'Ik kan er nog altijd om huilen'

Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders. Deze week: Jasper Deelen (30), stadspromotor bij Madame Tussauds. Zijn moeder vertrok uit zijn leven toen hij 3 was, om haar carrière als fotomodel een kans te geven....

‘Over wat voor soort vrouw mijn moeder was, bestaan verschillende verhalen. De oma-versie vertelt dat ze een zorgzame moeder was die van me hield, de vader-versie zegt dat ze een leuke jonge blonde schoonheid was, maar dat ze ook nogal egocentrisch was. Zelf weet ik het niet: ik was pas 3 toen mijn ouders uit elkaar gingen. Wat ik wel zeker weet is dat ze er niet voor mij was, na mijn 3de, omdat ze voor een fotomodellencarrière koos en naar Spanje vertrok. Ze was toen pas 21, er lag nog een heel leven voor haar.

Ik zag haar nauwelijks nog. Eens in het jaar zocht ik haar op. Ik had haar ook wel aan de telefoon, of ze stuurde me een kaartje met de mededeling dat ze op een boot zat, en dat ze van me hield en me miste.

Ik miste haar erg. Niet voor niets klampte ik me aan de oppas vast en aan de vrouwen die via mijn vader in beeld kwamen. Mijn moeder reed in Spanje in een rode Fiat Panda, en elke keer als ik in Nederland die auto zag, vertelde mijn vader later, riep ik: ‘Mama mama!’

Mijn vader bracht mij gezelligheid en warmte. Het was best een rommeltje bij ons thuis, maar hij deed er alles aan om mij veel liefde te geven en voedde me zo goed mogelijk op. Met de carrière van mijn moeder ging het, voor zover ik het kon beoordelen, goed. Ze heeft op de nodige covers van bladen gestaan en ze verscheen zelfs in de Playboy, als naaktmodel in een lesbische setting met drie vrouwen met zwarte pruiken. Ik was al een puber toen ik die reportage zag, maar ik schaamde me niet, omdat het zo netjes en artistiek was neergezet. Sterker: als het mijn moeder niet was geweest, of als ik haar niet had herkend, zou ik het het een aantrekkelijke, spannende vrouw hebben gevonden. Of is het raar om zoiets over je moeder te zeggen?

Mijn vader had inmiddels zijn huidige vrouw ontmoet, met wie hij uiteindelijk drie dochters heeft gekregen. De nieuwe vrouw van mijn vader zag erop toe dat ik in een stabiel gezinsleven zou opgroeien met duidelijke regels. Ze werd een vervangende moeder voor me die voor me zorgde. Er ontstonden problemen toen mijn moeder terugkwam naar Nederland en ook een deel van de moederrol wilde. Dat vonden mijn vader en zijn vrouw geen goed idee. Mijn moeder was zelfs zo jaloers dat ze in een restaurant een taart in haar gezicht heeft gesmeten, een schandalige actie.

Mijn moeder kon niet echt meer mijn moeder zijn: ze was tot dan toe nooit bij mijn opvoeding betrokken geweest, ze had me in de belangrijkste jaren van mijn leven nooit verteld wat ik wel en niet mocht. Als ik bij haar op bezoek ging, was het alsof ik een vriendin opzocht. Ik herinner me ook dat ze me een keer zou komen ophalen, en ik met mijn koffertje klaarzat, en dat ze het op het laatste moment liet afweten omdat ze het vergeten was, of omdat er iets tussengekomen was; dat vond ik nogal erg.

Natuurlijk is het moeilijk te begrijpen dat een moeder haar kind in de steek laat. Maar aan de andere kant wil ik mijn moeder niks verwijten. Ik snapte haar beweegredenen om carrière te maken, ik ben een jongen die snel vergeeft en geen problemen wil maken. Eerder heb ik medelijden met mijn moeder. Ze heeft me meer dan eens verteld dat ze er verdriet van heeft, en dat het haar spijt.

Ik merk dat ze de ‘fout’ van het verleden ongedaan wil maken in de opvoeding van de twee kinderen die ze later heeft gekregen. Het gemis van mijn moeder werd bovendien gecompenseerd door mijn vader, die er altijd voor me is geweest, mijn held, mijn number one die me veel liefde heeft gegeven en zijn best voor me heeft gedaan. Hij is grappig en leuk, mijn beste maatje. Hooguit ouwehoert hij te veel.

En toch heb ik er in stilte vaak over gefantaseerd: dat mijn ouders weer bij elkaar zouden zijn, zoals het hoort. Dat is pasgeleden voor het eerst gebeurd. Toen ik 30 werd heeft mijn vaders vrouw een feest voor me georganiseerd en iets heel moois gedaan: ze heeft zich eroverheen gezet dat ze het eigenlijk niet zo goed met mijn moeder kan vinden. Mijn halfbroertje en halfzusjes waren er, én mijn vader en mijn moeder, zonder wrijvingen. Dat was mooi om te zien, en ook wel roerend, maar de vreugde en de verlossing waren toch minder groot dan ik zo lang had gedacht. Ik merkte dat het goed is dat ze niet meer bij elkaar zijn, en daar had ik vrede mee.

Pas nu zie ik, veel meer dan vroeger, dat de scheiding van mijn ouders een psychische klap voor me is geweest. Ik ben onrustig, vertoon vluchtgedrag. Ik heb, ondanks dat ik altijd relaties met vriendinnen heb gehad, last van verlatingsangst: altijd ben ik bang dat de vrouw van wie ik hou opeens uit mijn leven verdwijnt, zelfs als een relatie slecht gaat, blijf ik liever bij haar dan dat ik vrijgezel word. Als ik veel biertjes op heb kan ik nog altijd huilen om de scheiding van mijn ouders. Want hoe je het ook wendt of keert: ik zie dat mijn moeder haar uiterste best doet voor haar kinderen, en dat zij ‘mama’ tegen hun mama zeggen, en dat mijn vader een gelukkig gezin heeft, en dat zijn dochters ‘papa’ tegen hun papa zeggen. Daarop ben ik weleens jaloers. Op vakantiefoto’s of kerstkaarten met afbeeldingen van de gelukkige familie kom ik niet voor. Uiteindelijk ben ik toch een alleenstaand kind.’

Meer over