InterviewMeral Polat

‘Ik wil een universeel verhaal vertellen: wat maakt ons tot wie we zijn?’

Beeld Bastiaan Woudt

Actrice Meral Polat werd bekend als Mel in De Luizenmoeder, maar de afgelopen maanden stak ze al haar energie in muziek: liedjes waarin oosterse en westerse tradities elkaar raken. ‘Ik ben nog zoekende, maar ik voel me vrij als ik ze zing.’

Bij het grote publiek komt Meral Polat (38) vermoedelijk voorlopig niet meer af van de associatie met Mel, de pittige schoolpleinmoeder die ze speelde in successerie De Luizenmoeder. Op zeker moment was Mel zo boos, dat ze een andere moeder te lijf ging. Vechtend vielen ze op de grond. ‘Haha, dat was echt feest’, zegt Polat.

Intussen is het tijd om een andere kant van zichzelf te ontwikkelen, tijd om te zingen. Sinds half augustus treedt ze op met gitarist en pianist Chris Doyle en percussionist Frank Rosaly als het Meral Polat Trio. Ze zong altijd al, maar nu gaat ze een stap verder. Ze brengt zelfgemaakt repertoire, dat ze met zijn drieën avond na avond verder ontwikkelen. Liefst wil ze ermee door heel Nederland toeren en uiteindelijk een album maken. 

‘Het is een vanzelfsprekende keuze omdat ik dit al jaren wil’, zegt ze. Zeker, ze blijft acteren en speelt ook mee in de speelfilm van De Luizenmoeder die eraan komt, maar zelf muziekmaken heeft nu even prioriteit. Haar bron is de Turks-Koerdisch-alevitische cultuur die ze van haar ouders meekreeg, waarin muziek, dans en poëzie een belangrijke rol spelen. Ze borduurt voort op oude protestnummers, folk- en bluesliedjes, maar er is ook nieuw materiaal.

Haar vader heeft haar gestimuleerd, vertelt ze. ‘Je hebt genoeg werk van anderen gezongen, je kunt het nu zelf’, zei hij. Op een tekst van hem maakte ze een melodie, die ze samen met de andere twee muzikanten uitwerkte. Twee jaar geleden vroeg ze hem al: ‘Papa, wat betekent het voor jou om mens te zijn? Daarover wil ik een liedje  maken.’

Zijn antwoord kwam in de vorm van een Koerdisch gedicht, Polat vertaalt het uit het hoofd: ‘Ik ben een mens, ik ben een mogelijkheid tot vrijheid. In mijn essentie, in mijn bron ken ik geen verschil met de ander, weet ik niet wat racisme is. Ik ben een kind, ik ben een bejaarde. Ik ben een dorp, ik ben een stad. Ik ben een land, ik ben de wereld. Ik ben een mens.’

Ze zegt: ‘Om hiermee bezig te zijn, daar word ik zo gelukkig van.’

Waarom is dit zo belangrijk voor je?

‘Ik zing sinds ik me kan herinneren en ik weet nog precies het moment dat ik voelde dat het meer was dan alleen zingen. Mijn moeder kreeg bij ons thuis in Zaandam visite van mijn tantes en vriendinnen van haar, ik was 6 of 7 jaar. Ze vroegen me iets te zingen, Koerdische en Turkse liedjes die ik had geleerd van mijn vader. Dat vroegen ze vaker en dan werden ze soms ontroerd, sommige vrouwen huilden. Toen dat weer gebeurde, dacht ik ineens, hoe klein ik ook was: o, dit is heerlijk om te doen, ik kan met zingen iets geven.’

En waarom wil je graag zelf liedjes maken?

‘Nog voor corona, in februari, had ik al een soort sabbatical van drie maanden genomen. Ik heb vijftien jaar minimaal twee tot drie producties per jaar gedaan, ik speelde in films, series, theater, en ik heb ook altijd gezongen, ik heb zelfs een eigen band gehad, Merals Harem. Ik dacht: ik kan zo doorgaan, maar ik moet nieuwe dingen ontdekken, wat wil ik nou echt? En toen kwam corona en ben ik veel alleen thuis geweest. Ik woon alleen in Amsterdam en in die periode was dat best confronterend. Zo zijn mijn liedjes geboren.’

