InterviewMalou Petter

‘Ik onderstreep het nogmaals: het is een klein groepje dat de NOS niet vertrouwt’

Malou Petter
 Beeld Frank Ruiter
Malou PetterBeeld Frank Ruiter

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van haar werk als presentator van het NOS Journaal: acht dilemma’s voor Malou Petter (31).

Ashwant Nandram

Scholen open: goede zaak of gezondheidsrisico?

‘Goede zaak! Ik heb zelf geen kinderen, maar mijn moeder is directeur op een basisschool en daardoor krijg ik de verhalen van dichtbij mee. Afgelopen jaar kwam het soms voor dat er tien leerkrachten uitvielen. Zij zei dan: het kost me veel werk om de school open te houden, komt dat de kinderen nou ten goede? Dat is een hele dunne scheidslijn. Maar zoals ik het bekijk, is het verstandig dat de scholen na het weekend weer opengaan.

‘De impact van thuisonderwijs is groot op kwetsbare kinderen. Mijn man werkt in het middelbaar onderwijs. Hij heeft leerlingen die vragen: mag ik nu weer naar school? Die hebben soms thuissituaties die lang niet altijd goed en veilig zijn, die verhalen zijn schrijnend. Dus ik denk dat jongeren erbij gebaat zijn als de scholen weer opengaan.’

Huiswerk of buitenspelen ?

‘Ik groeide op in Woubrugge, een dorp in de buurt van Alphen aan den Rijn. Er wonen vijfduizend mensen en er is maar één bakker, sporthal en supermarkt. Dat is heerlijk overzichtelijk voor een kind. Als ik een rondje ging lopen, kwam ik alleen maar bekenden tegen.

‘Ik was een vrolijk meisje, had veel vriendinnen en ging liever met hen spelen dan huiswerk maken op mijn kamer. Toen ik 10 was, kochten mijn ouders een woonboot met een stuk grond op een eilandje in Rijnsaterwoude. Op woensdagmiddag en in de weekenden gingen we daar heen. Er was eindeloos veel ruimte om hutten te bouwen en te ravotten.

‘Ook vierde ik daar mijn verjaardagsfeestjes, waarbij ik de hele klas mocht uitnodigen. We maakten een zeephelling op de dijk of luisterden naar mijn moeders spookverhalen bij het kampvuur. De meisjes bleven slapen in een grote tent. Een heerlijke, onbezorgde tijd.’

Nederlands of journalistiek?

‘Een vriend op de middelbare school, Toine, wilde journalist worden. In het examenjaar ging ik met hem mee naar de open dag van de School voor de Journalistiek. Ik had bedacht dat ik Nederlands wilde studeren, maar het praktische van de opleiding journalistiek sprak me aan: een magazine ontwerpen of in de studio radio maken.

‘We deden beiden de toelatingstoets, waarna de 150 beste kandidaten werden aangenomen. Het ging om een actualiteitentoets, een examen Nederlands en een geschreven betoog. Toine haalde het niet, maar ik werd 13de. Ik weet nog hoe ik op de trap vol verbazing naar de uitslag staarde. En ik vond het sneu voor Toine.

‘Het was fijn dat iedereen op de opleiding een bovengemiddelde interesse had in de actualiteit. Dat was bij mijn jeugdvriendinnen anders. Toch had ik niet zoveel met mijn medestudenten. Ze waren alternatiever dan ik. Ik was net 17 en kwam uit een kakgemeente: ik zat op hockey en tennis en dronk alleen wijn en geen bier. Liever ging ik uit met mijn oude vriendinnen. Drinken en dansen, op festivals zoals Lowlands. Ik zat tussen twee werelden in.’

Journaal of Jeugdjournaal?

‘Aan het eind van de opleiding liep ik stage bij het NOS Jeugdjournaal op het Mediapark in Hilversum. De redactie zit samen met de rest van de NOS in één gebouw. Ik vond het indrukwekkend: al die telefoons, vergaderingen en mensen die je kent van tv. Ik stond in de lift bij Mart Smeets en durfde amper gedag te zeggen.

‘Na mijn stage mocht ik blijven freelancen. Er werkten leeftijdgenoten, en als je het een beetje goed deed kreeg je meteen veel kansen. Het bleek de perfecte leerschool. Omdat jonge kijkers sneller afhaken, probeerden we de uitzendingen spannend te houden. En ik leerde open vragen te stellen. Wie een gesloten vraag stelt aan een kind, krijgt een gesloten antwoord terug.

‘Het leukste is dat kinderen blijven verbazen. Als je een volwassene om hun mening vraagt, kun je vaak inschatten wat iemand gaat zeggen. Maar kinderen zijn open en denken niet na over wat ze zeggen. Ze zeggen heel simpel: ‘Het klimaatprobleem? Dan eten we toch een kaassoufflé in plaats van een hamburger?’ Dat is verfrissend. We maken het als volwassenen soms te ingewikkeld.’

Malou Petter
 Beeld Frank Ruiter
Malou PetterBeeld Frank Ruiter

Talent of toeval?

