'Ik was onzeker door het slechte huwelijk van mijn ouders'

Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders. Dit keer Olivia van Veen (42), leerkracht en kunsthistoricus. Ze kwam er pas laat achter dat er meer speelde tussen haar ouders dan een harteloze relatie....

‘Pas op hun 70-ste gingen mijn ouders uit elkaar, nadat ze bijna veertig jaar getrouwd waren geweest. Ik was opgelucht: eindelijk kwam het ervan, eindelijk hakten ze de knoop door, kozen ze voor zichzelf en niet langer voor een huwelijk dat nooit harmonieus was geweest.

Op intellectueel vlak konden mijn ouders het goed met elkaar vinden. Ze waren samen vaak op reis, ze deelden dezelfde interessen voor filosofie, literatuur en klassieke muziek; ze gingen graag naar het Concertgebouw. Maar van zichtbare warmte of genegenheid tussen hen was amper sprake. Integendeel: er waren vaak ruzies, of op zijn minst conflicten. Nooit zag ik als kind mijn vader mijn moeder een kus geven, nooit zei hij iets aardigs tegen haar als ze iets moois aanhad of naar de kapper was geweest.

Emotioneel voelde ik me verbonden met mijn moeder, die als vrouw niet voldoende op waarde werd geschat. Tegelijkertijd kon ik de nuchterheid van mijn vader, in die explosieve atmosfeer van paniek en ruzie, wel waarderen. Vaak vroeg ik in die tijd: ‘Waarom leven jullie bij elkaar, wanneer gaan jullie nou eens scheiden?’ Dan zei mijn vader dat er niks aan de hand was. En mijn moeder hechtte ook zeer aan het beeld van een ideaal gezinsleven met een vader als vanzelfsprekend gezinshoofd. Scheiding was in haar opvatting not done. Later heeft ze me wel eens gezegd: ‘Wat kon ik anders?’ Ze was er vooral op uit om het ons, haar kinderen, aan niets te laten ontbreken, ook financieel.

Dat het er na al die jaren alsnog van kwam, van een scheiding, heeft denk ik te maken met het feit dat mijn vader na een druk arbeidzaam leven – hij werkte voor een multinational – eindelijk gepensioneerd was, geen zakenreizen meer had en zich niet langer achter zijn werk kon verschuilen. Maar er speelde ook nog iets anders. Zoals wij – mijn oudere broer, mijn zus en ik – pas veel later te horen hebben gekregen, had mijn vader sinds 1985 een vriend. Hij woonde later zelfs in een appartement bóven hem, in Leiden, maar mijn vader heeft steeds volgehouden dat het om een gewone kameraad ging. Het is mijn moeder geweest die langzamerhand open kaart begon te spelen. Ik denk dat ze al veel langer heeft geweten dat mijn vader gevoelens voor mannen had, en dat dat deels ook het zichtbare gebrek aan genegenheid tussen hem en haar verklaart.

Dat hij uiteindelijk met zijn vriend getrouwd is, hoorden we via via. Voor zijn huwelijk had hij alleen een nichtje uitgenodigd.

Ik denk dat ik op jonge leeftijd behalve verdrietig tamelijk onzeker ben geworden door het slechte huwelijk van mijn ouders. Het is verschrikkelijk om als kind steeds weer te moeten meemaken hoe twee zulke dierbare en belangrijke mensen conflicten hebben, elkaar tegenspreken en intussen wel steun voor hun standpunten verlangen. Mijn vrienden op school waren indertijd mijn redding. Met hen sprak ik over mijn ouders, bovendien hadden zij zelf vaders en moeders die wél lief voor elkaar waren en elkaar een kus gaven. Zó gaat dat dus als mensen van elkaar houden, dacht ik dan. Ik schreef in die tijd ook veel in mijn dagboek, als een soort therapie haast: met regelmaat herlees ik wat ik op die leeftijd noteerde, en probeer ik te analyseren hoe ik als kind de problemen tussen mijn ouders verwerkt heb.

Achteraf gezien heb ik het gevoel dat ik voor de gek gehouden ben. Mijn vader die steeds ontkende dat er iets aan de hand was, en intussen nooit opening van zaken heeft kunnen en willen geven over zijn ontluikende homoseksuele gevoelens. Ik neem hem dat niet kwalijk, hij is van een andere tijd en van een andere generatie. Misschien speelde zijn strenge calvinistische opvoeding hem parten. Maar zelf zou ik het anders hebben gedaan.

Ik ben getrouwd, heb twee kinderen en nam me van meet af aan voor: een gelukkig gezinsleven heeft als grondslagen openheid, eerlijkheid en harmonie. Erger dan een scheiding is misschien wel het opgroeien tussen ruziënde ouders. Dat is pijnlijk, het maakt je onzeker en het beïnvloedt je keuzen. Als ik mijn vader of moeder nu opzoek, ben ik eindelijk verlost van het beklemmende gevoel dat er constant irritaties zijn.

Mijn vader woont nu in het noorden van Nederland, ver weg van waar wij wonen. Veel zie of spreek ik hem niet. Het contact is een beetje afstandelijk. Dat is jammer, maar ik ben niet wraakzuchtig ingesteld. Hij heeft eindelijk een ander, nieuw leven en zijn gezin doet er voor hem niet veel meer toe. Ik heb hem laten weten dat ik het mooi vind dat hij eindelijk voor zichzelf heeft gekozen, en toegelaten heeft wat hij zolang heeft weggedrukt. Tijdens een lunch die ik voor hem en zijn vriend organiseerde zag ik het ook: hij heeft rust gevonden.

Mijn moeder ontmoette kort na de scheiding een vriend, en ze bloeide helemaal op. Ze kon giechelen als een verliefd meisje, ze was gelukkig. Veel tijd was hun niet gegeven: eerder dit jaar overleed haar vriend, en dat is voor haar een groot verdriet. Maar ze heeft door deze gelukkige relatie zelfvertrouwen gekregen. En ik zag eindelijk de genegenheid die ik als kind nooit heb gezien. Als ik naar haar keek dacht ik: kun jij zó stralen, mam. Een beeld dat ik voor altijd zal koesteren.’

Meer over