Interview

‘Ik mag hopen dat mensen die Reve lezen, ook de ironie zien die daarin zit’

Uitgever Sam De Graeve (Borgerhoff & Lamberigts) in Gent. Beeld Siska Vandecasteele
Uitgever Sam De Graeve (Borgerhoff & Lamberigts) in Gent.Beeld Siska Vandecasteele

De Vlaamse uitgever Sam De Graeve publiceert Zeer Fijne Boy, de verzamelde brieven van Gerard Reve aan Jef Rademakers.

Wilma de Rek

Op een regenachtige maandag in november wandelde Sam De Graeve (51), voormalig Vlaams televisiemaker en sinds vier jaar uitgever, door de bibliotheek van Jef Rademakers, voormalig Nederlands televisiemaker en al jaren woonachtig in België. De Graeve was bij Rademakers op bezoek om te praten over diens vertaling van Der Weg ins Freie van de Oostenrijkse schrijver Arthur Schnitzler (1862-1931), die De Graeves uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts ging uitbrengen. Zijn oog viel op een boek van Gerard Reve. En nog een; en nog een. Hij pakte ze van de plank, sloeg ze open en zag dat al die Reveboeken waren gesigneerd. En niet zomaar gesigneerd: er stonden mooie, persoonlijke opdrachten in. ‘Ja, ik heb hem goed gekend’, zei Rademakers achteloos. ‘We hebben jaren gecorrespondeerd, ik moet die brieven nog wel ergens hebben.’

Zo, zegt De Graeve tijdens een lunch in zijn woonplaats Gent, is het ongeveer gegaan. ‘Ik ken Jef nu een jaar of dertig en als hij mij vertelt over zijn vriendschappen met schrijvers als Louis Paul Boon, Gerard Walschap of Gerard Reve, hang ik aan zijn lippen. Maar toen Jef me zei dat hij met Reve had gecorrespondeerd, veranderde ik op slag van geïnteresseerde toehoorder in vragende partij. Jef zei: oké, je mag ze lezen. En je mag proberen ze uit te geven. Maar ik geloof nooit dat het je zal lukken de toestemming te krijgen van Joop Schafthuizen, Reves weduwnaar.’

En toen? Heeft u Schafthuizen gebeld, gemaild, geappt – een handgeschreven brief gestuurd, wellicht?

‘Dat laatste. Een handgeschreven brief.’

Met wat voor pen heeft u die brief geschreven en wat stond erin?

‘Met de vulpen waarmee mijn baas Kristof Lamberigts al zijn contracten ondertekent en waar hij heel fier op is. Ik heb een visitekaartje toegevoegd waarop stond: Sam De Graeve: nijveraar. Ik vind ‘nijveraar’ een beter woord dan uitgever, het uitgever zijn is maar één facet in mijn leven. En ik schreef hem de waarheid: wat Reve voor mij betekent, welke herinneringen ik had aan onze ontmoetingen, want ik had Schafthuizen hier in Gent weleens ontmoet; en of we het gesprek konden voeren.’

Na een paar weken kreeg De Graeve antwoord van Schafthuizen, per sms. ‘Ik denk dat we in een periode van ongeveer driekwart jaar vele sms’en en telefoontjes hebben gewisseld, en één keer ben ik op bezoek geweest. Dat deed mij toch wel iets, om in het huis van Reve en Schafthuizen te zijn. Joop is er niet jonger op geworden, hij worstelt met zijn gezondheid. Eigenlijk moet ik zeggen dat dat gesprek, tegen alle verwachtingen in, prettig is geweest. Af en toe dreigde het fout te lopen, Joop spreekt in een heel eigen idioom dat het midden houdt tussen Vlaams en Nederlands en waarin hij de eerste en derde persoon enkelvoud soepel combineert, waardoor je woordcombinaties krijgt als ‘ik hebt’. So what komt in het Joop-idioom ook veel voor. Maar uiteindelijk gaf hij zijn toestemming.’

