternaam, waar je oneindig veel grappen over hebt gemaakt.

‘Bij zo’n achternaam als de mijne denk je niet: nou, die zal wel tot veel in staat zijn. Uit Amerikaans onderzoek bleek dat mensen met sterke achternamen als King of Prince gemiddeld gezien vaker succesvol zijn. Dus met Peter Pancake of Pierre Crèpe kom je dan niet heel lekker binnen, hoor.’

In Later was alles beter grap je dat je ouders nogal workaholics waren: ‘Ze werkten alle twee fulltime, dus ik was sowieso niet zo aan ze gehecht. Ik kwam er pas na een jaar achter dat er eentje weg was.’

‘Vind ik nog steeds een goede grap. Maar het is ook iets wat ik me afvraag: hoe komt het dat ik zo onafhankelijk ben ingesteld? Zat het al in mijn dna, of is het omdat ik zo ben opgevoed?’

Jouw beste vriend Eric zei: ‘Peter heeft zichzelf bovengemiddeld veel moeten redden. Hij genoot van de vrijheden die hij kreeg, maar ik denk ook dat hij dingen heeft gemist.’

‘Ik was vanaf vrij jonge leeftijd zelfredzaam. Ik kende één vast pastarecept dat ik vaak voor mezelf maakte. Spaghetti, room en spekjes: totaal ongezonde shit. Wat ik me van vroeger herinner is dat we alle drie ’s avonds op onze eigen kamer zaten. Ik vond dat lekker, misschien ook omdat het iets is wat je je als kind eigen maakt.’

Je was 16 jaar toen jouw jeugdvriend Jordy door een scooterongeluk om het leven kwam. Een jaar later stierf jouw vader. Je moeder zei: ‘Dat heeft hem in één klap volwassen gemaakt. Hij heeft geen tijd gehad om te puberen.’

‘Ook voordat Jordy overleed was ik niet zo’n puber, hoor. Ik had niet echt iets om me tegen af te zetten. Mijn vader ging uit huis toen ik 12 was en mijn moeder heeft me nooit een tijd gegeven waarop ik naar bed moest. Ook toen ik een paar jaar later begon uit te gaan, mocht ik zelf weten hoe laat ik thuiskwam. Achteraf denk ik: wat een waanzin, hoe heb ik dat overleefd? Maar het werkte kennelijk goed.’

Eric zei over de dood van Jordy: ‘Dat hakte er zo extreem bij ons in, dat zijn vader verliezen er voor Peter niet echt meer bij kon.’

‘Als ik het teruganalyseer, heb ik de dood van Jordy goed verwerkt. Maar toen een jaar later mijn vader stierf, zat mijn emmer emotioneel al vol. Dus ben ik daar minder diep in gegaan. Je kunt verdriet officieel niet vergelijken, maar ik heb toen wel gezien wat er gebeurt als ouders hun kind verliezen. Dat is een league van verdriet waar niets bij in de buurt komt. Ook de dood van mijn vader niet.’

Is dat ook de reden dat je zelf geen kinderen wilt?

‘Het zal zeker ergens meespelen, maar daarbij voel ik die behoefte gewoon totaal niet. Er wordt altijd aan mensen zonder relatie of zonder kinderen gevraagd waarom ze iets niet hebben, terwijl ik juist denk: leg jij maar eens uit waarom je er wél voor koos.’

Een trekje van zijn sigaret. ‘Mijn vrienden krijgen nu allemaal kinderen en het enige wat ik jammer vind aan de grote kans dat ik geen vader word, is dat ik echt nieuwsgierig ben naar de extra laag die je er in je hart bij schijnt te krijgen. Een diepte van liefde die je voor niets anders voelt. Maar dat lijkt me een te egocentrische reden om een kind op de wereld te zetten.’

Peter Pannekoek.  Beeld Aisha Zeijpveld
Peter Pannekoek.Beeld Aisha Zeijpveld

‘Wij worden in zijn shows voortdurend opgevoerd als twee ruziënde ouders, maar ik vind dat wel leuk’, zei je moeder.

