interviewbram vermeulen

‘Ik vertel verhalen, de ene keer met beeld en geluid, de andere keer met woorden’

Bram Vermeulen Beeld Frank Ruiter
Bram VermeulenBeeld Frank Ruiter

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van VPRO-programma Frontlinie, acht dilemma’s voor journalist Bram Vermeulen.

Paul Onkenhout

VPRO of NRC Handelsblad?

‘Allebei. Of mag dat niet? Ik ben gestopt als correspondent voor NRC in Zuid-Afrika, maar ik blijf schrijven voor de krant. Toen ik voor de keuze stond om terug naar Nederland te komen, wilde ik het schrijven niet opgeven. Ik vertel verhalen, de ene keer met beeld en geluid, de andere keer met woorden.

‘Voor de VPRO ga ik tien afleveringen van Frontlinie maken. Dit wordt het tweede seizoen. Vroeger was ik voor een paar tv-reportages in Afrika van een paar minuten soms maanden bezig om een visum te krijgen. Ik maakte de reportage, schreef nog even een stuk voor de krant en ging weer naar huis.

‘Ik kreeg steeds meer het gevoel dat ik meer tijd nodig had. In Oost-Congo kwamen we eens twee Amerikaanse journalisten tegen die daar voor PBS Frontline een maand zaten. Een maand! Wauw, dacht ik, dat wil ik ook, het échte verhaal vertellen op plekken waar heel veel gebeurt, overal ter wereld reportages maken van veertig minuten die dicht op de actualiteit zitten. Ik heb het voorgesteld aan de VPRO en het mocht.’

Maas of Waal?

‘De Waal. Ik ben opgegroeid in Wamel, dat ligt aan de Waal. Het is daar Mesopotamië hè, tweestromenland. Wamel is een katholiek dorp. Aan de overkant ligt Tiel, dat is protestants. Wij vierden carnaval, zij niet. Mijn ouders waren niet religieus, maar de cultuur van Wamel was wel: katholieken hier, protestanten daar.

‘Het zou me vijf minuten hebben gekost om met het veerpontje naar het VWO in Tiel te gaan, maar dat was geen optie. Door mijn ouders ging ik naar het katholieke Pax Christie College in Druten, 12 kilometer verderop, drie kwartier fietsen. Pater Heuft, de broer van Theo Heuft van het bekende bordeel Yab Yum, gaf op school in vol habijt godsdienstles.

‘Ik voel me heel sterk een kind van Wamel, ik kom er vaak en graag terug. Mijn ouders hebben zich hun hele leven niet verplaatst. En hun ouders ook niet. Ze hebben compleet wortelgeschoten in dat dorp. Ik reis de hele wereld over, beland in staatsgrepen en beleef allemaal spannende dingen. Maar of ik nou meer van het leven leer dan zij? Ik denk het niet. Zij weten waar het leven in essentie om gaat: om geboortes, huwelijken, kinderen, sterfgevallen; alle stadia van het leven.

‘Ik merkte vaak dat ik in Afrikaanse gemeenschappen toch een beetje afgunstig naar de enorme families keek, hoe mooi dat eigenlijk is. Il faut cultiver notre jardin, schreef Voltaire in Candide. Na twintig jaar heb ik ervoor gekozen om naar huis te gaan, ondanks de kou en de duisternis hier.’

Bobotie of dolma?

‘Bobotie, een Zuid-Afrikaans gerecht met gehakt. Ik had mijn tijd als correspondent in Turkije nooit willen missen, het was fascinerend. De oorlog in Syrië brak uit en ik maakte de opstand tegen Erdogan mee. Maar Zuid-Afrika ligt dichter bij mijn hart, het is mijn kompas voor alles geworden. Ik heb iets Zuid-Afrikaans in me gekregen. En niks Turks.