Je zingt in het Koerdisch en Turks, veel melodieën klinken oosters.

‘Ik zing ook in het Grieks en Afghaans, en in mijn la heb ik liederen liggen in het Spaans en Italiaans. Maar natuurlijk, mijn eigen achtergrond en ervaringen zijn mijn inspiratiebron, dat is voor de meeste artiesten zo. Ik ben nog zoekende, maar deze liederen zijn écht van mij. Ik voel me vrij als ik ze zing.’

Aan het einde van een bloedhete augustusdag drinken we koffie op een terras vlak bij haar huis in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. De hitte is dragelijk geworden, helemaal doordat er water (Erasmusgracht) en bomen (Erasmuspark) in de buurt zijn. Polat waarschuwt meteen dat ze nogal zoekend praat – ter illustratie laat ze haar armen kronkelen als een achtbaan. ‘Ik maak zinnen niet af, waardoor mensen me soms niet kunnen volgen’, zegt ze.

Het is waar, in het echte leven verdwijnt elke gelijkenis met de superdirecte Mel al gauw. Ze laat lange stilten vallen en soms zegt ze: ‘Ik heb hier nog niet de juiste woorden voor’, of: ‘Wat was ik ook alweer aan het vertellen?’ Eén ding wordt tijdens het gesprek duidelijk: vrijheid is voor haar een belangrijk thema. Achteraf blijkt dat het woord ‘vrij’ 32 keer is gevallen. Als ze het hoort, moet Polat keihard lachen. ‘Het is mijn ziel die vrijheid zoekt’, roept ze uit. ‘Ik wil vrij zijn van elk opgelegd patroon of systeem, op menselijk en artistiek vlak.’

Je bent toch redelijk vrij opgevoed, dacht ik.

‘Aan de ene kant wel, aan de andere kant niet. Ik had zeker te maken met denkbeelden van de Turks-Koerdische cultuur over meisjes. Ik hoefde echt niet met een vriendje thuis te komen op mijn 17de. Daar waren mijn ouders heel streng in.’

Beeld Bastiaan Woudt

Maar ze hebben je ook gepusht om een studie te doen die je zelf wilde en om onafhankelijk te worden.

‘Dat was heel mooi en dat gun ik elk kind.’

Op je 16de zag je vader dat je ongelukkig was. Je deed de toerismeopleiding in Zaandam en woog 100 kilo.

‘Ik had mavo gedaan, ik moest een beroep kiezen en daarna zou ik trouwen en kinderen krijgen. Niet dat mijn ouders me dit oplegden, maar het was het pad dat ik om me heen zag. Zo veel mensen volgen een weg die hun omgeving voor hen heeft uitgestippeld. Ik koos voor toerisme omdat ik dacht: dan kom ik in aanraking met andere landen en culturen. Dat viel tegen.’

En toen vroeg je vader je: wat is je droom? Je hebt vaak verteld dat hij zei: wil je een astronaut, een wolk of een zeemeermin zijn?

‘Ik antwoordde dat ik van toneel hield. Dat zat er al vroeg in. Mijn vader had een videotheek in Zaandam waar je Bollywoodfilms kon huren. Al heel jong nam ik die films mee naar huis en speelde ze na. Dan stond ik voor de spiegel een show op te voeren, ik deed een hoed op, hield mijn hoofd schuin. Op mijn 14de speelde ik voor het eerst toneel in een buurthuis. Ik vond het geweldig, maar ik wist niet dat er zoiets bestond als een toneelschool.’

Je vader bezorgde je het inschrijfformulier van de toneelschool in Amsterdam. In 2003, nog voor je afstudeerde, speelde je in de Gesluierde monologen over de intieme ervaringen van de eerste generatie moslimvrouwen in Nederland.

