'Ik kap met hockey, denk ik soms'

Behalve een ongewoon groot aantal wereldtitels leverde het jaar 2005 een rijke oogst aan jong talent op. Sporters onder 20 jaar vertellen over hun doorbraak....

'Eigenlijk ben ik doorgebroken in 2004, maar dat wil je natuurlijk niethoren. In dat jaar ben ik bij het Nederlands elftal gekomen en heb ik mijneerste grote toernooi gespeeld: de Champions Trophy in Rosario. Die wonnenwe met een verjongd team. Na de Spelen in Athene zijn een stuk of zevenoudere speelsters gestopt.

Ik voelde me niet thuis in de vorige ploeg, met al die dertigers. Ikkwam er als zeventienjarige bij en deed eindexamen, zij praatten over hunwerk. Het klikte niet. Ik durfde mijn bek niet open te trekken, vond hetmoeilijk me in het veld op te laden, om daar bijdehand en agressief tezijn.

Sfeer is voor mij belangrijk. Als het niet gezellig is, voel ik me nietlekker in het team. Het klinkt misschien eng, maar topsport moet gezelligzijn. Hard trainen, maar na afloop met z'n allen wat drinken en kletsen.

Ik ben echt een druktemakertje. Soms zeg ik dingen die ik beter niet kanzeggen. Een grap die niet aanslaat, iets dat lullig overkomt. Dan zeggenanderen: hé, doe jij eens even rustig. Ik twijfel best over dingen, maarniet in het veld. Anders gaat het fout.

Bij mijn club SCHC speel ik op het middenveld. De andere internationalSophie Polkamp en ik zijn de leiders. Sommigen zeggen dat wij moetenopstaan als het slecht gaat, het team op sleeptouw moeten nemen. Ik hoefniet zo nodig een leider te zijn, maar die aanvoerdersrol is leuk. Precieshet tegenovergesteld van mijn positie in de nationale ploeg. Daarin ben ikde spits die vooral naar de ervaren speelsters luistert. Bijvoorbeeld naarFaat, sorry, naar Fatima.

Ik ben gedreven, maar ik hoef niet de beste spits ter wereld te worden.Straks ben ik geblesseerd en kan ik een jaar niet spelen. Daar ben ik nietbang voor, maar ik stel mezelf geen doelen. Ik denk vooral aan de kortetermijn: het WK halen. Op het WK heb ik wel weer een ander doel: goudwinnen.

Soms heb ik helemaal geen zin in hockey. Voor het EK gingen al mijnvriendinnen op vakantie en moest ik de hele tijd trainen. Toen dacht ik:ik kap ermee. Aan de andere kant krijg ik er zoveel voor terug. Ik ben dehele wereld over geweest, dat kunnen niet veel meiden van mijn leeftijdzeggen. Ach, ik ben nog jong en moet gewoon wennen aan dat intensievetrainen.

Toen ik in de puberteit zat, was ik een ettertje dat niet serieus metmijn sport omging. Ik spijbelde heel vaak. Toen mijn ouders een week opvakantie waren, ben ik alleen maar leuke dingen gaan doen. Zeilen,winkelen, tv-kijken. Had ik een briefje namens mijn vader geschreven datik ziek was. Toen ze er op school achter kwamen, mocht ik niet mee naar eenhockeytoernooi. Dat vond ik onwijs erg. Bleek dat ik dat hockey toch nietkon missen.

Misschien is 2005 toch het jaar van mijn doorbraak. Ik scoorde in definale van het EK tegen Duitsland. Het is het belangrijkste doelpunt datik tot nu toe heb gemaakt. Minke Booij speelde diagonaal in op mijnbackhand. Ik stopte de bal, ging een paar speelsters voorbij en ook noglangs de keeper. Schuin naar links, er rechts omheen, in de goal.

Gelukkig heeft mijn vader het doelpunt nog kunnen zien, voordat hijoverleed. Hij wilde op zijn laatste krachten per se mee naar Dublin. Nazijn dood ben ik al snel weer gaan hockeyen, want thuisblijven is ook niks.Het was niet makkelijk. Bij het Scapa-toernooi kwamen honderd mensen mesterkte wensen. Heel aardig, maar het werd me te veel.

De laatste tijd merk ik dat ik weer vaker aan hem denk. Hetverwerkingsproces duurt lang. Ik merk dat ik elke dag weer aan hem denk.Ik moet het een plekje zien te geven en dat gaat heel langzaam.'

Mark Misérus

Meer over