‘Ze zeggen dat een correspondent maar één keer verliefd wordt op zijn standplaats, en dat hij alle latere standplaatsen daarmee gaat vergelijken. Zuid-Afrika is ook een vrij makkelijke post. Je kunt na aankomst meteen de radio aanzetten of een krant kopen om het nieuws te volgen. In Turkije begrijp je niets, door de taal. Het heeft me maanden gekost voordat ik mijn eerste zin in het Turks durfde uit te spreken.’

Desmond Tutu of Nelson Mandela?

‘Desmond Tutu. Omdat hij geen politicus was en geen partij diende. Tutu deed alles zonder politiek belang. Dat heeft hij ook na de val van apartheid volgehouden, door kritisch te blijven op het ANC, maar ook op bijvoorbeeld Robert Mugabe in Zimbabwe en op Israël.

‘Net zoals ongeveer iedereen heb ik Tutu ontmoet. Ik was 24 en studeerde nog. Ik wilde hem interviewen over de waarheidscommissie, daar was toen veel over te doen. Ik had een kritisch interview voorbereid. Ik zette de recorder aan en het eerste wat hij zei was: but first we pray. Hij ging naast de tafel zitten en begon te bidden. Ik was volkomen ontregeld.

‘Mannen als Mandela blijven tot in de eeuwigheid citeerbaar. En Tutu ook. Hun leiderschap is onwaarschijnlijk groot. Vergelijk dat eens met die mannen en vrouwen op het bordes in Den Haag, met de politiek in Nederland. Wie kan zich met deze mensen meten, qua visie? Het is ongeëvenaard.’

Dorpsgek onder de journalisten of Nederlands bekendste nomade?

‘In het radioprogramma Bureau Buitenland van de VPRO werd ik laatst aangekondigd als Nederlands bekendste nomade, maar dat ben ik niet. Ik heb er mijn handelsmerk van gemaakt om vergeten en onderbelichte verhalen te vertellen.

‘Hoe langer je aan de andere kant van de wereld woont, hoe vaker je denkt: verdomme, we begrijpen het echt niet. Juist door het debat dat nu in Nederland plaatsvindt, van Zwarte Piet tot straatnamen tot standbeelden, zijn andere verhalen nog belangrijker geworden. Al die discussies leiden af van waar het écht over zou moeten gaan, namelijk over de manier waarop wij de wereld hebben ingericht – wij, de witte mannen met over het algemeen de geprivilegieerde posities. Zoals in Zuid-Afrika.’

Bram Vermeulen: ‘Ik heb er mijn handelsmerk van gemaakt om vergeten en onderbelichte verhalen te vertellen.’ Beeld Frank Ruiter
Bram Vermeulen: ‘Ik heb er mijn handelsmerk van gemaakt om vergeten en onderbelichte verhalen te vertellen.’Beeld Frank Ruiter

Reiziger of journalist?

‘Reizend journalist? Oké, journalist. Laten we niet vergeten dat ik als verslaggever van het Brabants Nieuwsblad ben begonnen. Ik mocht een keer een opening maken over de kapper in Bergen op Zoom, die had zijn hele voorgevel roze geschilderd. De stad was te klein, iedereen wilde dat die muur gewoon wit zou zijn. De volgende dag ging ik weer bij hem langs. Het was maar grondverf hoor, zei hij toen. Had ik weer een opening.

‘Ik wil andere werelden dichterbij brengen, daarom moet ik reizen. Ik word er ook echt heel gelukkig van. Op het moment dat ik ergens aankom, gaan mijn zintuigen openstaan. Het leuke van reizen is dat je meteen vat probeert te krijgen op wat je ziet. V.S. Naipaul noemt dat the enigma of the arrival. Als je ergens aankomt, ben je ziende blind. Je weet niks. Je moet jezelf dus dwingen om eerst te gaan zitten en te bekijken hoe het er precies werkt.

‘In Oost-Congo gingen we eens op bezoek bij een Nederlandse pater in Bunia. Toen we bij zijn huis kwamen, zagen we een man die voorovergebogen over een Toyoya Landcruiser stond. Pater, er zijn hier twee journalisten voor u, zei de non die ons ontving. Hij keek op, een man van ver in de zestig. ‘Hm,’ zei hij, ‘journalistiek, dat vind ik een interessant vak. Ze komen een paar dagen langs en schrijven vervolgens zúlke verhalen over hoe het precies zit in Oost-Congo. Ik woon hier al veertig jaar, maar ik begrijp er nog steeds niks van.’ Zo is het precies.’

