alfabetsoepKristijaan van der Waag

‘Ik leer veel van jonge activisten’

Kristijaan van der Waag alias KristiAnus. Beeld Harmen Meinsma,  visagie Ed Tijsen
Kristijaan van der Waag alias KristiAnus.Beeld Harmen Meinsma, visagie Ed Tijsen

Hoe ziet het leven van lhbti’ers er vandaag de dag uit? Haroon Ali interviewt wekelijks iemand over seksualiteit, genderidentiteit, hokjes en alles wat daarbuiten valt.

Haroon Ali

Kristijaan van der Waag (71) vervulde 25 jaar lang uiteenlopende functies bij de Raad voor de Kinderbescherming. Hij daagde daar traditionele familie-ideeën uit, bijvoorbeeld over adoptie. Het was een andere tijd, maar hij was altijd open over zijn relatie met een man en de zoon die ze opvoedden met een vriendin. Daardoor voelde hij zich een ‘ambassadeur’ voor homomannen. Maar toen Van der Waag op zijn 62ste stopte met werken, was hij klaar met die rol.

Hij bezocht de queer-feesten in het Amsterdamse krakerscafé Vrankrijk en ontmoette daar een nieuwe generatie lhbti-activisten. ‘Ik wist soms niet of ik met een jongen of een meisje had gesproken en vond dat zo verfrissend.’ Van der Waag maakte snel vrienden, ging zich net als de andere bezoekers verkleden, en deed performances over gender. Zijn stijl en energie trokken al snel de aandacht van modeontwerper Bas Kosters en dj Joost van Bellen.

Van der Waag treedt op als ‘KristiAnus, queer gendersurprise’. Die geuzennaam ontstond na enkele performances over, inderdaad, de anus. ‘Ik wil mensen prikkelen en ze laten nadenken. We zien overal piemels, kutjes, tepels, maar de kont is taboe.’ Hij staat soms ook naakt op feestjes en festivals, waar hij positieve reacties op krijgt. De levenskunstenaar is ook geliefd bij jongere feestgangers. ‘Dan zeggen ze: ik hoop dat ik me zo kan uiten als ik oud ben.’

Hoe label je jezelf?

‘Ik ben 100 procent queer, al is dat wéér een stempel voor mensen die geen stempel willen. Of je nou met een jongen zoent en dan met een meisje naar bed gaat, of met iemand die transgender is, het maakt niets uit. Morgen kan ook weer anders zijn dan gisteren, daar moet je niemand op vastpinnen. Queer is een middelvinger naar die hele alfabetsoep, al snap ik dat homo’s en lesbiennes labels nodig hadden om te kunnen emanciperen.’

Hoe verliep je coming-out?

‘Ik groeide op in het arme gedeelte van Wassenaar, in een druk gezin met vijf kinderen. Ik had een heerlijke jeugd, was altijd buiten. Al vanaf jonge leeftijd experimenteerde ik met andere jongens, maar ik wist dat ik daar mijn mond over moest houden. Anders werd je naar de huisarts of psychiater gestuurd, dat gebeurde toen nog. Maar dat is me gelukkig bespaard gebleven, want ik deed alles in het geniep. Ik vluchtte naar Groningen om rechten te studeren. Maar ik liep vast, omdat ik deed alsof ik hetero was, en zelfs een vriendin had. Dus stopte ik met mijn studie en trok naar Amsterdam, waar ik als een beest ging feesten, gesprekken had over mijn seksualiteit en mezelf leerde accepteren. Ondertussen deed ik een avondopleiding aan de sociale academie. Via een stageplek kreeg ik een baan bij de Kinderbescherming, terwijl ik mezelf bleef bijscholen.

‘Mijn coming-out was onhandig. Ik was 24 en gaf een feestje met mijn eerste vriend. We nodigden onze families uit, maar ik had de mijne nog niet verteld dat we samenwoonden. Mijn moeder stuurde me daarna een brief, dat ze nog liever dood van de trap was gevallen, dan dat haar zoon homo was. Mijn vader belde een paar dagen later, dat mijn moeder gewoon moest wennen. ‘We laten haar in haar sop gaarkoken’, dat waren zijn letterlijke woorden. Hij nam me mee uit eten en zei dat mijn vriend altijd welkom was op verjaardagen. Mijn vader was militair, maar een superlieve man. Twee jaar later kwam mijn jongere broer Joan ook uit de kast. Mijn moeder reageerde weer heftig, dus ik ben boos op haar geworden. Had ze twee jaar lang een poppenkast gespeeld? Toen draaide ze snel bij.’

Wat is de grootste hindernis die je hebt overwonnen?

‘Ik heb geluk gehad en heb nooit hiv opgelopen, maar het heeft wel een grote impact gehad op mijn leven. Ik ben zeventien vrienden verloren tijdens de aidscrisis. Vaak ging ik ’s ochtends naar een begrafenis en ’s middags weer aan het werk. Dan krijg je eelt op je ziel. Mijn broer Joan is op zijn 34ste ook aan aids overleden, een jaar nadat hij ziek was geworden. Maar hij vond dat hij een prachtig leven had gehad, was gek van paarden en bestierde met zijn vriend een manege. Hij bleef tot het einde actief in de paardenwereld. Ik mocht als enige spreken bij zijn afscheid, wat ik bijzonder vond.

‘Een flinke tijd daarna hoorde ik mijn moeder tegen een vriendin zeggen dat Joan was overleden aan kanker. Hoewel onze ouders er altijd voor ons waren, was er toch een bepaalde gêne naar de buitenwereld. Iedereen kan kanker krijgen, maar aids krijg je van seks met mannen. Er rust nog steeds een taboe op hiv, ook al word je er niet meer ziek van. Ik zou willen dat het wordt genormaliseerd en dat het enge eraf gaat, net als met corona. Ik gebruik zelf al zes jaar PrEP, een preventief medicijn dat voorkomt dat je hiv oploopt, wat veel zorgen bij mij heeft weggenomen.’

Wat hoop je voor de toekomst?

‘Ik heb in mijn leven drie langdurige relaties gehad. Mijn laatste partner kreeg een hersenaandoening en woont nu in een verzorgingstehuis. Ik ben zijn mantelzorger, maar we zijn geen stel meer. Ik ben ook niet op zoek naar een nieuwe relatie. Ik heb goede vrienden en vriendinnen bij wie ik mijn verhalen kwijt kan. Maar ik word natuurlijk wel verliefd, dus ik sluit niets uit.

‘Als activist wil ik me minder richten op de lhbti-agenda, want dat is al wie ik ben, en meer op grotere thema’s, zoals pacifisme, ontwapening en het klimaat. Ik ben actief voor Extinction Rebellion. Daar zitten vooral jongeren bij, maar ik leer juist van hen. Ze denken goede strategieën uit, koppie-koppie. Maar als ik jongeren één advies mag geven, dan is het: sta voor je zaak – en wees lekker brutaal.’

Meer over