INTERVIEW

'Ik twijfel niet waar ik met dit land naar toe wil'

In de serie Over de helft interviewt Cornald Maas net - of bijna - vijftigers over hun dilemma's. In aflevering 11: SP-lijsttrekker Emile Roemer. 'Je kunt je over alles wel druk maken, maar da's zonde van de energie.'

null Beeld Adriaan van der Ploeg
Beeld Adriaan van der Ploeg

'Toen de MH17 in juli werd neergehaald was ik in Ieper, in België, om meer te weten te komen over de Eerste Wereldoorlog die precies honderd jaar geleden begon. Ik bezocht met twee kameraden musea en loopgraven en was aanwezig bij de herdenking van de slachtoffers. Een rare gewaarwording, dat ik uitgerekend op de dag van de ramp die herdenking bijwoonde. Ik was geschokt, net als iedereen, zeker toen ik tijdens de dag van nationale rouw in Eindhoven met nabestaanden sprak. Maar ik voelde me niet onmachtig, dat de Kamer met reces was, en ik had er ook geen behoefte aan over deze ramp in de publiciteit te treden: het podium was er voor de direct verantwoordelijken, zoals de minister-president, de rest stelde zich, terecht, zo terughoudend mogelijk op. Als je er te weinig van af weet, ga je geen politieke stampij maken.

Natuurlijk is het wel even door m'n hoofd geschoten: dat wat de passagiers van de MH17 overkwam iedereen had kunnen overkomen - ook mij. Sowieso word je op mijn leeftijd vaker met eindigheid en vergankelijkheid geconfronteerd en zijn er al de nodige dierbaren uit je directe omgeving overleden. Ik heb steeds sterker het gevoel dat ik een leven in fasen leef: je kinderen gaan de deur uit, je ouders komen te overlijden - de generatie boven je valt weg en je gaat zelf tot de oudste generatie behoren. En toch: ik weet dat ik niet meer elke dag drie keer de radslag kan maken, maar gevoelsmatig kan ik nog alles aan. Bovendien heb ik nu meer dan ooit de behoefte om dingen te lezen, te onderzoeken, te weten.

Mijn vrouw en ik hebben samen onze 50ste verjaardag gevierd - we zijn vier weken na elkaar jarig. We hadden een ruimte in Boxmeer afgehuurd en hebben daar een leuk feestje gebouwd, met vrienden en familie. Onze dochters hadden een mooie fotoreportage gemaakt en hebben aardige dingen gezegd. Het klinkt misschien een beetje oubollig, maar ik vind dat als je in de gelukkige omstandigheid bent dat je af en toe iets kunt vieren, je dat vooral moet doen. Bovendien heb ik zo'n druk leven dat het geen kwaad kan op sommige momenten extra op je sociale contacten te letten.'

KVP-huis

'Wat ik het ingewikkeldst vind aan ouder worden, is het feit dat mijn ouders er niet meer zijn. Mijn vader overleed in 2001 aan de gevolgen van een hartstilstand, mijn moeder in 2006. Ze zijn 83 en 78 geworden. Dat is natuurlijk redelijk oud en ik heb vaak gesprekken met ze gevoerd, maar ik voel nu misschien wel meer de behoefte dingen met ze te delen dan toen ze nog leefden. Zeventien jaar heb ik met groot plezier in het onderwijs gezeten, voordat ik overstapte naar de politiek. Mijn vader overleed vlak voordat ik wethouder in Boxmeer werd, mijn moeder net voordat ik Kamerlid werd. Ze hebben mijn landelijke politieke doorbraak niet meegemaakt. Ik zou ze hier, in het gebouw van de Tweede Kamer, graag de kamer hebben willen laten zien waar ooit Joop den Uyl, Hans van Mierlo en Jan Marijnissen hebben gezeteld. Ze zouden het geweldig hebben gevonden dat ik dit heb bereikt en ze zouden halve dagen voor de tv hebben gezeten om maar geen optreden van mij te missen.

Ook zouden ze graag over een hoop onderwerpen hebben meegepraat. Mijn vader was boekhouder en inkoper bij een veevoederbedrijf, mijn moeder zette zich in voor de katholieke vrouwenbond. Ze waren politiek zeer geïnteresseerd en er werd thuis flink gediscussieerd, waarbij mijn vader, toch van KVP-huize, vaak nog rooier was dan mijn broers en ik. Hij was erop gebrand onrecht te bestrijden en vond de onderwerpen belangrijk waarover ik vandaag de dag leegloop. Of hij nu SP zou hebben gestemd? Dat zou zomaar kunnen, volgens mij heeft hij uiteindelijk lokaal een paar keer SP gestemd.