‘Alles wat ik daarover zeg is een uitvergroting, tegelijkertijd is het geheugen subjectief. In mijn herinnering waren mijn ouders samen niet heel gelukkig, maar misschien hadden ze wél prachtige romantische avonden waarop ze samen dansend en tongend door de woonkamer gingen. Ik heb toch vooral de kille etentjes onthouden, waar we met z’n drieën aan tafel zaten zonder dat er iets werd gezegd. Dat vind ik ook zo oneerlijk aan het ouderschap: dat je nog zo je best kunt doen, en zo veel mogelijk in het belang van je kind denkt, maar dat die zich vervolgens twintig jaar later alleen nog dat ene foutje herinnert. Dat lijkt me echt gekmakend.

‘Zes jaar geleden heb ik mijn moeder meegenomen naar New York, om haar te bedanken voor het opvoeden. Toch blijft het een soort schuld die je nooit kunt inlossen. Zoals ik soms ook vind dat ik meer interesse in mijn vader had moeten tonen. Maar ja, ik was 14 jaar en bezig mijn eigen identiteit te ontwikkelen, vrienden te maken op de middelbare school. Toch voel ik me er nog steeds een soort lul over.’

Jullie laatste gesprek voor zijn dood verliep onprettig.

‘Hij was ziek, zat niet in een heel gelukkige fase van zijn leven. We begrepen elkaar op dat moment gewoon niet. Dat onze laatste ontmoeting zo ging is dramatisch – toch heb ik besloten dat het geen zin heeft om mezelf daarover te blijven geselen.’

Je moeder zei: ‘Jop stond zorgelozer in het leven dan Peter. Hij was ook makkelijker voor zichzelf.’

‘Ik hoor vaker dat ik moeilijk ben voor mezelf, maar dat ervaar ik totaal niet zo. Ik ben niet van de zelfkastijding, of het moeten lijden voor de kunst. Ik verwen mezelf juist ook graag. Sommige vrienden noemen me een pretnazi. Omdat ik heel rigide kan doen: kom op, we gaan nú lol hebben!’

Hij staat op, gepruts aan de Nespresso-machine. Vanachter het aanrecht: ‘Ik kook zelden tot nooit. Drie kwartier bezig zijn met iets wat ik binnen vijf minuten opeet, vind ik de domste tijdsinvestering die er bestaat.’

Als hij weer aan de houten eettafel is gaan zitten: ‘Een goede vriend van mijn vader vertelde me twee jaar geleden dat Jop heel goed was in adoreren. Dat vond ik leuk om te horen, want ik bewonder zelf ook graag. Diezelfde vriend zei dat mijn opa die ik nooit heb gekend, de vader van Jop, zijn eten altijd staande opat. Zodat hij onmiddellijk weg zou kunnen als dat nodig was. Dat vond ik zo fascinerend. Ik sta zelf ook altijd in de stand van paraatheid. Er moet van mij zo veel mogelijk actie zijn.’

Waar komt dat vandaan?

‘Natuurlijk heeft de dood van Jordy me laten inzien hoe kostbaar tijd is. Rouw en verdriet maken duidelijk wat belangrijk is en wat niet. Ik heb toen besloten dat ik dat inzicht moest vasthouden. Dus als ik opzie tegen die ene borrel? Fuck die borrel. Ik ben een heel goede vriend in slechte tijden, maar in goede tijden wat minder. Bijvoorbeeld omdat ik een hekel heb aan verjaardagsfeestjes. Ik kan geen interesse veinzen. Eric neemt me dat terecht kwalijk. Die zegt: ‘Trek dan gewoon een blanco gezicht.’ Maar bij mij lees je ervan af dat ik in mijn hoofd al langzaam achteruit aan het lopen ben.

‘Ik vind: vrije tijd is het kostbaarste bezit dat je hebt, dus besteed dat goed. Spullen interesseren me niets. Ik geef mijn geld uit aan ervaringen. Vakanties, mooie voorstellingen, lekker uit eten in goed gezelschap.’

Door het verkeersongeluk van Jordy was je lang bang op de weg.