Amsterdam of Kaapstad?

‘Ik weiger te kiezen, ik ben een optelsom van die plekken. Kaapstad zit in mijn bloed. Ik kan niet in Amsterdam wonen zonder dat te erkennen.

‘De samenleving in Zuid-Afrika is ongezond. In Kaapstad leven de welgestelden in een paar wijken aan de oceaan. Aan de andere kant van de berg liggen de krottenwijken. Dat is een ongelofelijk ongezonde situatie. Nederland is een paradijs, nog steeds. Hier worden in coronatijd subsidies gegeven, zodat mensen zich enigszins kunnen redden. In Zuid-Afrika leven die mensen nu op straat en wordt het er nóg onveiliger.

‘Ik kan makkelijker een corrupte Afrikaanse politicus begrijpen, met familieleden die hem elke dag opbellen om te vragen of hij wat geld voor ze heeft omdat hun huis is overstroomd of omdat een kind gaat trouwen, dan iemand die zijn hele leven in welvaart is opgegroeid en desondanks racistisch is. Het gemak waarmee hier in debatten racistische vooroordelen de ether in worden geslingerd, door politici en door anderen, is weerzinwekkend.’

‘Dat krijgt allemaal maar zendtijd. Ja, daar kan ik boos over worden, maar cynisch niet. Omdat ik denk dat er een manier is om er wat aan te doen: laten zien hoe het in de wereld werkt. Uiteindelijk is het onze corebusiness om laten zien hoe al die theorieën, al die woorden, tot daden leiden. Verder niks.’

Bram Vermeulen of Freek de Jonge?

‘Toen ik bij de NOS-radio werkte nam ik een keer de telefoon op. Met Bram Vermeulen, zei ik. Met Freek de Jonge, zei een man aan de andere kant van de lijn. Dat geloof je dan niet hè, maar het was hem echt.

‘Bram Vermeulen heb ik een keer ontmoet, bij het radioprogramma Spijkers met koppen. ‘O’, zei hij, ‘wat erg dat je ouders je Bram hebben genoemd. Waarom heb je je naam niet veranderd?’ Ik heb hem aangekeken en gezegd: ‘Zeg Bram, maak je jezelf nu niet iets te groot?’

‘Het is geen vervelende naam om te hebben. Hij is een alom gewaardeerde muzikant, ook na zijn dood nog. En ik draag er ook een beetje aan bij dat zijn naam nog regelmatig wordt genoemd. Heb ik nou gekozen? Bram Vermeulen.’

Frontlinie, vanaf 27/1 elke maand op NPO 2, 20.25 uur.

Bram Vermeulen

1974 Op 2 augustus geboren in Wamel (Gelderland)

1992-1996 School voor Journalistiek, Tilburg

1996-1999 Internationale betrekkingen, UvA

1999 Verslaat Zuid-Afrikaanse verkiezingen voor NOS-radio

2001-2009 Correspondent Zuid-Afrika voor NOS en NRC Handelsblad

2008 Journalist van het jaar

2009 Boek Help, ik ben blank geworden

2009-2013 Correspondent Turkije voor NOS en NRC

2011 VPRO-serie In Turkije

2012 VPRO-serie Langs de grenzen van Turkije (bekroond met Dick Scherpenzeelprijs, voor journalisten in ontwikkelingslanden)

2013 Lira Correspondentenprijs

2013-2021 Correspondent Zuid-Afrika voor NOS en NRC

2014-2020 VPRO-series Dwars door Afrika, De Trek, Sahara, Mr. Gus en Cape Town, Gang Town, Lock Down

2022 Tweede seizoen Frontlinie

Bram Vermeulen woont met zijn dochter in Amsterdam.

Meer over