Maar mijn vader en moeder zijn vooral groot geworden in een katholiek nest, ze hebben altijd veel waarde gehecht aan die typisch katholieke waarden en normen: gemeenschapszin, rentmeesterschap, omgangsvormen, opkomen voor zwakkeren in de samenleving. Natuurlijk knetterde dat thuis weleens. Mijn drie oudere broers en zus leken net als ik overal een mening over te hebben en die lieten we ook horen. We sloegen soms andere wegen in dan de wegen die mijn ouders kenden. Mijn oudste broer ging in Amsterdam studeren en niet in Nijmegen, waar ze toch een goeie katholieke universiteit hadden. Ik hield als klein manneke, wijs geworden door wat mijn oudere broers al hadden bevochten, de kerk op een gegeven moment voor gezien. Mijn ouders moesten grote stappen zetten om dat los te laten. Ze zijn er schoorvoetend in meegegaan - ze móésten wel.

Ik realiseer me nu beter dan toen dat het voor mijn ouders en hun generatie een zware tijd moet zijn geweest. Het was de tijd van vaak emotioneel verzet van de jeugd tegen het establishment, van verzet tegen kerk, kazerne en kapitaal, van een eigen weg zoeken. En dat terwijl mijn vader en moeder uit grote gezinnen kwamen waar dat allemaal niet ter discussie stond. De oudste van het gezin werd priester en als het een meisje was non. De moderne technologie diende zich nog nauwelijks aan: er was één radiootje in huis en er werd braaf naar G.B.J. Hiltermann geluisterd die de wereld uitlegde.

Vijftigers

Wat zijn de zorgen en dilemma's van de (net-)vijftiger? Welke verwachtingen zijn er nog? Is een belangrijke carrièremove (nog) denkbaar? Wat betekent het dat de kinderen het huis uit zijn of dat ouders ziek zijn en komen te overlijden? Hoe wordt gedacht over het eigen onvermijdelijk naderende afscheid van het leven? Hoe richt je straks je laatste levensfase in? Cornald Maas, zelf net 50 geworden, interviewt in Over de helft mensen uit de generatie die nog volop in het leven staat, maar wel haast moet maken. De reeks is een vervolg op de serie Op de helft, waarvoor hij (net-)veertigers sprak.

Mijn ouders zijn opgegroeid in een strakke, langdurige traditie. Ze hadden dezelfde waarden en normen als hún ouders. Het leven was overzichtelijk, je ging naar je werk en naar de kerk, je zorgde voor een boterham op de plank en dat je kinderen goed hun best deden op school. En opeens ging alles op de schop en werd de generatie van mijn vader en moeder met grote, harde veranderingen in de samenleving geconfronteerd. Voor ons, hun kinderen, lag dat allemaal anders: wij groeiden op met het besef dat vaste tradities niet meer vanzelfsprekend waren, dat er nieuwe zekerheden moesten worden gezocht, dat er voortdurend snelheid in het leven zit en dat er steeds veranderingen zijn.

En toch heb ook ik betrouwbaarheid en geborgenheid altijd hoog in het vaandel gehad. Of het mijn vrouw en mij gelukt is ze over te brengen op onze dochters? Ik denk het wel. Nynke en Merle zijn nu 25 en 23 en zijn goed terechtgekomen. De een is verpleegkundige in het Radboud ziekenhuis in Nijmegen, de ander volgt een deeltijdopleiding aan de pabo en werkt voor een bewindvoeringkantoor waar de financiën worden beheerd van mensen die dat zelf niet meer kunnen. Ze zijn dus allebei werkzaam in de publieke sector en dat doet me deugd.

Voor mijn vrouw was het wel even slikken, toen ze twee jaar geleden, zowat tegelijkertijd, het huis uit gingen. Ikzag er niet zo tegenop, zo gaat dat nu eenmaal. Ik ben er ook nooit mee bezig geweest dat ik de relatie met mijn vrouw opnieuw zou moeten definiëren na het vertrek van onze dochters. We hebben het nog steeds heel goed samen, we zijn al bijna dertig jaar gelukkig getrouwd. Ik was 23 toen we in het huwelijk traden. Nee, ik had er geen behoefte aan eerst uitgebreid de wereld te verkennen. Ik zag wel uit naar dat huisje-boompje-beestje en heb er nooit spijt van gehad. Wij voelen en vullen elkaar goed aan, kunnen snel beslissingen nemen, denken over veel hetzelfde en gunnen elkaar de ruimte onze eigen dingen te ondernemen. En als het zwaar weer is, in de politiek of in de media, vind ik bij haar een uitlaatklep en geborgenheid. Niet dat ik dan jammerend thuiskom: ik laat me niet zo snel gek maken en zit niet snel in de put. Dat het af en toe flink tegenzit, hoort erbij en je wordt er, zo is mijn ervaring, alleen maar sterker van. Als je nooit iets vervelends meemaakt, weet je ook niet waar je je tegen moet wapenen.'