‘Adelheid Roosen vroeg me erbij. Ze gaf les op de toneelschool en vond me een goede actrice. En natuurlijk zag ze ook dat ik door mijn afkomst dicht bij de materie stond.’

Je bent meteen intensief aan de slag gegaan met vrouwenrechten. In 2005 nam je in het Amsterdamse debatcentrum De Balie deel aan de Vrouwenmoskee. Je las een tekst voor van Nahed Selim over hoe belachelijk het is dat de eer van mannen samenhangt met de maagdelijkheid van vrouwen. Speelde die eer ook bij jou thuis? Was dat het punt met die vriendjes?

‘Dat is net iets te sterk. Ik zou ook nooit verstoten worden of zoiets, zo heftig was het niet. Ik kon alleen niet, zoals in een Nederlands gezin zeggen: kijk, dit is mijn vriend Kees, en even later: dit is mijn vriend Achmed. Mijn vader zei: ik wil het pas weten als het serieus is met iemand.’

Beeld Bastiaan Woudt

In 2014 vertelde je jongere broer Vural tijdens de voorstelling Niet meer zonder jou in De Balie dat hij je thuis dekte als je stiekem had afgesproken met een jongen.

Stilte. ‘Weet je... als je van de ene plek naar de andere migreert, zoals mijn ouders, dan heeft het tijd nodig om een transitie te maken in opvattingen die honderden jaren in jouw cultuur hebben bestaan. Daar heb ik met mijn ouders veel over gepraat. We hadden botsingen, maar ze stonden ook open voor wat ik vond.’

Je vriend kan nu wel bij je ouders thuiskomen?

‘Jaaa, zeker. Op een gegeven moment dacht ik: ik ben een volwassen vrouw, ik heb mijn eigen leven, dat heeft iedereen te accepteren.’ Lachend: ‘Het zou toch te gek zijn als ik bijna op mijn 40ste nog geen man mee naar huis kon nemen.’

Maken niet veel meer gezinnen met een migrantenafkomst zo’n verandering door?

‘Veel meisjes uit die gezinnen hebben meer vrijheid dan ik had in mijn jeugd. Maar er bestaat zeker nog onvrijheid. Laatst schreef een zekere Mounir op Instagram dat hij op zijn 18de het huis is uitgezet omdat hij homo is. Zijn ouders hebben hem vier jaar lang geterroriseerd om hem over te halen geen homo meer te zijn. In sommige streng-gereformeerde gezinnen zal het trouwens niet anders gaan.’

Ze citeert een gedicht van de Libanese dichter Kahlil Gibran dat precies uitdrukt hoe ze erover denkt: ‘Je kinderen zijn je kinderen niet. Ze zijn de zonen en dochters van ’s levens hunkering naar zichzelf. Ze komen door je, maar zijn niet van je, en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe. Je mag ze je liefde geven, maar niet je gedachten, want zij hebben hun eigen gedachten.’

Dat is prachtig, maar dat wordt lang niet door alle ouders in praktijk gebracht. Zet jij je nog steeds in voor de vrijheidsstrijd van kinderen, vrouwen of wie dan ook?

‘Absoluut. Ik ben nu bezig met een vrouwentheatergroep uit Istanbul, BGST Tiyatro, om online monologen op te nemen over vrouwen uit Turkije die te maken hebben met huiselijk geweld. In de afgelopen tijd is dat enorm toegenomen. Er is laatst in Turkije weer een meisje vermoord door haar ex, dat bericht is viraal gegaan. Het zou mooi zijn als al die vrouwen verbinding met elkaar maken, zodat hun verhalen bekend worden en er iets kan veranderen. Ik vind het de taak van elke vrouw om andere vrouwen te steunen.’

Hoe sta je tegenover de Black Lives Matter-beweging?

