Columnarthur van amerongen

Ik was van slag door Mirjams dood, terwijl ik haar nooit had ontmoet

null Beeld
Arthur van Amerongen en Gabriël Kousbroek

De dood van Mirjam Cremers sloeg op Facebook in als een bom. Haar wandje liep vol met reacties van geschokte volgers, die wisten van haar ziekbed maar toch overdonderd waren door het trieste nieuws.

Ik las het bericht – op Mirjams wandje geplaatst door haar vriend Ger – vluchtig op straat. Dat is vrij uitzonderlijk, want ik check Facebook zelden en gebruik het digitale poesiealbum hoofdzakelijk nog als uithangbord voor mijn stukkies. Soms zet ik er een foto van mijn honden of van een bord soep op, en van de week postte ik, toevallig of niet, net voor de onheilstijding een uitspraak van de Ierse dichter en schrijver Brendan Behan: There is no such thing as bad publicity except your own obituary. Vrij vertaald: slechte publiciteit bestaat niet, behalve als het mijn overlijdensbericht betreft.

Ger postte even later een foto van een grafsteen met het opschrift: ‘Hier lig ik. Sta niet zo onnozel te kijken. Ik had ook liever op het strand gelegen.’ Hij schreef eronder: ‘sorry lieve f.b vrienden van Mir, maar ik plaats deze in de geest van Mijn liefste Mirjam.’

Ik was van slag door Mirjams dood, terwijl ik haar nooit had ontmoet. Onze chatjes waren steevast vrolijk en opgewekt. Ze was een van mijn allertrouwste volgers en reageerde altijd op mijn columns.

Mirjam was het zonnetje in het treurige, op instorten staande huis van Facebook en iedereen hield van haar.

Ik wist niet precies hoe ik moest reageren op haar wandje, want vermoedelijk leest ze de commentaren niet meer.

Ik ben sowieso niet goed in lijkredes. Op de begrafenissen van mijn vader en moeder liet ik het zware werk opknappen door mijn zwager, die onderwijzer is en goed kan speechen. Daar stond ik dan, als oudste zoon, te snotteren als een kind bij de droeve kuilen van mijn ouders. Ik heb een vlotte pen en heb hun dood dan ook literair verantwoord uitgemolken in diverse geschriften, maar ben een ramp qua spreken in het openbaar.

Om in de geest van Mirjam te blijven, sluit ik deze microhommage af met het grafschrift van Spike Milligan, een van de leukste Britten ooit: ‘Ik zei jullie toch dat ik ziek was.’ De epitaaf is niet in het Engels maar in het Keltisch, enkel en alleen om de bezoekers van zijn graf te sarren: ‘Duirt mé leat go raibh mé breoite.’

Descanse em paz, lieve Mirjam. We zullen je missen, zonnestraaltje.

R.I.P. Mirjam Beeld Gabriël Kousbroek
R.I.P. MirjamBeeld Gabriël Kousbroek
Meer over