Karaktermoord

Natuurlijk was het geen prettige ervaring dat ik tijdens de verkiezingscampagne van 2012, toen onze partij er in de peilingen zo goed voor stond, in DWDD flink werd aangevallen door Peter R. de Vries. Ik heb het 'karaktermoord' genoemd en dat zat ook in de documentaire die Coen Verbraak over de SP maakte. Handig was dat niet en ik zou me nu anders hebben opgesteld, maar ik heb er geen spijt van dat ik Verbraak toestemming heb gegeven ons achter de schermen te volgen. Dit had je nooit moeten doen, hebben sommigen gezegd. Maar ik ben geen robot, ik heb net als iedereen 'last' van menselijke trekjes en volgens mij word je er niet per se kwetsbaar door als je die laat zien. Soms gaat het ook minder goed in het leven van een politicus, dat mogen de mensen best weten. Daarin ben ik trouwens niet uniek: iedereen die, op wat voor manier dan ook, in de openbaarheid verkeert, staat onder druk en krijgt kritiek, zeker in deze tijd waarin iedereen op social media zijn zegje kan doen. Daar moet je tegen kunnen, hoe platvloers de toon soms is. Als mijn dochters bij te veel kritiek boos waren, hield ik ze voor: zet tien reacties op een rijtje, negen mensen mopperen en een is er fan. Die ene fan zou toch zomaar voor vijftien zetels kunnen staan.

Ik wil niet bang zijn voor kritiek. En ik wil mezelf al helemaal niet afvragen waaraan ik in godsnaam ooit ben begonnen. Integendeel: ik word er juist strijdvaardiger van en ga nog harder knokken. Veel mensen vechten voor verbeteringen, maar zijn niet in de positie dat ze die voor elkaar kunnen krijgen. Ik verkeer wél in die positie, ik wil tegenwicht bieden aan deze samenleving van doorgeslagen individualisme en blijf erop hameren dat het socialer en eerlijker kan. Net zoals mijn ouders dat altijd deden. 'Zoek het zelf maar uit' is de makkelijkste weg, daar zal ik me stevig tegen blijven verzetten.

null Beeld Hilz & Verhoeff/Hollandse Hoogte
Beeld Hilz & Verhoeff/Hollandse Hoogte

Of mijn ouders zich nu, bij tegenwind, zorgen over mij zouden hebben gemaakt? Ik denk dat dit in elk geval niet voor mijn vader gold. Hij was voor de duvel niet bang, stapte overal op af, pakte aan wat hij kon aanpakken. Ik heb het gevoel dat ik hem de laatste jaren pas beter heb leren kennen. Ik wist dat hij, in Rotterdam, in het verzet had gezeten. Ik heb ooit het Mobilisatie- en Verzetskruis voor hem aangevraagd. Maar hij was in dat opzicht een man van weinig woorden, hij sprak er amper over. Hooguit romantiseerden we de anekdoten die we kenden. Dat hij in mei 1940 aan de Duitse grens stond: 'We moesten met een half geweertje en drie kogels al die Duitse tanks tegenhouden', vertelde hij dan. En zelfs wist ik dat hij in oktober 1944 door de Duitsers opgepakt is geweest en daags voordat hij de kogel zou krijgen door het verzet werd bevrijd. Maar toch heb ik er nooit veel vragen over gesteld en heb ik er nauwelijks met hem over gepraat. Misschien ook wel omdat hij daar geen behoefte aan had.

Nu heb ik daarvan wel spijt. Op een gegeven moment kwam de informatie over het verzetsverleden van mijn vader in een stroomversnelling. Na een gesprek in Pauw & Witteman over de oorlogsmisdadiger Klaas Carel Faber kreeg ik een brief van iemand: dat mijn vader in Maassluis mensen zou hebben bevrijd. Ik ging naar het NIOD, maar dat leverde niks op. Kort daarna kreeg ik een pakketje bezorgd met daarin een boek over 120 jaar Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam en het verzet dat van daaruit tijdens de oorlog werd gepleegd, met daarin een foto waarop mijn vader stond.