‘Het is een belangrijke beweging die voor mij gaat over institutioneel racisme en andere vormen van ongelijkheid, dus ook over islamofobie, homofobie en vrouwenonderdrukking. Ik word me er meer van bewust wat de consequenties van die ongelijkheid zijn in het dagelijks leven. Mijn broertje, zó’n gast, kwam vroeger moeilijk bij clubs binnen. Laatst besefte ik pas dat ik dat altijd voor gewoon heb aangenomen: tja, hij komt niet overal binnen. Pas nu denk ik: wacht even, dit is niet normaal en ik heb er mijn bek nooit over opengedaan. Ik begon te denken: welke dingen accepteer ik nog meer die niet kloppen?’

En?

‘In de toneel- of filmwereld wordt soms over een rol gezegd: ‘In het palet van de personages hebben we nog een paar zwarte gezichten nodig.’ Of je merkt dat een personage alleen in het leven is geroepen om er een grap over te maken. Ik heb zelf bijna nooit dit soort stereotyperende rollen geaccepteerd, maar ik sprak een regisseur of producent er ook niet op aan. Dat doe ik nu wel.’

Kun je een concreet voorbeeld noemen?

Stellig: ‘Nee, dat doe ik niet.’

Beeld Bastiaan Woudt

Er komt een speelfilm van De Luizenmoeder, kun je daar al wat meer over zeggen? Wanneer komt die? Wie spelen erin?

‘Het enige wat ik kan zeggen is dát hij komt en verder is ons gevraagd te wachten met erover te vertellen tot de perspresentatie.’

Dat is jammer, laten we het dan hebben over de serie. De Luizenmoeder was comedy over de vooroordelen die we over elkaar hebben. Zou die op dezelfde manier kunnen worden gemaakt nu de aandacht voor de Black Lives Matter-beweging zo groot is geworden?

Ze steekt een sigaret op. ‘Wat denk jij?’

De Luizenmoeder zou feller van leer kunnen trekken tegen racisme, aan de andere kant: is dan niet het hele effect van comedy weg?

Ze denkt na. ‘Ja, ik weet het niet. Het is een lastige vraag.’

Ik las dat sommige antiracisten De Luizenmoeder helemaal niks vonden omdat er racisme in voorkwam, met als doel dat het hilarisch was. De serie liet ook het ongemak van de multiculturele samenleving zien. Wat vind je van die kritiek?

‘Ik moet denken aan een scène in seizoen 1, waarin de schooldirecteur tegen Mel zegt: ‘We hebben een participizza-avond, er is ook halalpizza en we hebben sap voor je, want je drinkt geen wijn.’ En dan zeg ik tegen een andere moeder: ‘Ik drink gewoon een wijntje hoor.’’

O, de directeur denkt: vrouw met Turkse achtergrond, moslim en dus...

‘Ja, wat veel Turkse Nederlanders meemaken. De directeur denkt mee te denken, maar hij is onbedoeld racistisch. Zo’n scène is geen keihard statement, maar je ziet wel hoe knullig en racistisch mensen kunnen zijn. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.’

Je bedoelt: dit is sterker dan botweg dingen zeggen?

‘In die satirestijl wel. Satire is een spiegel van de maatschappij. Maar heel in zijn algemeenheid heb ik dit van Black Lives Matter geleerd: als beeldmaker, dus als filmmaker, schrijver, enzovoort, heb je een verantwoordelijkheid om na te gaan welke beelden we over elkaar in stand houden.’

De beelden die we over elkaar verspreiden kloppen niet altijd, met onbegrip tot gevolg?

‘Precies, door onze opvoeding of door de media inhaleren we beelden over elkaar, maar die hoeven niet op werkelijkheid te zijn gebaseerd. We hebben allemaal blinde vlekken. Mensen die voor hun beroep beelden verspreiden, zouden zich kunnen afvragen: waar kan ik foute aannamen rechtzetten?’

Zing je ook je eigen liederen zodat je niet in het format van een ander hoeft te passen dat je misschien niet aanstaat?

‘Daar gaat het niet om. Zingen is niet ageren tegen iets. Als ik zing voel ik me gewoon het meest vrij.’