‘Ik had zelf ook een scooter, die verkocht ik meteen. En in de auto zag ik alleen nog maar ongelukken gebeuren. Ik vertrouwde er niet op dat mensen voorrang zouden verlenen, of was bang dat ze midden op de snelweg ineens de handrem zouden aantrekken. De rijinstructeur zei dan: ‘Maar diegene wil toch niet dood?’ Nou, dat zeg je nou wel, maar ik ken diegene toch niet? Ik kijk naar het Journaal en zie mensen op het Museumplein de meest idiote dingen doen. Waarom zouden ze zich op de weg dan ineens wél allemaal aan de regels houden?’

Toch kwam dat rijbewijs er uiteindelijk wel.

‘In sommige delen van het land gaat de laatste trein vrij vroeg. Dus dan had ik met Later was alles beter in de grote zaal van de schouwburg gestaan en vervolgens zag het publiek mij na afloop met een rugzak achterop voorbijsprinten om de laatste trein te halen. Als er nou íéts afbreuk doet aan het in stand houden van de magie, is dat het wel. Dus toen besloot ik er toch maar voor te gaan, al neem ik binnenkort weer een les inparkeren. Ik rijd in een Peugeot 307 met een lekkende vloer en zonder stuurbekrachtiging of achteruitkijkcamera, dan is inparkeren lastig, hoor. Zeker als mensen ernaar gaan staan kijken. Daar word ik zó zenuwachtig van.’

‘Para-Peter’, noemen jouw vrienden je.

‘Ik heb mezelf weleens de vleesgeworden paranoia genoemd. Ik was de afgelopen dagen in Limburg en de bediening in restaurants is daar ongekend hoffelijk. Ik voel dan meteen wantrouwen, alsof ze me in het ootje proberen te nemen. Als iemand geïnteresseerd vragen gaat stellen, denk ik ook meteen: ‘Ga je de antwoorden tegen me gebruiken, ofzo?’

‘Met lichamelijk contact had ik dat in relaties aanvankelijk ook. Knuffelen verwarde ik met fouilleren. Waar was ze in godsnaam naar op zoek? Misschien omdat ik niet uit een knuffelig gezin kom, heb ik op latere leeftijd moeten wennen aan genegenheid.’

Alex Ploeg zei: ‘Hij heeft in emotioneel opzicht lang een harnas gedragen, omdat hij het gevoel had dat je uiteindelijk alleen jezelf hebt. Dat begint nu te verzachten, Peter durft meer op zijn vrienden te leunen.’

‘De theorie dat ik me niet goed durf te hechten omdat ik bang ben mensen te verliezen, daar zit wel iets in. Omdat mijn eigen familie zo klein is, heb ik een groepje vrienden om me heen die ik beschouw als mijn zelfgekozen familie. Maar als ik merk dat mijn liefde voor iemand groeit, slaat mijn fantasie ook meteen op hol. Dan zie ik de mensen uit mijn inner circle in mijn hoofd al doodgaan. De liefde wordt groter, maar de angst ook. Natuurlijk is dat een residu van wat ik vroeger heb meegemaakt. Tegelijkertijd vraag ik me af: waarom zou je van je hart een open huis maken, waar iedereen zomaar in en uit kan lopen? Het is toch helemaal niet gek om even aan de deur te checken wie je binnenlaat?’

Een nieuw glas cola, sigaret in de hand: ‘Ik sta optimistisch in het leven, maar heb tegelijkertijd het gevoel dat de val aanstaande is. Op zulke momenten denk ik: het is alweer veel te lang geleden dat er iemand van wie ik hou is overleden. Daar word ik een beetje zenuwachtig van. Het idee dat ik in blessuretijd leef, qua geluk. Ik heb soms het gevoel dat de gelukkige tijd een geleende tijd is. Dat verdriet de natuurlijke habitat is waar je altijd weer naartoe terugkeert. Maar dat klinkt depressief, wat ik dan juist weer helemaal niet ben.’

Kim van Kooten had het ooit over ‘gelukspijn’. Ze vroeg zich af: ‘Ik ben nu heel gelukkig, maar hoelang blijft dat zo?’