En dus ligt maandag 24 januari Zeer Fijne Boy in de winkel, de gebundelde brieven die Gerard Reve in de jaren tachtig en negentig schreef aan tv-maker Jef Rademakers. Nadat het nieuws twee weken geleden bekend werd, wordt De Graeve overspoeld met mails van mensen die melden dat ze óók brieven van Reve in bezit hebben. ‘Ik heb daar al voorzichtig met Joop het gesprek over proberen te voeren. Maar hij zei: ‘Nee, nee: ik vond dit nu heel leuk, maar voor we iets anders doen, zal eerst de correspondentie van Gerard met de maagd Maria naar boven moeten komen.’

Vijf jaar geleden stapte Sam De Graeve op bij het Vlaamse productiehuis Woestijnvis waar hij zeventien jaar had gewerkt, onder meer als creatief directeur. De Graeve maakte er het praatprogramma De laatste show en de ook in Nederland zeer succesvolle televisiequiz De slimste mens. Na enig nadenken bood hij zijn diensten aan als uitgever bij Borgerhoff & Lamberigts, een jonge uitgeverij die stevig aan de weg timmerde met onder meer lifestyleboeken, maar nauwelijks tot geen literatuur uitbracht.

‘Dat verbaasde me. Van Oscar Wilde is de uitspraak ‘We are all in the gutter, but some of us are looking at the stars’. Dat spreekt mij wel aan, zo heb ik mij nu voorgenomen met onze Vlaamse uitgeverij Nederland te veroveren. Ik wil die muur tussen Vlaanderen en Nederland slechten. Dat zal een hele klus zijn, want Nederland is op literair gebied veel machtiger en groter dan Vlaanderen.’

Hoe komt dat? Op mediagebied maken Vlamingen hier de dienst uit, waarom is dat met boeken zo anders?

‘Boeken zijn het intiemste wat er is, en toch is er óók handel mee te bedrijven. Maar in Vlaanderen ligt dat gevoelig. Het vermarkten van het intieme, dat is iets waar de Vlaming minder goed in is dan de Hollander. Je moet uitkijken met generaliseren maar ik denk niet dat het een foute conclusie is te zeggen dat van oudsher in Nederland sneller handel werd gedreven met dingen waarover in Vlaanderen met een bepaalde schroom wordt gesproken.

‘Er is een lange geschiedenis van uitgevers die in Nederland te pletter zijn gelopen. Dat wij nu met een brievenboek komen van Gerard Reve, een icoon van de Nederlandse letteren, is natuurlijk superprettig. Ik hou van rare, onmogelijke dingen. Daarom hou ik ook zo van literatuur. Ik heb letteren gestudeerd in Gent en in Berlijn en kwam min of meer toevallig bij de televisie terecht, maar ook toen is literatuur altijd aanwezig geweest. Het is pure, onversneden passie. Voor mij is literatuur de zalf op de wonde die leven heet.’

Sam De Graeve. Beeld Siska Vandecasteele
Sam De Graeve.Beeld Siska Vandecasteele

We gaan het zo verder over literatuur hebben maar eerst nog even over De slimste mens: ik las ergens dat u het programma hebt bedacht?

‘We hebben dat met een groep mensen bedacht. Ik was er wel bij, het kindje is gemaakt en ik heb het opgevoed. Het is hier nog altijd een enorm succes.’

Bij ons ook, maar ik heb de indruk dat het programma in Nederland heel anders is dan in Vlaanderen – minder vilein, minder scherp, minder grappig. Stommere vragen ook.

‘Ik probeer mij de Hollandse directheid eigen te maken dus zal ik het ook maar gewoon zeggen: hier in Vlaanderen vindt iedereen die Nederlandse versie on-be-grij-pe-lijk saai. De grootste Nederlandse sterren zaten bij ons en niet in Nederland. Veel schrijvers ook. Ik hou enorm van het huwelijk tussen hogere en lagere cultuur en bij De slimste mens zat zowel de niche-kunstenaar als de politicus als de populaire schrijver en samen kon je tonen: we zijn allemaal sukkels, maar we kunnen het met elkaar toch goed hebben. Het programma is nu wel wat minder vettig dan vroeger, de platte grappen verdwijnen.’

Omdat je zó een proces aan je broek hebt?