Beeld Bastiaan Woudt

Over beelden gesproken: zelf is ze vaak als ‘de ander’ gezien. Ze was het als Koerdische in de Turkse gemeenschap in Zaandam waarin ze opgroeide. Ze was het als ‘allochtoon’ in Nederland toen dat nog een gangbaar woord was – als kind werd ze een tijdlang uitgescholden: ‘Vieze Turk, rot op naar je eigen land.’ Ze is het nog steeds als acteur, merkt ze, omdat het geen doorsnee baan is. ‘Het concept anders-zijn, dus niet horen bij de meerderheid maar net even een andere kleur hebben, ken ik heel goed.’

Tijdens de quarantaineweken in haar huis vroeg ze zich af wie ze is zonder enig beeld over zichzelf waarin ze misschien onbewust is gaan geloven. Ze weet het, het is een grote vraag, maar ook dat is vrijheid. ‘Zal ik je een anekdote vertellen?’, vraagt ze. Haar familie van beide kanten komt uit Dersim, de oude Koerdische naam voor de Turkse provincie Tunceli. Haar grootouders hebben daar nog een huis en in 2013 zat ze met haar opa op de veranda te kijken naar de bergen en een waterval in de verte.

‘Opa, wat is de zin van het leven?’, vroeg ze. Hij antwoordde: ‘Jullie zijn de zin van mijn leven, mijn kinderen en kleinkinderen.’ Toen was hij even stil. Hij wees naar de walnoten-, abrikozen- en appelbomen in zijn tuin en zei: ‘Die hebben water nodig. Dat is de zin van mijn leven, dat ik die bomen water geef, zodat er vruchten aan groeien die ik jullie kan geven.’ Ze vond het prachtig. ‘Ook nu nog ligt mijn koelkast vol walnoten en gedroogd fruit, gekregen van mijn opa en oma.’

Beeld Bastiaan Woudt

De afgelopen maanden begon ze te beseffen hoe recent haar familie uit Dersim is vertrokken, op zoek naar een beter leven in Nederland. Haar moeder was 12 toen haar ouders haar meenamen naar een flat in Zaandam, haar vader was 23 toen hij arriveerde in Amsterdam. Eind jaren zeventig ontmoetten ze elkaar tijdens een uitstapje van een buurthuis naar de Efteling en trouwden. Ze spraken verschillende Koerdische dialecten, maar gaven allebei aan hun kinderen mee wat ze hadden geleerd in Dersim.

Eind jaren dertig van de vorige eeuw slachtte het Turkse leger de Koerdische bevolking van Dersim af, waarbij tienduizenden doden vielen. Het was het gevolg van de stichting van de Turkse staat in 1923 en de wens van de nieuwe machthebbers om één volk te smeden met Turks als voertaal en de soennitische islam als religie. De Koerden van Dersim weigerden te assimileren en konden dat lang volhouden, omdat ze in moeilijk bereikbaar, bergachtig gebied woonden. In 1937 en 1938 kwam het alsnog tot een massamoord.

Hebben je grootouders dit meegemaakt?

‘Nee, die waren piepjong of nog niet geboren, maar mijn overgrootouders hebben het overleefd – die van mijn vaders kant door te vluchten. Daarna is er in mijn familie nog veel onderdrukking geweest, veel niet-mogen-bestaan.’

Sommige nationalistische Turken ontkennen de Koerdische identiteit, ze zeggen dat Koerden bergturken zijn.

‘Ja, een hoge Turkse militair heeft eens in een krantenartikel gezegd dat het woord Koerd het geluid is dat de sneeuw maakt als je met je laarzen in de bergen loopt. Het is dehumanisering, beelden over elkaar vertellen die niet kloppen.’

Wat merkte jij thuis van deze geschiedenis?

‘Die zit in mijn dna, door de verhalen die ik meekreeg en doordat ik leerde wat er kan gebeuren als we elkaar ontmenselijken. Mijn vader nam me als kind mee naar Grup Yorum, een band uit Turkije die Turkse en Koerdische liedjes zong over onderdrukking. Grup Yorum is meerdere keren verboden geweest en de bandleden werden gearresteerd. Tijdens die concerten zat ik op de schouders van mijn vader en met duizenden zongen we Bella ciao – we zingen het nu ook met het Meral Polat Trio, maar dan op onze eigen manier. Dat lied gaat voor mij over broederschap, over samenzijn. Als kind geloofde ik erin en dat wil ik nu weer doen.’