‘Wauw, wat een geweldige term. Ik vraag me weleens af: heb ik aanleg om gelukkig te zijn, of zit het me gewoon erg mee? Ik hoop het eerste, maar ben bang voor het laatste. Ik ben echt godsgelukkig – en dat al best wel lang. Ik vind het zo geweldig dat ik mijn leven zelf kan invullen en bepalen, dat alles het gewoon dóét.’

In Zacht van binnen zeg je: ‘Iedereen verzint angsten om zijn eigen angsten niet onder ogen te komen. Mensen met verlatingsangst ontwikkelen bindingsangst, want als je je niet aan iemand durft te binden, kun je ook nooit verlaten worden.’

‘Ik denk dat kinderen van gescheiden ouders een ander beeld van relaties hebben. Ze beseffen al op jongere leeftijd dat alles eindig is. Ik ben niet per se bang om te worden verlaten, maar wat misschien wel speelt is het idee dat hoe beter je me leert kennen, hoe meer ik ga teleurstellen. Zó geestig is-ie nou ook weer niet, ofzo. Daarbij ben ik ook niet makkelijk.’

‘Ik ben er niet per se op uit om alleen te zijn’, heb je weleens gezegd.

‘Nee, maar ik vind vrijgezel zijn wel heel leuk. Wat me ook een beetje tegenstaat aan relaties is het idee dat je moet samensmelten. Ik heb een aversie tegen stellen die een duo worden. Vrienden die ineens steeds hun nieuwe vriendin meenemen naar de kroeg: rot op, ik ben bevriend met jou, niet met háár!

‘Eigenlijk vind ik dat mensen die aan een relatie willen beginnen, vooraf verplicht moeten worden tot een officieel gesprek. Hoe zie jij een relatie, wat mag wel, wat niet, wat verwachten we van elkaar? En dat gesprek moet je dan om de zoveel jaar opnieuw voeren. Maar goed, als ik tijdens een date een béétje open ben over waar ik in geloof, zie ik zo’n vrouw in haar hoofd ook meteen langzaam achteruit gaan lopen.’

Je gelooft niet in monogamie, wilt niet samenwonen, waarschijnlijk geen kinderen en in Later was alles beter heb je een lange rant over hoe lui vrouwen tussen de lakens zijn.

Schaterlachend: ‘Ik ben echt een catch, vind je niet?!’

De oudejaarsconference wordt op 31 december om 22.25 uur door BNNVara uitgezonden op NPO1.

CV Peter Pannekoek

30 juni 1986 geboren in Hilversum

Peter Pannekoek doet het gymnasium en studeert Economie en bedrijfskunde en Media en cultuur (beide niet afgemaakt).

2006 Winnaar Comedy Concours tijdens het Amsterdams Kleinkunst Festival.

2007 Stand-upcollectief Comedytrain.

2013 Voorprogramma Theo Maassen.

2014-2016 Huiscabaretier De Wereld Draait Door.

2015-2016 Toert met eerste avondvullende theaterprogramma Zacht van binnen (ook te zien op Netflix).

2016 Schrijver Dit was het nieuws, Koefnoen en The Daily Show en eerste optreden in The Roast (Comedy Central).

2016-2017 Columns bij Spijkers met koppen.

2017 Wordt teamcaptain bij satirisch tv-programma Dit was het nieuws (met Jan Jaap van der Wal en presentator Harm Edens).

2018-2020 Later was alles beter (ook te zien op Netflix).

2018 Teamcaptain in Sterke verhalen (BNNVara, met Richard Groenendijk en Sanne Wallis de Vries).

2019 Cabaretprijs Neerlands Hoop toegekend, columnist Volkskrant Magazine.

2021 Doet The Roast tijdens het Televizier Gala, is op Videoland te zien in thriller De Sterfshow en speelt de oudejaarsconference.

Stylist: Olivier Jehee. Setdresser: Amy van der Horst. Fotografie-assistent: Timo Steenvoorden. Vintage satijnen badjas via Zipper. Zwart pak en overhemd: Filippa K ., schoenen: Arket. Zwarte coltrui en pantalon: Filippa K, schoenen: Arket.