‘Processen niet zozeer, die zijn gereserveerd voor de ernstiger zaken zoals ze nu spelen rond The Voice of Holland. Maar veel grappen worden niet meer op prijs gesteld. Het is een interessante tijd. Ik denk dat humor het ventiel is waarlangs veel spanningen in de samenleving een weg naar buiten kunnen vinden, en in die zin ben ik een enorm verdediger van humor; maar ik ben groot geworden in een tijd zonder internet. Een tijd waarin dingen konden binnen een bepaalde context. Een schuimbekkende Herman Brusselmans kon in het tijdschrift Humo volledig zijn gang gaan, want dat hele blad ademde ironie.’

En iedereen wist dat.

‘Precies. Dat is het grote probleem van nu: er is geen context meer. Alles is overal. Waardoor je geen argumenten meer hebt om te legitimeren dat je een bepaald soort humor bedrijft. Dat geldt voor de studentenvereniging – dertig jaar geleden kon je daar de goorste dingen uitkramen en niemand die erover struikelde want het bleef binnenshuis - en het geldt voor de media. De context is weg, alles wordt online gezet. Een stuk dat binnen de beschermende context van Humo heel goed kan, is op internet aan de goden overgeleverd. Ik ben ontzettend geschrokken toen cabaretier Wim Helsen een paar jaar geleden in De slimste mens iets zei dat racistisch werd gevonden. Toen besefte ik: wow, lang wisten mensen: ze zeggen rare dingen maar ach, het is De slimste mens, het zijn vrolijke, onschuldige jongens! Je moet een soort van nieuwe taal ontwikkelen.’

Vindt u het een verlies dat bepaalde dingen niet meer kunnen?

‘Ondanks mijn gevorderde leeftijd ben ik er toch vooral positief over. Ik vraag mezelf met terugwerkende kracht af: wat dáchten wij in godsnaam? Ik heb twee volwassen dochters die mij helpen in het nadenken over de wereld. Zij luisteren naar mij, ik luister naar hen, ik vind dat fantastisch. Door de band genomen vind ik dat wij de goeie weg opgaan; toch wel. Al is het slecht dat er zoveel meer dan vroeger wordt gepolariseerd, doordat je via de sociale media direct in kampen wordt gedrukt. Ik denk dat er voor ons intellectuelen, om dat pretentieuze woord maar te gebruiken, een taak ligt om die ruimte op te zoeken waarbinnen je mag nadenken, in een wereld die heel complex is. En gelukkig heb je nog altijd mensen van wie het perfect gepikt wordt dat ze hun ding doen. Ik mag hopen dat mensen die Reve lezen, ook de ironie zien die daarin zit.’

Uitgever Sam De Graeve (Borgerhoff & Lamberigts) in Gent, januari 2022  Beeld Siska Vandecasteele
Uitgever Sam De Graeve (Borgerhoff & Lamberigts) in Gent, januari 2022Beeld Siska Vandecasteele

Gaan uw kinderen Zeer Fijne Boy lezen?

‘Mijn kinderen zijn gelukkig zo gezond dat ze geen boeken lezen die ik uitgeef.’

Hun vrienden dan? Twintigers?

‘Ik vermoed van niet en dat vind ik ook niet zo erg, ik zou liever hebben dat ze De weg naar buiten van Arthur Schnitzler lezen, een roman uit 1908 die nooit eerder in het Nederlands was vertaald. Dat is een uiterst actuele roman die veel zegt over vandaag. Reve geven we uit om te bewaren wat was, niet om nieuwe zieltjes te winnen, dat is niet mijn ambitie. Ik denk dat er nieuwe Reve’s opstaan die een heel eigen taal ontwikkelen.’

Ziet u ze al?

‘Ik heb een boek uitgegeven met de titel Shakespeare kent mij beter dan mijn lief, van Ibe Rossel, ze was 21 toen ze het schreef. Het gaat over wat ze heeft geleerd van de klassiekers en hoe ze dat kan gebruiken in haar datingleven. Zij maakt Jack Kerouac echt áf, in haar boek, en op zo’n manier dat ik voor het eerst in mijn leven denk ik: shit, waarom heb ik die Kerouac altijd fantastisch gevonden? Ze zet mij gigantisch aan het denken.