‘In 2019 maakte ik, na acht jaar Jeugdjournaal, de overstap naar het Journaal. Marcel Gelauff (hoofdredacteur NOS Nieuws, red.) zegt gekscherend dat ik die overstap heb te danken aan een hagelbui. Dat zit zo: het dak van mijn leaseauto zat vol putjes en deuken. Ik had dat nergens gemeld, maar toen de auto naar de garage moest, kwam de leasemaatschappij erachter. En schade die je niet tijdig meldt, moet je zelf betalen.

‘Een paar dagen later kreeg ik een mailtje van het secretariaat van de hoofdredacteur: of ik langs kon komen om het over die schade te hebben. We zaten met het Jeugdjournaal helemaal in de hoek van de nieuwszaal, ik zag de hoofdredacteur nooit. Dus ging ik met knikkende knieën naar zijn kantoor.

‘Binnen 5 minuten was de zaak beklonken: ik moest 300 euro betalen, de leasemaatschappij betaalde de rest. En toen waren er nog 25 minuten over. Marcel vroeg naar mijn ambities en we keken een paar van mijn reportages terug. Hij zei: ‘Als je ooit nog eens naar het Journaal wilt, blijf dan niet te lang hangen in de jeudjournalistiek.’ Nog geen jaar later werd ik verslaggever bij het journaal.’

‘NOS is fake nieuws’: negeren of in gesprek?

‘Ik vind het belangrijk om te onderstrepen: veruit de meeste mensen vinden de NOS een betrouwbaar nieuwsmedium. Het is een klein subgroepje dat ons niet vertrouwt. En daarmee moet je op z'n minst in gesprek. Soms levert het niets op, soms juist wel.

‘Toen ik verslag deed van de boerenprotesten reageerden boeren op het Malieveld argwanend toen ik een praatje wilde maken. Ze waren boos, ook op de NOS. Wij zouden samenwerken met de regering. Mijn eigen mening doet er op zo’n moment niet toe, maar ik was blij dat ik ze kon vertellen dat we echt geen orders krijgen uit het Torentje. Het werd een goed en interessant gesprek. En ze vonden me nog aardig ook.

‘Maar zo’n gesprek is al moeilijker met corona-sceptici. Wij hebben als NOS in het begin van de coronacrisis ook steken laten vallen: tegengeluiden werden onvoldoende door ons gehoord. Maar daar geven we nu genoeg aandacht aan. Het probleem is dat ze zich beroepen op andere bronnen: onderzoeken en YouTube- filmpjes die ik niet ken. Of ze gaan uit van de gekste complotten. Dat maakt zo’n gesprek ingewikkelder.’

Willem-Alexander of Amalia?

‘Het koningshuis is een belangrijk dossier voor de NOS, we spelen een rol op Koningsdag of maken uitzendingen tijdens staatsbezoeken. Naast het presenteren van het Journaal, ga ik me daarop richten.

‘Ik ben niet per se koningsgezind, maar dat is niet verkeerd in een tijd waarin kritisch naar de monarchie wordt gekeken. Ik wil er vooral door een journalistieke bril naar kijken. Tuurlijk, op Prinsjesdag mag het ook gaan over de jurk van Máxima, maar we moeten kritische vragen blijven stellen. Bijvoorbeeld over de verjaardag van Amalia waar te veel gasten kwamen, of de reizen van de familie naar Griekenland, terwijl dat werd afgeraden.

‘Ik zou het liefst Amalia interviewen, dat is toch de koningin in wording. Dankzij het boek van Claudia de Breij is ze geen groot mysterie meer, in tegenstelling tot een jaar geleden. Ik zou haar vragen naar het besluit af te zien van haar toelage, zolang ze studeert. Dat vind ik opvallend. Welk idee zit daarachter? En wat vindt ze van de discussie over de kosten van het koningshuis?’

Je telefoon rinkelt, noodgeval. Wie neem je op: je geliefde of de NOS?

‘Oei, ik twijfel. Ik vind mijn vak geweldig. En als het werk belt, is er waarschijnlijk breaking news. Dat zijn de momenten waarop het bloed van een journalist sneller gaat stromen, het zijn de meest bijzondere dagen. Hoe cru ook, het afgelopen jaar ging het om het hoge water Limburg of de aanslag op Peter R. de Vries.

‘Maar hoe cliché ook: als ik in de kist lig, wil ik worden herdacht als een fijne partner, goede zus, lieve vriendin. Het leven draait om liefde hebben en liefde geven. Dat is belangrijker dan een goede journalist zijn.’

Malou Petter

1990 Geboren in Woubrugge

2002-2007 Havo op het Ashram College in Alphen aan den Rijn

2007-2012 School voor de Journalistiek in Utrecht

2011-2019 Stagiair, bureauredacteur, verslaggever, presentator NOS Jeugdjournaal

2019-2021 Verslaggever NOS Journaal

2020-nu Presentator NOS Journaal

2022 Talent van 2022 volgens het AD

Malou Petter woont met haar man in Utrecht.

Meer over