De gidsLust & liefde

‘Ik ontkom niet aan de gedachte dat je met meerdere mannen gelukkig kunt zijn’

null Beeld Saša Ostoja
Beeld Saša Ostoja

Nina twijfelt of grootse liefde wel bestaat, en of ze daarop moet wachten of toch gaan samenwonen met haar vriend.

Nina, 25: ‘We zijn nu een paar jaar samen en ik voel aan alles dat het tijd is voor een volgende stap, namelijk samenwonen. Maar ik twijfel. Hij woont aan de andere kant van het land. Daar gooi ik mijn bezwaren op, want het is een hele overgang om te verhuizen naar een plek waar je geen vrienden hebt, maar misschien speelt er meer. Op dit moment zien we elkaar alleen in het weekend en dat is al veel in vergelijking met toen we elkaar net kenden, en ik merk dat hoe langer we zonder elkaar zijn, hoe minder ik hem mis. Ik pak al snel mijn eigen leventje weer op met vriendinnen en familie en sport, en hij is dan de veilige constante van wie ik het helemaal geen probleem vind als hij zijn rol vanaf een afstand speelt. Tijdens de lockdown hebben we een paar maanden samengewoond en dat ging zonder enig probleem. Als ik het druk had met werk, dan kookte hij wat vaker en andersom. Maar na die paar maanden voelde ik geen brandende behoefte dit voort te zetten.

‘Soms kijk ik naar vriendinnen die de hele wereld over reizen om met hun geliefde te zijn. Ze stromen als het ware over van heftige gevoelens die hen de weg wijzen, één richting op: verkering, samenwonen, kinderen. Ik daarentegen lijk bedekt met een beschermlaagje dat voorkomt dat het deel dat het meest van mezelf is, van mezelf blijft.

‘Dit is mijn eerste lange relatie, eerder was ik meestal al weer weg voordat het serieus kon worden. Als ik iemand leuk vond nam ik de benen als bleek dat hij mij ook leuk vond, want dan zou ik mijn autonomie verliezen. Het heeft iets met investeren te maken, de economie van de liefde. Zolang ik niet investeer valt er ook niets te verliezen, en dat is goed want verlies veroorzaakt pijn.

‘Zeker, er zijn ook pieken. Ik was de eerste die zei: ik houd van je, hij durfde niet – bang dat ik op de vlucht zou slaan. Het ligt voor de hand te suggereren dat ik te lijden heb gehad onder de scheiding van mijn ouders toen ik 12 was, maar dat is me te eenduidig en te scherp. Mijn ouders kunnen het tegenwoordig weer goed vinden, we vieren zelfs verjaardagen samen. Hun scheiding zorgde niet voor een gebrek aan vertrouwen in de liefde maar wel voor een relativering ervan, denk ik. Ik ontkom niet aan de gedachte dat je met meerdere mannen gelukkig kunt zijn. Mijn moeder bijvoorbeeld was ooit gek op mijn vader en is dat nu op haar nieuwe man. Ze is nu een andere vrouw dan ze vroeger was. Gestimuleerd door de complimenten van haar huidige vriend is ze zich zelfbewuster gaan kleden. Niet dat ze nu ineens in een spotlicht staat en in haar eerste huwelijk niet. Het spotlicht is van hoek veranderd, belicht een ander deel. Mijn moeder is nog steeds mijn moeder, maar nu zijn andere kanten van haar beter zichtbaar. En ik kan het niet helpen te denken: als er niet maar één grote liefde is, is de keuze om nu te gaan samenwonen met deze man dan niet onverantwoord willekeurig? Wat als ik over twee maanden iemand tegenkom op wie ik, net als sommige van mijn vriendinnen meemaken, zo verliefd ben dat ik maar één kant op kan kijken en dat is naar hem?

‘Is liefde niet veel meer geënt op een geloof in een gevoel dan op het gevoel zelf? Met de overtuiging dat je van iemand houdt, houd je dat gevoel levend. Maar als je zoals ik de neiging hebt mannen op afstand te houden is het moeilijk aan dat geloof toe te geven. Houd ik dan soms niet genoeg van mijn vriend? Het is gek, maar soms ben ik verrast hoe goed hij me kent, ondanks dat laagje dat me tegen al te grote relationele inmenging zou moeten beschermen. Dan lopen we op straat langs een bord met ijsjes en zegt hij ineens: ik denk dat jij zin hebt in een Twister en dat is dan zo. Terwijl ik hem nooit expliciet heb gezegd dat ik van Twisters houd. Hij let gewoon goed op, hij weet dat ik van wandelen houd, en als we dan bij zijn ouders zijn zegt hij: Nina wil er vandaag nog wel even uit, terwijl wij het daar samen voor ons bezoek niet over hebben gehad. Daar staat tegenover dat we het zelden eens kunnen worden over de keuze van een film die we gaan kijken, hij houdt van actie en ik van drama. Hij kan hele dagen thuis hangen op de bank, ik wil naar het bos of naar een park en dan zie ik stellen samen wandelen, en loop ik alleen. Met andere woorden: waaraan herken je de man met wie je kinderen wilt? Aan zijn empathie of aan een zekere gezamenlijkheid? Aan hartstocht of aan comfort? Want dat is een ander punt: ik kan wel wachten tot ik door de bliksem word getroffen, maar misschien bestaat de man die dat bij mij veroorzaakt wel helemaal niet. En dan ben ik straks 30 en wil ik een kind en is het al bijna te laat.

‘Wat ik ook eng vind, is dat samenwonen en trouwen de hoogste trede zijn. Een volgende stap is er niet, behalve uit elkaar. Onder een dak gaan wonen is het slot. In het begin maakte ik weleens lijstjes met voors en tegens, maar daar ben ik mee opgehouden. Ik denk dat ik op dit moment neig naar samenwonen, al heb ik hem gevraagd op te houden met huizen door te sturen. Voor hem is alles zo klaar als een klontje. Wij zijn het voor elkaar. Maar zijn ouders zijn dan ook nog steeds gelukkig samen, al is dat misschien een beetje flauw gezegd. Ik geloof dus dat we het moeten doen; als ik het nu niet doe, wanneer dan wel? Ik wil heel graag kinderen, ik denk dat het hebben van kinderen de band tussen ons sterker maakt. Dat ik, als ik straks zie hoe liefdevol hij naar ons kind kijkt, vanzelf nog meer van hem ga houden.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Nina ­gefingeerd.

Ook geïnterviewd worden? Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over