‘Maar ik lees ook veel literatuur die ik eigenlijk pedant vind. Niet per se van twintigers overigens, ik vind De geschiedenis van mijn seksualiteit van Tobi Lakmaker niet pedant, dat is zelfs grappig. En dat is bijzonder. Er is vandaag de dag evenveel dedain voor humoristische boeken als er was in de tijd van Godfried Bomans schreef. Maar ik vind het juist het allerhoogste als je humor kunt combineren met ernst, en die boeken zie je zelden. Als je me vraagt een paar goede boeken te noemen dreun ik er zo vijfendertig op. Vraag me een paar humoristische boeken te noemen, en ik kom met moeite tot vijf. En dan bedoel ik boeken waarin sprake is van voldragen humor, geïncarneerd binnen een bepaalde tragiek, wat natuurlijk de mooiste vorm van humor is.’

Vorig jaar verscheen uw eigen boek, Dag vader, over de reis die u met uw vader, Knack-cartoonist Jan De Graeve, maakte langs de Muur van Hadrianus, in Groot-Brittannië. Smaakt het schrijven naar meer?

‘Ik sluit het niet uit, maar ik werk graag samen en dat doe je tijdens het werken aan een roman nauwelijks. Bij Dag vader voelde ik een ontzettende urgentie, zo’n boek bestond nog niet. Het is grappig maar het gaat óók over de dood. Het is intiem en persoonlijk, dat was ook eng want mijn vader en ik zijn allebei behept met een drang tot behagen, je verschuilen achter de humor. Ik ben altijd gefascineerd geweest door spreken en zwijgen. Wij lullen allemaal zo ongelooflijk veel, en toch zeggen we weinig; die dynamiek houdt mij zeer bezig.’

Welke Vlaamse schrijver die nu nog bij een andere uitgeverij zit, zou u graag uitgeven?

‘Oef. Griet Op de Beeck vind ik heel interessant, dat is een thematiek die me boeit en ik heb de pretentie dat ik haar nog beter kan maken. Herman Brusselmans zou ik ook graag uitgeven, hij is voor mij belangrijk omdat hij mij heeft leren lezen. Hij woonde vroeger bij ons thuis om de hoek, ik kwam bij hem op bezoek als jongen van 11 en zag daar een rokende en drinkende medemens die zei dat hij wel elf boeken per week las. Hij heeft mij schrijvers leren kennen als de Canadese Mordecai Richler, die sindsdien een van mijn lievelingsschrijvers is. Dat is weer een voorbeeld van iemand die en fantastisch en humoristisch schrijft.’

Kunt u Brusselmans ook beter maken?

‘Ik denk dat het te laat is, mensen van boven de 50 kun je niet meer veranderen, ik denk dat hij te vastgeroest is; maar vanuit een soort erkentelijkheid zou ik het gesprek graag met hem voeren. Eigenlijk is dat wat ik mijn hele leven doe: andere mensen helpen bij het maken van iets. Ik heb niet genoeg verdiend aan televisie om zoals Jef te rentenieren op mijn 43ste, maar als ik iets doe, wil ik wel dat het verschil maakt. Anders kan ik maar beter thuis gaan zitten lezen.’

Gerard Reve: Zeer Fijne Boy. Brieven aan Jef R. (1986-1997). Borgerhoff & Lamberigts; 104 pagina's; € 19,99 (tot eind maart, daarna € 22,99). Verschijnt 24 januari.

Citaat

‘Nu mijn uiterlijk. Er moet enige make-up zijn, bijvoorbeeld een iets groter, roder en sappiger gemaakte mond, en dieper gemaakte oogkassen. Een schijn van koortsigheid maakt mijn gelaat belangwekkender: lijden en beproeving, maar welk een hartstochtelijke uitstraling! Haar niet te lang, en kunstmatig iets verwaaid. Als ik kleding aan heb waarmede ik mij niet één gevoel, word ik onzeker.’

(Gerard Reve aan Jef Rademakers, 9 mei 1993.)