De schrijvers heb ik uitgenodigd in het gezelschap van mijn broers en zus - het eerste exemplaar van het boek dat zij schreven over het Rotterdamse verzet en de verzetskrant De Wacht heb ik afgelopen voorjaar mogen aanbieden aan burgemeester Aboutaleb. Ik ben veel te weten gekomen over de rol van mijn vader in het verzet en over wat hem is overkomen. En belangrijker nog: ik ben veel beter gaan begrijpen waarom hij was zoals hij was en waarom hij altijd zo streed tegen onrecht. Daarover zou ik het nog graag met hem hebben gehad. Ik weet niet eens of ik dan veel vragen zou hebben gesteld. Dankzij alle details die ik te weten ben gekomen, is het beeld aardig compleet. Maar ik zou hem, denk ik, nu vooral mijn respect hebben getoond. Omdat hij zijn eigen leven zo op het spel heeft durven zetten. Dat is, denk ik, maar weinigen gegeven. Ik weet niet hoe ik zou reageren als angst en gevaar zo dichtbij zouden komen.

Emile Roemer

Emile Roemer werd op 24 augustus 1962 geboren in het Brabantse Boxmeer. Na het doorlopen van mavo, havo en pabo was hij van 1985 tot 2002 onderwijzer. In 1980 werd hij lid van de SP, in 1994 gemeenteraadslid in Boxmeer en vanaf 2002 wethouder. In 2006 werd hij lid van de Tweede Kamer; sinds 2010 is hij, als opvolger van Agnes Kant, fractievoorzitter van de SP. Als lijsttrekker gidste hij de SP tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 naar vijftien zetels. De documentaire Tussen pieken en peilen (2012) wierp een blik achter de schermen van de verkiezingscampagne. Roemer is sinds 1986 getrouwd en heeft twee dochters.

Ook met mijn moeder heb ik nauwelijks over het oorlogsverleden van mijn vader gesproken. Na zijn dood werd het leven moeizaam voor haar. De balans raakte verstoord en ze raakte steeds vergeetachtiger. Uiteindelijk ging het thuis echt niet meer en moest ze, vanwege haar alzheimer, naar een verpleeghuis. Het was pijnlijk dat ze zich dat nog realiseerde, zo goed was ze nog. 'Oude bomen verplant je niet', zei ze steeds. Ze wilde er niet heen, en toen ze er eenmaal was ging het snel bergafwaarts. Ze kon niet meer wennen aan de nieuwe plek en door die ziekte is dat ook niet mogelijk. Een gevoel van opsluiting, daar leek het nog het meest op. Voor haar een ramp en voor ons, de kinderen, ook.

De drive om er iets van te willen maken

Nee, een schrikbeeld vind ik het desondanks niet. Dat wil zeggen: ik ga me er niet druk over maken dat dit mij straks ook zou kunnen overkomen. Je kunt je over alles wel druk maken, da's zonde van de energie. Ik wil me nu geen zorgen maken over wat mij op mijn 60ste of 70ste zou kunnen gebeuren. Mijn vrouw is er heel duidelijk in: zij wil, als zij getroffen zou worden door een ernstige ziekte, niet voortleven als een kasplant, en daar heeft ze ook het een en ander voor geregeld. Ik schuif dat nog wat voor me uit. Uit angst misschien, of omdat ik er nog niet aan wil denken, of omdat ik me niet wil vastpinnen op dingen die ik nu nog niet kan weten.

Fractievoorzitters (VLNR) Halbe Zijlstra (VVD), Arie Slob (ChristenUnie) en Emile Roemer (SP) in de Tweede Kamer tijdens de eerste vergaderdag na het zomerreces. Beeld anp
Fractievoorzitters (VLNR) Halbe Zijlstra (VVD), Arie Slob (ChristenUnie) en Emile Roemer (SP) in de Tweede Kamer tijdens de eerste vergaderdag na het zomerreces.Beeld anp

Liever wind ik me op over zaken waar ik wél invloed op heb. De drive om er iets van te willen maken, zal er voorlopig nog zijn. Het cliché luidt dat het er niet om gaat hoe oud je wordt, maar hóé je oud wordt. Ik ga nog steeds fluitend naar mijn werk. Het is een grote eer dat ik dit werk mag doen en de vlam brandt nog volop. Ik twijfel niet over waar ik met dit land naar toe wil, en tegelijkertijd wil ik, in deze snel veranderende wereld, ook standpunten tegen het licht blijven houden. Dat vergt lef, maar ik ben niet bang voor hobbels die op mijn weg zullen komen. Die zal ik te lijf gaan - inderdaad, in de geest van mijn vader.'

Meer over