ColumnSylvia Witteman

Ik onderging het Pantheon, die negenhonderd kerken en de onthoofdingen van Caravaggio ingehouden reutelend

null Beeld

Ik ging naar Rome om de paus te zien, en ook om daar jarig te zijn; zo hoefde ik dat lekker niet thuis te vieren met taart en zingende mensen, want ik heb een hekel aan taart en toegezongen worden. Bovendien is 56 geen leeftijd die aanleiding geeft tot feestvreugd, want je bent te oud om nog romantisch jong te sterven, en te jong om waar dan ook pocherig prat op te gaan.

De paus was niet op afroep beschikbaar, maar de rest van Rome wel, en hoe! Op elke straathoek lag een nóg schattiger pleintje, een barretje met nóg sterkere koffie, een restaurantje met nóg lekkerdere schotels en een fontein met nóg meer tierelantijntjes.

Al die fonteinen stonden ook gewoon áán, zoals het hoort, feestelijk klaterend onder een strakblauwe hemel en blakende, gouden zon. (Áls je in Nederland al eens een fontein tegenkomt staat hij altijd uit. Ja, wíj hebben dan weer overal keurig nette bestrating, terwijl ze het in Rome moeten doen met een verzameling kuilen, lukraak neergekwakte klodders asfalt en scheve putten, maar daar hebben ze tenminste hun prioriteiten op orde.)

Wel jammer dat ik zo verkouden was. Italianen zijn erg bang voor corona, en je komt nergens binnen zonder QR-code, mondkapje, het meten van je temperatuur en achterlating van je complete doopceel, dus ik durfde niet voluit te niezen of hoesten en onderging het Pantheon, die negenhonderd kerken en de onthoofdingen van Caravaggio ingehouden reutelend.

De volgende ochtend was ik lekker stiekem jarig en liep, in dier voege, met reisgenoot P. naar de ontbijtzaal van het hotel. Dat bleek een piepklein kamertje, een soort bonbonnière, vol echtparen in de categorie ‘medium arrivé’ en één dikkige jongen die in zijn eentje een Deens boek zat te lezen (Lev mere, tænk mindre) achter een drietrapsetagère vol fruit en zoete broodjes.

Ik voelde een gruwelijke kriebelhoest opkomen, maar ja, we zaten daar allemaal op elkaars lip, dus ik hield ik mij in, met puilende ogen, die nog iets verder openpuilden toen er een serveerster binnenkwam, hardop zingend van Happy birthday toooo yououou, een taartje op een schoteltje in haar hand, mét brandend kaarsje. Jawel. En al die mensen keken naar mij terwijl ik van schrik in machteloos, scheurend hoesten uitbarstte.

Dan vlucht je helemaal naar Rome om je verjaardag te ontlopen...P. bezwoer me dat hij deze pijnlijke scène niet op zijn geweten had, écht niet, ze moesten het in mijn paspoort gezien hebben en ach, het was toch juist lief bedoeld en zo, maar ja, ik zag hem al naar dat taartje loeren, dus moest ik dat geloven?

Hij is dól op taart.

Meer over