Probeerden je ouders de Koerdische cultuur in Nederland levend te houden?

‘Niet bewust. Mijn vader zei altijd: ‘Nederland is jouw huis, dit is jouw plek.’ Ik wist dat we uit Dersim kwamen, dat we alevieten waren, maar het was geen indoctrinatie. Ik weet nu zelfs niet eens precies of het alevitisme een tak van de islam is of niet. Ik weet alleen dat het tot doel heeft dat je een goed mens bent: je brood delen, niet denken in vijanden. Ik wil dat nog eens goed uitzoeken, want ik vind de boodschap groots en krachtig.’

Volg je de Koerdische strijd nog? Bijvoorbeeld toen Turkije vorig jaar Noordoost-Syrië binnenviel om het Koerdische Rojava op te doeken?

‘Natuurlijk trok ik me dat aan. Ik dacht: wow, wat gebeurt hier voor het oog van de wereld? Ik was ontdaan. Met mijn vader heb ik gedemonstreerd op het Malieveld. Ik vind het belangrijk om me op die manier uit te spreken, maar verder zegt een artiest alles in zijn kunst. Ik spreek me uit in mijn liedjes.’

Ze citeert de Chileense dichter Pablo Neruda: ‘Ik kwam hier niet om iets op te lossen, ik kwam hier om te zingen en dat je met me meezingt.’

Het gaat je om het samenzijn, net als vroeger toen je op de schouders van je vader zat?

‘Zeker, maar niet alleen dat. Voor dat album dat ik wil maken, wil ik met mijn medemuzikanten op het vliegtuig naar Dersim stappen. Daar wil ik onze liedjes spelen en kijken wat er gebeurt.’

Wat voor effect zou dat moeten hebben?

‘Ik wil ze aan muzikanten en andere mensen laten horen, en ze verder verdiepen. Ik voel daar iets ouds, iets oers, iets authentieks. Ik hou van de muziek uit Dersim, van de ritmes, de maatsoorten, de klank, en die wil ik vermengen met westerse invloeden. Ik ben van daar en van hier, en dat wil ik bij elkaar brengen.’

In Nederland kunnen de meeste mensen jouw teksten niet verstaan, hoe moeten ze weten wat jij wilt zeggen?

‘Muziek raakt aan het onderbewuste, aan gevoel en emotie. Ik spreek zelf niet goed Koerdisch, maar als ik in die taal zing, doet dat iets met mij. Ik wil een universeel verhaal vertellen: wat maakt ons tot wie we zijn?’

Beeld Bastiaan Woudt

CV Meral Polat

25 februari 1982 Geboren in Amsterdam

Toneel

2003 Debuut in Gesluierde Monologen van Adelheid Roosen en Zina Platform

2004 Afgestudeerd aan de Toneelschool Amsterdam

2007 Tournee in de VS met Gesluierde Monologen

2008 Hoofdrol in Hollandse Spoor van Nationale Toneel

2008 Winnaar van de Guido de Moor-prijs, publieksprijs voor jonge, talentvolle acteurs van het Nationale Toneel

2010 Met Victor Löw in Anne en Goebbels, een confrontatie

2015 Ochtendzee met Merals Harem

2017 Hoofdrol in musical Snorro van het Ro Theater

2019 Lost Tango van Via Berlin en Orkater

Film

Rollen in onder meer:

2011 Mina Moes

2015  De Boskampi’s

2015  Undercover

2017  Mees Kees

Televisie

Rollen in onder meer:

2008 Keyzer & De Boer Advocaten

2015 Noord Zuid

2018/19 De Luizenmoeder

2019 De 12 van Schouwendam.

2020 Klem

Komende optredens:

29 augustus 2020 Meral Polat Trio: Boulevard Festival in Den Bosch

18 september Loading Dock Sessions in de Toneelschuur in Haarlem

Meer over